
H’ART Museum presenteert: Brancusi, The Birth of Modern Sculpture tot en met 18 januari 2026. Voor het eerst komt een toonaangevende collectie kunstwerken van Constantin Brancusi (1876-1957) naar Amsterdam. De kunstenaar (Roemeens-Frans beeldhouwer) wordt wereldwijd beschouwd als de grondlegger van de moderne beeldhouwkunst. De tentoonstelling is gemaakt in samenwerking met het Parijse museum Centre Pompidou. Naast meer dan 31 meesterwerken, inclusief de originele sokkels die Brancusi zelf ontwierp, worden ook foto’s en films van zijn hand getoond. Kent u zijn kunstwerken veelal in de vorm van een ei? Heeft u Brancusi zegels in uw collectie?
Gerelateerde artikelen
Constantin Brâncusi (1876-1957)
Jeugd
Brâncusi werd als boerenzoon op 19 februari 1876 geboren in Hobita Gorj, in de buurt van Târgu Jiu (Karpaten, Roemenië). Omstreeks 1930 realiseerde hij in deze plaats een monumentaal ensemble in de open lucht. Hij had een moeilijke jeugd. Zijn vader stierf toen hij nog maar negen jaar oud was, wat betekende dat het toch al arme gezin de schoolkosten van Constantin niet meer kon betalen. Op elfjarige leeftijd verliet hij het ouderlijk huis om rond te zwerven.

Hij aanvaardde de meest diverse karweien om ten slotte in Craiova aan te komen, waar hij een tijd in een herberg verbleef. Daar zette men hem aan het werk bij de vaat en andere karweien eigen aan een herberg. In 1894 ging hij in Craiova aan de slag bij een tonnenmaker, die hem hout leerde bewerken. Tezelfdertijd bezocht hij daar ook de School voor Toegepaste Kunst. Na twee jaar was hij het moe. Hij besloot zijn jeugd voort te zetten als vagebond. Door hier en daar klusjes op te knappen kwam hij aan de kost.
Kunstenaarschap
Op 18-jarige leeftijd ging hij naar de School voor Kunst en Beroepen in Craiova. Daar leerde hij houtsculpturen maken. Zijn talent en artistieke kwaliteiten werden al vlug opgemerkt. Toen hij tweeëntwintig was, kon hij zich dankzij een studiebeurs inschrijven in de School voor Schone Kunsten (Boekarest), waar hij beeldhouwkunst studeerde. Zijn diploma behaalde hij op 24 september 1902. Zijn eerste werken waren: Laöcoon, Generaal Davila, Naakt (reliëf), De ontvilde.

Op 28-jarige leeftijd stelde hij vast dat er voor hem geen toekomst was in Roemenië. Hij wilde naar Parijs, het kunstcentrum van Europa. Wegens geldgebrek reisde hij te voet. Hij arriveerde via München, Rorschach, Zürich en Bazel in 1904 in Parijs en studeerde daar vanaf 1905 aan het beeldhouwkunstatelier van Antonin Mercié aan de École des Beaux Arts. Hij leerde in 1907 de beeldhouwer August Rodin kennen, die op dat moment al bekend was in binnen- en buitenland. Rodin was onder de indruk van de gipsen en bronzen beelden die Brâncusi tentoonstelde op de 17e Salon van de Société nationale des Beaux-Arts en Brâncusi werd zijn assistent. Na één maand besliste hij echter om niet meer met Rodin samen te werken. Hij wilde bewijzen dat hij zelf een groot kunstenaar was, en dacht dat hij dat niet kon zolang hij voor Rodin werkte. (Rien ne pousse à l’ombre d’un grand arbre) In die tijd maakte Brâncusi zijn eerste werk. Niet in marmer zoals Rodin maar in steen, een voor die tijd ongebruikelijk materiaal. Hij werkte hetzelfde thema uit als Rodin, namelijk Le baiser (De kus).

In 1909 ontmoette hij Amedeo Modigliani, met wie hij bevriend raakte en die onder zijn invloed begon te beeldhouwen. Hij bezocht ook regelmatig Henri Rousseau. In 1912 reisde hij met Fernand Léger en Marcel Duchamp naar de Verenigde Staten. Hij hoopte er op een roemrijk leven, maar het Amerikaanse publiek was gechoqueerd door zijn pure vormen. In 1913 begon hij met hout te werken. Dit had voor hem als ex-tonnenmaker een emotionele waarde. In dat jaar maakte hij ook Les colonnes sans fin. Het symboliseert het laatste oordeel maar tegelijk roept het iets oneindigs op.

