De hoofdsteden van de deelstaten in Oostenrijk in 1923 - Postzegelblog

De hoofdsteden van de deelstaten in Oostenrijk in 1923

0

De Oostenrijkse serie postzegels met afbeeldingen van componisten, uitgegeven op 24 april 1922, hadden frankeerwaarden en toeslagen die hoog waren als gevolg van de inflatie die in dat jaar grote gevolgen had voor de economie. Steeds meer geld werd door de Staat geproduceerd maar de dekkende goudvoorraad bleef ver achter. Daardoor werd geld steeds minder waard en de prijzen voor consumentengoederen stegen pijlsnel. Dat had ook gevolgen voor de postzegels in 1923.

Een nieuwe serie postzegels met toeslag verscheen op 22 mei 1923. Als afbeeldingen werden kenmerkende gebouwen en stadsgezichten gekozen van de negen hoofdsteden van de toenmalige deelstaten. Op de postzegel van 100 + 400 Kronen werd een stadsgezicht op Bregenz afgebeeld met op de voorgrond rechts de Sint Martinstoren. De in het begin van de veertiende eeuw aangebrachte fresco’s in de toren werden in 1648 overgeschilderd met witkalk. De fresco’s werden tussen 1910 en 1914 ontdekt, vrijgemaakt van de witkalk en gerestaureerd. In de toren is een klein museum en een kapel gevestigd. In 1923 kende Bregenz ongeveer 13.300 inwoners.

Bregenz is de hoofdstad van de deelstaat Vorarlberg en ligt aan de Bodensee, een geliefde vakantiebestemming. Het is een oude stad gesticht door de Brigantiërs, een volksstam van de Kelten. De Romeinse keizer Tiberius veroverde de stad en gaf het de naam ‘Brigantium’. Tussen 1805 en 1814 behoorde de stad en Vorarlberg tot het koninkrijk Beieren. In 1815 werden Vorarlberg en de stad Bregenz samen met Tirol opgenomen in het Oostenrijkse keizerrijk. In de eerste helft van de dertiende eeuw werd met de bouw van de Martinstoren begonnen maar pas in 1601 kreeg het zijn huidige vorm met de typische uivormige top. Het lijkt wel of de oude prentkaart voorbeeld is geweest voor de postzegel van ontwerper Rudolf Junk. De kerk links is de parochiekerk van St. Gallus, gebouwd in de zeventiende eeuw.

De postzegel van 120 + 480 Kronen toont een blik op het kasteel van Salzburg met in het dal de Dom en het stadspark met fontein. Salzburg is de hoofdstad van de gelijknamige deelstaat gelegen aan de rivier Salzach. Het is de geboortestad van de wereldberoemde componist, pianist, violist en dirigent Wolfgang Amadeus Mozart. In het jaar 45 na Christus werd de stad de belangrijkste Romeinse stad ten noorden van de Alpen. De naam Salzburg werd voor het eerst genoemd in het jaar 755 toen het tot het koninkrijk Beieren behoorde. In 1328 werd het een zelfstandig prinsaartsdom en pas in 1803 ging het over naar het Oostenrijkse keizerrijk. In 1923 woonden ongeveer 38.000 mensen in de stad.

De afbeelding op de prentkaart is vrijwel gelijk aan de afbeelding op de postzegel. 120 meter boven de stad toornt het kasteel Hohensalzburg, een van de grootste middeleeuwse burchten in Europa. Daarvoor de twee torens van de Dom met de enorme koepel en daarvoor het park, de in barokstijl aangelegde tuin van ‘Schloss Mirabell’ met de fontein van de vier elementen uitgebeeld door de standbeelden aarde, vuur, lucht en water. Aan de rand van het park staan vele andere standbeelden van figuren uit de oudheid. De film ‘Sound of Music’ werd voor een groot deel opgenomen in Salzburg en omgeving, ook in het park.

