Klassieke Britse stoomlocomotieven - Postzegelblog

Klassieke Britse stoomlocomotieven

1

Royal Mail gaf op 13 januari 2004 een serie van zes postzegels uit in een blokje en in vellen. Het ontwerp van de postzegels werd verzorgd door Roundel met gebruikmaking van foto’s genomen door John Wildgoose. De zes locomotieven zijn gefotografeerd op spoorweglocaties die veelal door vrijwilligers in stand worden gehouden, meestal in de jaren ’60 opgeheven spoorwegtrajecten.

In Groot-Brittannië zijn heel veel particuliere spoorwegmaatschappijtjes te vinden die zijn ontstaan na de grote sanering van de Britse Spoorwegen door Dr. Richard Beeching, begin jaren ’60. Als gevolg van zijn rapport, de Reshaping of British Railways werd bijna 10.000 kilometer aan spoorlijnen ontmanteld die volgens dat rapport onrendabel waren. Meer dan 2.000, vooral landelijke spoorwegstations werden gesloten en ongeveer 70.000 spoorwegmedewerkers verloren hun baan. Omdat goederenvervoer steeds meer door vrachtwagens werd overgenomen werden 650.000 goederenwagons gesloopt. De in onderhoud en gebruik dure stoomlocomotieven werden bij honderden tegelijk afgeschreven en vervangen door goedkopere diesellocomotieven. In de tweede helft van de jaren ’60 werd nog eens 7.600 kilometer aan spoorweglijnen opgeheven. 16.000 stoomlocomotieven waren verkocht aan schroothandelaren. Reden voor enthousiaste spoorwegliefhebbers om tot reddingsacties over te gaan.

Een van de schroothandelaren was Dai Woodham die zijn schroot verwerkte op een verlaten spoorwegemplacement op Barry Island in Zuid-Wales. Waren andere schrootverwerkers al lang bezig met het ontmantelen van de stoomlocomotieven, zo niet op Barry Scrapyard van Woodham Brothers. Hier stonden 297 afgedankte stoomlocomotieven. Toen steeds meer particuliere spoorwegmaatschappijen en verenigingen op dat gebied werden opgericht, kwam men tot overeenkomsten met Woodham om locomotieven te redden van de sloop. Van de 297 locomotieven werden uiteindelijk 213 exemplaren doorverkocht en overgebracht naar alle delen van het land om ze te restaureren.

Een overzichtsfoto genomen in januari 1968 met een deel van de afgedankte stoomlocomotieven op Barry Scrapyard. De meeste locomotieven stonden er al enkele jaren en de weersinvloeden zijn duidelijk te zien. Ook vandalisme vond plaats en vele onderdelen werden door verzamelaars van de locomotieven gesloopt, voordat ze konden worden overgedragen aan de verenigingen en maatschappijen voor restauratie. Tijdens een vakantie in Zuid-Wales hebben we Barry Island bezocht en zagen nog slechts één eenzame locomotief. Nu is niets meer te zien van het emplacement en alle locomotieven zijn verdwenen.

Op bovenstaande kaart van Groot-Brittannië zijn zes locaties aangegeven waar particuliere spoorwegmaatschappijen en verenigingen zijn gevestigd. Een in Wales, een in Schotland en vier in Engeland.

De op de postzegel van 20p afgebeelde locomotief heeft nooit op spoorlijnen gereden van de Britse Spoorwegen. De locomotief is in 1866 gebouwd door Fletcher Jennings voor het vervoer van leisteen uit de ‘Bryn Eglwys’ groeven in Midden-Wales naar Tywyn aan de kust. De smalspoor locomotief heeft de naam ‘Dolgoch’ en is een type 0-4-0WT. Dit betekent, dat de locomotief alleen vier aandrijfwielen heeft en een zogenoemde weltank voor het benodigde water voor de stoomketel.

De leisteenmijn werd in 1951 gesloten maar de spoorlijn en het materieel alsmede twee stoomlocomotieven werden overgenomen door de Talylynn Railway Preservation Society. Overigens is heeft de andere locomotief ook een naam, ‘Talyllyn’, en is van het type 0-4-2ST ofwel vier aandrijfwielen, een kolenbunker met twee wielen achter en een zadeltank waarbij het water voor de stoom over de bovenkant van de stoomketel is aangebracht. De aanduiding 0-4-0T op de postzegel is dus niet volledig.

De Caledonian Spoorweg Maatschappij had 92 locomotieven van het type CR 439 0-4-4T, dus met watertanks aan de zijkanten van de locomotief, vier aandrijfwielen en vier wielen onder de vaste kolentender. Ze werden gebouwd tussen 1900 en 1925. Bij de opheffing van de Caledonian Railway werden 74 locomotieven overgenomen door de Britse Spoorwegen.

Een locomotief heeft de sloopwoede overleefd, CR 419 gebouwd in januari 1908, overgedragen in 1923 aan de London, Midland & Scottish Railway en daarna in 1948 omgenummerd door British Rail tot nummer 55189. De locomotief werd in december 1962 uit de dienst genomen en is nu eigendom van de ‘Scottish Railway Preservation Society’ die de particuliere spoorlijn ‘Bo’ness and Kinneil Railway’ exploiteert.

