
2026 is door Vogelbescherming Nederland, Sovon vogelonderzoek en de landelijke steenuilen werkgroep Stone uitgeroepen tot het jaar van de Steenuil. Doel is extra aandacht en actie voor deze kleine herkenbare uilensoort die in de afgelopen decennia flink in aantal en verspreiding is geslonken. In de eerste helft van de 20e eeuw broedde de steenuil bijna overal in Nederland met uitzondering van de Waddeneilanden. In de jaren ‘50 werd de populatie nog geschat op ongeveer 25.000 paren, recente schattingen (2018-2020) komen uit op ruwweg 8000-9500 paren. De achteruitgang hangt vooral samen met schaalvergroting en intensivering van de landbouw: de steenuil heeft kleinschalig agrarisch landschap nodig.
Gerelateerde artikelen
Steenuil
De steenuil (Athene noctua) is een kleine gedrongen uil met gele ogen en witte wenkbrauwstrepen. De steenuil is een kleine gedrongen uil van ongeveer 21 tot 27 cm lang en met een spanwijdte van ongeveer 55 cm. De bovenzijde is bruingrijs, dicht witgevlekt en -gestreept. De onderzijde is lichtgrijs met donkere brede strepen. De steenuil heeft een onduidelijke sluier en een afgeplatte, brede kop met gele ogen. In de vlucht vertoont de bovenzijde witte druppelvormige vlekken. De vleugels zijn kort en rond. De staart is kort. De vlucht is golvend als die van een specht. De steenuil is op de dwerguil na de kleinste uil in de Benelux. Het mannetje wordt ongeveer 180 gram, het vrouwtje wordt 200 gram.

Nederland (2013): Steenuil (Athene noctua).
Sterk afgenomen
In de eerste helft van de twintigste eeuw was de steenuil in ons land een algemene broedvogel, die alleen op de Waddeneilanden ontbrak. Inmiddels is zowel de verspreiding als het aantal steenuilen sterk afgenomen. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd de populatie nog op 25.000 paren geschat, terwijl de meest recente schatting (2018-2020) uitgaat van 8000 tot 9500 paren.

Deze terugloop heeft alles te maken met de intensivering van de landbouw. De steenuil is namelijk gebonden aan kleinschalig, halfopen agrarisch landschap. Daardoor komt hij tegenwoordig vooral nog voor in regio’s waar dit type cultuurlandschap nog relatief veel te vinden is, zoals in de Achterhoek, Twente, delen van Noord-Brabant en het rivierengebied. Sinds de eeuwwisseling is de terugloop in aantallen gekenterd: over de periode 1990-2024 is de trend stabiel. Recent (vanaf 2012) is er zelfs sprake van een matige toename, met een jaarlijkse populatiegroei van 0,9 procent.
Verschil zand en klei
Achter deze toename zitten wel nuances verscholen. Op de meer oostelijk gelegen zandgronden van ons land – waar de meeste steenuilen broeden – doet de steenuil het namelijk beter dan op de kleigronden. In de afgelopen twaalf jaar neemt de steenuilenpopulatie ‘op zand’ met 1,8 procent per jaar toe, terwijl de populatie ‘op klei’ in diezelfde periode met 3,6 project per jaar is afgenomen. Daarom gaan we in 2026 de verschillen tussen steenuilen op zand- en kleigrond en hun overleving nader onderzoeken.

De resultaten gaan we koppelen aan de nieuwste bevindingen van STONE’s onderzoek naar de voortplanting van steenuilen en aan een nieuw zogeheten populatiemodel dat laat zien welke factoren de ontwikkeling van de Nederlandse steenuilpopulatie beïnvloeden. Daarnaast gaat STONE verder met hun onderzoek naar het verschil in voedselbeschikbaarheid op zand- en kleigrond in Nederland. Dit alles moet leiden tot een beter inzicht in hoe de steenuil het best geholpen kan worden.
Verbeterd leefgebied
Verder werken we aan een vernieuwde Erfwijzer, met daarin de meest recente informatie over hoe je een erf zo kan inrichten dat steenuilen ervan profiteren. Ook komt er een handleiding voor projectontwikkelaars, met daarin adviezen over hoe zij kunnen omgaan met steenuilen bij ontwikkelingsplannen. Vogelbescherming gaat ook een Steenuilenfonds opzetten. Dit fonds zal gericht zijn op het ondersteunen van partijen bij het geschikter maken van hun terreinen als leefgebied voor steenuilen.

Nederland (2024): Op Safari in Nederland (Uilen. De 5 foto’s zijn van de Oehoe, de Steenuil, de Bosuil, de Kerkuil en de Ransuil.)
Gebruik van de steenuil
De uil van Athene werd meestal afgebeeld als steenuil, zoals bijvoorbeeld op oude Atheense munten uit de vijfde eeuw v.Chr.

Van 1993 tot 2002 prijkte de afbeelding van de steenuil op het laatst ontworpen bankbiljet van 100 gulden.

De Steenuil is onderdeel van de ornamentele reeks, een reeks bankbiljetten ontworpen door Jaap Drupsteen en met allen als kenmerk, de abstracte compositie. De ornamentale reeks bestaat, naast de Steenuil, uit de biljetten 10 gulden 1997 IJsvogel, 25 gulden 1989 Roodborstje, 1000 gulden 1994 Kievit. Dit is het eerste Nederlandse bankbiljet dat extra beveiligd is tegen kleur kopiëren door glanseffecten zoals folie, metallic inkt en parelglansplanchettes. De voorzijde toont een rooster van 100 cirkelvormige figuren met daaroverheen een grote cirkel en het waardecijfer ‘100’ in de kleur bruin. De keerzijde toont een rooster van 100 cirkelvormige figuren met daaroverheen en grote cirkel in de kleur bruin. Bijzonder aan dit biljet is ook het nopjesreliëf als herkenningsteken voor visueel gehandicapten.

De trippelende veldmuis en de geruisloze steenuil. Maar waar is de Steenuil eigenlijk op het biljet? Die zit verwerkt in het watermerk. Vandaar houdt hij zijn prooi in de gaten: de veldmuis. Dit kleine knaagdier treffen we in het doorzichtregister. Deze naturalistische echtheidskenmerken staan ook vereeuwigd in een gedicht – tevens echtheidskenmerk – van C. Budding uit 1968. “Wie anders dan hij houdt zo huis onder alles wat trippelt en glipt door de nacht: geruisloos aanwiekend op donszachte vleugels, met klauwen als klappende dolken.”
Bron: Vogelbescherming, Vroege Vogels, Sovon.
Meer info:

Vogelbescherming:
https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/2026-wordt-het-jaar-van-de-steenuil
Sovon: https://sovon.nl/tellen/telprojecten/jaar-van-de-steenuil
Vroege Vogels (met beeld- en geluidsfragmenten):
https://www.bnnvara.nl/vroegevogels/artikelen/dit-is-het-jaar-van-de-steenuil



Reacties (0)
Schrijf een reactie
(registratie is niet nodig)