De zeventiende eeuw in miniatuur – Meesterwerken op postzegels (1) - Postzegelblog

De zeventiende eeuw in miniatuur – Meesterwerken op postzegels (1)

0

Postzegels lijken klein en alledaags, maar soms dragen zij een verrassend rijke kunstgeschiedenis met zich mee. In dit eerste deel staan vijf schilderijen uit de Nederlandse 17e eeuw centraal die zijn afgebeeld op postzegels. Het gaat om werken met bijbelse, mythologische en allegorische thema’s, waarin tijdgenoten moeiteloos verborgen betekenissen herkenden via symbolen, attributen en alledaagse voorwerpen.

Schilderijen uit deze periode waren meer dan alleen een weergave van de werkelijkheid: zij fungeerden als dragers van morele boodschappen, waarschuwingen tegen ijdelheid en vergankelijkheid, en reflecties op menselijk gedrag. In dit eerste deel worden de werken ingedeeld en besproken aan de hand van hun thema’s en beeldtaal. Later deze week volgt deel 2, waarin de resterende vijf schilderijen en hun betekenis worden belicht.

Eerste 5 schilderijen uit de 17e eeuw op postzegels (1)

De afgebeelde schilderijen bezitten een achtergrondverhaal, gebaseerd op de thema’s bijbel, mythologie en allegorie. Het gebruik en toepassing van de Griekse mythologie komt voort uit een sterk ontwikkeld persoonlijkheidsgevoel van de mens. Door een activiteit, gebruiksvoorwerp, symbool of attribuut wist een 17e eeuwer meteen welke deugd, begrip (gierigheid), armoede (deugd / ondeugd) en leugen, die een persoon verbeeldde.

Beeldtaal en betekenis in de 17e eeuw
We moeten er op bedacht zijn dat een weergaven-van-een-persoon-met-een-voorwerp meer meedelen dan wij op dit moment begrijpen. De enigszins ontwikkelde 17e eeuwer kon zonder moeite de extra en/of verborgen boodschappen in schilderijen met een religieus, mythologisch of allegorisch thema meteen vatten. De verborgen boodschappen kunnen betrekking hebben op algemeen moralistische duidingen als waarschuwingen tegen ijdelheid en vergankelijkheid

De afgebeelde schilderijen zijn in een viertal groepen in te delen:
1) verhalende schilderijen
2) schilderijen met weergave van een persoonlijkheidsgevoel
3) schilderijen met landschap en stadslandschap
4) schilderijen met details uit de werkelijkheid en natuur

1) Carel Fabritius (1622 – 1654), ‘Het puttertje’ (33,6 x 22,5 cm), details uit de werkelijkheid en natuur.
Het paneel met daarop het puttertje of distelvink (zittend op een halfronde stang van het voederbakje) heeft waarschijnlijk als deurtje van een wandkastje gediend. De werkelijkheids-benadering wekt de illusie dat het kooitje met daarin het vogeltje tegen de wand van het kastje hangt.
* De realistisch benadering (trompe l’oeil / bedriegertje) is bewonderenswaardig hoog. Het net-echt-schilderen (illusie / ogenbedrog) werd in de Griekse oudheid gezien als summum van kunst.
* Fabritius (talentvolste leerling van Rembrandt) plaatst donkere objecten tegen een lichte achter-grond, die in licht baadt. Hierdoor komt het vogeltje met het voederbakje a.h.w. vòòr de wand te staan.

2) Rembrandt Harmensz van Rijn (1606 – 1669), ‘Zelfportret’ (14,3 x 94 cm), persoonsweergave met meerwaarde.
De 63-jarige Rembrandt beeldt hierbij zichzelf af met in zijn linker hand (weinig zichtbaar
aangeduid) een palet, schildersstok en penselen als een oude, door het leven getekende man.
* Hij heeft zichzelf vaak tot studie-onderwerp gekozen (waarin hij experimenteert), zelden als schilder. In de meer dan 90 zelfportretten legde hij zich vast met ‘stormen-in-zijn-leven’ met leed, ergernis, miskenning, armoede, financiële zorgen en eenzaamheid. Levenservaringen lieten diepe sporen op zijn gezicht achter. In zijn late zelfportretten geeft hij zich weer als een oude persoon met een waardige en wijze uitstraling met dun haar en een rimpelige huid.
* Met zijn visie op zichzelf toont hij steeds meer verdieping in de psychologisch weergaven. Het wordt subtieler en vrijer, terwijl zijn techniek van schilderen steeds gedurfder, doorleefd expressio-nistischer wordt. Hiermee informeert hij ons niet alleen over zijn eigen leven, maar ook over dat van de universele mens.

3) Judith Leister (1609 – 1660), ‘Zelfportret’ (72,3 x 65,3 cm), persoonsweergave.

