Menton is niet alleen citroenen en Jean Cocteau - Postzegelblog

Menton is niet alleen citroenen en Jean Cocteau

0

Menton ligt aan de Italiaanse grens op de scheidslijn tussen de Franse Côte d’Azur en de Italiaanse Bloemenrivièra. Aan de andere kant van de grens bevindt zich de Italiaanse stad Ventimiglia en de stad wordt de “parel van Frankrijk” genoemd. Bekende attracties zijn de citroen en Jean Cocteau. Maar hoe bereik je Menton met de auto? Kent u de geschiedenis van Menton?

N7 (Route des vacances)

De N7 of Route nationale 7, ook wel Route bleue (Blauwe weg) of Route des vacances (Weg van de vakantie) genoemd, is een nationale weg in Frankrijk, die Parijs met de Italiaanse grens in Menton verbindt. De oorspronkelijke N7 is 1000 km lang, maar hij is in 2006 gedeclasseerd tot departementale weg. In de meeste departementen kreeg de N7 een nieuwe naam. Vier delen heten nog N7. Het eerste deel loopt van de Luchthaven Orly naar de A106 bij Parijs. Het tweede deel loopt van Nevers via Moulins en Roanne naar La Tour-de-Salvagny, een voorstad van Lyon. Het derde deel loopt van Communay, ten zuiden van Lyon, via Valence naar Orange. Het laatste deel loopt van Avignon naar de A7.

Frankrijk (2021): 200 jaar Napoleon (1769 – 1821)

In 1811 liet Napoleon Bonaparte de Route impériale 8 aanleggen van Parijs naar Rome via Moulins, Lyon, Avignon en Nice. In 1824 werd de huidige N7 gecreëerd uit de oude Route impériale 8. Deze weg loopt van Parijs via Lyon en Nice naar de Italiaanse grens en is ongeveer 1000 kilometer lang.

Frankrijk (2021): La route des vacances – N7 – Paris -Lyon.

Door de opkomst van de auto werden vakanties aan de Côte d’Azur mogelijk voor de inwoners van Parijs, Noord-Frankrijk, België en Nederland. De N7 was de aangewezen route om op die vakantiebestemming te komen. Daar ontleent de weg zijn bijnaam Route des vacances aan. Rond 1970, na de aanleg van de autosnelweg Autoroute du Soleil, nam het vakantieverkeer over de N7 af. Sinds de jaren 2000 is er opnieuw belangstelling voor de N7. De route wordt gebruikt als goedkoop alternatief voor de betalende snelweg, en als traject voor nostalgische slow travel. De revival kwam er onder impuls van onder anderen de Franse striptekenaar Thierry Dubois, die een aantal boeken over de route schreef. In het Nederlands verscheen de op dit thema geïnspireerde reisgids ‘Langzaam door Frankrijk‘ van Peter Jacobs en Erwin De Decker.

Let op de postzegel van Menton op de kaft.

 

Zie video Charles Trenet (1959) – Route Nationale 7: https://www.youtube.com/watch?v=SizHpGxqv2U

(Klassieker in een volledig nieuwe editie en lay-out van 2015. Ook Frankrijk heeft zijn Route 66: De Nationale 7 Voor de autosnelweg werd aangelegd was de legendarische ‘Nationale 7’ dé route om met de Citroën 2-cv of de DS van Parijs naar het Zuiden te rijden. Er zijn liedjes gezongen over die wereldberoemde weg en souvenirs voor bedacht; driesterrenchefs vestigden er hun restaurant en vedetten gingen er uit de bocht. In deze gids herontdekken Peter Jacobs en Erwin De Decker die N7 en brengen ze ‘slow travel’ in praktijk. Ze laten de drukke, saaie en dure snelweg naar de zon links liggen en rijden door de mooiste streken van Frankrijk, tussen de rijen platanen. Van Parijs naar Fontainebleau en verder langs de Loire, door een onbekend stuk Bourgogne, via Lyon en de oevers van de Rhône, naar de Provence en de Côte d’Azur. Ze strekken op tijd de benen en hebben aandacht voor lekker eten en drinken, kunst en natuur, vergane glorie en nieuwe luxe, leuke wandelingen en ontspanning voor het hele gezin. De reis is belangrijker dan de bestemming.)