De ‘Great Central Railway’ is de enige toeristische dubbelsporige spoorlijn waar stoomlocomotieven net zoals vroeger elkaar konden passeren. De originele spoorwegmaatschappij met dezelfde naam werd opgericht in februari 1898. Maar in 1923 werden alle toen bestaande spoorwegmaatschappijen ondergebracht in vier grote maatschappijen. De Great Central ging op in de London & North Eastern Railway, ofwel de LNER. Op de postzegel is een type 8K van de GCR afgebeeld. Deze locomotief, met wielarrangement 2-8-0 werd gebouwd in 1912, overgedragen aan British Rail met nummer 63601 en uit de dienst genomen in 1963.

De ‘Severn Valley Railway’ hebben we tijdens onze vakanties verschillende keren bezocht en hebben ritten gemaakt met de stoomtrein van Bridgnorth naar Kidderminster en omgekeerd. De toeristische spoorlijn is 27 kilometer lang. De ‘Severn Valley Railway’ werd in juli 1965 opgericht om de in 1963 door Dr. Beeching gesloten spoorlijn te behouden. Thans bezit de SVR bijna 30 stoomlocomotieven van vele verschillende maatschappijen die zijn opgeheven. Twaalf locomotieven hebben tot de Great Western Railway behoord waarvan twee exemplaren uit de zogenoemde ‘Manor’ klasse.

Op de postzegel is GWR ‘Manor’ Class 4-6-0 nummer 7802 afgebeeld. Deze locomotief had de naam ‘Bradley Manor’ en werd gebouwd in januari 1938 en werd in november 1965 uit de dienst genomen. De locomotief werd in juli 1966 verkocht aan Woodham Brothers waar ze 13 jaar en vier maanden bleef wegroesten, totdat ze als 109de locomotief werd verkocht. De locomotief kwam eind 1979 in bezit van de Severn Valley Railway waar ze werd gerestaureerd.

Een revolutionaire verschijning op het Britse spoorwegnet was de in 1946 geïntroduceerde gestroomlijnde locomotief ontworpen door Oliver Bulleid voor de Southern Railway, de SR. Het was de zogenoemde luchtgestroomlijnde Pacific type 4-6-2 ‘Country Class’. In totaal werden 110 exemplaren van dit type gebouwd voor de spoorlijnen in het zuidwesten en zuiden van Engeland. Een groot aantal van dit type locomotief werd verkocht aan Woodham Brothers en daarom zijn vele exemplaren bewaarde gebleven en gerestaureerd.

Op de postzegel is Pacific 4-6-2 ‘Blackmore Vale’ afgebeeld met het nummer 21C123. Het nummersysteem van de Southern Railway (SR) week af van de andere drie spoorwegmaatschappijen, de Great Western Railway (GWR), de London, Midland & Scottisch Railway (LMS) en de London & North Eastern Railway (LNER). In april 1948 werd de locomotief omgenummerd door British Rail in nummer 34023. De locomotief was gebouwd in februari 1948, werd eind juli 1965 uit de dienst genomen en verkocht via Longmoor aan de Bluebell Railway.

In 1948 waren de vier grote maatschappijen genationaliseerd en omgevormd tot British Rail. Nieuwe stoomloco-motieven werden nog gebouwd met als voorbeeld BR standaard type 4 oorspronkelijk ontworpen voor de LMS met wielarrangement 2-6-4T. Op de postzegel is nummer 80002 afgebeeld, in oktober 1952 gebouwd door de locomotievenfabriek in Derby. De locomotief werd op 1 maart 1967 uit de dienst genomen en als stationaire stoomketel in gebruik gesteld voor verwarmingsdoeleinden in het spoorwegdepot in Eastfield te Glasgow.

In mei 1969 werd de locomotief, die eigenlijk niet meer waard was als schroot, door British Rail verkocht aan de Keighley & Worth Valley Railway. Daar werd de locomotief gerestaureerd en in dienst gesteld op de spoorlijn van de KWVR. In totaal zijn 15 van de 155 gebouwde locomotieven van dit type gerestaureerd waarvan 14 afkomstig van Barry Scrapyard.

De zes postzegels werden naast in vellen ook gedrukt in blokjes. De kleuren op de velrand zijn gelijk aan de kleuren die de locomotieven hadden ten tijde dat ze in dienst waren van de diverse spoorwegmaatschappijen.

Natuurlijk deed een aantal particuliere spoorwegmaatschappijen en verenigingen ook mee met het uitgeven van eerstedag enveloppen voorzien van afdrukken van hun eerstedag stempel. Zoals het voorbeeld van Horsted Keynes, het hoofdstation van de Bluebell Railway met in het stempel een afbeelding van een Bulleid Pacific van de Southern Railway. Het uit 1882 daterende station werd op 28 oktober 1963 door het rapport van Dr. Beeching opgeheven maar werd door vele vrijwilligers gerestaureerd. Nu is het station het best bewaard gebleven toeristische spoorwegstation in Groot-Brittannië met een inrichting en uitstraling zoals het was in 1930.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Groot Brittannië Spoorwegen



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (4 stemmen, gemiddeld: 5,00 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Reacties (1)

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)