Papiersoorten in catalogus NVPH? - Postzegelblog

Papiersoorten in catalogus NVPH?

11

Op 12 augustus werd er op de Postzegelblog gereageerd naar aanleiding van de Zoetermeerpostzegel met daarop een discussie over de nieuwe NVPH catalogus met de verzuchting: wanneer neemt de NVPH nu eindelijk eens de verschillende papiersoorten op in de Speciale Catalogus! Letterlijk werd geschreven: Denk aan bijvoorbeeld: … de Cour zegels op speciaal papier….

De postzegels van het Internationale Gerechtshof op speciaal papier? Daarvoor ben ik even de geschiedenis ingedoken. En jawel, in 1986 werd druk gespeculeerd, dat de Courzegels van 2 cent, 4 cent en 5 cent verschenen waren op fluorescerend papier. Een sensationele ontdekking: fluor en coated 1974. In de aanbieding van een postzegelhandelaar werden de drie zegels aangeboden voor de prijs van 35 gulden! Wat was hier aan de hand?

Daarvoor boden de zogenoemde ‘geschiedeniskaarten’ die behoren bij de oplevering van postzegels door drukker Joh. Enschedé en bijgehouden door de Dienst Zegelwaarden in Haarlem, uitkomst.

De eerste zegels van 2 cent en 4 cent werden opgeleverd in februari en augustus 1951. Ze waren gedrukt op plaatdrukpapier, net als de 5 cent opgeleverd in juli 1953. Dat plaatdrukpapier is erg dof en ietwat grauw van tint. Toen werd ook de eerste oplage van de 3 cent op hetzelfde papier afgeleverd.

Een herdruk vond plaats in november 1971 voor de 2 cent en de 3 cent maar op een ander soort papier: profesdiepdrukpapier, dat iets ‘frisser’ was dan het doffe plaatdrukpapier, waardoor de druk beter tot zijn recht kwam. Dus een andere papiersoort en dat is duidelijk te zien. Nog duidelijker is dit te zien onder een fosforlamp, waarbij het profespapier oplicht.

Maar in 1974 werd voor de herdruk van de 2 cent, de 4 cent en de 5 cent, een geheel andere papiersoort gebruikt, waarin ‘witmaker’ was verwerkt, violino papier. En dat gaf de verwarring. In 1962 was een serie van drie postzegels verschenen van 4 cent, 8 cent en 12 cent, gedrukt op fluorescerend papier ten behoeve van een proef in Gouda met een opzet/stempelmachine. Deze machine kon aan de hand van het fluor in de zegel deze ‘ontdekken’ en stempelen.

Waren de Courzegels op hetzelfde papier gedrukt? Nee. Dit is ook onderzocht door het Vezelinstituut van TNO. De golflengte van de witmaker in de zogenoemde coating van het papier gebruikt voor de Courzegels was heel anders dan dat van de fluorzegels. In een verklaring gaf de toenmalige PTT aan, dat de fluortoevoeging aan de coating van het postzegelpapier niet gedaan is om postale redenen voor de detectie van de postzegel, maar alleen om de witheid van het papier op te voeren.

Hetzelfde papier is gebruikt voor de drie Courzegels die in 1977 verschenen: 40, 45 en 50 cent, dus ook violino papier.

Wat verwacht u van de Speciale Catalogus van de NVPH? Dat de cataloguscommissie alle papiersoorten opneemt die gebruikt zijn voor de postzegels? Voor de Courzegels van 2 cent, 4 cent en 5 cent dus drie soorten, voor de 3 cent 2 soorten en de waarden van 40, 45 en 50 cent één soort.

En de andere zegels van de serie Courzegels? De 6 en 7 cent met afbeelding Vredespaleis zijn alleen gedrukt op plaatdrukpapier. Voor de 6 cent werd eerst wel opdracht gegeven tot een herdruk op violino papier, maar deze opdracht werd ingetrokken.

Het gebruik van plaatdrukpapier geldt ook voor de serie Courzegels met afbeelding van H.M. Koningin Juliana van 6 cent tot en met 1 gulden. Nu kunt u zelf desgewenst de catalogus aanvullen! Maar dan wel met de juiste papiersoorten erbij en géén fluor zoals in de advertentie van toen.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Nederland



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (Breng als eerste je stem uit.)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Tags bij dit artikel

Reacties (11) Schrijf een reactie

  • Rein op 20 november 2008 om 12:57

    @Cees

    Jij weet primna wat ik in die periode heb geschreven en hoe ik er over denk!

    Fluorescentie is flourescentie en geen monopolie-woord van een posterij!

    De sinds 1961 gebruikte wit fluorescerende papiersoorten [Gelders Machine Coated en Violino] vormen een duidelijke andere papiersoort dan voor 1961 en verdienen een plek in een zich zelef respecterende catalogus. Er is niets mis met die benaming en daar hebben we ook geen onderzoek van TNO voor nodig. Nederland kent een groot aantal zegels op wit fluorescerend papier [de Kinderzegels van 1961 waren de eerste] en slechts 3 zegels op geel fluorescerend [Gouda 4, 8 en12c].

    Het monopoliseren van de kreet ‘fluor’ door de PTT is volkomen onterecht en het is een goede zaak om dat van de daken te schreeuwen! Witmakers geven witte fluorescentie! Daar doet geen PTT/TPG of TNT iets aan, dat is strict natuurkundig zo bepaald!

    Dat de NVPH de Cour zegels niet wil opnemen komt door de aanwezigheid van de grootste voorraad van die zegels in handen van handelaar Auke de Vries – duidelijk kinnesinne binnen de NVPH die bijna geleid heeft tot de royement van Auke omdat die zich het gedrag van het NVPH-bestuur niet liet welgevallen.