Op de postzegel van 160 + 640 Kronen is de Bergkirche van Eisenstadt afgebeeld. Eisenstadt is de hoofdstad van de deelstaat Burgenland. Burgenland heeft vele wijn- en boomgaarden en is een van de grootste fruitproducenten van Oostenrijk. Het gebied behoorde lange tijd tot Hongarije. In het ‘Blaue Haus’ in de stad heeft componist Joseph Haydn van 1748 tot 1778 gewoond en gewerkt. Hij bezocht regelmatig het kasteel van vorst Esterházy. Keizerin Maria Theresa verbleef ook vaak in het kasteel. Het kasteel is helaas in 1945 door Russische troepen leeggeroofd en vernield. In 1923 telde de stad ongeveer 6.800 inwoners.

De Bergkirche, ook wel Haydnkirche genoemd, werd gebouwd in 1715 naar een idee van prins Paul Esterházy. De kerk staat op de zogenoemde Calvarieberg die vijftien jaar eerder was aangelegd en waarop tien kapellen met achttien altaren waren gebouwd. De kerk werd het middelpunt. Vanaf het hoogste punt op de Calvarieberg heeft men een prachtig uitzicht over het nabijgelegen Neusiedler meer.

Onder de noordelijke toren bevindt zich het mausoleum van Joseph Haydn. Hij overleed op 31 mei 1809 in Wenen na een langdurige ziekte. Haydn werd, omdat Wenen bezet was door de troepen van Napoleon, begraven op het kerkhof van Hundsturm in die stad. Door omkoping van de doodgraver werd het hoofd van Haydn op 4 juni 1809 gescheiden van het lichaam ten behoeve van illegaal onderzoek naar de muzikale gave van de dode. In 1820 besloot de familie om het stoffelijk overschot naar Eisenstadt over te brengen. Na de opgraving bleek dat het hoofd ontbrak. Door een list wist de dader een andere schedel over te dragen aan de familie. De echte schedel van Haydn dook in 1829 weer op en werd in 1895 geschonken aan de Weense Vereniging van Muziekvrienden. In 1932 werd het mausoleum in de Bergkirche ingericht met het doel de resten van Haydn hierin onder te brengen samen met de schedel die in 1929 teruggevonden was. Maar de andere schedel werd ook behouden zodat zich nu twee schedels in het mausoleum van Haydn bevinden. Het mausoleum is afgebeeld op de prentkaart.

Klagenfurt is de hoofdstad van de deelstaat Karinthië. De stad ligt aan de Wörthersee en heeft een mild Zuid-Europees klimaat. Hier vindt men aan de oostelijke inham het grootste zandstrand van Europa dat niet aan open zee is gelegen. De naam van de stad werd voor het eerst genoemd rond 1193 en heette toen ‘Forum Chlagenvurth’. Door twee grote branden werd de stad in 1514  en 1535 grotendeels vernietigd en herbouwd. In 1252 werden stadsrechten verleend en breidde de stad zich sterk uit. Op de postzegel van 180 + 720 Kronen is het ‘Landhaus’ afgebeeld.

Met de bouw van het ‘Landhaus’, waar de regering zetelt van de deelstaat Karinthië, werd in 1574 begonnen. Het gebouw nam de plaats in van de ‘Burgt’ die de stadsbranden voor het grootste deel had overleefd maar bouwvallig was geworden. De bouw kwam gereed in 1588.

Door brand werd het gebouw op 16 augustus 1723 zwaar beschadigd waarna ingrijpende restauraties plaatsvonden. In 1724 werden twee nieuwe luidklokken in de zuidelijke toren gehangen die beide wereldoorlogen hebben overleefd. Daarbij werd de prachtig ingerichte grote zaal, de ‘Wappensaal’ toegevoegd. Op de prentkaart is deze zaal afgebeeld met fresco’s van Josef Ferdinand Fromiller die deze vervaardigde in 1740.

De middeleeuwse stad Innsbruck is de hoofdstad van de deelstaat Tirol. De stad is ontstaan aan de oever van de rivier de Inn waar in de twaalfde eeuw een brug overheen werd gebouwd. De stad werd een belangrijke stopplaats in de handelsroute tussen Italië, Zwitserland en Duitsland. Innsbruck trekt zowel in de winter als in de zomer vele toeristen. In 1923 had de stad Innsbruck iets meer dan 60.000 inwoners.

