200 jaar Naturalis: Van onschatbare waarde - Postzegelblog

200 jaar Naturalis: Van onschatbare waarde

0

Naturalis heeft de European Museum of the Year Award (EMYA) gewonnen. Het natuurmuseum in Leiden wordt door de jury ‘een zeer vindingrijk museum met prachtige tentoonstellingen’ genoemd. Het museum, dat officieel het Naturalis Biodiversity Center heet, kreeg de prijs onder andere voor zijn indrukwekkende onderzoeksresultaten en uiteenlopende collecties die zich volgens de jury ‘richten op onderwerpen met een universele aantrekkingskracht’. De tijdelijke expo ‘Van onschatbare waarde‘ is weer vanaf 5 juni 2021 te zien. Wat ziet u in de speciale zaal? Vijfentwintig topstukken uit de collectie. In deze blog worden vijf topstukken beschreven.

EMYA: oudste museumprijs

Naturalis viert de prijs! Foto: Naturalis.

De European Museum of the Year Award (EMYA) werd in 1977 opgericht en is daarmee de langstlopende en meest prestigieuze museumprijs in Europa. EMYA draagt bij aan het onder het voetlicht brengen van innovaties in de museumsector over het hele continent. Door nauwe banden met de Raad van Europa is EMYA ingebed in een systeem van waarden van burgerschap, democratie en mensenrechten. Deze prijs gaat naar een museum dat erin slaagt om (diverse) doelgroepen aan te trekken, een unieke sfeer en beleving weet neer te zetten en/of onderwijs en sociale verantwoordelijkheid hoog in het vaandel heeft staan.

 

 

 

 

 

 

 

Eerdere winnaars waren onder andere het Victoria and Albert Museum in Londen, het Guggenheim Museum Bilbao, het Rijksmuseum in Amsterdam en Rijksmuseum Boerhaave in Leiden. Het laatste museum won ook deze prijs in 2019. Door de lockdown was deze prijs ook in 2020 geldig, dus twee jaar Europees Museum van het jaar. En nu twee jaar later wint weer een museum in Leiden. Is dat toeval of is Leiden een goede voedingsbodem voor museums?

Nederland (1985): 100 jaar Rijksmuseum

Pieter Pauw liet in 1596/97 in Leiden het eerste anatomische theater van Nederland (het Theatrum Anatomicum) bouwen. Pieter Pauw, ook wel Petrus Pavius genoemd, was een Nederlandse botanicus, anatoom en hoogleraar. Pauw studeerde van 2 november 1581 tot 1584 geneeskunde aan de Universiteit Leiden, destijds aangeduid als de Hoogeschool te Leiden. Op 9 februari 1589 werd hij in Leiden buitengewoon hoogleraar. Pauw droeg vanaf 10 oktober 1598 samen met hoogleraar De Bondt zorg voor het bestuur over en het onderhoud van de Hortus Botanicus Leiden. Een replica van het anatomische theater staat in Rijksmuseum Boerhaave in Leiden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Korte historie Naturalis

Naturalis Biodiversity Center kent als organisatie een lange historie. Op 9 augustus 1820 werd bij koninklijk besluit en op initiatief van Coenraad Temminck in Leiden Rijksmuseum van Natuurlijke Historie (RMNH) opgericht. In 1878 werden de geologische en mineralogische verzamelingen afgesplitst om het nieuwe Rijksmuseum van Geologie en Mineralogie (RGM)  te vormen. In 1990 zijn het RMNH en RGM gefuseerd tot Nationaal Natuurhistorisch Museum en werden de activiteiten weer samengevoegd. In 1995 is het museum verzelfstandigd in de ‘Stichting Nationaal Natuurhistorisch Museum’. De naam ‘Naturalis’ wordt vanaf de opening van de nieuwbouw bij het Pesthuis in 1998 gebruikt. Het werd op 7 april 1998 geopend door Koningin Beatrix.

Een van de voorgangers: RGM en RMNH in Leiden.