    Je eindconclusie van je verhaal slaat werkelijk nergens op. Cees, je zou beter moeten weten!

  • JHA op 20 november 2008 om 15:47

    @Rein
    Ach Rein, je hebt er pas in 1979 voor het eerst een uitgebreid verhaal in Philatelie over geschreven. Ook had Auke toen een pagina grote advertentie in Philatelie.
    We zullen nu ook maar het onderscheid bij de Juliana en Profil zegels ook maar laten vervallen.
    Wat heeft het nu voor zin om een Speciale Catalogus uit te geven?
    Tandingen, watermerken, druktechnieken, inktsoorten, plaatnummers, stempels enz. enz.
    Absoluut zinloos om dat allemaal te onderscheiden.

  • Rein op 20 november 2008 om 16:44

    @jaap

    Toen rond 1980 waren de NVPH en de NBFV nog enigszins sparring partners voor PTT en moest er wel naar elkaars mond gepraat worden… Ik kreeg toen ook echt van PTT te horen dat ze volledig achter het standpunt van de NVPH stonden en dat wat Auke te berde bracht, je reinste onzin was….

    Waarom rakelt Cees dit pre-historisch standpunt weer op???

    Ja, ja zo hou je het volk dom! Do in Rome as the Romans do! Ofwel Roomscher dan de Paus; Ook wel: gekke jongens die Romeinen….

  • Rein op 21 november 2008 om 15:32

    @Jaap

    Pak een beetje niveau landencatalogus: Stanley Gibbons voor het Verenigd Koninkrijk of Michel voor Duitsland, dan zie je wat voor informatie aan de verzamelaar wordt doorgegeven.

    Nederland loopt 40-50 jaar achter – de laatste grondige aanpassing en uitbreiding van de S.C. werd in de jaren ’70 gedaan op aansporing van het Bonds Documentatie Centrum [de 3-Jannen: Dekker, Giphart en van Hal]; daarna is men blijven stilstaan en heeft men ad hoc / lukraak beslissingen genomen, de ene nog mallotiger dan de ander zodat de verzamelaar van de zegels van Nederland van de laatste 40 jaar gespeend blijven van deugdelijke informatie. De overige “spelers” in de georganiseerde filatelie voelen zich prima thuis in deze status quo. Dit werkt door op alle fronten – collecties van modern Nedelrand die tentoongesteld worden kunnen niet goed gejureerd worden omdat de jury niet kundig is en ook niet verder kijkt wil kijken dan haar neus lang is [lees de S.C.].

    Semi-retorische vragen stellen over wat erin de S.C. zou moeten worden opgenomen is vragen om handhaving van de status quo…..

  • toon op 24 november 2008 om 10:05

    Volgens mij hebben ze zo maar het papier genomen wat op dat moment voorhanden was of waarvan weer eens wat moest worden opgeruimd. Het was immers toch maar voor een “beperkte” oplage voor het Vredespaleis. En voor albumbladen-makers zijn die gegevens toch niet interessant.
    @Cees, toch een aardig stukje onderzoekwerk!

  • JHA op 24 november 2008 om 10:11

    Dan hier, voor de goede orde, de oplagen per zegel:

    1971
    2 cent 87.000 stuks
    3 cent 182.200 stuks

    1974
    2 cent 79.000 stukst
    4 cent 71.200 stukst
    5 cent 74.200 stuks

    Deze informatie is nog maar sedert 1977 (of eerder) bekend.

  • Rein op 24 november 2008 om 11:11

    @Toon

    Niks geen research! Alles was al gepubliceerd door Dick Hille Ris Lambers en ondergetekende!

    Niet zo maar wat papier maar papier dat op dat moment gangbaar was en voldeed aan de eisen die – ook door PTT – gesteld waren aan de kwaliteit.

    Los daarvan ging het hoogstwaarschijnlijk niet om zegels die het Cour zelf nodig had – voor frankering zulke lage nominale waarden?? – maar om de vraag uit de postzegelhandel cq pakjesmakers die verlegen zaten om veel zegels tegen weinig geld. Niet alleen Nedelrandse zegels maar ook centen-zegels van Overzee werd toen bijgedrukt.

    Als Cees eens in de archieven van PTT duikt om dat uit te zoeken – vanwaar de opdrachten??? – dan praten we pas over “onderzoekwerk”!

  • Rein op 24 november 2008 om 11:16

    @Toon

    “En voor albumbladen-makers zijn die gegevens toch niet interessant. ”

    Sinds wanneer wordt de filatelie geregeerd door album-makers????

    En laten pur-sang filatelisten zich dat welgevallen???

    Dan zijn ze geen knip voor hun neus waard!

  • JHA op 24 november 2008 om 11:37

    De oplage gegevens staan vermeld op een door Schaubeck vervaardigd voordruk-albumblad.

  • paulv op 13 september 2012 om 23:48

    Nu in de nieuwe editie 2013 van de NVPH-catalogus vermeld: “Een uitsplitsing naar papiersoorten bij de dienstzegels D27-D30”, ook bekend als Cour-zegels.
    Hulde
    (bron website nvph, de beschrijvende tekst bij de uitgave van de nieuwste editie van de/dé catalogus)

  • Reintejdevos op 15 september 2012 om 11:49

    Paul,

    ruim 40 jaar later en ruim 25 jaar na de eerste publicaties gaat de NVPH overstag!

    Je zou haast denken dat Auke de Vries verleden tijd is! Wie zei ook weer “over my dead body” …..

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)