In 1920 werd zijn beeldhouwwerk La Princesse X op de Salon des Indépendants verwijderd wegens obsceen en phallisch. In 1925 begon zijn eerste langere verblijf in de Verenigde Staten. In 1926 vond een grote overzichtstentoonstelling van Brâncusi plaats in New York. De Amerikaanse douane beschouwde zijn L’oiseau d’or echter niet als kunstwerk en beschuldigde hem van metaalsmokkel. In 1928 begon zijn tweede verblijf in de Verenigde Staten, naar aanleiding van het juridisch geschil met de Amerikaanse douane. In 1955-56 stelde het Solomon R. Guggenheim Museum in New York 59 beeldhouwwerken, tien tekeningen en enkele gouaches tentoon. Kort voor zijn dood op 16 maart 1957 werd Brâncusi genaturaliseerd tot Fransman. Hij stierf in zijn atelier, Impasse Ronsin, Parijs. Op 19 maart werd hij begraven op het kerkhof van Montparnasse.

Vormen
“In de kunst is eenvoud geen doel, maar men komt door het benaderen van de ware betekenis van de dingen, ondanks zichzelf, tot eenvoud.” Dit typeert duidelijk de stijl die hij heel zijn leven zal blijven aanhouden. Hij probeert alle overtollige elementen te elimineren. Brâncusi had niet alleen aandacht voor de natuur, maar ook voor de karakteristieke vormen van de Roemeense boerencultuur (de in geometrische vormen uitgevoerde zuilen en deurposten, de schroeven en balken van landelijke wijnpersen, handmolens en gegroefde molenstenen). Deze voorwerpen, die hij soms onveranderd gebruikte, zoals in sommige sokkels, zijn niet zijn enige inspiratiebron. De invloed van de Afrikaanse sculptuur en de gepolijste, regelmatige vormen van de machine hebben hem ook bekoord.

In wezen is Brâncusi een platonisch kunstenaar. Hij verfijnt dezelfde vormen, in een streven de volmaaktheid te bereiken. Zijn streven naar de essentie betekent dat hij zich niet tevreden stelt met de efemere, oppervlakkige verschijnselen die hem omringen. Een tweede kenmerk van Brâncusi’s kunst is het gevoel dat hij bezit voor zijn materialen, geërfd van de cultuur van zijn afkomst. In tegenstelling tot de op dat moment gangbare gewoonte om werklieden in dienst te nemen voor het snijden van het materiaal, werkt Brâncusi vanaf 1910 zelf met het materiaal.

Ook typisch is dat hij verschillende kunstwerken maakt waar hij ten slotte niet tevreden over is. Voor de sculptuur La muse endormie poseerde de barones Renée Frachon bijvoorbeeld drie jaar lang. Hij gebruikte ook fotografie om te streven naar absolute perfectie. Hiermee kon hij zijn beelden op speciale manieren, in hun spel van licht en schaduw en uit verschillende gezichtshoeken weergeven.

Het ei
Het beroemdste werk van Brâncusi dat in Nederland te zien is, is Het begin van de wereld ook wel Het ei van Brâncusi genaamd: een bronzen sculptuur in de vorm van een ei, dat bij nader inzien volledig asymmetrisch blijkt te zijn. Volgens de kunstenaar stelt deze vorm de volmaakte schoonheid voor. Zowel in ruimtelijke als in overdrachtelijke zin, omdat al het leven uit een ei(cel) voortkomt. Deze gedachte wordt benadrukt door de sculptuur van een kinderhoofdje dat hij tegelijkertijd maakte, en dat samen met het ei tentoongesteld wordt. Het kunstwerk behoort tot de vaste collectie van het Kröller-Müller Museum in het Nationaal Park De Hoge Veluwe. In dat museum staan nog meer van zijn werken.

Meer info:
Brancusi, The Birth of Modern Sculpture tot en met 18 januari 2026:
https://www.hartmuseum.nl/tentoonstellingen/brancusi/
Eerdere museumblogs: https://www.postzegelblog.nl/tag/made-in-holland/





Reacties (0)
Schrijf een reactie
(registratie is niet nodig)