Luchtpostzegels van 15 en 25 gulden - Postzegelblog

Luchtpostzegels van 15 en 25 gulden

15

De luchtpostzegels met de voor die tijd toch ook zeer hoge waarde van 15 en 25 gulden werden uitgegeven op 12 november 1951. Waarom? Na de Tweede Wereldoorlog kwam het internationale luchtverkeer weer op gang en was verzending per luchtpost weer mogelijk. In 1949 werd het toegestaan om naar verschillende landen pakketten te verzenden tot 20 kilogram. Ook de luchtpostrechten gingen in dat jaar behoorlijk omhoog en daarom ontstond behoefte aan postzegels met een hogere waarde dan 2,50 gulden, 5 gulden en 10 gulden.

In 1949 werden de zegels van die waarden, met afbeelding van H.M. Koningin Wilhelmina, vervangen door de afbeelding van H.M. Koningin Juliana.

Maar omdat de luchtposttarieven berekend werden per 5 gram gewicht én omdat men soms vele postzegels moest plakken om aan het verschuldigde tarief en recht te komen, waren hogere waarden noodzakelijk. Dus moest voor zegels voor het luchtrecht een nieuw ontwerp worden gemaakt.

Als ontwerper werd Kuno Brinks gevraagd, maar zijn ontwerp werd afgekeurd. Daarna kwam Jan Bons aan de beurt, die ook een ontwerp had gemaakt op voorhand. Dit ontwerp werd goedgekeurd en overleg werd gevoerd met de drukker, Joh. Enschedé & Zonen in Haarlem. Daarbij ontstond heel wat gediscusieer over het ontwerp zelf (het scheepje was wel heel simpel getekend) en over de graveur die door Bons was gevraagd. In het Handboek Postwaarden Nederland is hier uitvoerig over geschreven.

Een nieuw ontwerp werd door Bons gemaakt waarbij het scheepje was weggelaten en nieuwe drukproeven gemaakt. Ook werd het woord LUCHTVAART vervangen door LUCHTPOST. Toch was de directeur-generaal van de PTT niet tevreden over het resultaat en werd opdracht gegeven om het ontwerp van Jan Bons helemaal opnieuw te tekenen. Dit werd gedaan door André van der Vossen, die in dienst was van de drukker. Van Dijk moest het nieuwe ontwerp graveren. En dat resultaat werd goedgekeurd.

Eindelijk konden de twee zegels van 15 en 25 gulden in productie worden genomen. Het resultaat is bij vele verzamelaars bekend. Maar lang niet iedere verzamelaar zal deze zegels in het album hebben. De oplage was slechts 69.600 series. Ongebruikt of postfris zijn de zegels zeldzamer dan gestempeld. Daarom zijn de meeste verzamelaars Nederland al blij met een gestempeld paar.

En Jan Bons? Die was niet zo gelukkig met het feit dat zijn ontwerp door een ander was herzien en ook door een ander was gegraveerd. Het was ‘zijn’ ontwerp niet meer! Door een toeval kwam zijn naam als ontwerper verkeerd gespeld in de catalogus van de NVPH terecht: Jan Brons.

Hij vond dat prima zo. Pas veel later is zijn naam juist gespeld in de catalogus terecht gekomen. En ook André van der Vossen werd aan het rijtje toegevoegd. In april 2008 werd Jan Bons 90 jaar. Ontwerpen in vrijheid, dat was zijn devies.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Nederland



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (Breng als eerste je stem uit.)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Tags bij dit artikel

Reacties (15) Schrijf een reactie

  • albert Haan op 8 januari 2009 om 08:31

    Cees, je bent de beste.
    Weer een goed filatelistisch artikel, voor mijn BLOG bibliotheek. Dank je

  • Rein op 8 januari 2009 om 09:08

    @Cees

    Een pracht politiek correct verhaal, waarbij geen woord over het deviezenbeleid van vlak na de oorlog.

    Guldenswaarden waren niet voor het publiek toegankelijk en voor filatelisten aangesloten bij de Bond slechts per enkel exemplaar.

    Dat er tarieven waren waarvoor deze zegels gebruikt konden worden, zal best wel. Er is altijd wel een stok….

    Waar deze zegels in eerste instantie voor nodig waren, was de verkoop via de Amerikaanse postzegelhandel buiten de deviezen-controle om, want met deze zegels moesten deviezen worden binnengehaald! De eerste Sperr-werte dus!!!

  • Cees Janssen op 8 januari 2009 om 11:12

    Rein, het deviezenverhaal is een verhaal apart en kan ik ook wel eens behandelen. Bovenstaand verhaal is louter als voorbeeld genomen om een ontwerptraject te laten zien en zaken die daarbij wel eens misgaan.

  • albert Haan op 8 januari 2009 om 11:13

    Het is moeilijk om aan andermans geld te komen.

  • Rein op 8 januari 2009 om 19:08

    @Cees

    als ik jou verhaal als postaal historisch wil lezen dan zou ik tot de conclusie kunnen komen dat voor de verzending van stukken per luchtpost er ook specifieke luchtpostzegels gebruikt dienen te worden. Dat waag ik ten zeerste te betwijfelen. Alle post tussen Ned. Indië en Nedelrand b.v. in de jaren na 1945 ging toch gewoon met normale frankeerzegels? En voor de oorlog was er al een 36c uitgegeven met erin 30c luchtrecht en 6c briefport. Niks apart met alleen “luchtrecht” …. Vanwaar dan de noodzaak tot “luchtpostzegels” ineens???