Daarna volgde een fusie met het Zoölogisch Museum Amsterdam en het Nationaal Herbarium Nederland. De collectie van Naturalis (beheert ruim 42 miljoen natuurhistorische objecten) vormt een rijke bron voor onderzoek om zo het leven op aarde en in de zee steeds beter te kunnen beschrijven, begrijpen en verklaren. Sinds 2012 wordt de naam Naturalis Biodiversity Center gebruikt. Op 31 augustus 2019 opende het gerenoveerde en uitgebreide instituut zijn deuren. In vier maanden tijd ontving het museum een recordaantal van 275.000 bezoekers. Jong en oud kwam naar Leiden om de natuurhistorische topstukken, tegen het decor van een prachtig nieuw gebouw, met eigen ogen te bewonderen. Door de coronapandemie en langdurige lockdown zijn geen jaarcijfers bekend van 2020.

 

Hoogtepunten van 200 jaar verzamelen

In de jubileumtentoonstelling Van onschatbare waarde – 200 jaar Naturalis laten we 25 topstukken uit onze collectie zien. Deze bijzondere objecten zijn voor het eerst, of sinds lange tijd, te bewonderen. 200 dagen lang tonen we deze topstukken en hun verhalen. Om daarna hun plek in de collectietoren weer in te nemen. Objecten als de uitgestorven Kaapse leeuw en de Darwinvinken werpen samen licht op de indrukwekkende geschiedenis van Naturalis. Onderdeel van de tentoonstelling vormen portretten van bijzondere Nederlanders met hún favoriete natuurhistorische schat uit de rijkscollectie. Door de langdurige lockdown van musea in Nederland is deze tijdelijke expo nog te zien tot en met 31 oktober 2021. Boek dus snel een tijdslot en bekijk het gehele museum! Zeer de moeite waard.

 

Nederland (2017): Leven in de Noordzee.

 

De vijf horizontale postzegelparen zijn van boven naar beneden in een logische volgorde geplaatst:

  • In de lucht een jan-van-gent.
  • In de zee een rode poon.
  • In de branding een noorzeekrab.
  • Aan de vloedlijn blaaswier en knoopwier.
  • Op het strand nonnetjes, halfgeknotte strandschelpen en het eikapsel van een gevlekte rog.

Op het postzegelvel staan vijf vrijstaande tekeningen van bewoners van het Noordzeegebied tegen een achtergrondfoto van de Noordzee.

De afbeeldingen zijn gemaakt door vier wetenschappelijke illustratoren van Naturalis. Die namen staan op de tabs samen met de Nederlandse als de Latijnse naam van de soort. Een zeer mooie uitgave.

 

Van onschatbare waarde: 25 topstukken

Quagga

Na een verblijf van ruim zestien jaar verloor dierentuin Artis in Amsterdam op 12 augustus 1883 een van zijn meest bijzondere dieren. De allerlaatste quagga, een merrie, lag dood in haar stal. De laatste in het wild levende quagga was al enige tijd daarvoor in Zuid-Afrika neergeschoten. Toch duurde het nog even voordat men in de gaten kreeg dat de merrie uit Artis het laatste exemplaar was. Inmiddels is duidelijk dat de quagga een ondersoort van de steppezebra is. Vandaag de dag zijn er wereldwijd 23 opgezette quagga’s in musea te vinden, naast enkele schedels en skeletten.

Als je de sleetse, kalende vacht van deze merrie bekijkt kun je zien dat het om een oud preparaat gaat. Het is onmiskenbaar een quagga gezien de kop en hals met zebrastrepen die bij de romp langzaam vervagen en overgaan in de roodbruin gekleurde vacht. Friedrich Kerz (1842-1915), een van de eerste professionele preparateurs, heeft deze merrie opgezet. Ze is vervolgens via het Groote Museum van Artis bij Naturalis beland. Normaliter wordt deze merrie niet tentoongesteld vanwege haar kwetsbaarheid, maar voor de 200 jaar Naturalis jubileumtentoonstelling is een uitzondering gemaakt. Naturalis bezit nog een tweede opgezette quagga, een hengst uit Kaap de Goede Hoop.

