De luchtpostzegels van de republiek Oostenrijk in 1922 - Postzegelblog

De luchtpostzegels van de republiek Oostenrijk in 1922

0

De eerste stappen naar vrede werden gezet op 3 maart 1918, toen het Vredesverdrag van Brest-Litovsk werd gesloten dat een einde maakte aan het oostelijke front in de Eerste Wereldoorlog. Het vredesverdrag werd ondertekend door de zogeheten Centrale mogendheden, bestaande uit het Duitse Rijk, Oostenrijk-Hongarije, Bulgarije en het Ottomaanse Rijk en aan de andere zijde vertegenwoordigers van de Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek.

 

Keizer Karel I diende op 14 september 1918 een voorstel in bij de geallieerden in de vorm van een vredesnota met de titel ‘Aan allen!’ Oostenrijk had dit voorstel ingediend zonder zijn bondgenoten te informeren. De zegevierende mogendheden drongen er echter op aan dat het Duitse Rijk ook een verzoek om een staakt-het-vuren indiende. Toen de militaire ineenstorting van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije in de herfst van 1918 niet langer kon worden afgewend, drong het Hooggerechtshof er bij de Regering van het Duitse Rijk op aan om te onderhandelen over een staakt-het-vuren. Duitsland was nu bereid de onderhandelingen te voeren op basis van het 14 -puntenprogramma van Wilson. Tegelijkertijd verspreidde de Leiding van het Opperste Duitse Leger de ‘Dolchstosslegende’, volgens welke het op dat moment nog ongeslagen Duitse leger door burgers zou zijn verraden.

 

In de laatste dagen van oktober 1918 volgden de gebeurtenissen in Wenen elkaar snel op. Binnen korte tijd werd de Habsburgse overheersing in Oostenrijk na bijna 640 jaar beëindigd. Op 3 november 1918 sloten Oostenrijk-Hongarije en zijn bondgenoten een staakt-het-vuren. Op 11 november volgde de wapenstilstandsovereenkomst tussen Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Hiermee kwam een einde aan de gevechten van de Eerste Wereldoorlog. Keizer Karel I trad niet af maar vluchtte op 11 november 1918 met zijn gezin naar Zwitserland. In Duitsland werd de Republiek uitgeroepen. Oostenrijk-Hongarije viel uit elkaar. De voormalige landen van de monarchie vormden hun eigen staten of sloten zich aan bij andere landen. De resterende Duitstalige gebieden van de monarchie werden samengevoegd tot de Republiek Duits-Oostenrijk.

Op 10 september 1919 werd het Verdrag van Saint-Germain gesloten waarbij officieel de staatsgrenzen van de voormalige oorlogsgebieden werden vastgesteld. De samenvoeging van Duitsland en Oostenrijk werd ongedaan gemaakt waarbij de naam ‘Duits-Oostenrijk’ kwam te vervallen. Op 21 oktober 1919 werd het verdrag door Oostenrijk geratificeerd waardoor de Eerste Republiek Oostenrijk ontstond. Grote delen van het Oostenrijkse gebied moesten worden afgestaan aan de nieuwe staten Tsjecho-Slowakije, Italië en Joegoslavië.

 

Toch werden na oktober 1919 postzegels gebruikt met de benaming ‘Deutschösterreich’ omdat de series bestaande uit meer dan dertig frankeerwaarden al lang waren voorbereid en vanaf juli 1919 in druk waren gegaan. De oplagen liepen in de miljoenen exemplaren en men besloot om deze zegels door te gebruiken totdat nieuwe postzegels met alleen de benaming ‘Österreich’ beschikbaar kwamen. De zegels uit de series met inschrift ‘Deutschösterreich’  bleven geldig voor de frankering tot en met 31 juli 1922.

Zelfs een luchtpostzegel was voorbereid om te worden uitgegeven. Het was de waarde van 2 Kronen met een opdruk ‘Flugpost’. Deze zegel werd echter niet in omloop gebracht maar een aantal vellen kwam in handen van particulieren en vonden gemakkelijk hun weg, als losse zegels, in blokken van vier en veldelen, naar handelaren en verzamelaars.

 

In 1921 werd door de Oostenrijkse Postdienst onder ontwerpers een wedstrijd georganiseerd voor een nieuwe serie permanente postzegels. Er werden veel ontwerpen ontvangen waaronder een aantal zeer interessante voorstellen. De meeste ontwerpen waren zeer neutraal en vaak uitsluitend ornamenteel, althans vanuit het oogpunt van vandaag. Bij gebrek aan geschikte motieven hadden de meeste ontwerpers alleen cijfertekeningen of allegorische voorstellingen ingediend en bijna alle ontwerpen waren in de stijl van de toenmalige ‘Jugendstil’ ook wel ‘Art Nouveau’ genoemd.

 

Uiteindelijk koos de Oostenrijkse Postdienst voor een vrij uniform vormgegeven serie van de Opper-Oostenrijkse kunstenaar Professor Wilhelm Dachauer. Ontwerpen met drie motieven: ‘korenaren’, ‘hamer’ en ‘vrouwenkop’. De eerste postzegels verschenen vanaf januari 1922 van in totaal 49 frankeerwaarden. De eerste twee zegelmotieven werden vervaardigd in boekdruk in enorme oplagen.

