National Trust voor Schotland - Postzegelblog

National Trust voor Schotland

2

Toen de aankondiging las dat op 24 juni 1981 een serie van vijf postzegels zou verschijnen gewijd aan het vijftigjarige bestaan van de ‘National Trust for Scotland’, verwachtte ik mooie zegels te zien met afbeeldingen van historische landhuizen, kastelen en natuurgebieden in beheer van deze Trust. Maar het viel mij wat tegen.

De postzegels, ontworpen door Michael Fairclough, geboren in 1940 in Blackburn, graafschap Lancashire, waren afbeeldingen van schilderijen die hij had vervaardigd. De eerste postzegel laat het meer Loch Shiel zien bij het dorp Glenfinnan met een monument aan de oever. Het dorp ligt achter een van de hellingen rechts op de afbeelding, net niet te zien. Vermoedelijk heeft Fairclough zijn schildersezel vlak bij het Glenfinnan spoorwegviaduct opgesteld en keek zo over het meer en het monument.

De fotograaf die de afbeelding maakte voor de prentkaart stond ook ongeveer op dezelfde plaats. Op de voorgrond staat een monument dat in 1815 is opgericht ter markering van de plaats waar Charles Edward Stewart, beter bekend als ‘Bonnie Prince Charlie’, op 19 augustus 1745 zijn koninklijke standaard hees, waarmee de 2de Jacobiteinse opstand een feit werd. Ontwerper van het monument was de Schotse architect James Gillespie Graham. Op de toren staat een standbeeld van ‘de onbekende Highlander in kilt’. Sinds 1938 is het monument in beheer bij de National Trust for Scotland.

Een rotsachtige punt die uitsteekt in het meer Derwentwater in het Lake District, graafschap Cumbria, is afgebeeld op de tweede postzegel. Deze punt wordt ‘Friars Crag’ genoemd, naar monniken die deze punt gebruikten om het meer over te steken voor een pelgrimstocht naar het eilandje St. Herbert gelegen in het meer. De National Trust, die al veel eerder bestond dan de Schotse Trust, kreeg Friars Crag in 1920 in beheer door een schenking van Canon Rawnsley, vicaris van Crostwhaite. De schrijver en dichter John Ruskin die hier vlak bij woonde, beschreef deze omgeving als een van de mooiste van Europa.

Friars Crag is gemakkelijk bereikbaar vanuit het stadje Keswick dat aan de noordelijke oever ligt van Derwentwater. Het is het op twee na grootste meer in het Lake District. Het meer wordt gevoed door het riviertje de Derwent. De National Trust werd opgericht in 1895 en heeft als doelstelling het behoud van ‘plaatsen van historisch belang of natuurlijke schoonheid’ in Engeland, Wales en Noord-Ierland. Het is mij dan ook niet duidelijk waarom bij de uitgifte van de postzegels voor 50 jaar National Trust for Scotland, de National Trust in Engeland, Wales en Noord-Ierland erbij betrokken is.

Stackpole Head wordt wel de Parel van Pembrokeshire genoemd. Het is een uitstekende rotspunt in het Kanaal van Bristol, aan de zuidkust van Wales. Hier is geen boom of struik te bekennen. De steile rotswanden worden gebruikt door zeevogels om op de richels nesten te bouwen.

Het gebied wordt beheerd door de National Trust. Een wandeling is uitgezet vanaf de parkeerplaats aan Stackpole Quay naar het Pembrokeshire Coast Path. Langs Barafundle Bay Beach met prachtig zandstrand  en natuurlijke grotten in de steile rotsen gaat het pad naar Stackpole Head. Hier kan men verder wandelen of terugkeren naar ‘The Boathouse Cafe’. Op de prentkaart is het haventje te zien met de kunstmatige pier bij Stackpole Quay. Het Pembrokeshire Coast Path is ongeveer 300 kilometer lang en heeft als beginpunt Cardigan (St Dogmaels, Allt y Coed Farm) en eindpunt Amroth Castle (Wiseman’s Bridge) of andersom.