Nederland (1988): Zomerzegel Plaatfout 1399 PM4

De Zuid-Afrikaanse vlakte was ooit het leefgebied van quagga’s. De naam quagga is afgeleid van het blaffende geluid dat de zebra’s maakten. Door de opkomst van boerenbedrijven in de loop van de negentiende eeuw werd de leefomgeving van de quagga steeds kleiner. Bovendien werd het dier intensief bejaagd  voor zijn huid en het vlees. Vanwege de aparte aparte vacht was de quagga ook een bijzondere bezienswaardigheid in dierentuinen. Zo kon het gebeuren dat de laatst levende quagga niet op de savanne, maar in de Amsterdamse dierentuin stond.

Nederland (1988): Zomerzegels Mens en dierentuin, postzegelboekje pb 38.

 

Dodo-skelet

Van de dodo, de rond 1680 uitgestorven en mythische vogel van Mauritius, zijn vele botten gevonden. De beenderen werden in grote aantallen ontdekt in 1865 tijdens de aanleg van een spoorlijn door het moerasgebied Mare aux Songes in het zuidoosten van het eiland. In een ondiepe bodemlaag werden niet alleen dodo-botten gevonden, maar bijvoorbeeld ook overblijfselen van andere vogels, reuzenschildpadden en vissen. Wat men toen nog niet wist is dat al deze dieren 4.200 jaar geleden zijn gestorven. Een extreme droogte was ze noodlottig geworden. Kort na de ontdekking zijn grote hoeveelheden dodo-botten verscheept naar Europese verzamelaars en musea, waar er skeletten van in elkaar werden gepuzzeld. De botten waren van allemaal verschillende dodo’s afkomstig.

 

Complete dodo-skeletten gemaakt van één individu zijn zeer zeldzaam; er zijn er slechts twee ontdekt in grotten op Mauritius rond 1900. Eentje staat in het Natural History Museum op Mauritius, de ander in Durban, Zuid-Afrika. In 2014 kreeg Naturalis dit prachtige samengestelde skelet overgedragen van het Mineralogisch-Geologisch Museum van de Technische Universiteit Delft. Daarmee is Naturalis het enige museum in Nederland dat een dodo-skelet bezit. Het bestaat uit skeletelementen van twee dodo’s, aangevuld met gipsafgietsels. Echte onderdelen zijn onder meer de ondersnavel, wervelkolom, borstbeen, heupbeen, en de pijpbeenderen in de poten, die in de afbeelding rood ingekleurd zijn.

 

 

 

 

 

 

Mauritius (2007): serie en blok Dodo.

Rs5 ~ hoofd van dodo, uit journaal van het schip Gelderland (gereisd naar Mauritius 1598), 1601
Rs10 ~ dodo, uit prent van Adrian van de Venne Universiteit Utrecht, 1626 (waarschijnlijk naar opgezette exemplaar)
Rs15 ~ dodo, uit boekplaat door Harrison, Cluse & Co, 78 Fleet Street, Londen, 1798
Rs25 ~ dodo, door JW Frohawk, een bord uit Extinct Birds door Lord Walter Rothschild, 1905

Blok Rs25 ~ bostafereel met dodo’s (pre-Europees contact), schilderij van de paleontoloog Julian Pender Hume, 2001

In 1995 heeft preparateur Jan Hakhof het skelet gebruikt voor het creëren van een levensechte reconstructie van de dodo. Hij maakte er een afgietsel van en plaatste dat in een actievere houding. Op basis van het aangepaste skelet modelleerde Jan het lichaam, wat uiteindelijk resulteerde in een model van een slankere dodo die recht op zijn poten staat. De dodo werd lange tijd afgebeeld als een dikke, plompe vogel, maar inmiddels zijn de inzichten veranderd. Het was een veerkrachtig dier, dat zelfs extreme droogte wist te overleven. Niet de klimaatverandering heeft de vogel doen uitsterven, maar de mens met in zijn kielzog ratten en varkens die de eieren van de dodo opvraten. De vogel was al uitgestorven voor de mens er zelf erg in had.

