Oostenrijkse krijgsgevangenen in 1947 - Postzegelblog

Oostenrijkse krijgsgevangenen in 1947

2

De suggestie om een serie speciale postzegels uit te geven met toeslag ten gunste van krijgsgevangenen met de Oostenrijkse nationaliteit werd ingediend door het Oostenrijkse parlement. Tijdens de begrotingsbesprekingen voor het jaar 1947 die plaatsvonden in november en december 1946 had de plenaire vergadering van de Nationale Raad de overeenkomstige ontwerpresolutie aangenomen. Het werd een serie postzegels die indringend vanuit de beleving van Oostenrijkse krijgsgevangenen is ontstaan en in beeld gebracht door ontwerper Sepp Jahn.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werden 11 miljoen soldaten aan Duitse en Oostenrijkse zijde door de geallieerden gevangen genomen en naar 20 landen in detentie gestuurd. De krijgsgevangenschap kon vanaf het begin van de oorlog tot de eerste weken van 1956 duren, totdat de laatste krijgsgevangenen terug naar huis konden keren uit de Sovjet-Unie. Alle krijgsgevangenen van de westerse geallieerden waren al in 1948 vrijgelaten. In totaal werden ongeveer 3,2 miljoen soldaten van de Duitse Wehrmacht in Sovjetgevangenschap genomen, waarvan 1,1 miljoen stierven in de kampen van honger, uitputting of ziekte. Een op de drie gevangenen in Rusland stierf. Van de eerste soldaten die in 1941 en 1942 werden gevangen genomen, overleefde slechts één op de tien. De situatie was bijzonder gruwelijk in Stalingrad, waar veel soldaten van Oostenrijkse afkomst waren ingezet. Van de 91.000 uitgeputte, uitgehongerde en gewonde soldaten die zich overgaven aan het Rode Leger, keerden er waarschijnlijk niet meer dan 6.000 terug. De Russische uitdrukking ‘skoro domoj’, wat ‘spoedig naar huis’ betekende, bleek maar voor enkele soldaten van toepassing.

Op de postzegel van 8 Groschen is het hoofd van een krijgsgevangene afgebeeld achter prikkeldraad. De ondoordringbare barrière die hem scheidt van de buiten-wereld. Zijn gefronste gezicht, en dat van zijn metgezellen, toont de tragedie van de scheiding van vaderland en familie. Het onvervulbare verlangen om naar huis terug te keren, de zorg voor het lot van de familieleden.

De enige mogelijkheid om contact te hebben met familieleden was per post. Op de postzegel van 12 Groschen reikt een hand een kaart naar de achter prikkeldraad opgesloten gevangenen. Het is een symbolische handreiking want het was alleen mogelijk om elke vier weken een briefkaart van het Rode Kruis te schrijven of te ontvangen. Daarop mochten maximaal 25 woorden worden geschreven. Pakketten mochten pas vanaf 1949 worden toegezonden naar de krijgsgevangenkampen. Maar voor degenen die in 1949 als oorlogsmisdadigers waren veroordeeld tot maximaal 25 jaar gevangenschap, bestond deze mogelijkheid gedurende het eerste jaar niet om pakketten van hun familieleden te ontvangen.

Op deze postzegel komt een opvallende plaatfout voor. In plaats van twee punten als umlaut boven de letter O van Österreich is slechts één punt geplaatst.

De afbeelding op de postzegel van 18 Groschen symboliseert het verdriet van het vaderland. Een vrouw gewikkeld in een donkere doek staat voor een prikkeldraad versperring, waarachter een groep krijgsgevangenen met vragende gezichten, bezorgd over het lot van hun verre familieleden, naar voren komt.

De postzegel van 35 Groschen toont de terugkeer naar de familiekring. Tevredenheid en geluk zijn op het gezicht van de man te zien die na de lange scheiding eindelijk weer zijn vrouw en kind omarmt. Op de achtergrond blijft de hele tragedie zichtbaar van zijn gevangenschap, aangegeven door een groep krijgsgevangen-en en het prikkeldraad. Hij en zijn gezin zijn door de oorlog en het latere krijgsgevangenschap voor het leven getekend.

De gezichtsuitdrukking van de terugkeerde krijgsgevangene op de postzegel van 60 Groschen is timide. Zijn gezicht toont nog duidelijk de kenmerken van honger en uitputting. De spanning en innerlijke onzekerheid als gevolg van jaren van scheiding en de bijbehorende vervreemding zijn nog niet verwerkt. Op de achtergrond wenken de handen van arbeiders, gereed om hem te verwelkomen in hun arbeidersgemeenschap, om te helpen bij de wederopbouw van het zwaar getroffen thuisland.

De naar huis teruggekeerde krijgsgevangene heeft zich weten te herstellen en is aan de wederopbouw van zijn thuisland Oostenrijk begonnen. Voor de afbeelding op de postzegel van 1 Schilling diende de zaaier als model die voorkomt op de munt van 1 Schilling en voor het eerst in 1946 werd geslagen in aluminium. Het ontwerp van de zaaier op de munt is vervaardigd door Michael Powolny die op zijn beurt de afbeelding op een schilderij uit 1921 van Albin Egger-Lienz gebruikte met de titel ‘De zaaier en de duivel’.

De zaaier die de zaden over de akker verstrooit voor het dagelijkse brood van het vaderland. De zaaier die een gelukkige toekomst verwacht van het vaderland. Door meer landen is de zaaier als symbool op postzegels en munten weergegeven. Ontwerper en kunstschilder Sepp Jahn werd in Wenen geboren op 10 februari 1907 in Krems an der Donau in Neder-Oostenrijk. Van 1938 tot 1940 werkte hij als leraar aan de kunstacademie in Kaunas in Litouwen en van 1940 tot 1945 namens het Legermuseum Wenen als oorlogsschilder op verschillende fronten. De verschrikkingen van die dagen vergezelden hem zijn hele leven. Hij overleed op 7 april 2003 in Wenen.  De eerste vijf postzegels, de waarden van 8 Groschen tot en met 60 Groschen, werden uitgegeven op 30 augustus 1947. Op 9 september 1947 werd de zegel van 1 Schilling verkrijgbaar gesteld. De oplage van de serie bedroeg 1½ miljoen stuks en werd bijna geheel verkocht. Omdat de serie op 9 december 1947 de geldigheid voor de frankering verloor, zijn ze slechts weinig op poststukken gebruikt. De postzegels werden vanwege hun beladenheid door weinigen gewaardeerd.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Oostenrijk Schilderkunst Tweede wereldoorlog



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (5 stemmen, gemiddeld: 4,60 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Reacties (2) Schrijf een reactie

  • willem hogendoorn op 26 februari 2021 om 09:32

    De gezichten van de gevangenen geven inderdaad hun gemoedstoestand weer.

  • Jos van den Bosch op 26 februari 2021 om 10:00

    “Alle krijgsgevangenen van de westerse geallieerden waren al in 1948 vrijgelaten”, klopt niet helemaal. Ik had een aangetrouwde oom, Duitser van geboorte, die tijdens de oorlog troch het ‘Heer’ in draaide. Hij ontsnapte pas in 1949 uit Franse gevangenschap, overigens met hulp van de Nederlandse ambassade. Hij zou er nog veel langer vast gezeten hebben als hij niet zelf de benen genomen had.

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)