
Clusius is het meest bekend als degene die de tulp naar Nederland bracht en de aardappel door Europa verspreidde. Hij werd geboren in 1526 in Vlaams Noord-Frankrijk als Charles de l’Écluse. In zijn volwassen jaren reisde hij heel Europa rond om planten te verzamelen, beschrijven, kweken en bestuderen, en hij werd zo één van de eerste echte botanici. Hij had een passie voor planten, maar ook uitstekende contacten met iedereen die in zijn tijd in planten was geïnteresseerd. Door de Universiteit Leiden (1575), werd hij persoonlijk gevraagd om de nieuw aan te leggen hortus medicus (medische tuin) onder zijn hoede te nemen. Clusius arriveerde op 19 oktober 1593 in Leiden, waar hij de rest van zijn leven bleef wonen.
Gerelateerde artikelen
500 jaar Clusius – feestelijke winterdag 19 februari 2026
Op 19 februari 2026 is het precies 500 jaar geleden dat Carolus Clusius, eerste prefect van de Hortus botanicus Leiden, het levenslicht zag. Dat viert de Hortus met een feestelijke winterdag voor jong en oud. Bezoekers kunnen langs kraampjes struinen, lezingen en rondleidingen bijwonen of deelnemen aan creatieve activiteiten. De activiteiten vinden plaats van 10:00 tot 16:30 uur; deelname aan het evenement is gratis (m.u.v. de lezingen), bezoekers betalen alleen Hortusentree (Museumkaart gratis entree). Kijk voor alle activiteiten en tickets op:
https://hortusleiden.nl/zien-en-doen/agenda/activiteiten/500-jaar-clusius?

Carolus Clusius (1585). Enige portret van Clusius). Bron: Wikipedia.
Geschiedenis Hortus Leiden
Na de stichting van de Universiteit Leiden in 1575 bleek het wenselijk om een ‘hortus medicus’, een tuin waarin studenten geneeskunde geneeskrachtige planten konden bestuderen, aan te leggen. Op 15 maart 1587 deden enkele bewindvoerders van de universiteit aan het gemeentebestuur het verzoek om de onbebouwde grond achter het Academiegebouw aan het Rapenburg ter beschikking te stellen voor de aanleg van de tuin voor het onderwijs in de geneeskunde. Drie jaar later, op 9 februari 1590, werd het perceel van circa 1250 m² aan de universiteit overgedragen. Dit wordt algemeen gezien als de stichtingsdatum van de botanische tuin.

Leidse Hortus anno 1610 (Woudanus). Bron: Wikipedia.
In 1593 werd Carolus Clusius hoogleraar aan de universiteit en de eerste directeur (praefectus horti) van de tuin. Al in 1592 stuurde de Oostenrijkse diplomaat Ogier Gisleen van Busbeke hem tulpenzaden. Ook in dat jaar had Clusius al zaad van 251 plantensoorten vanuit Kreta naar Leiden laten zenden. In 1594 werd de tuin beplant.

Omdat Carolus Clusius bij zijn aanstelling al 67 jaar oud was en bovendien invalide, werd de Delftse apotheker Dirck Outgaertsz. Cluyt aangesteld om als hortulanus de dagelijkse leiding op zich te nemen. Clusius wilde de tuin laten inrichten met alle tot dan toe bekende soorten uit het plantenrijk. Op dat moment nog onbekende planten als tulpen en in latere tijden tomaat, tabaksplant en maïs werden aangeplant en kregen door de botanische tuin hun bekendheid in Noord-Europa. Ook werden planten aangeplant die door de Verenigde Oost-Indische Compagnie naar Europa werden gebracht.
Carolus Clusius en Josephus Justus Scaliger
Om de Universiteit Leiden na de stichting in 1575 een vliegende start te geven werden sterwetenschappers aangetrokken, zoals Justus Lipsius, een humanist uit de Zuidelijke Nederlanden die de leerstoel geschiedenis bekleedde. En botanist en geneeskundige Carolus Clusius, die de Hortus botanicus liet aanleggen. En het werkte: studenten en collega-geleerden kwamen naar Leiden om zich te laven aan de beroemde geleerden. In 1593 werd Josephus Scaliger de opvolger van Lipsius; deze keerde terug naar Leuven.

Nederland (1940): Afdruk van de kopergravure Joseph Justus Scaliger. Bron: delpher.nl
Aanvankelijk woonde Scaliger in de Schoolsteeg achter de Pieterskerkgracht. Carolus Clusius, grondlegger van de Hortus botanicus, werd daar zijn buurman. Tevreden was Scaliger niet over de woning: hij klaagde voortdurend en wilde een voornamer huis. De universiteit bood hem daarop een huis aan in de Breestraat (het huidige nr. 111-113, waarop een plaquette is aangebracht). Het was ruim, met een kelder en twee verdiepingen. Achter het huis lag een grote tuin met eikenbomen. ‘J’ay trois ou quatre chesnes, qui font une forest’, schreef Scaliger opschepperig over zijn tuin.

