
De Museumvereniging is een vereniging van Nederlandse musea opgericht in 1926. Ruim vijfhonderd musea zijn bij de vereniging aangesloten. De Nederlandse Museumvereniging richt zich op de belangenbehartiging en de professionalisering van haar leden en het bevorderen van museumbezoek. Zij faciliteert de Stichting Museumregister Nederland en de Ethische Codecommissie voor Musea. Verder sluit de Museumvereniging de “Museum CAO” af. De Museumvereniging is via de Stichting Museumkaart verantwoordelijk voor de uitgave van de Museumkaart, waaraan ongeveer 400 van de 500 leden van de vereniging meedoen. Houders van de kaart hebben gedurende een jaar toegang tot deze musea. Tevens is de vereniging verantwoordelijk voor de organisatie van het Nederlandse Museumweekend.
Gerelateerde artikelen
100 jaar Museumvereniging
Een eeuw samenwerking binnen de museumsector
Musea vervullen een belangrijke maatschappelijke rol. Ze dragen bij aan kennisdeling, reflectie en inspiratie, en bieden ruimte voor herinnering, herkenning en verwondering. In Nederland vormen honderden musea samen een veelzijdig museaal landschap, waarin collecties en tentoonstellingen bijdragen aan het bredere verhaal van cultuur en geschiedenis. Sinds 1926 werken musea binnen dit landschap samen via de Museumvereniging. Wat begon als overleg tussen enkele museumdirecteuren en hoogleraren, is uitgegroeid tot een landelijke vereniging die vandaag de dag meer dan 500 musea vertegenwoordigt. Al honderd jaar zijn musea via deze vereniging met elkaar verbonden en nauw verweven met de samenleving.

Museumvereniging logo.
De Museumvereniging heeft zich in de afgelopen eeuw ontwikkeld in samenhang met de museumsector en de veranderende maatschappelijke context. Van een kleinschalig netwerk groeide de vereniging uit tot een collectief dat zich inzet voor kwaliteit, professionalisering en toegankelijkheid van musea. Samenwerking vormt daarbij een centraal uitgangspunt.
100 jaar: historisch perspectief
In 1926 werd de Nederlandse Museumvereniging (NMV) opgericht als een vergadering van museumdirecteuren. In 2003 werd de Stichting Museumkaart geïntegreerd in de NMV. In 2006 groeide de organisatie uit tot overkoepelende organisatie van Nederlandse musea. De NMV was georganiseerd in tien vakinhoudelijke secties, die studiedagen en workshops organiseerde. Daarnaast was er de Vereniging van Rijksmusea (VRM). De beide koepelorganisaties zijn per januari 2014 gefuseerd tot De Museumvereniging, met de juriste Irene Asscher-Vonk als eerste voorzitter.
De geschiedenis van de Museumvereniging en de Nederlandse museumsector is voor het eerst in samenhang vastgelegd in het boek: 100 jaar Museumvereniging. Een eeuw verweven. Tegen de achtergrond van politieke en maatschappelijke ontwikkelingen wordt zichtbaar hoe musea zich door de tijd heen hebben ontwikkeld. Tegelijkertijd blijkt dat bepaalde vraagstukken en discussies van blijvende aard zijn.

Het honderdjarig jubileum markeert tevens de inzet van de vele bestuurders, medewerkers en leden die gedurende deze periode hebben bijgedragen aan de ontwikkeling en positionering van de sector. Hun betrokkenheid heeft de basis gelegd voor de continuïteit van de Museumvereniging. De Museumvereniging heeft ter gelegenheid hiervan op 27 februari 2026 het predicaat Koninklijk ontvangen. Koning Willem-Alexander was aanwezig bij de viering van haar 100-jarig bestaan in het Rijksmuseum om deze bijzondere mijlpaal te markeren. Hoewel toekomstige ontwikkelingen moeilijk te voorspellen zijn, blijven musea plekken waar erfgoed wordt beheerd, kennis wordt gedeeld en maatschappelijke vraagstukken worden verkend. De Museumvereniging blijft zich inzetten voor een toekomstbestendige museumsector die relevant en toegankelijk is voor een breed publiek. Door gezamenlijke inzet kan worden gewaarborgd dat musea ook in de komende honderd jaar een belangrijke rol blijven spelen in de culturele en maatschappelijke infrastructuur van Nederland.
Museumjaarkaart (MJK) of Museumkaart (MK)
De Museumkaart is een concreet voorbeeld van deze samenwerking. De kaart vergroot de toegankelijkheid van musea voor een breed publiek en is tegelijkertijd gebaseerd op een systeem van wederkerigheid en vertrouwen tussen musea. Doorlopend wordt gezocht naar een evenwicht tussen betaalbaarheid voor kaarthouders en een eerlijke financiële bijdrage aan musea.

De Museumkaart is een persoonsgebonden museumpas in Nederland die er een jaar lang onbeperkt toegang geeft tot ruim 500 musea. De kaart bestaat sinds 1981 en wordt door de Museumvereniging uitgegeven. De kaart kan online en in ruim 220 musea worden gekocht. De Museumjaarkaart is in 1981 door een aantal musea in het leven geroepen. De kaart is een aantal jaren gekoppeld geweest aan de NS-voordeelurenkaart en de Rabobankpas. De Stichting Museumjaarkaart ging op 1 januari 2003 samen met de Nederlandse Museumvereniging en de Museumjaarkaart heet sinds april 2003 Museumkaart. Veel mensen en musea spreken desondanks nog van de Museumjaarkaart of MJK.

