Luitenant-generaal Władysław Anders, Monte Cassino en het 2de Poolse Legerkorps - Postzegelblog

Luitenant-generaal Władysław Anders, Monte Cassino en het 2de Poolse Legerkorps

1

In 1944 werd door het 2de Poolse Legerkorps onder luitenant-generaal Władysław Anders, samen met de geallieerden gevochten tegen de Duitse bezetters in Italië. Het 2de Poolse Legerkorps behaalde enkele belangrijke overwinningen naast de Britse en Amerikaanse en andere geallieerde eenheden. De Poolse strijders hadden een aanzienlijk aandeel in de verovering van Monte Cassino in mei 1944, de stad met zeehaven Ancona aan de Adriatische Zee in juli 1944 en Bologna in april 1945.

 

Door de Poolse veldpostkantoren werden vier zegels met de tekst ‘Poczta Polowa 2 Korpusu’ ofwel ‘Veldpost 2de Legerkorps’ verkrijgbaar gesteld. De aanduiding van de frankeerwaarden was in Groszy en Złoty. De eerste veldpostzegel, van 45 Groszy, toont de ruïne van de abdij van Monte Cassino. De waarden van 55 Groszy en 1 Złoty hadden afbeeldingen van Ancona en Bologna.

De ongetande zegel is afkomstig uit een herinneringsblokje met daarop de vier gereproduceerde veldpostzegels. Gestempelde veldpostzegels kan men aantreffen met een afdruk van het stempel ‘Poszta Polowa 130’, Pools veldpost-kantoor nummer 130.

De vierde zegel laat, toen nog generaal-majoor, Władysław Anders zien. De vier zegels werden zonder gom verkrijgbaar gesteld aan militairen die deel uitmaakten van het 2de Legerkorps. Władysław Albert Anders werd op 11 augustus 1892 geboren in Krośniewice-Błonie, een dorp ten noorden van Łódź en ten westen van Warschau dat behoorde tot het toenmalige tsaristische Russische Rijk. Zijn ouders waren Baltische Duitsers afkomstig uit het huidige Estland of Letland. In 1913 trad hij in dienst van het tsaristische leger en kreeg zijn militaire opleiding in Sint Petersburg. Hij kreeg tijdens de Eerste Wereldoorlog een ernstige verwonding aan een van zijn benen toen hij in het Eerste Poolse Legerkorps meevocht. Hij werd gevangen genomen en bracht twee jaar door in een Russische gevangenis. Na zijn vrijlating werd hij stafchef van het Poolse leger en in 1925 stadscommandant van Warschau.

Władysław Anders was op 1 september 1939 tijdens de inval van Duitse troepen in Polen bevelhebber van een brigade van de cavalerie. Legers van de Sovjet-Unie vielen na de Duitse inval, op 17 september 1939 de oostzijde van Polen binnen. Tijdens de gevechten met eenheden van het oprukkende Rode Leger werd hij gewond en in krijgsgevangenschap genomen. Polen werd verdeeld tussen de Duitse bezetters en het Russische leger. Anders werd eerst overgebracht naar Lemberg, het huidige Lviv in Oekraïne. Later naar de gevangenis Loebjanka van de geheime dienst, de NKVD verantwoordelijk voor de binnenlandse veiligheid, in Moskou. Door de NKVD werden in april en mei 1940 ongeveer 4.400 krijgsgevangen gemaakte Poolse officieren in de bossen van Katyn, een dorp ten westen van Smolensk, vermoord.

In juni 1941 werd Władysław Anders vrijgelaten nadat Duitse troepen de Sovjet-Unie hadden aangevallen. Met hem ongeveer 82.000 Poolse krijgsgevangenen. Op 4 augustus 1941 werd hij tot bevelhebber van het samengestelde Poolse leger in de Sovjet-Unie benoemd. Anders werd op 11 augustus 1941 bevorderd tot generaal-majoor. Na onderhande-lingen tussen de Sovjet-Unie en de Poolse regering in ballingschap alsmede druk vanuit de Britse regering werd een overeenkomst gesloten waarbij het Poolse leger mocht vetrekken naar het westelijke front. In juli 1942 werd het leger, bestaande uit 33.000 manschappen, overgeplaatst. Dit werd de ‘evacuatie’ genoemd. Via Perzië en Irak werd het leger bestaande uit twee infanteriedivisies en een pantserbrigade overgebracht naar het Midden-Oosten. Hier kreeg het Poolse leger, dat in het begin vooral bestond uit soldaten van de 3de Karpaten-divisie, de naam ‘2de Poolse Legerkorps’. De postzegel met de marcherende infanteristen is uitgegeven naar aanleiding van de ‘evacuatie’.