 

Frankrijk (2021): La route des vacances – N7 – Lyon – Menton.

In 1978 werd de weg verlegd tussen Nice en Menton. Oorspronkelijk liep de weg over de Corniche Supérieure, de hoogste kustweg. Na 1978 ging de N7 over de Corniche Moyenne, de middelste kustweg, lopen. De route over de Corniche Supérieure werd overgedragen aan het departement Alpes-Maritimes en kreeg het nummer D2564.

Door de aanleg van de parallelle autosnelwegen A6, A77, A7 en A8 nam het belang van de N7 op veel plaatsen sterk af. Daarom zijn grote delen van de weg in 2006 overgedragen aan de departementen. Deze delen hebben daardoor nummers van de departementale wegen.

Frankrijk (2020): Peugeot 204 (heerlijk om met een cabriolet het eindpunt Menton te bereiken).

 

Menton

Menton is een Franse gemeente, gelegen in het departement Alpes-Maritimes en de regio Provence-Alpes-Côte d’Azur. De gemeente telde 30.412 inwoners op 1 januari 2021. Menton ligt aan de Italiaanse grens op de scheidslijn tussen de Franse Côte d’Azur en de Italiaanse Bloemenrivièra. Aan de andere kant van de grens bevindt zich de Italiaanse stad Ventimiglia en de stad wordt de “parel van Frankrijk” genoemd. De stad kijkt uit op de Middellandse Zee en beschikt over een klokkentoren.

Eindelijk hebben we onze bestemming bereikt: Menton.

De citroen is een van de symbolen van Menton aangezien dit het enige gebied in Frankrijk is waar, dankzij een microklimaat, citroenbomen vrucht dragen. In de stad vindt in februari een citroenenfeest (fête du citron) plaats.

 

 

 

 

 

 

De locatie van Menton is sinds de Oude Steentijd regelmatig bewoond geweest. Archeologische bijzonderheid: een nog steeds bestaand stuk van Via Julia Augusta, (een oude Romeinse weg die Ventimiglia met Nice-Cimiez verbond) is zichtbaar, momenteel rue Longue, die de oude stad in de verlenging van Via Aurelia oversteekt. Waarschijnlijk heeft de primitieve agglomeratie waaruit Menton ontstond zich op de heuvel van Pepín, ten westen van de huidige stad, het eerst samengetrokken rondom de burcht die op initiatief van de graaf van Ventimiglia in de 10e eeuw werd opgericht.

De ridderstand van Puypin (Podium Pinum) kwam tot een einde met die van Menton in de 13e eeuw in Vento, een Genuese familie die er een ander kasteel bouwde: deze gaf geboorte aan de huidige stad. De eerste vermelding van de stad dateert van 21 juli 1262, in het vredesverdrag tussen Karel van Anjou en de Republiek Genua. De positie ervan in het uiterste hoek van het Provençaalse graafschap Anjou en de Republiek Genua – die destijds Monaco als zijn westerse grens opeiste – was in feite een betrekkelijk begeerde positie.

Monaco met Menton en Roquebrune in 1848. Bron: Wikipedia.

In 1346 verkreeg Karel I van Monaco de stad, en bleef Menton gedurende vijf eeuwen onder suzereiniteit van de prinsen van Monaco, tot in 1848, het begin van een tijdperk waar Menton zich met buurstad Roquebrune als vrije stad afkondigde door zich onder de bescherming van de koning van Sardinië te plaatsen. Menton heeft historisch nooit deel van het Graafschap Nizza uitgemaakt. Menton werd tijdens de Franse Revolutie en het eerste keizerrijk aan Frankrijk verbonden en maakte vanaf dan deel uit van het departement Alpes-Maritimes (dat in die tijd ook Monaco en Sanremo omvatte). Zij maakte deel uit van het arrondissement van Sanremo. Het prinsendom van Monaco werd in 1814 opnieuw in gezag gesteld maar viel vanaf 1815 onder het protectoraat van de koningen van Sardinië, waarbij de prinsen een feodale hulde voor Menton aan deze koningen overhandigden maar zuiver gezegd niet voor Monaco.

