Mag het ietsje meer zijn - Postzegelblog

Mag het ietsje meer zijn

3

Soms komt men brieven tegen waarbij men denkt: is het tarief en recht wel juist toegepast? Zoals bij een brief die op 29 december 1927 vanuit Winschoten aangetekend was verzonden naar Stuttgart in Duitsland.

Gefrankeerd met een complete serie kinderpostzegels uit 1927, extra gefrankeerd met één cent. Om te weten of het tarief en recht correct zijn moet men beschikken over tarieflijsten uit die tijd. Ik vond de volgende gegevens:
Brieftarief tot 20 gram naar het buitenland was van 1 oktober 1925 tot en met 30 oktober 1928: 15 cent. Dat klopte dus met de kinderpostzegel van 15 cent.
Het aantekenrecht was van 1 maart 1921 tot en met 30 oktober 1928 eveneens 15 cent. Maar het totaalbedrag van de drie overige kinderpostzegels was 14½ cent. Dus een halve cent te weinig. Waarom dan 1 cent bijgeplakt en geen ½ cent?

De reden is eigenlijk heel eenvoudig: waarschijnlijk had men op het postkantoor te Winschoten geen postzegels meer in voorraad van een halve cent. Want de laatste zegel van die waarde was uitgegeven op 1 augustus 1899 in het zogenoemde type ‘Vürtheim’.

Pas op 30 januari 1928 kwam een nieuwe postzegel uit in het type ‘Vliegende duif’. Dus zag de ambtenaar geen andere oplossing dan vriendelijk te vragen aan de klant ‘of het ietsje meer mocht zijn’ en plakte hij daarop de zegel van 1 cent die wel volop voorhanden was. Bij het deelnemen aan postzegeltentoonstel-lingen is het laten zien van te hoog gefrankeerde brieven uit den boze. Maar met een goede toelichting, zoals hierboven omschreven, heel goed bruikbaar!

Maar konden de losse postzegels uit de serie kinderpostzegels wel voor bepaalde tarieven worden gebruikt? Ook dat is aan de hand van tarieflijsten te controleren.
De waarde van 2 cent (+ 2 cent) was bestemd voor drukwerken tot 20 gram binnen Nederland.

De waarde van 5 cent (+ 3 cent) was voor briefkaarten binnenland.

De postzegel van 7½ cent (+ 3½ cent) voor een brief tot 20 gram binnenland.

Tenslotte de 15 cent (+ 3 cent) voor een brief tot 20 gram naar het buitenland.
De brief met de complete serie kinderpostzegels met een bijgeplakte postzegel van één cent wordt wel ‘maakwerk’ genoemd, maar is in dit geval volkomen juist gefrankeerd.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Duitsland Kinderpostzegels



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (2 stemmen, gemiddeld: 4,00 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Reacties (3) Schrijf een reactie

  • Cees op 23 juni 2015 om 07:34

    Een andere verklaring heb ik ook wel eens gehoord. Er zou een interne PTT regeling zijn gemaakt waarbij de ambtenaar aan het loket de postzegel van één cent mocht verkopen voor een halve cent. De ontbrekende halve cent moest dan worden verantwoord op een formulier om de postzegelkas financieel weer kloppend te maken. Hierover heb ik tot nu toe niets kunnen vinden.

  • willem hogendoorn op 23 juni 2015 om 16:44

    De 1 cent diagonaal doorknippen heb ik wel eens op een zegel van onze Overzeese gebiedsdelen gezien

  • Cees op 24 juni 2015 om 08:45

    In Nederland is het gebruik van doorgeknipte postzegels als frankeermiddel nooit formeel toegestaan. Wel op Curaçao in 1918 waarbij de cijferzegels van 2 cent en 2½ cent in diagonaal doorgeknipte vorm geldig waren als postzegels van één cent, vanwege gebrek aan zegels in die waarde.

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)