In 1944 werd het 2de Poolse Legerkorps via Egypte naar Italië verscheept waar het als onafhankelijk onderdeel van het Britse Achtste Leger onder luitenant-generaal Oliver Leese werd uitgerust met lichte en zware wapens, geschut, tanks en militaire voertuigen. Het Poolse leger kwam aan land in de havensteden Trani en Barletta aan de Adriatische Zee.

Een abdij uit de zesde eeuw op een berg met de naam ‘Monte Cassino’ maakte deel uit van een grote verdedigingslinie die de Duitse legers hadden aangelegd en bezet. Dit was de zogenoemde Gustav Linie. De berg was een zeer belangrijk strategisch deel van de Gustav Linie vanwege het uitzicht op de het stadje Cassino en verre omgeving. De Linie werd dan ook verdedigd door onder andere zwaarbewapende elitesoldaten van de Eerste Duitse Luchtlandingsdivisie. De eerste aanval op de berg werd op 24 januari 1944 ingezet door Amerikaanse eenheden, maar vanwege de enorme tegenstand en opgelopen grote verliezen trokken zij zich op 11 februari 1944 terug.

Na een zwaar bombardement op 15 februari 1944 door geallieerde bommenwerpers van de 12de en 15de luchtvloot waarbij de abdij op de berg vrijwel volledig werd verwoest, werd opnieuw geprobeerd om de Duitsers uit hun stellingen op de berghellingen te verdrijven. Deze tweede aanval vond plaats direct na het bombardement een duurde tot 18 februari 1944. Maar ook deze aanval liep vast. Een nieuw bombardement op de ruïnes van de abdij en de berghellingen vond plaats op 15 maart met daarna de derde aanval bestaande uit eenheden van Amerikanen, Britten, Canadezen, Australiërs, Nieuw-Zeelanders en Indiërs. Succes bleef ook nu uit vanwege de taaie verdediging door de Duitsers.

Hierna werd het inmiddels gearriveerde 2de Poolse Legerkorps onder bevel van generaal-majoor Władysław Anders ingezet. Bij de eerste aanval op 11 en 12 mei werden door de Polen grote verliezen geleden. Maar het Britse Achtste Leger onder luitenant-generaal Oliver Leese kon door de ontstane doorgang in de Gustav Linie doorbreken via de vallei aan de voet van de berg. Een nieuwe aanval door de Polen werd voorbereid waarna de troepen, gesteund door Franse hulptroepen, op 17 mei 1944 trachtten de berg en de ruïnes te veroveren. Dit ging weer gepaard met grote verliezen aan Poolse zijde. Op 18 mei slaagde een Poolse eenheid ulanen van de 3de Karpatische Infanteriedivisie er in om door te dringen in de ruïnes van de abdij. Om 10.30 uur werd de abdij zonder tegenstand geheel ingenomen. De Duitsers hadden de dag daarvoor de ruïne al verlaten. Om 10.45 uur werd in opdracht van brigade-generaal Bolesław Bronisław Duch de Poolse vlag op de ruïnes gehesen. Een van de bekendste Poolse militaire liederen uit de Tweede Wereldoorlog is ‘De rode klaprozen op Monte Cassino’. Het werd gecomponeerd in mei 1944 aan de vooravond waarop de Poolse soldaten de berg van Monte Cassino op de Duitsers konden veroveren. Het lied, ‘Czerwone maki na Monte Cassino’, werd gecomponeerd in de nacht van 17 op 18 mei 1944 door Alfred Schütz, acteur en componist van het Poolse Soldatentheater.

Tijdens de slag om de historische Benedictijner abdij van Monte Cassino die plaats vond tussen 17 januari en 18 mei 1944 verloren 1.072 Poolse soldaten het leven. Zij werden begraven op de Poolse begraafplaats enkele honderden meters van de abdij vandaan. Het herinneringskruis van Monte Cassino, afgebeeld op de postzegel, is een medaille uitgereikt aan alle soldaten van het 2de Poolse Legerkorps die hebben gevochten in de Slag om Monte Cassino.