  • Cees Janssen op 9 januari 2009 om 07:30

    Rein, waarschijnlijk heb je dan de derde zin van dit verhaal niet gelezen: In 1949 werd het toegestaan om naar verschillende landen pakketten te verzenden tot 20 kilogram. Ook de luchtpostrechten gingen in dat jaar behoorlijk omhoog en daarom ontstond behoefte aan postzegels met een hogere waarde dan 2,50 gulden, 5 gulden en 10 gulden.
    Het ging dus echt niet om de luchtpostbrief van maximaal 20 gram, maar om pakketten!

  • Rein op 9 januari 2009 om 07:48

    @Cees

    Ging alles boven de 20gr dan met luchtpostzegels??? Althans na 1937????

    En verder, hoeveel landen hadden luchtpostzegels??? Waren die volgens internationale afspraken nodig??? Had het Verenigd Koninkrijk die??? Of Duitsland??? Of speelden zulke landen niet mee in het internationale verkeer??

    Kortom, waarom luchtpostzegels uberhaupt na 1937??? Afgezien van die mooiweer vluchten t.b.v. de verzamelaars!

  • Rein op 9 januari 2009 om 08:16

    @Cees

    De Nederlandse luchtpostzegels [Driehoek en Kraai] werden het meest verkocht EN gedrukt tijdens de bezettingsjaren toen geen sprake was van luchtpostverkeer.

    Luchtpostzegels zijn vanaf 1937 een puur filatelistisch product geweest zonder postale noodzaak…..

  • Cees Janssen op 9 januari 2009 om 10:09

    Rein, de mogelijkheid om pakketten per luchtpost te verzenden werd verruimd vanaf 1 juni 1949. Toen werd het maximaal toegelaten gewicht verhoogd van 10 naar 20 kg. Op 17 oktober 1949 werden de luchtrechten met meer dan 35% verhoogd, waardoor de behoefte aan de zegels met een hogere waarde merkbaar werd. De hoogste waarde was toen 10 gulden. Voor een postpakket van 20 kg naar Argentinië bijvoorbeeld moest per 500 gram fl. 11,90 aan luchtrecht worden voldaan. Een beetje pakket van pakweg 12 kg werd dan ook aan luchtrecht beplakt met een waarde van fl. 285,60. Hiervoor was geen plaats op de begeleidingskaarten. Verder had het hoofdbestuur van de PTT bedacht, dat het plakken van vele postzegels daarmee het gewicht van de zending omhoog ging en dat de vele postzegels ook gestempeld moesten worden, en dat kostte veel tijd…. Maar de zegels hadden geen lang leven, omdat za e al op 25 september 1957 werden ingetrokken. De luchtrechten waren toen behoorlijk gedaald. Veel zegels zijn inderdaad verkocht aan verzamelaars maar dat het een puur filatelisch product is geweest zonder postale noodzaak ben ik beslist niet met je eens! Overigens waren de driehoekzegel van 1933 en de kraai van 1938 geen luchtpostzegels, maar zegels voor ‘bijzondere vluchten’ met telkens een beperkte geldigheidstermijn na aankondiging door de PTT.

  • Rein op 9 januari 2009 om 11:43

    @Cees

    Aankondigingen van bijzondere vluchten in oorlogstijd??? In die tijd werden ze massaal gedrukt en verkocht! Puur filatelistisch dus!

    Een begeleidingskaart voor 285,60??? Te voldoen met zegels??? Hoe deden ze dat elders??? In Engeland b.v.? Waren er geen slimmere administratieve oplossingen te bedenken?

    Het zou inderdaad handiger zijn om de rubriek Luchtpost eens op te splitsen in “luchtpostzegels’ en “bijzondere vluchten”! En schone taak voor de NVPH!

    Kunnen ze ook eindelijk eens de dienstzegels op splitsen. Met de Cour zegels en de Armenwet apart….

    En wanneer komen de aangetekend postzegels, de garantiepost postzegels, de prepaid expresse postzegels en de pakketpost postzegels eens in de S.C.???

    Dat maken jij en ik niet meer mee!

  • Theo op 9 januari 2009 om 14:43

    Rein toch, Jij moet toch weten dat het NVPH wel iets anders te doen heeft dan het door jou aangehaalde splitsing van diverse zegelgroepen. Daar wordt immers al jaren aan getornd!

  • Rein op 9 januari 2009 om 16:49

    @Theo

    En jij maakt dat ook niet meer mee. Immers een versteend fossiel wordt nooit meer levend…..

  • ernst op 28 juli 2012 om 13:00

    Please pardon my english entry, but having been away from holland for 30 years my dutch, especially written is hopeless..
    I have a large envelope which was sent to New Zealand in the 1953 air race from london to christchurch. It has on it this 25 Gld stamp along with various strips and blocks of 10 each nvph 526,531,532,533,534 as well as 8 nvph LP 14 and of-course the one LP 13.It was registered in eindhoven ex Philips and sent to Philips in Wellington NZ.It also has the lond-chch airrace cancel stamped on it.
    Now question , how rare is the LP 13 on a postal piece and does having all these other stamps on it contribute to the value of this piece?

  • Reintjedevos op 28 juli 2012 om 13:07

    Ernst,

    write a mail to Lia Vieveen and ask her to write an nice article about it for this blog!

  • ernst op 28 juli 2012 om 13:25

    Where might I be able to reach her? In the mean time, you can see herehttp://images.trademe.co.nz/photoserver/tq/80/225178980.jpg

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)