Dan naar Noord-Ierland. Hier heeft ontwerper Michael Fairclough een schilderij vervaardigd met uitzicht op een deel van de Giant’s Causeway, de Honeycombe, ofwel de honingraat. De Giant’s Causeway is een rotsformatie aan de Noord-Ierse kust bestaande uit zo’n 40.000 basaltzuilen. De rotsformatie staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco. De rotsen zijn ontstaan bij een vulkaanuitbarsting, 60 miljoen jaar geleden en is een van de meest bezochte toeristische bezienswaardigheden. Het gebied is in beheer bij de National Trust.

Volgens een legende bouwde de Ierse reus Fionn mac Cumhaill een pad met steenblokken door de zee naar Schotland om met de Schotse reus Benandonner te gaan vechten. Op het moment dat Fionn in Schotland aankwam, zag hij dat Benandonner nog veel groter was dan hijzelf en hij vluchtte terug naar Ierland. Daar aangekomen, achtervolgd door de Schotse reus, vroeg Fionn aan zijn vrouw om hem als baby te vermommen. Toen Benandonner in Ierland aankwam zag hij de vrouw met de baby, waarbij hij zo schrok van de grootte van het kind, dat hij dacht dat de vader van zo’n groot kind vele malen groter en sterker moest zijn dan hijzelf en hij rende terug naar Schotland. Op zijn terugtocht vernielde Benandonner het pad. Alleen het begin in Ierland en het eind in Schotland, Fingal’s Grave op het eiland Staffa, bestaan nog altijd.

Terug naar Schotland, de eilanden van Saint Kilda. Het is een eilandengroep ongeveer 150 kilometer uit de kust van Schotland vandaan en behoort tot de Buiten-Hebriden. De groep bestaat uit de eilanden Hirta, het grootste, Soay, Dun en Boreray. Ooit was Hirta bewoond maar is nu verlaten op een radarpost na. Op 28 augustus 1930 verlieten de toen nog 36 bewoners van het eiland Saint Kilda. De eilandengroep werd in 1932 door de toenmalige eigenaar, Sir Reginald MacLeod verkocht aan een ornitholoog die er een vogelreservaat van maakte. Na zijn overlijden in 1957 liet hij de eilanden na aan de National Trust for Scotland.

Op Hirta werd in 1957 een radarbasis gebouwd die wordt bemand en onderhouden door enkele militairen en burgers. Saint Kilda is een van de belangrijkste broedplaatsen voor zeevogels in Noordwest-Europa. Hier bevindt zich de grootste kolonie zeekoeten ter wereld en de grootste kolonie papegaaiduikers in Groot-Brittannië, groter nog dan op het eiland Lundy.

Saint Kilda kent geen postkantoor of postale voorziening. Toch werd een stempel gebruikt voor de eerste dag van uitgifte van de vijf postzegels met inschrift St Kilda. En een afbeelding van een vogel, het helaas uitgestorven St Kilda winterkoninkje. Op de andere envelop een stempel voor Glenfinnan en daarin een afbeelding van de ‘Bonnie Prince Charlie’s Rose’. Maar waarom niet alle vijf de postzegels afbeeldingen hebben gekregen die betrekking hebben op de bezittingen van de National Trust for Scotland is mij niet bekend. Met een keuze uit meer dan 120 locaties als landhuizen, tuinen, kastelen en andere bezittingen. Een gemiste kans? Niet voor de uitgever van de eerstedag enveloppen die alleen de twee Schotse postzegels plakte en een vignet vervaardigde met de afbeeldingen van Glenfinnan en St Kilda. En aparte enveloppen voor de drie andere postzegels.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Groot Brittannië Burchten,Kastelen en Paleizen Paleizen Schilderkunst Vogels



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (3 stemmen, gemiddeld: 5,00 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Reacties (2) Schrijf een reactie

  • Patrick Lava op 3 december 2018 om 11:42

    Heb jij over dat Winterkoninkje dan andere of recentere informatie dan ik, Cees? Want voor zover ik weet is de Saint Kilda Wren (Troglodytes troglodytes hirtensis) helemaal niet uitgestorven en is er een heel behoorlijke, gezonde populatie op het eiland, van ruim 200 broedparen.

  • Cees op 3 december 2018 om 14:01

    @Patrick, ja, ik heb me verkeken op de reuzenalk (1840) en de St Kilda muizen! Dank voor de correctie.

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)