
Museum Belvédère in Heerenveen presenteert de eerste solotentoonstelling in Nederland van het werk van de op de Faeröer Eilanden geboren Sámal Joensen-Mikines (1906-1979). De kunstenaar werkte voornamelijk op het eiland Mykines – waarnaar hij werd vernoemd – en liet zich inspireren door zijn directe omgeving: de zee, het ruige heuvellandschap, de kale hellingen en kleine vissersdorpjes. Zijn werk houdt het midden tussen impressionisme en expressionisme en concentreert zich vooral op licht en ruimte. Te zien tot en met 8 februari 2026. Verzamelt u Faeröer eilanden?
Gerelateerde artikelen
Faeröer
De Faeröer (Faeröers: Føroyar; Deens: Færøerne) zijn een eilandengroep, gelegen in de noordelijke Atlantische Oceaan in de driehoek Schotland-Noorwegen-IJsland. De archipel is een autonoom onderdeel binnen het Koninkrijk Denemarken dat niet bij de Europese Unie hoort. De naam Faeröer betekent waarschijnlijk Schapeneilanden (Deens: får betekent schaap; øer eilanden). Er wonen 54.664 mensen (1 jan.2022), van wie een kleine 40 procent in de hoofdstad Tórshavn. De plaatselijke Noord-Germaanse dialecten, verwant aan het IJslands, zijn gestandaardiseerd in het Faeröers.

Faeröer (1975): Eerste Faeröer zegels (14 waarden) op 30 januari 1975.
Geografie
De Faeröer bestaan uit achttien grote eilanden met een gezamenlijke oppervlakte van 1.393 km² en een totale kustlijn van 1.117 km. Verder zijn er 761 kleine eilanden en rotspartijen. De eilanden hebben een bergachtig landschap met fjorden en steile kliffen die uit zee oprijzen. Tussen de eilanden liggen diepe wateren met vaak sterke stromingen. De eilanden hebben een aantal meren, waarvan het Sørvágsvatn het grootste is. Het hoogste punt is de Slættaratindur op het eiland Eysturoy, met 882 m. Door het ruige landschap was het lange tijd moeilijk om de dorpen met elkaar te verbinden maar door een aantal tunnels en bruggen is dit grotendeels opgelost. Door de ruim 11 km lange Eysturoyartunnilin die in december 2020 is geopend, werd de reistijd tussen de hoofdstad Tórshavn, op het eiland Streymoy, en Strendur op het eiland Eysturoy, herleid van veertig tot zeven minuten. De Faeröer hebben door de Noord-Atlantische stroom een mild zeeklimaat.

Faeröer (2009): Origin of the Faroe Islands
De hoofdstad Tórshavn, met 19.282 inwoners (2005), ligt op het grootste eiland, Streymoy. Dit eiland is bij Oyrarbakki met een brug en sinds 2020 bij Tórshavn met een tunnel verbonden met Strendur en Runavik op het op een na grootste eiland, Eysturoy. Een andere wat grotere plaats is Klaksvík met 4664 inwoners (2005), op Borðoy. Het eiland Borðoy is met dammen verbonden met Viðoy en met Kunoy. Deze drie eilanden vormen samen met Kalsoy, Svínoy en Fugloy de Noordereilanden. Op Vágar ligt het enige vliegveld van de Faeröer, de Luchthaven Vágar. Vroeger moesten luchtreizigers die naar Tórshavn wilden, een overtocht per veerboot maken, maar sinds in 2002 de Vágartunnel werd voltooid is er een rechtstreekse wegverbinding. Het meest westelijke eiland Mykines is beroemd om zijn populatie papegaaiduikers. De hele archipel heeft overigens een rijk vogelleven (zo’n 200 verschillende soorten): de steile, rotsachtige kust maakt de nesten onbereikbaar voor vijanden.