Op de postzegel van 200 + 800 Kronen is het zogenoemde ‘Goldenes Dachel’ te zien. In het hart van het historische centrum staat dit monumentale gebouw, nu een museum, met een uitbouw van de gevel boven de ingang waarop 2.657 verguld koperen dakpannen liggen. Het werd gebouwd in opdracht van keizer Maximiliaan I van Oostenrijk. Het huis is ouder dan de uitbouw met balkon en stamt uit 1420. De loggia, dat is de naam voor de uitbouw, werd in 1493 toegevoegd en is een van de meest gefotografeerde objecten in de stad.

Linz is de hoofdstad van Opper-Oostenrijk, gelegen aan de Donau en qua grootte de derde stad van Oostenrijk. De stad werd door de Romeinen gesticht en kreeg de naam ‘Lentia’. Het ontwikkelde zich als een belangrijke industriestad. De astronoom, wis- en natuurkundige Johannes Kepler woonde en werkte van 1612 tot 1626 in de stad. In 1923 werd het inwoneraantal van 100.000 gepasseerd.

Op de postzegel van 240 + 960 Kronen is het ‘Platz des 12. November’ afgebeeld. Het plein had die naam van 1921 tot 1934 en was zo geheten vanwege het uitroepen van de Republiek Oostenrijk op 18 november 1918, na de Eerste Wereldoorlog. De naam van het plein werd in 1934 gewijzigd in ‘Franz-Joseph-Platz’. Na de ‘Anschluss’ werd het plein ongedoopt in ‘Adolf-Hitler-Platz’ en in 1945 veranderd in ‘Hauptplatz’. Dat was trouwens de oorspronkelijke naam in het begin van de negentiende eeuw. Op de prentkaart is vrijwel hetzelfde beeld te zien als op de postzegel, inclusief een tram!

Midden op het plein staat een monument in de vorm van een zuil. De Drievuldigheidszuil is een van de bezienswaardigheden van de stad. Het monument werd gebouwd tussen 1717 en 1723 door de Salzburgse steenhouwer Sebastian Stumpfegger op de plaats van de voormalige schandpaal. De reden voor de bouw was het afgewende oorlogsgevaar in 1704, de strijd tegen de vuurzee in 1712 die de stad teisterde en het einde van de pestepidemie in 1713. Op het plein verkondigde Hitler op 12 maart 1938 de ‘Anschluss’ van Oostenrijk met Duitsland.

Graz is in grootte de tweede stad van Oostenrijk en hoofdstad van de deelstaat Stiermarken. De stad ligt aan de rivier de Mur aan de voet van de Alpen. Het heeft de grootste middeleeuwse binnenstad in midden Europa. Op de postzegel van 400 + 1.600 Kronen is boven in de afbeelding het bekendste symbool van Graz te zien, de klokkentoren op de ‘Schlossberg’. Deze toren is gebouwd in 1560. De wijzerplaten van de klok hebben een doorsnede van meer dan vijf meter en werden aangebracht in 1712. De burcht werd in 1809 door Franse troepen van Napoleon vernietigd en er resten slechts enkele muren. In 1923 had de stad Graz bijna 200.000 inwoners.

De afbeelding op de prentkaart is vervaardigd door een onbekende kunstschilder. De uitgever van de kaart was Kunsthandel Hans Hausner in Wenen. De witte vlekken op het plein, de ‘Hauptplatz’ te zien op de postzegel, zijn witte parasols die duidelijker herkenbaar zijn op de prentkaart. Het plein werd aangelegd in 1160 in opdracht van hertog Otakar III. Ook dit plein heette tussen 1938 en 1945 ‘Adolf-Hitler-Platz’. De ‘Schlossberg’ is slechts 124 meter hoog maar biedt een prachtig uitzicht vanaf de top over de stad Graz en omgeving.

