
In het eerste deel van deze reeks stond de rijkdom van de zeventiende-eeuwse beeldtaal centraal: schilderijen waarin bijbelse, mythologische en allegorische thema’s via symbolen en attributen tot leven kwamen op postzegelformaat. In dit tweede en laatste deel verschuift de aandacht naar andere kernmotieven van de Nederlandse schilderkunst uit de Gouden Eeuw, zoals het alledaagse leven, de verstilde natuur, het weidse landschap, de stad en het verhalende schilderij.
Gerelateerde artikelen
Ogenschijnlijk gewone taferelen
Opnieuw fungeren postzegels als vensters op grote meesterwerken. De hier besproken schilderijen tonen hoe kunstenaars als Metsu, Coorte, Ruisdael, Saenredam en Rembrandt betekenis gaven aan ziekte en zorg, vergankelijkheid, licht en ruimte, stedelijke orde en mythologische verbeelding. Wat deze werken verbindt, is hun aandacht voor observatie en compositie, en het vermogen om morele, religieuze en menselijke waarden zichtbaar te maken in ogenschijnlijk gewone taferelen.
Samen vormen deze vijf schilderijen niet alleen de voortzetting van het postzegelvel, maar ook een thematische afronding van de serie: van intimiteit en stilte tot grootsheid en drama, telkens teruggebracht tot het kleine maar krachtige formaat van de postzegel.
Zomerexpositie Rijksmuseum en het postzegelvel
In de periode juni–september 1999 organiseerde het Rijksmuseum een overzichtstentoonstelling van Nederlandse stillevens. Schilderijen van onder anderen Adriaan Coorte en Carel Fabritius fungeerden daarbij als publiekstrekkers. Ter gelegenheid van deze zomerexpositie werd een speciaal postzegelvel uitgegeven, waarop van ieder schilderij een groot en herkenbaar deel van het oorspronkelijke werk is afgebeeld. Dit blog bespreekt het laatste deel van dat postzegelvel.

6) Gabriël Metsu (1629–1667) – Het zieke kind
(33,2 × 27,2 cm) – persoonsweergave
Dit schilderij toont een intiem tafereel uit het alledaagse leven van een gewone Nederlandse burgerfamilie. Een moeder zit met haar zieke, lusteloos voor zich uit starende kind op schoot, geplaatst tegen een belichte muur. Op een kastje staat een papkom; aan de wand hangen een landkaart en een schilderij in een ebbenhouten lijst.
De compositie is zorgvuldig opgebouwd. Twee denkbeeldige diagonale lijnen – van linksboven naar rechtsonder en van rechtsboven naar linksonder – kunnen door beide figuren worden aangewezen. Hun kruising ligt iets rechtsonder het midden van het schilderij en zorgt, in combinatie met de wanddecoratie, voor een evenwichtige rust en overzichtelijkheid.
Door de belichting ontstaan duidelijke contrasten tussen lichte achtergrond en donkere schaduwpartijen in kleding en lichaamsdelen. Dit spel van licht en donker (clair-obscur) verleent het huiselijke tafereel diepte, intimiteit en een voelbare atmosfeer van zorg en stilte.

7) Adriaan Coorte (1665–1707) – Kruisbessen
(29,5 × 23 cm) – details uit de natuur
De laat-zeventiende-eeuwse stillevenschilder Adriaan Coorte werd lange tijd ondergewaardeerd en pas ruim twee eeuwen later herontdekt, mede door de geïsoleerde ligging van zijn woonplaats Middelburg.
Het schilderij toont een eenvoudig takje kruisbessen met enkele bladeren, liggend op een massieve horizontale stenen tafel tegen een donkere achtergrond. De compositie is asymmetrisch en opgebouwd als een driehoek. Op de dikte van de tafel staat de naam van de schilder met het jaartal 1701, omlijst door een sierlijke S-vormige krul.
Het sobere kleurgebruik wordt van linksboven helder belicht. Door subtiele lichteffecten in de nerfstructuur, de getande bladranden en de door ongedierte aangetaste bladeren treden de vormen ruimtelijk naar voren. De korte duur van het plezier van rijpe kruisbessen contrasteert met hun geschilderde, duurzame vorm. Het werk verwijst daarmee naar het vergankelijke karakter van aardse schoonheid en het verlangen om het voorbijgaande vast te houden.