Monaco (2018): Historische Grimaldi-gebieden met Emblemen Wapenschilden.

1848 was het jaar van de revoluties in Europa en Menton rebelleerde, met buurstad Roquebrune, tegen het prinsdom van Monaco. Prins Florestan I van Monaco hield hardnekkig vol een belasting op de export van de citroenen te heffen, het voornaamste middel van inkomsten voor de stad. Beide steden riepen zich uit tot vrije steden die feitelijk door het huis van Savoie werden bestuurd.

Frankrijk (1867/1868 ?): Napoleon III.

Deze twee vrije steden werden Frans bij de aansluiting bij het Graafschap Nizza in 1861. In het referendum dat in 1860 werd georganiseerd, ging Menton massaal akkoord met de aansluiting bij Frankrijk. Napoléon III betaalde een bedrag van 4 miljoen frank schadevergoeding aan prins Karel III van Monaco voor beide steden. In 1867 opende het treinstation van Menton en de gemeente werd een vakantieoord voor de internationale beau monde. Er werden tijde de belle époque luxehotels gebouwd en zelfs een Russisch-Orthodoxe kerk (1892) voor de Russische toeristen. In de Tweede Wereldoorlog werd Menton in de zomer van 1940 door Italië bezet. Deze bezetting duurde tot 8 september 1943, waarna de Duitsers de bezettersrol overnamen tot de bevrijding op 8 september 1944.

Monaco (1977): Europazegels (Monaco en Menton)

Met de bouw van de basiliek Saint-Michel Archange werd in 1639, onder het bewind van Honoré II, begonnen. De voltooiing zou echter nog meerdere eeuwen duren. De klokkentoren is 53 meter hoog en is een symbool van de stad. In 1819 werd de voorgevel drastisch gewijzigd in barokstijl. Pas in 1999 werd de Saint-Michel Archange basiliek, na een besluit van Johannes Paulus II. De oude binnenstad bestaat uit nauwe straten met gekleurde gevels. Ze is gevuld met winkels en restaurants en loopt uit op de tuin van Campanin en de zee. De barokke kapel van de Pénitents blancs (of kapel Immaculée Conception) werd gebouwd tussen 1680 en 1687 en gerestaureerd in 1987. Op de heuvel van Pepín ligt het monastère de l’Annonciade, een klooster gesticht in 1520 door Jacquette de Lonsac.

 

En dan nog deze bijzondere uitgifte van Kyrgyzstan van een ruiterstandbeeld in Menton.

Kyrgyzstan (2021):  “De Kirgizische met de koninklijke adelaar” van Eugène Lanceray (1848-1887).

Het ruiterstandbeeld is van de Russische beeldhouwer Eugène Lanceray (1848-1887). Deze beroemde Russische dierenbeeldhouwer uit de 19e eeuw, kleinzoon van een officier van Napoleon, had zijn hele leven gewijd aan de liefde voor paarden. De beeldhouwer was vooral geïnteresseerd in het leven van de nomadische volkeren van Azië, die hij zorgvuldig had bestudeerd tijdens zijn reizen naar de Krim, de Kaukasus, de Kirgizische steppe, Basjkiria en Algiers. Hij is de beeldhouwer van de twee paardensportgroepen bij de ingang van de Bioves-tuinen, tegenover het Casino de Menton, twee bronzen beelden die door tsaar Alexander III aan de stad werden aangeboden: “De Russische valkenier” en “De Kirgizische met de koninklijke adelaar.