Mauritius (2007): Dodo.

 

Kaapse leeuw

De Kaapse leeuw uit Zuid-Afrika met zijn karakteristieke weelderige manen heeft een koninklijke uitstraling. Dit topstuk uit de collectie van Naturalis is een bijzonder mooi antiek preparaat; wereldwijd zijn er in musea maar vijf van te vinden. Naast dit dier heeft Naturalis van de Kaapse leeuw, die lange tijd als aparte leeuwensoort werd beschouwd, nog twee schedels. Dit oude parmantig opgezette exemplaar is in 1860 overgenomen van het Zoölogisch Kabinet van Theodoor Gerard van Lidth de Jeude (1788-1863), professor aan de Universiteit van Utrecht. Deze grote verzameling preparaten was bedoeld voor het onderwijs aan studenten en was toegankelijk voor publiek.

Kenmerkend is de volle, wilde manenbos rondom zijn kop, hals en schouders met een smalle uitloper onder zijn buik. De kleur van de manen varieert van lichtblond tot donker naar de borstpartij. Deze Kaapse leeuw leefde op de savannes van Zuid-Afrika. Daar joeg hij op grote hoefdieren, zoals zebra’s en buffels. In de loop van de zeventiende eeuw werd zijn leven verstoord toen Nederlanders hun VOC-schepen aanlegden bij Kaap de Goede Hoop om daar goederen in te slaan. Er vestigden zich steeds meer kolonisten die boerderijen begonnen, en de Kaapse leeuw werd in toenemende mate bejaagd. De grote kuddes vee namen de plaats van de wilde kuddedieren in, met als gevolg dat de indrukwekkende leeuwen verdwenen uit het gebied.

 

 

 

 

 

 

 

 

Lange tijd werd aangenomen dat de Kaapse leeuw geheel was uitgestorven. Zoals gezegd werd hij lange tijd als aparte soort gezien. In een latere onderverdeling kwam de Kaapse leeuw als uitgestorven in een rijtje ondersoorten van de Afrikaanse leeuw te staan. Recent DNA-onderzoek heeft aangetoond dat deze indeling in meerdere ondersoorten wat overdreven is. De lengte en kleur van de manen blijkt geen goede indicator om ondersoorten te onderscheiden. De manendos is niet alleen afhankelijk van de afstamming, maar ook van omgevingsfactoren, leeftijd en zelfs van het testosterongehalte van het individu. Tegenwoordig worden slechts twee ondersoorten erkend. De naam melanochaita is bewaard gebleven, maar vorstelijke manenpartij van de Kaapse Leeuw komt onder hedendaagse leeuwen helaas nog maar zelden voor.

Moçambique (2018): Leeuwen.

 

Darwin­vinken

 

 

Vijf bruine en grijze vogeltjes op een rijtje met de pootjes omhoog. Qua kleur en uiterlijk zijn dit zeker niet de spectaculairste vogels in onze collectie, maar wel de kostbaarste. Deze vinken – eigenlijk gorzen – zijn verzameld in 1835 tijdens de beroemde Beagle-expeditie van Charles Darwin (1809-1882) naar de Galapagoseilanden. In totaal nam Darwin 31 galapagosvinken voor onderzoek mee naar Londen, waar hij ze liet bestuderen door ornitholoog John Gould (1804-1881). Gould ontdekte dat ze een nieuwe vogelgroep vertegenwoordigden en identificeerde in totaal dertien verschillende soorten.

De darwinvinken lijken in uiterlijk sterk op elkaar. Het verschil zit hem vooral in de vorm van hun snavels. Darwin bedacht dat de vinken moesten afstammen van een gemeenschappelijke voorouder die lang geleden vanaf de westkust van Zuid-Amerika was komen overvliegen. Door aanpassing aan het voedselaanbod op de verschillende eilanden had de ‘oervink’ zich in de loop van de tijd tot meerdere soorten ontwikkeld. Zo kwam Darwin dankzij zijn vinken tot een groots inzicht: het inzicht dat soorten veranderlijk zijn. De basis van Darwins evolutietheorie.