8) Jacob Isaacksz van Ruisdael (1628/29–1682) – Gezicht op Haarlem met bleekvelden
(62,2 × 55,2 cm) – landschapsweergave
Een overweldigend hoge wolkenlucht domineert dit landschap en zorgt voor een afwisselend spel van licht en schaduw. Vanaf een hoge duintop bij Overveen gezien ligt aan de horizon, badend in zonlicht, de Sint-Bavokerk van Haarlem.
Op de voorgrond worden op een duinmeertje en op de door bomen omzoomde bleekvelden linnen doeken uitgespreid. Deze werden gebleekt bij de wasserijen van Overveen. Rechtsonder slingert een duinpad het landschap in. Het gebruik van clair-obscur geeft het geheel niet alleen diepte en ruimte, maar ook een krachtige sfeer. Vogels die tegen de dreigende wolkenlucht afsteken versterken het gevoel van tastbare ruimte.
Nederlandse landschapsschilders verlaagden in de zeventiende eeuw vaak de horizon om meer aandacht aan de lucht te kunnen geven. Ruisdael suggereert oneindige ruimte door kleurperspectief: naar de verte toe neemt de intensiteit van de kleuren af door de invloed van waterdamp. Het witte linnen werd in zijn tijd symbolisch geassocieerd met zuiverheid en deugdzaamheid – alleen wie een bescheiden en kuis leven leidde, zou worden opgenomen in de hemel. Zo wordt een eenvoudig stadsgezicht drager van een morele boodschap.

9) Pieter Jansz Saenredam (1597–1665) – Mariaplaats in Utrecht
(110,5 × 139 cm) – stadsweergave
Saenredam, sterk geïnteresseerd in architectuur, baseerde dit schilderij op een tekening uit 1636. Met behulp van centraal perspectief en een laag verdwijnpunt – linksonder bij de Domtoren – versterkt hij de dieptewerking van het geheel.
Rechts op de voorgrond staat de Romaanse Mariakerk, die in de achttiende eeuw volledig werd gesloopt. Naast de Dom is ook de Buurkerk te herkennen. De mensen op het plein zijn bewust klein weergegeven, waardoor de monumentale architectuur domineert. Het schilderij is uitgevoerd in twee zacht op elkaar afgestemde pasteltinten van geel en blauw, wat bijdraagt aan de serene en ordelijke uitstraling.
De Mariaplaats is tot op heden een centrale plek in Utrecht, bekend door de Universiteit, het Conservatorium en de restanten van de elfde-eeuwse Mariakerk, waaronder de Pandhof Sinte Marie.

10) Rembrandt Harmensz van Rijn (1606–1669) – Danaë
(70,5 × 61,5 cm) – verhalend schilderij
Op een groot bed ligt een naakte vrouw, badend in een intens, goudachtig licht, in een verder donker slaapvertrek. Haar huid steekt teer af tegen de witte lakens. De spanning in het schilderij wordt opgebouwd door de opgerichte hand van Danaë, die zowel haar ogen beschermt tegen het felle licht als haar naderende minnaar verwelkomt. Haar blik en die van een tweede vrouw, gedeeltelijk verscholen achter een gordijn, zijn gericht op dezelfde richting.
Rembrandt plaatst een mythologisch onderwerp in een eigentijdse, realistische setting. Het verhaal vertelt hoe koning Akrisios zijn dochter Danaë opsloot nadat een orakel voorspelde dat haar zoon hem zou doden. Zeus wist haar te bereiken in de vorm van een gouden regen, zichtbaar gemaakt door het onwereldse licht dat over haar lichaam strijkt. Rechtsboven symboliseert een geboeide en huilende Cupido de opgelegde kuisheid.
Rembrandts vrouw Saskia stond model voor Danaë. Met dit schilderij is zij voor de vierde keer afgebeeld op een Nederlandse postzegel.

Met dit laatste deel komt de serie tot een afgerond geheel: tien meesterwerken uit de zeventiende eeuw, teruggebracht tot postzegelformaat, maar rijk aan betekenis, vakmanschap en tijdloze zeggingskracht.



Reacties (0)
Schrijf een reactie
(registratie is niet nodig)