 

Fête du Citron

Met de vrolijke citrusvrucht als decoratief element zet Menton zijn citroenen van 17 februari t/m 3 maart 2024 in het zonnetje. Het komende jaar staan de feestelijkheden aan de Côte d’Azur in het teken van het thema ‘De Olympische Spelen van de oudheid tot heden’. 140 ton citrusvruchten (18 ton per fruitsoort), 8 kilometer slingers, 400 deelnemers: elk jaar haalt Menton alles uit de kast voor een uitbundig, twee weken durend eerbetoon aan de citroen, de vrucht waarom de stad bekendstaat.

Affiche 90e Fête du Citron D’Olympie à Menton.

In 2023 vond het Citroenfeest voor de 89e keer plaats met als thema ‘Rock en opéra’. De tien met citrusvruchten versierde praalwagens die deel uitmaakten van het corso werden begeleid door vrolijke optredens, fanfares en volksdansers. Dit jaar hebben de organisatoren gekozen voor het thema ‘De Olympische Spelen van de oudheid tot heden’. Een perfecte manier om het nieuwe olympische jaar in te luiden dat gekenmerkt wordt door de Olympische Spelen in Parijs. Er zijn vijf parades die zowel overdag als ‘s avonds plaatsvinden. Tegen de achtergrond van de blauwe zee kunnen bezoekers zich vergapen aan de geuren en kleuren van alle gigantische creaties en genieten van de vele uitzinnige dansers.

Elk jaar wordt de citroen in februari in het zonnetje gezet met tentoonstellingen in de Jardins Biovès, die in het donker prachtig worden verlicht, en met bloemencorso’s, overdag en ’s avonds, waarbij praalwagens opgebouwd uit honderden citroenen en andere citrusvruchten door de stad paraderen. Ieder jaar heeft het feest een ander thema, dat gepaard gaat met een veelzijdig programma van concerten, voorstellingen en straatevenementen.

Frankrijk (2011): La fête du citron (carnet).

Het begon allemaal in 1928 met een tentoonstelling over bloemen en citrusvruchten in de tuinen van het deftige hotel Riviera Palace. In 1934 vond het eerste officiële Citroenfeest plaats en het jaar daarna volgde het eerste corso. Het evenement was toen bedoeld om het toerisme in Menton een nieuwe impuls te geven, want de belle époque liep ten einde en het aantal rijke mensen dat aan de Côte d’Azur kwam overwinteren nam af.

De citroenteelt heeft een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van de stad: al in de 16e eeuw werden de citroenen uit Menton wereldwijd geëxporteerd. Tegenwoordig wordt de zonnevrucht van Menton beschermd door een IGP, een geografische herkomstaanduiding.

Een citroen uit Menton kun je eten als een appel. Met schil en zonder grimas, want minder zuur. Doordat Menton wordt ontsloten door bergen heerst er een subtropisch microklimaat. Ideaal voor exotische bloemen en citrusvruchten. Van 1650 tot 1850 was Menton de grootste citroenproducent van Europa. Zweepslagen waren de straf als men zomaar bloesem van een citroenboom trok. Ruim twintig jaar geleden begon de gemeente met het stimuleren van boeren en landeigenaren om meer citroenbomen te planten. Zo kwam de productie van Citron de Menton weer op gang en kreeg het een keurmerk. Oogsten kan meerdere keren per jaar, maar de beste pluk is van november tot mei. Op het Fête du Citron, elk jaar rondom carnaval, eert Menton de lange traditie met onder meer praalwagens en sculpturen van citrusvruchten.

 

Jean Cocteau

Jean Maurice Eugène Clément Cocteau (1889 – 1963) was een Frans dichter, romanschrijver, toneelschrijver, ontwerper en filmmaker.  De meeste filatelisten kennen Cocteau als ontwerper van het “Type MARIANNE”. Deze zegel heeft iedere filatelist wel in zijn handen gehad. Alhoewel Cocteau op meerdere terreinen actief was, vond hij dat hij in de eerste plaats dichter was en dat al zijn werk poëzie was, of het nu een roman, een film, een toneelstuk of een schilderij betrof. Cocteau was een van de belangrijkste personen binnen het surrealisme. Zijn werk was van grote invloed op vele artiesten, onder wie de bekende Les Six-componisten. Zijn bekendste werken zijn het boek Les Enfants terribles (1929), het toneelstuk Les parents terribles en de film La Belle et la Bête (1946).