In mei 1946 werd op initiatief van de Britse regering een hervestigingskorps opgericht met als doel hulp te verlenen aan de Poolse militairen die hadden meegevochten om Italië van de Duitse bezetters te bevrijden. Het initiatief werd overgenomen door de ‘War Relief Services’, een agentschap van de ‘National Catholic Welfare Conference’, de Italiaanse afdeling van de ‘Amerikaanse Katholieke Hulpdienst Polen’ die in 1944 was ontstaan. Het betrof in totaal zo’n 55.000 Poolse militairen die in Italië werden gedemobiliseerd. In totaal bedroeg het aantal Poolse strijders in Europa tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog meer dan 300.000 manschappen. De militairen hadden de keus om gerepatrieerd te worden naar het inmiddels communistische Polen of naar Groot-Brittannië. Velen kozen voor het laatste en gingen naar Groot-Brittannië waarbij zij een contract tekenden om nog minstens twee jaar in het Britse leger te dienen. De meeste Polen bleven tot hun overlijden in Groot-Brittannië wonen. Maar een aantal van hen emigreerde na hun militaire diensttijd naar Canada en de Verenigde Staten.

In opdracht van het ‘Poolse Hervestigingskorps’ in Italië werd door Italiaanse postzegeldrukkerij in Rome, de ‘I.P.S. Officina Carte Valori-Roma’ een serie van negen weldadigheidszegels gedrukt die vanaf 13 februari 1946 verkrijgbaar werden gesteld in de postkantoren van Poolse gemeenschappen of nederzettingen in Italië. In de zogenoemde ‘Osiedli’. De aanzet voor deze serie was gegeven door Józef Feliks Gawlina, geestelijke verzorger en officier in de rang van veldbisschop in het Poolse Legerkorps. Ook hij ligt sinds 1964 begraven op de Poolse militaire begraafplaats van Monte Cassino. De oplage was 200.000 series. Aanvullingswaarden van 1, 3, 5 en 10 lire in gewijzigde kleuren verschenen vanaf 10 april 1946. De weldadigheidszegels kregen een waarde in Poolse munteenheid. Op de hierboven afgebeelde zegel is naast de hoogste militaire onderscheiding, het kruis ‘Virtuti Militari’ de eerste strofe van het Poolse volkslied opgenomen: ‘Polen is niet verloren, want we zijn nog steeds in leven’. Deze strofe verwijst naar de verdeling van het grondgebied van Polen tussen Rusland, Pruissen en Oostenrijk op 5 augustus 1772.

Vijf zegels in de lage waarden werden in opdracht van een particulier voorzien van een opdruk met tekst en handteke-ning van de Amerikaanse president Theodore D. Roosevelt. Met deze zegels werden vooral eerstedagenveloppen vervaardigd. Ze werden gestempeld met het dagtekeningstempel van ‘Poczta Osiedli Polskich Barletta-Trani’ met de datum 20 oktober 1946. Vele series werden echter in ongebruikte staat door de ‘Globus Stamp Company’ in New York verkocht aan handelaren en verzamelaars. Gestempeld met een leesbare afdruk van een Pools postkantoor, vooral van Trani en Barletta, zijn zeldzaam. Op de zegels van 30 en 60 centow is de ‘Zwarte Madonna van Częstochowa’ afgebeeld, de patroonheilige van Polen.

In Trani en Barletta bevonden zich Poolse nederzettingen die vooral bevolkt werden door na de overwinning uit Duits-land, Polen en Rusland gevluchte burgers, krijgsgevangenen en dwangarbeiders. De opbrengst van de weldadigheidsze-gels was bestemd voor het fonds om Poolse vluchtelingen te helpen. Van de opbrengst ging 50% naar de ‘War Relief Services’, 35% naar de Poolse nederzettingen in Trani en Barletta en 15% was bestemd voor weduwen en wezen van soldaten van het 2de Poolse Legerkorps. De zegels waren niet geldig voor de frankering van poststukken aldus een order van de Italiaanse Post van 18 maart 1946. Ondanks deze order zijn brieven bekend gefrankeerd met deze zegels en gestempeld met een poststempel van het veldpostkantoor van het 2de Poolse Legerkorps. De afdruk hieronder is van het postkantoor van de ‘Nederzetting Barletta’. Osiedle betekent nederzetting.