Judith Leyster zit als een welgestelde dame uit de burgerij met een lachend gezicht (met de nodige nuances en verfijning geschilderd) op een stoel voor een ezel met daarop een schilderij van een vro-lijke vioolspeler, die schetsmatig met grote verfstreken is opgezet.
* In haar hand houdt ze een palet en een stel penselen vast, waarmee ze haar bedrevenheid laat zien. Voor grof en fijn schilderen gebruikt ze verschillende penselen. De kraag en manchetten van fijn linnen en kant zijn prachtig levensecht geschilderd. Roze en paars schemert door het wit heen. De rok heeft dikke plooien, die met wit en licht roze in de natte rode verf zijn aangebracht.
* Een opvallende karakteristiek van Leyster is de weergave van geamuseerde lachende personen. De half geopende mond, die op lachen staat, verlevendigt dit innemende portret.
* Jarenlang werd dit zelfbewuste portret aan Frans Hals toegeschreven door stijlkenmerken, maar werd naderhand toch vervangen door Leyster. Schilderende vrouwen zijn in de 17e eeuw een hoge uitzondering.

4) Hendrick Terbrugghen (1588 – 1629), ‘Heilige Sebastiaan verzorgd door Irene’ (150 x 121 cm), verhalend schilderij.
Hendrick Terbrugghen heeft als Rome-ganger de schilderstijl van de Italiaanse schilder Caravaggio aangeleerd en overgenomen. Hij paste met nadruk de licht-donker-werking (clair-obscur) van de Italiaan toe.
* Terbrugghen geeft een dramatisch moment weer van het religieus onderwerp. De heilige Irene en haar helpster halen behoedzaam twee pijlen uit het verstijfde en in elkaar gezakte lichaam van de martelaar Sebastiaan als gevolg van christenvervolgingen onder keizer Diocletianus.
* De schilder heeft het gegeven in een diagonale compositie uitgewerkt. Daarbij zijn de drie hoofden en armen dicht naast elkaar geplaatst. De martelaar plaatst hij als een groot halffiguur dominerend vooraan in het beeldvlak. De gewild dramatisch gedraaide personen, waarvan enkele delen door een lichtbron sterk worden belicht en andere delen worden onderbelicht (vallen in de schaduw), staan voor een helder oplichtende achtergrond.

5) Jan Steen (1626 -1679), ‘In weelde siet toe’ (105 x 145 cm), verhalend schilderij.
Op dit schilderij, dat ook wel met ‘Het bedorven huishouden’ wordt betiteld, is van georganiseerde chaos sprake, een typisch huishouden van Jan Steen. Hij stopt er wijze levenslessen in.
* De moeder als hoofdschuldige van alles zit links van het midden te dutten, waarmee zij het huishouden verwaarloost. Alles loopt uit handen, het gaat van kwaad tot erger.
Haar in satijn geklede oudste dochter zit in het midden van het schilderij naast een schaamteloze jonge man. Zij geeft de ‘minnaar’ een glas wijn. Al sprekende met een vrouw rechts achter hem tracht hij haar geld afhandig te maken, waarmee hij naderhand de dochter kan betalen.
* De stichtelijke woorden van de gebochelde man met een ‘kwaker’ (eend) op zijn schouder (hij is lid van de protestantse Quakers en leest uit de bijbel voor) zijn niet besteed aan het losbandige stel.
* De kinderen nemen het ervan. Een klein kind in de kinderstoel links speelt met sieraden en een lepel. Een kostbaar document is op de grond gevallen.
* Een zoontje achter de slapende moeder rookt een pijp (zoals de ouden zongen, piepen de jongen), terwijl een zusje achter hem geld steelt uit een wandkast (de gelegenheid maakt de dief).
*Allerlei dieren voeren iets in hun schild: [1] een aap (symbool van wellust) heeft de klok stilgezet, waarmee wordt aangeduid dat de tijd in dwaasheid wordt vergeten. [2] Een varken gaat linksonder er vandoor met het kraantje van het leeglopende wijnvat. Op het vat staat de naam van Steen en het jaartal 1663 van ontstaan van het schilderij.
* Op het leitje rechts op de trap staat de boodschap van dit schilderij ‘In weelde siet toe’, pas op voor rijkdom. Dat weelde tot verderf leidt, spreekt uit het hele schilderij. De personen in deze allegorische voorstelling verbeelden door hun activiteiten in combinatie met gebruiksvoorwerpen een of ander begrip als deugd, ondeugd of leugen. Onmatigheid en verspilling leidt onherroepelijk naar armoede.
* Dit schilderij verbeeldt een waarschuwing tegen een losbandig leven. De lege stokbeurs (hangt veel betekenend boven moeders hoofd) is het sleutelsymbool van alles waar de moeder op moet letten.
* Aan de zoldering hangen de benodigdheden voor de toekomst (bedelattributen) in een mand: een roede, leprozenklepper, aanmaakhoutjes, bedelkruk en muziekpapier om mee langs de deur te venten. Dit losbandige gezin staat straf, ziekte en armoede te wachten.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij PostBeeld

PrintSchrijf een reactie

Bate Hylkema schrijft vanaf 1980 artikelen over filatelie en woont in het Friese Beetsterzwaag.

Tags bij dit artikel

    Reacties (0)

    Schrijf een reactie

    (registratie is niet nodig)