Museumjaarkaart (1987): Klein, breed formaat. Zegel 26+.
De Museumkaart beoogt het bezoek te bevorderen en de binding tussen musea en hun bezoekers te vergroten, zodat die weer terugkomen. De exploitatie van de kaart is in de Stichting Museumkaart ondergebracht, die ook het Museumweekend organiseert en de marketing van aangesloten musea ondersteunt. Stichting Museumkaart ontvangt geen subsidie en beschikt over de ANBI-status. De inkomsten van de stichting komen ten goede aan de deelnemende musea. Aangesloten musea moeten als geregistreerd museum zijn erkend en zijn lid van de Museumvereniging. Het is bij uitzondering aan musea toegestaan bij kostbare tentoonstellingen een toeslag in rekening te brengen die ook door Museumkaarthouders betaald moet worden. Deze toeslag moet dan gelden voor alle bezoekers en is tijdelijk van aard.

Museumjaarkaart (1988): Klein, smal formaat. Zegel 65+
Voor ieder met de Museumkaart afgelegd bezoek wordt door de stichting achteraf aan het betreffende museum een bezoekvergoeding uitgekeerd. Dit is een bepaald percentage van de gemiddelde toegangsprijs van het normaal betalend bezoek. Dit vergoedingspercentage wordt jaarlijks landelijk vastgesteld. De Stichting Museumkaart streeft ernaar dat dit minimaal 60% is. Het 70% was over 2010 was en 60% over 2023 . Voor de bepaling van de vergoeding wordt voor de gemiddelde toegangsprijs van een museum geen hoger bedrag gerekend dan 1,5 keer het gewogen landelijk gemiddelde voor alle normaal betaalde museumbezoeken.
Succes Museumkaart
Het succes van de Museumkaart zette in 2025 onverminderd door. Het aantal kaarthouders groeide naar 1.540.188 op 31 december 2025, het hoogste aantal ooit. In 2025 is de digitale Museumkaart gelanceerd en is de kaart nu ook als mobiele app beschikbaar voor het publiek. Inmiddels zijn er 500.000 digitale Museumkaarten, ongeveer 33% van het totaal. Vera Carasso, directeur Museumvereniging en Stichting Museumkaart: “Deze ontwikkeling maakt de kaart nóg gebruiksvriendelijker en verlaagt de drempel voor museumbezoek verder. Je telefoon heb je immers altijd bij je.” De groei van het aantal Museumkaarten eind 2025 is een stijging van 3,2 procent ten opzichte van eind 2024. Ook het museumbezoek bereikte een nieuw record. Kaarthouders brachten in 2025 samen meer dan 9.700.00 bezoeken aan deelnemende musea. In 2024 was dat ruim 9,5 miljoen en in 2023 ruim 9,4 miljoen. Een Museumkaarthouder bezocht gemiddeld 6,46 keer per jaar een museum.

Deel van een Museumjaarkaart (1981) voor de 65+’ers. Deze groep kreeg 50% korting, vandaar de afwijkende zegel voor fl 7,50.
Uit onderzoek dat in opdracht van de Museumvereniging is uitgevoerd, blijkt dat kaarthouders dankzij de kaart bijna drie keer zo vaak een museum bezoeken als zonder Museumkaart. Daarnaast zorgen Museumkaarthouders voor extra bestedingen in musea, horeca en de museumwinkel. Bovendien nemen kaarthouders regelmatig niet?kaarthouders mee, wat jaarlijks goed is voor circa zevenhonderdduizend extra bezoeken. De positieve effecten van de Museumkaart gelden voor alle typen musea: groot en klein, door het hele land en voor alle soorten collecties. Musea buiten de grote steden profiteren relatief sterk, daar is een aanzienlijk deel van het bezoek afkomstig van Museumkaarthouders en vormt de kaart een nóg belangrijker deel van de inkomsten. Ook onder jongvolwassenen (19–35 jaar) is de kaart populair en de impact groot. In deze groep ligt de zogenoemde meerbezoekfactor met circa 3,5 aanzienlijk hoger dan gemiddeld.
De Museumkaart in het (ultra)kort
De Museumkaart is een persoonlijke kaart waarmee je een jaar lang toegang krijgt tot meer dan 500 musea in Nederland tegen één vast bedrag per jaar, te weten; € 75,- voor volwassenen en € 39,- voor jongeren t/m 18 jaar. De inkomsten van alle verkochte Museumkaarten worden verdeeld over de aangesloten musea, op basis van de bezoeken en de toegangsprijs. Organisatorisch valt de Museumkaart onder de Museumvereniging, de branchevereniging van de musea in Nederland. De Museumkaart is dus echt de kaart van en voor de musea zelf.

Bron: Museumvereniging en Winterstamps.
Meer info:
Museumvereniging: https://museumvereniging.nl/
Museumkaart: https://www.museum.nl/nl/museumkaart
Museum (alle expo’s): https://www.museum.nl/nl
Overzicht oude MJK met MJK-zegels:
https://winterstamps.nl/filatelie/voorbeelden/de-museumkaart/
Eerdere museumblogs: https://www.postzegelblog.nl/tag/made-in-holland/


Reacties (0)
Schrijf een reactie
(registratie is niet nodig)