Tijdens de Italiaanse campagne leed het Tweede Poolse Legerkorps zware verliezen met 2.301 doden, 8.543 gewonden en 535 vermisten. Op 16 mei 1954 werd Anders bevorderd tot luitenant-generaal. De as van Władysław Anders werd na zijn overlijden in Londen op 12 mei 1970 volgens zijn wens bijgezet op de Poolse begraafplaats van Monte Cassino.

De herinnering aan de Slag om Monte Cassino werd ook levend gehouden door middel van stempelafdrukken, zoals van Birmingham, 18 mei 1969. 25ste verjaardag van de Slag om Monte Cassino.

Londen, 18 mei 1974. 30ste verjaardag van de Slag om Monte Cassino.

Londen, 19 mei 1979. 35ste verjaardag van de Slag om Monte Cassino. Regelmatig vonden in Groot-Brittannië bijeen-komsten plaats waarbij de Slag om Monte Cassino door velen werden herdacht. Niet alleen in Engeland vonden herdenkingen plaats, ook bijvoorbeeld in Canada in 1974. Daarbij werd soms een postzegeltentoonstelling aan de evenementen gekoppeld.

Postzegeltentoonstellingen georganiseerd door Poolse postzegelverzamelaars en verenigingen hebben in landen als Polen, Groot-Brittannië, Canada en de Verenigde Staten regelmatig plaatsgevonden. Meestal onder de naam ‘Polphilex’ met een jaartal. Daarbij werd heel vaak aandacht geschonken aan de Slag om Monte Cassino. Zoals in het stempel afgedrukt op boven afgebeelde envelop waarbij de inzet van Poolse legereenheden vanaf 1944 wordt genoemd. Met linksboven vermeld: Monte Cassino en een afbeelding van het herinneringskruis. Rechtsboven in de stempelafdruk is ‘Arnhem’ opgenomen, waar de 1ste Onafhankelijke Poolse Parachutistenbrigade deelnam aan Operatie Market Garden.

Totonto, Canada, 18 mei 1974 en hieronder de 30ste verjaardag van de Slag om Monte Cassino en Niles, Illinois, Verenigde Staten. 50ste verjaardag van de Slag om Monte Cassino.

Achteraf is gebleken dat het bombarderen van de abdij een blunder is geweest, omdat het gebouw niet werd gebruikt door de Duitsers als observatiepost, wat wel de mening was van de geallieerde bevelhebbers. De abdij bevond zich namelijk in de beschermde historische zone die door de Duitsers werd gerespecteerd. Bij de bombardementen kwamen 230 Italiaanse burgers om het leven die hun toevlucht in de abdij hadden gezocht. Pas daarna werden de ruïnes door Duitse parachutisten van de luchtlandingstroepen bezet en verdedigd. De wederopbouw van de abdij van Monte Cassino duurde meer dan tien jaar. Van de oorspronkelijke gebouwen zijn alleen de tussen 1899 en 1913 beschilderde crypte en de graven van de heilige Benedictus van Nursia en zijn tweelingzus, de heilige Scholastica, bewaard gebleven. De meeste Poolse soldaten, onderofficieren en officieren die deelnamen aan de Slag om Monte Cassino zijn inmiddels overleden.

In mei 2019 vonden nog wel enkele reünies plaats ter gelegenheid van de 75ste herdenkingsdag van de Slag om Monte Cassino. Daar heeft een aantal hoogbejaarde voormalige geallieerde en Duitse soldaten elkaar ontmoet. Of hier ook Poolse soldaten bij aanwezig waren is mij niet bekend. Wel aanwezig tijdens de herdenking op de militaire begraafplaats van Monte Cassino was de op 22 november 1950 in Londen geboren dochter van luitenant-generaal Władysław Anders, Anna Maria. Zij was staatssecretaris in de regering van Polen en ambassadrice in Italië en bezocht samen met de presidenten van Italië en Polen de begraafplaats. Op de prentkaart is de abdij te zien vanaf het voorplein van de Poolse begraafplaats. Wellicht was het jaar 2019 de laatste keer dat een herdenking plaatsvond met oud-militairen van een van de belangrijke keerpunten in de Tweede Wereldoorlog, de Slag om Monte Cassino.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Duitsland Estland Groot Brittannië Letland Polen Eerste Wereldoorlog Tweede wereldoorlog



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (2 stemmen, gemiddeld: 5,00 uit 5)
Laden...
PrintSchrijf een reactie

Reacties (1)

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)