Oostenrijk telt negen deelstaten. De indeling in deelstaten werd van kracht vanaf 1921. Een daarvan is Neder-Oostenrijk met als huidige hoofdstad Sankt Polten. Midden in de deelstaat ligt de stad Wenen. Dat was de hoofdstad van Neder-Oostenrijk vanaf 1 januari 1922  tot 15 oktober 1938. Omdat Wenen een eigen ‘deelstaat’ vormde en Neder-Oostenrijk geen ‘eigen’ hoofdstad had, werd besloten om in plaats van twee maal een postzegel aan Wenen te wijden, een zeer bekende abdij af te beelden, de Benedictijner abdij van Melk. Het stadje Melk ligt ten westen van de stad Wenen in Neder-Oostenrijk. De abdij staat op de Werelderfgoedlijst van de Unesco en wordt veel bezocht door toeristen. De abdij staat centraal afgebeeld op de postzegel van 600 + 2.400 Kronen.

Het stadje Melk ligt op de rechter oever van de rivier de Donau. De naam van het stadje stamt uit het jaar 831 toen het ‘Medilica’ heette. Het stadje kreeg in 1227 marktrechten. De abdij, Stift genoemd, ontstond in het jaar 1089 toen Markgraf Leopold II de burcht op de berg bij Melk schonk aan Benedictijner monniken die er een klooster stichtten. De reden was dat een Ierse koningszoon, Colmán of Coloman, op pelgrimsreis was naar het Heilige Land en op 18 oktober 1012 bij Stockerau werd vermoord. Zijn lichaam werd aan een dorre vlierboom gehangen maar verging niet. In de winter begon de boom zelfs in bloei te geraken en daarom dachten de moordenaars dat ze een heilige hadden gedood. Het lichaam werd op 13 oktober 1014 overgebracht naar de burcht van Leopold II in Melk. Later werd Coloman heilig verklaard. Het gebouw werd in barokke stijl opgetrokken vanaf 1702. In 1738 werd een groot deel van het gebouw door brand verwoest. De restauratie en herbouw kwam gereed in 1746 in de huidige vorm. In 1923 woonden bijna 4.200 inwoners in het stadje Melk.

Wenen is de hoofdstad van de republiek Oostenrijk, tevens ‘hoofdstad’ van de deelstaat Wenen. Prins Eugen Francis von Savoyen-Carignano liet in Wenen in 1712 een paleis bouwen dat de naam Slot Belvedere kreeg. In de tuinen van het Slot Belvedere in Wenen zijn vele beeldhouwwerken te zien. Beroemd zijn de gevleugelde sfinxen aan de ingang van de tuinen naar de Boven-Belvedere. Ze zijn drie meter lang en twee meter hoog. In een eerdere blog op 6 maart 2021 is al over dit paleis het een en ander verteld. De boven afgebeelde postzegel heeft een waarde van 1.000 + 4.000 Kronen. Echt gebruikt heb ik deze zelden gezien, wel veel met stempelafdrukken op verzoek, zelfs afdrukken met een datum van na de ongeldigheidverklaring voor de frankering. De serie postzegels, in een oplage van ongeveer 170.000 stuks, werd voor de prijs van 15.000 Kronen door de Oostenrijkse Post verkrijgbaar gesteld waarvan de frankeerwaarde 3.000 Kronen bedroeg en de toeslag van 12.000 Kronen voor ‘het goede doel’!! De postzegels waren slechts één maand geldig voor de frankering, tot 23 juni 1923. Een van mijn pogingen is om van postzegels met afbeeldingen van landschappen en gebouwen, een zoveel mogelijk gelijkende prentkaart te bemachtigen. Op de prentkaarten zijn de details veel duidelijker herkenbaar dan op de door Ferdinand Schirnböck gegraveerde postzegels. Dat geeft een extra dimensie aan het verzamelen, vindt u niet?

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Oostenrijk Kerken Musea



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (5 stemmen, gemiddeld: 5,00 uit 5)
Laden...
PrintSchrijf een reactie

Tags bij dit artikel

Reacties (0)

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)