20 jaar euro (2002 - 2022): Verdrag van Maastricht en de euro - Postzegelblog

20 jaar euro (2002 – 2022): Verdrag van Maastricht en de euro

1

Op 1 januari 2022 viert de euro zijn twintigste verjaardag. Officieel vond het verjaardagsfeestje drie jaar geleden al plaats: op 1 januari 1999 werd de euro in gebruik genomen door de financiële markten. Op 1 januari 2002 was het de beurt aan het grote publiek om fysiek kennis te maken met de euromunten en biljetten. In twaalf landen kon iedereen met de nieuwe briefjes en munten in de winkels betalen. Een kleine historie over de euro en zijn actoren.

Verdrag van Maastricht (1992)

Op 7 februari 1992 ondertekenden de Europese staatshoofden en regeringsleiders het beroemde verdrag, dat niet langer alleen de economische, maar ook de politieke en culturele samenwerking regelde. Het ‘Verdrag betreffende de Europese Unie’ wordt nu beschouwd als de grootste stap op weg naar Europese integratie. Naast de reeds bestaande Europese Gemeenschap (EG), die vooral de economie trof, werd ook overeenstemming bereikt over een gemeenschappelijk veiligheids- en buitenlands beleid (GBVB) en een nauwe samenwerking tussen de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken. Het Verdrag van Maastricht, dat pas op 1 november 1993 in werking trad, regelde onder meer het vrije verkeer van alle Europese burgers.

 

 

 

 

 

In het Verdrag van Maastricht (Verdrag betreffende de Europese Unie) van 1992 werd besloten tot de invoering van de euro. Na het besluit kwam de EMU op gang, maar niet alle EU-landen doen mee aan de EMU. Op 31 december 1998 werden de onderlinge wisselkoersen tussen de euro en de valuta van de toen elf deelnemende landen definitief vastgelegd. De voorbereiding voor de invoering van de euro in Nederland vond plaats vanuit het Nationaal Forum voor de introductie van de euro (NFE).

Het Verdrag van Maastricht, ondertekend in 1992, verplicht de meeste EU-landen om de euro in te voeren zodra ze voldoen aan bepaalde monetaire en budgettaire criteria, ook wel convergentie genoemd. Het Verenigd Koninkrijk en Denemarken hebben terugtrekkingsopties gekregen, terwijl Zweden (dat in 1995 toetrad tot de EU, dus na de ondertekening van het Verdrag van Maastricht) weigert de euro in te voeren, na een negatief referendum in 2003, en bovendien de verplichting omzeilt de euro invoeren door een van de convergentiecriteria niet in acht te nemen. Niettemin hebben alle landen die sinds 1993 tot de EU zijn toegetreden, toegezegd de euro op tijd in te voeren.

 

Naamgeving ecu

Aanvankelijk was het de bedoeling dat de Europese eenheidsmunt ecu zou heten. Dat zou tegelijkertijd de afkorting zijn van European Currency Unit en de naam van een oude Franse munt (écu = schild).

Ecu munten een nieuw verzamelgebied volgens deze Duitse handelaar in 1992.

De hoeksteen van deze zone van monetaire stabiliteit is de ecu (Europese munteenheid), de voorouder van de euro, een eenvoudige rekenvaluta die bestaat uit een mand met valuta’s die verschillende valuta’s van de lidstaten van de Europese Unie omvat (waaronder het pond sterling, die niet in de euro is opgenomen). De waarde van de ECU was gelijk aan het gemiddelde van de waarden van elk van de valuta waaruit het bestond. Elke nationale munteenheid heeft dan een officiële koers ten opzichte van de ecu. De ecu, die een virtuele munteenheid is, zal binnen de Europese Unie als rekeneenheid fungeren.

Frankrijk (1989): 40 jaar Raad van Europa.

Liberté de Gandon 2,20F overdrukt 0,31 ecu (eerste Franse postzegel met nominale waarde in ecu) Tot nu toe verscheen de ecu alleen als rekeneenheid voor het gebruik door financiële experts. De Franse post was snel op weg naar Europese eenheid met deze zegel van 2,20F en opdruk, die overeenkomt met 0,314 ECU.

In Duitsland zou deze naam echter als “ekoè” worden uitgesproken en uit opiniepeilingen bleek dat veel Duitsers dat een belachelijk klinkende naam vonden. Daarom besloot men, op het laatste moment en op voorstel van German Pirlot, te kiezen voor de naam euro.

 

Invoering euro (1999)

De Europese muntunie wordt op 1 januari 1999 opgericht. De deelnemers aan de EMU gaan één munt invoeren: de euro. Om de waarde van de munt te handhaven, stemmen de landen hun economisch beleid op elkaar af. Zij voeren een gemeenschappelijke rentepolitiek. Vanaf 1 januari 1999 staat de wisselkoers tussen de gulden en andere munten die in de euro opgaan vast. Koersschommelingen van de Duitse mark, de Franse frank of de Portugese escudo zijn dan uitgesloten.

Spanje (2009): 10 jaar EMU, 10 jaar euro. De speciale herdenkingsmunt als onderdeel van deze gemeenschappelijke uitgifte is uitgegeven in alle EU-landen uit de eurozone.