Faeröer (2016): Westerbeek 1742
Suðuroy heet het iets afgelegen zuidelijke eiland van de archipel. In 1742 liep hier het Hollandse schip Westerbeek van de Verenigde Oostindische Compagnie, geladen met thee en specerijen, op de klippen en sloeg daarna te pletter tegen de steile westerwand van het eiland, kapseisde, waarna het zonk. Kapitein Herman Schutte was door de aanhoudende mist behoorlijk uit de koers geraakt. Toch konden 81 opvarenden gered worden en uiteindelijk na 9 maanden terugkeren naar de Nederlanden. Scheepsarts Joseph Gewording van der Schild bleef achter: hij was ondertussen met een Faeröerse getrouwd en aangesteld als lands-chirurgijn. Op 19 februari 2016 werden er in Rotterdam twee Faeröerse postzegels over de Westerbeek voorgesteld in aanwezigheid van Faeröerse nakomelingen van de Nederlandse bemanning.
Mykines
Mykines is het meest westelijke van de 18 eilanden van de Faeröer. Het maakt deel uit van de regio Sýsla Vágar en de gemeente Sørvágs kommuna. Er zijn twee bergen op het eiland: de Knúkur (560 meter) en de Árnafjall (350 meter). De naam van het eiland zou van het Keltische muc-innis afgeleid zijn, wat “varkenseiland” betekent. Dit verwijst mogelijk naar walvissen, want muc-mhara betekent “zee-zeugen” in het Gaelic. Mykines is een gezochte bestemming voor vogelliefhebbers. Er broeden grote aantallen papegaaiduikers en jan-van-genten. Die laatste komen vooral op Mykineshólmur voor, een eilandje voor de westkust van Mykines, dat met een smalle voetgangersbrug verbonden is met het hoofdeiland. Beide eilanden worden gescheiden door de 35 meter diepe kloof Hólmgjógv.

Mykines map. Bron: Wikipedia.
Het enige dorp op het eiland heeft ook de naam Mykines en ligt aan de noordwestkust. Het heeft 20 inwoners (januari 2006). In de zomer ligt het inwonertal beduidend hoger, wanneer families die oorspronkelijk van het eiland afkomstig zijn, hier hun vakantie doorbrengen. Het dorpje is pittoresk door de veelal zwart geteerde houten huizen met daken van turf. Er is een kerkje, een school en een postkantoor, maar alle voorraden moeten van de andere eilanden worden aangevoerd.

Faeröer (1978): Mykines
Veel toeristen bezoeken Mykines en komen dan vooral op de vuurtoren van Mykineshólmur af. Er is één pension, Krístianshús, waarbij ook een primitief kampeerterrein hoort. Daarnaast worden leegstaande huizen aan toeristen verhuurd.

De veerdienst van Sørvágur op Vágar naar Mykines vaart van mei tot en met oktober, als de weersomstandigheden het toelaten. Het kan voorkomen dat het eiland dagenlang onbereikbaar is. In de winter vaart de boot niet of onregelmatig. Sinds enige jaren verzorgt de Faeröerse luchtvaartmaatschappij Atlantic Airways een helikopterdienst vanaf het vliegveld op Vágar. Ook deze helikopterdienst is afhankelijk van de weersomstandigheiden en er dient voor te worden gereserveerd. Op 26 september 1970 stortte een Fokker F27 neer op het eiland. In dichte mist vloog het toestel te pletter tegen de flanken van de Knúkur, terwijl de piloot dacht aan te vliegen op Vágar. Acht inzittenden kwamen om het leven, 26 werden in een moeizame reddingsoperatie in veiligheid gebracht. Het wrak werd later door de eilanders aan de voet van de berg begraven.

Faeröer (2015): Vagar Airport
Op Mykines staat een “versteend bos”. Dit “bos” bestaat uit 55 meter hoge basaltzuilen. De legende wil dat er in een grijs verleden een bos op Mykines stond. De koning van Noorwegen wilde belasting heffen bij de eilanders omdat ze over een bos beschikten. De eilanders logen en zeiden dat er op hun eiland helemaal geen bos stond. Voor straf veranderde het bos in steen.
Sámal Joensen-Mikines (1906 – 1979)
Sámal Joensen-Mikines (1906, Mykines – 1979, Kopenhagen) was een Faeröerse expressionistische schilder. Mikines staat bekend om zijn afbeeldingen van het Faeröerse landschap en het volksleven. De relatie tussen de natuur en de mens speelt een centrale rol in zijn kunst. De dramatische en kleurrijke stijl is geïnspireerd door schilders als Edvard Munch , Eugène Delacroix en El Greco .