Cocteau werd in 1889 geboren in een burgerlijk gezin. Vanaf 1908 was hij een veel geziene gast in artistieke kringen. In 1911 schreef hij het libretto voor Le dieu bleu, een ballet van de Ballets Russes. In 1917 kwam Parade uit, een avant-gardeballet van Cocteau, waarvoor onder anderen Pablo Picasso de decorstukken en de kostuums ontwierp en Erik Satie de muziek componeerde. In het programmaboekje van Guillaume Apollinaire werd, om het ballet te beschrijven, voor het eerst het woord surréaliste gebruikt. Het ballet was geen groot succes, maar vestigde wel de naam van Cocteau in de avant-garde van Parijs.

In 1920 kreeg Cocteau een relatie met de aankomende schrijver Raymond Radiguet, destijds 17 jaar oud. Cocteau was openlijk biseksueel. Nadat Radiguet Le Diable au corps uitbracht, volgde een periode van productiviteit voor Cocteau. Deze stopte in 1923, toen Radiguet overleed aan buiktyfus. Cocteau raakte in de periode daarna verslaafd aan opium.

In 1926 bracht hij “Le rappel à l’ordre” uit, een boek met essays dat de hernieuwde interesse voor tradities in de periode na de Eerste Wereldoorlog beschrijft. De naam van de kunstbeweging “Retour à l’ordre” is hier waarschijnlijk van afgeleid. Deze beweging was een reactie op de oorlog en zette zich af tegen de radicale avant-garde van de jaren tot 1917. In plaats daarvan haalde zij inspiratie uit de klassieke en traditionele kunst.

In 1929 schreef Cocteau zijn bekendste werk, Les Enfants terribles, en maakte hij zijn eerste film, Le Sang d’un Poète. Hierna maakte hij minder controversiële stukken en schreef hij toneelstukken voor de gevestigde orde. Hij kreeg een relatie met de Franse acteur Jean Marais en gaf hem een rol in zijn toneelstuk Les Parents Terribles. In de jaren dertig ontwierp Cocteau zijn eerste sieraden voor modeontwerpers als Elsa Schiaparelli en Coco Chanel. Ook stortte hij zich op de vervaardiging van keramiek.

Vanaf de jaren veertig maakte Cocteau, onder invloed van Marais, weer films, waaronder La Belle et la Bête (Belle en het Beest), gebaseerd op het bekende kinderverhaal van Jeanne-Marie Leprince de Beaumont. Ook schreef hij in 1940 de uiterst succesvolle eenakter Le Bel Indifférent voor Édith Piaf, met wie hij zeer bevriend was. In 1949 maakte hij zijn belangrijkste film, Orphée, gebaseerd op zijn eigen stuk uit 1926. In 1955 werd hij lid van de Académie française en de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique. Ook kreeg hij het Franse Legioen van Eer uitgereikt.

Cocteau overleed op 74-jarige leeftijd. De dag daarvóór – 10 oktober 1963 – was Édith Piaf overleden. Het huis van Cocteau in Milly-la-Forêt is aangekocht door de overheid, op initiatief van een comité dat de herinnering aan hem levend wil houden. Het is in 2010 in gebruik genomen als Cocteau-museum.

 

Meer info:

N7: https://www.wegenwiki.nl/N7_(Frankrijk)

Fête du Citron: https://www.fete-du-citron.com/

Jean Cocteau museum: https://www.museecocteaumenton.fr/

Menton toerisme: https://www.menton-riviera-merveilles.fr/

 

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Thematisch Frankrijk Monaco Napoleon



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (9 stemmen, gemiddeld: 5,00 uit 5)
Laden...
PrintSchrijf een reactie

Reacties (0)

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)