De postzegels met afbeelding ‘vrouwenkop’ werden in groter formaat in diepdruk aangemaakt. Alle drie de ontwerpen zijn onmiskenbaar in te delen in de zogenoemde ‘Jugendstil’, een kunststroming die tussen 1890 en 1914 opkwam als reactie op het ‘impressionisme’. Als landsnaam werd uitsluitend het woord ‘Österreich’ op de zegels vermeld, zoals overeengekomen in het Verdrag van Saint-Germain.

Vanaf 1921 begonnen de prijzen te stijgen, eerst langzaam, daarna sneller en sneller. De inflatie sloeg toe. Ook de postkosten stegen. De eenvoudige binnenlandse brief steeg van 20 Heller aan het eind van de monarchie naar 40 Heller, dan naar 80 Heller, naar 1,50 Kronen en verder naar 3 Kronen, 7,50 Kronen, 20 Kronen, 80 Kronen, 160 Kronen, 320 Kronen, 600 Kronen, 1.000 Kronen en tenslotte naar 1.500 Kronen. Eind juni 1925 had men veertien tariefverhogingen geteld. De hoogste waarde op de postzegel met ‘vrouwenkop’ was 10.000 Kronen.

Op 6 april 1922 was de luchthaven ‘Aspern’ in Wenen overgenomen door de staat. Binnen de luchtroute tussen Parijs, Praag, Wenen, Boedapest en Bukarest werd Oostenrijk vanaf 1 juni 1922 opgenomen in de Internationale Luchtvaart Dienst en maakte zo deel uit van het Europese luchtnetwerk. Ook poststukken konden met vliegtuigen op deze luchtlijn worden vervoerd en daarom werden luchtpostzegels noodzakelijk om aan het luchtrecht te kunnen voldoen.

 

Professor Wilhelm Dachauer kreeg de opdracht om twee ontwerpen te maken voor een serie van vijf luchtpostzegels. Hij diende enkele ontwerpen in waarvan twee werden gekozen. Een met een gestileerde torenvalk en een met een afbeelding van vliegtuigpionier Wilhelm Kress. Beide zegels werden uitgevoerd met een omranding in ‘Jugendstil’. De uitgiftedatum was 31 oktober 1922. De waarden waren 300 Kronen met een oplage van 525.000 stuks, 600 Kronen, oplage 816.000 zegels en 900 Kronen, oplage van 821.000 zegels.

 

De twee luchtpostzegels met afbeelding van Wilhelm Kress verschenen eveneens op 31 oktober 1922. Ingenieur en vliegtuigpionier Wilhelm Kress ontwikkelde de zogenoemde hangvlieger in 1877. Door een motor toe te voegen aan zijn steeds verder verbeterde vlieger lukte het hem om enkele kleine sprongetjes in de lucht te maken vanaf een meer maar de motor was zwaarder dan hijzelf en het lukte hem niet om het vliegtuig de lucht in te krijgen. Bij zijn laatste poging ging het mis omdat een van de drijvers van zijn vliegtuig verstrikt raakte in rommel dat op het water dreef, afbrak, waardoor het vliegtuig zonk. Hij overleed op 24 februari 1913 in Wenen. De oplage van de luchtpostzegel van 1.200 Kronen bedroeg 810.000 zegels en de zegel van 2.400 Kronen een oplage van 812.000 stuks.

 

Door de aanhoudende stijging van de postkosten waren natuurlijk voortdurend nieuwe frankeerwaarden van postzegels nodig, ook van de luchtpostzegels. De twee luchtpostzegels met afbeelding van Kress hadden de waarden van 3.000 Kronen, oplage 570.000 zegels, en 4.800 Kronen, oplage 567.000 stuks. De uitgiftedatum was 17 maart 1923. De luchtpostzegels met afbeelding van een torenvalk waren gedrukt in boekdruk, de luchtpostzegels met afbeelding van Kress in diepdruk.

Een aanvullingswaarde om aan hogere tarieven van de luchtrechten te kunnen voldoen verscheen op 18 april 1924. Op deze zegel was eveneens de gestileerde torenvalk afgebeeld. De oplage van de zegel van 400 Kronen was veel kleiner dan de andere luchtpostzegels en bedroeg 287.000 exemplaren. De postzegeluitgiften van 1923 en 1924 vertoonden, zoals eerder vermeld, inflatiewaarden tot 10.000 Kronen. Deze hyperinflatie werd veroorzaakt door de hoge oorlogsuitgaven en de herstelbetalingen die Oostenrijk als verliezer moest betalen. Als gevolg van de rampzalige economische omstandigheden van de republiek en de daaropvolgende inflatie werd een valutawijziging noodzakelijk. Op 1 maart 1925 werd in Oostenrijk de munteenheden Schilling en Groschen ingevoerd. Een Shilling werd gelijkgesteld met 10.000 Kronen. Op 1 juni 1925 werd de eerste permanente serie postzegels uitgebracht in de nieuwe munteenheid. Vanaf 1 augustus 1925 verscheen op verschillende data daarna een nieuwe serie luchtpostzegels, een serie bestaande uit maar liefst twintig verschillende waarden van 2 Groschen tot en met 10 Schilling.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Bulgarije Joegoslavië Oostenrijk Zwitserland Duitse rijk Eerste Wereldoorlog



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (2 stemmen, gemiddeld: 5,00 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Reacties (0)

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)