Uit de serie Charles Darwin (1982): Darwin, Cactusgrondvink en Grote Grondvink.

Kort na zijn reis gaf Darwin zijn vogelcollectie aan het museum van de Zoological Society of London, maar toen dat museum sloot raakte de verzameling verspreid over diverse instituten. Vijf darwinvinken werden doorverkocht aan Naturalis door de bekende Amsterdamse naturaliënhandelaar Frank, om precies te zijn een cactusgrondvink (Geospiza scandens), drie kleine grondvinken (Geospiza fuliginosa) en een vegetarische boomvink (Platyspiza crassirostris). Onze taak is om ze voor eeuwig te bewaren, in het donker en onder speciale klimatologische omstandigheden. Een plek in de permanente tentoonstelling is jammer genoeg niet mogelijk; alleen voor de jubileumtentoonstelling 200 jaar Naturalis is een uitzondering gemaakt.

Uit de serie Scientists Tale (1999): Galapagos Finch and Fossilzed Skeleton (‘Darwin’s theory of evolution’)

 

Japanse reuzenkrab

 

In de collectietoren van Naturalis bevindt zich een groot deel van de wereldberoemde natuurhistorische collectie van geneesheer Philipp Franz von Siebold. Tussen 1823 en 1829 verzamelde hij tijdens zijn verblijf op het Japanse eiland Dejima duizenden dier- en plantensoorten. Het merendeel is aangedragen door vissers, jagers en andere verzamelaars, want Von Siebold mocht niet van het eiland af behalve voor een hofreis. In deze eerste grote verzameling van Japanse specimen in Europa zaten veel tot dan toe onbekende soorten, waaronder enkele exemplaren van de Japanse reuzenkrab.

De soort werd in 1836 beschreven door de eerste directeur van het ‘s Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, Coenraad Jacob Temminck, onder de naam Maja kaempferi. De beschrijving is gebaseerd op exemplaren die Von Siebold naar het museum zond. Dit gigantische mannetje geldt als het belangrijkste wetenschappelijke referentie-exemplaar. Het is een van de grootste exemplaren van de soort die in museumcollecties aanwezig is. Naturalis bezit er nog eentje met een spanwijdte van meer dan drie meter, een geschenk van de Japanse krabbendeskundige Dr. Odawara aan Prof. Dr. L.B. Holthuis (1921-2008), vermaard taxonoom en voormalig conservator van de kreeftachtigen.

 

 

 

 

 

 

 

Bij volwassen mannetjes kan het voorste paar van de spinachtige poten een spanwijdte van maar liefst 3,8 meter bereiken. Het lijf is daarentegen niet zo groot: maximaal zo’n 35 centimeter. De grootste exemplaren wegen bijna 20 kilo. Doorgaans leven ze diep in zee, tussen de 200 en 300 meter, maar ze zijn  ook op 20 meter diepte door duikers waargenomen. In eerste instantie waren deze giganten alleen bekend van enkele baaien in Japan. Zo is van dit topstuk uit de Von Siebold collectie bekend dat hij is verzameld in de Suruga-baai ten zuidwesten van Tokio, met berg Fuji als bekende blikvanger. Later zijn ze ook ontdekt bij Taiwan en langs de Chinese kust.

 

 

 

 

Gebruikte bronnen:

Met dank aan Naturalis voor de teksten en foto’s van ‘Van onschatbare waarde’.

 

Meer info:

Naturalis: https://www.naturalis.nl/

Naturalis 200 jaar: https://www.postzegelblog.nl/2020/10/07/naturalis-200-jaar/

 

 

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Thematisch Duitsland Groot Brittannië Japan Monaco Nederland Spanje Musea Vogels



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (8 stemmen, gemiddeld: 5,00 uit 5)
Laden...
PrintSchrijf een reactie

Reacties (0)

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)