Sinds 1 januari 1999 is de euro een feit. Vanaf die datum waren de nationale bankbiljetten en munten van de landen die de euro hadden aanvaard nog slechts verschijningsvormen van de euro. De euro vertegenwoordigde in het gehele gebied dezelfde waarde. Die waarde werd vastgesteld, en zo nodig gecorrigeerd, door de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt am Main.

 

 

 

 

 

Op de bankbiljetten en munten wordt de munteenheid in het Griekse en Latijnse schrift als ευρώ en euro aangeduid. In het toetredingsverdrag van Bulgarije (in het cyrillische schrift) is евро gebruikt. Enkele van de tien in 2004 toegetreden landen hebben andere schrijfwijzen voor de euro voorgesteld (euró, eiro, euras), gebaseerd op een alternatieve schrijfwijze van het woord Europa. In de (afgewezen) Europese grondwet werden die schrijfwijzen geaccepteerd, mits de eerste drie letters ‘eur’ waren. De ECB houdt echter de regel aan, dat in het Latijnse alfabet alleen de term euro is toegestaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Invoering euro (2002)

Per 1 januari 2002 zijn de euromunten en eurobiljetten in gebruik gekomen en werd de euro het wettige betaalmiddel in twaalf EU-landen. Indertijd werd verwacht dat uiteindelijk bijna alle EU-landen de euro zouden invoeren. Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Zweden verkozen bij de invoering hun bestaande munteenheid boven de euro; Zweden is wel verplicht de euro in te voeren. Denemarken en het VK bedongen een uitzonderingsclausule, de zogenaamde opt-out. Voor het VK is door de Brexit per 31 januari 2020 de euro niet meer van toepassing.

Spanje (1999): Invoering euro voor 12 landen van de eurozone.

De pariteiten van nationale valuta met de euro worden op 31 december 1998 bevroren en de euro wordt op 1 januari 1999 de valuta voor Europese financiële transacties. Duitsland, Oostenrijk, België, Spanje, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland en Portugal vormen de Eurogroep. Griekenland zal zich op 1 januari 2001 bij deze groep aansluiten. Monaco, San Marino en het Vaticaan zijn aangesloten en voeren ook de euro in. Er wordt gewerkt met vaste omwisselkoersen tussen de oude nationale valuta en de euro. Voor Nederland geldt 1 euro is Fl. 2,20371.  Voor België geldt 1 euro is BEF 40,3399.

België (1999): 1 euro = 40,3399 BEF.

Vanaf 1 januari 2002 zijn de nationale biljetten en munten uit de twaalf deelnemende eurolanden vervangen door euromunten en eurobankbiljetten in wat wel de grootste geldomwisselingsoperatie uit de geschiedenis genoemd wordt.

 

Euromunten en biljetten

De euro heeft 15 coupures: 8 euromunten en 7 eurobankbiljetten.

Portugal (2002): FDC Invoering euro met 8 munten.

De munten hebben een Europese zijde (de ‘munt’-zijde), ontworpen door Luc Luycx, van de Koninklijke Munt van België. Het gaat om drie ontwerpen die verschillende kaarten van Europa tonen, met de 12 sterren van de Europese Unie op de achtergrond. Daarnaast heeft elk euroland de vrijheid eigen symbolen en tekst op de nationale zijde (de ‘kruis’-zijde) en op de buitenrand van de euromunten te plaatsen. Alle varianten, met uitzondering van meerwaardeherdenkingsmunten, zijn in alle deelnemende landen te gebruiken. De nationale zijde diende om de overgang naar de euro voor de Europese burgers in emotioneel opzicht iets te vergemakkelijken. Een aantal landen gebruikt de munten van 1 en 2 cent niet door de bedragen af te ronden naar boven of naar beneden.

Luxemburg (2001): Introductie euro met zes munten.

 

Europese Centrale Bank

De Europese Centrale Bank (ECB), opgericht op 1 juni 1998, is de centrale bank van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Het is tevens een van de zeven instellingen van de Europese Unie. De voornaamste taak van de ECB is het behouden van de prijsstabiliteit in de eurozone. De zetel van de Europese Centrale Bank bevindt zich in Frankfurt am Main (Duitsland) en heeft werknemers in dienst die uit alle lidstaten van de Europese Unie afkomstig zijn. Sinds 1 november 2019 is Christine Lagarde president van de ECB.

Duitsland (1998): EZB in Frankfurt am Main.

De ECB heeft geen directe invloed op stijgende prijzen maar zij hebben wel een instrument om de inflatie indirect te beïnvloeden. Dat is de rente. De rente werkt als het gas- of rempedaal van de economie. Door een renteverhoging zullen de prijzen dalen, of in ieder geval minder snel stijgen. Door een renteverlaging zullen de prijzen sneller stijgen. Een rentestijging betekent dat het duurder wordt om geld te lenen waardoor mensen minder geld te besteden hebben. Dit heeft tot gevolg dat de economie wordt afgeremd waardoor prijzen minder snel zullen stijgen.

Nederland (2008): 10 jaar ECB (1998 – 2008).

 

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Thematisch België Duitsland Frankrijk Portugal Spanje Zweden Europa CEPT



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (6 stemmen, gemiddeld: 5,00 uit 5)
Laden...
PrintSchrijf een reactie

Reacties (1)

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)