Faeröer (1991): FDC Sámal Joensen-Mikines Paintings
Tussen 1928 en 1934 studeerde hij aan de schilderschool van de Koninklijke Deense Academie voor Schone Kunsten in Kopenhagen. Tot zijn leraren behoorden de professoren Ejnar Nielsen en Aksel Jørgensen. Hij maakte zijn debuut als schilder op de herfsttentoonstelling van kunstenaars in 1931. Hij nam ook deel aan de voorjaarstentoonstelling van Charlottenborg in 1933. Tussen 1934 en 1938 was hij terug op de Faeröer en maakte in 1937 studiereizen naar Bergen, Oslo, Göteborg, Stockholm, Parijs en Amsterdam. Vanaf 1940 was hij lid van de kunstenaarsvereniging De Decembristen, Den Frie Udstilling.

Faeröer (1991): Sámal Joensen-Mikines Paintings
Hij was de eerste professionele, internationaal erkende schilder van de Faeröer. Zijn werken werden tentoongesteld in Tórshavn , Helsinki, Göteborg, Rome, Parijs, Oslo, Kopenhagen en Reykjavik. Vanaf 1953 was hij permanent inwoner van Kopenhagen, maar bezocht Mykines doorgaans elke zomer.

Mikines stond bekend om zijn nadruk op de dramatische kracht en beweging van het onderwerp, en om zijn sterke gebruik van kleur. Zijn expressieve en identiteitscreërende kunst had grote betekenis voor latere generaties kunstenaars op de Faeröer en in Denemarken.

Hij was de zoon van boer Johannes Frederik Joensen (overleden in 1934) en zijn vrouw Anna Katrine Abrahamsen (overleden in 1954) op Mykines. Hij werd gedoopt als Samuel Elias Frederik Joensen. In 1943 veranderde hij zijn naam formeel in Sámal Joensen-Mikines, wat de naam van het eiland overnam en overeenkwam met de Faeröerse spelling. Hij trouwde in 1944 met de Faeröerse grafisch kunstenaar Elinborg Lützen (1919-1995), maar het huwelijk werd in 1952 ontbonden. In 1954 hertrouwde hij met de Deense Karen Nielsen (1919).

Tijdens zijn leven verbleef Mykines afwisselend op de eilandengroep in de Atlantische Oceaan en in Denemarken, waar hij gold als een van de belangrijkste kunstenaars van zijn generatie. In de tentoonstelling in Museum Belvédère worden voornamelijk landschappen en zee-schilderijen getoond die raakvlakken hebben met het werk van Noord-Nederlandse landschapschilders die in de collectie van het museum zijn vertegenwoordigd. Bij de expo verschijnt een Nederlandstalige monografie. Werk van Sámal Joensen-Mikines bevindt zich in het Nationaal Museum voor Beeldende Kunsten te Kopenhagen (SMK) en alle andere grote musea in Denemarken. De grootste museale collectie werken van Mikines bevindt zich in Listasavn Føroya, het Nationaal Museum van de Faeröer Eilanden te Tórshavn.

Bron: Museum Belvédère.
Meer info:
Van 7 tot en met 10 mei 2025 bracht een delegatie van ongeveer twintig Friese vertegenwoordigers een bezoek aan de Faeröer-eilanden. Onder leiding van commissaris van de Koning Arno Brok stond de reis in het teken van het bestuderen van het succesvolle taal- en cultuurbeleid van de eilandengroep, waar zo’n 60.000 mensen de Faeröerse taal spreken. De delegatie bestond uit wethouders en vertegenwoordigers uit de Friese culturele sector, waaronder de Fryske Akademy en stichting Afûk. Directeur Han Steenbruggen vertegenwoordigde Museum Belvédère tijdens de reis: “Hoe noordelijker we kwamen hoe meer alles om ons heen vernevelde en vormen werden teruggebracht tot vage vlakken en sluiers van kleur. Nog verderop brak een bleke zon opeens de hemel open om een bundel licht over zee te strijken naar het eiland aan de overkant. Gezeefde groenen, blauwen en okers. De schilderijen van Mikines gaan hier in elk uitzicht verborgen.” Jan Ybema schreef over de reis een artikel in het Friesch Dagblad:
Sámal Joensen-Mikines – Always the Sea, Museum Belvédère, tot en met 8 februari 2026:
https://www.museumbelvedere.nl/nl/nu_te_zien/grote-zaal/

Faroe stamps: https://en.stamps.fo/
Eerdere museumblogs: https://www.postzegelblog.nl/tag/made-in-holland/



Reacties (0)
Schrijf een reactie
(registratie is niet nodig)