Scaliger wordt begraven in de Vrouwekerk aan de Vrouwenkerkkoorsteeg waarvan nu alleen nog maar een stukje ruïne over is (tegenover het huidige café ’t Praethuys). Ruim tweehonderd jaar later, in 1819, worden zijn resten en de gedenkborden, samen met die van de eveneens in 1609 overleden Carolus Clusius, overgebracht naar de Pieterskerk.
Hoe Carolus Clusius de tulp naar Nederland bracht
Nederland was helemaal geen bloemenland, totdat de Vlaamse arts en botanicus Carolus Clusius (1526-1609) de tulp rond 1600 introduceerde. De Vlaamse arts en plantkundige Charles de l’Écluse, ofwel Carolus Clusius, studeerde rechten en medicijnen. Maar omdat hij zoveel van bloemen en planten hield, werd hij uiteindelijk plantenkundige.

Charles de l’Écluse door Clusius uit Rariorum plantarum (1601). Bron: Wikipedia.
Clusius plantenpassie was zo groot dat hij jarenlang door de Spaanse en Portugese natuur zwierf op zoek naar onbekende planten- en bloemensoorten. Ook woonde hij een tijd in Engeland, waar hij van zeemannen exotische planten uit andere werelddelen kreeg om te bestuderen. In 1594 belandde hij als professor in Leiden. Daar legde Clusius de eerste Nederlandse botanische tuin aan met de meest uiteenlopende planten- en bloemensoorten: de Hortus Botanicus.

Nederland (2017): Botanische Tuinen.
Na enkele jaren kreeg hij via een bevriende diplomaat een onbekende bloemsoort uit Turkije. Het was een tulp. Clusius plantte de bloem in de Leidse Hortus en kweekte tulpen in allerlei kleuren, die hij vervolgens weer bestudeerde.

Het verhaal gaat dat op een nacht een onbekende man over de tuinhekken van de Hortus is geklommen en een aantal tulpenbollen heeft gestolen. Deze onbekende verkocht de tulpenbollen aan boeren in de regio boven Leiden, nu nog altijd de Bollenstreek genoemd.

Onbedoeld maakte Clusius de tulpenhandel groot in Nederland, zonder zelf ooit een cent eraan te hebben verdiend. Hij had een steenrijke handelaar kunnen worden, want behalve de tulp bracht hij ook de aardappel, tabak, tomaten, bonen en maïs naar Nederland. Producten die allemaal succesvol werden in de eeuwen die volgden.

Maar professor Clusius was wetenschapper, geen handelaar. Hij liet slechts planten groeien, tekende ze na, beschreef hun eigenschappen en was gelukkig.
Bron: Historiek.
Meer info:
500 jaar Clusius bij Vroege Vogels, luister interview:
https://www.bnnvara.nl/vroegevogels/artikelen/hortus-botanicus-leiden-viert-500-jaar-carolus-clusius
500 jaar Clusius – feestelijke winterdag 19 februari 2026:
https://hortusleiden.nl/zien-en-doen/agenda/activiteiten/500-jaar-clusius?

Hortusmagazine 2026. De negende editie van Hortus Leiden staat in het thema van ‘Tijdreizen met Clusius’. In de artikelen lees je niet alleen meer over Clusius en de tijd waarin hij leefde, maar ook hoe zaden, bollen en knollen soms decennia lang kunnen overleven, tot ze de juiste omstandigheden vinden om te ontkiemen. Daarmee zijn het ook een soort tijdreizigers. Ook andere onderwerpen, zoals de vernieuwing van de Varentuin, komen aan bod. Digitale versie:
https://issuu.com/lagrouwsc/docs/magazine_hortus_leiden
Eerdere blogs 450 jaar Universiteit Leiden:
https://www.postzegelblog.nl/tag/450-jaar-universiteit-leiden/



Reacties (2) Schrijf een reactie
Randy schrijft (met als bron Historiek):
“Het verhaal gaat dat op een nacht een onbekende man over de tuinhekken van de Hortus is geklommen en een aantal tulpenbollen heeft gestolen. Deze onbekende verkocht de tulpenbollen aan boeren in de regio boven Leiden, nu nog altijd de Bollenstreek genoemd.”
Wat denkt U: Is dit verhaal waar of is het een (zogenaamd) broodje aap>
500 jaar Clusius bij Vroege Vogels, luister interview:
https://www.bnnvara.nl/vroegevogels/artikelen/hortus-botanicus-leiden-viert-500-jaar-carolus-clusius
Schrijf een reactie
(registratie is niet nodig)