Digitale filatelie: een speurtocht in zeven delen – Deel 2 De websites van de KNBF en van internationale soortgenoten - Postzegelblog

Digitale filatelie: een speurtocht in zeven delen – Deel 2 De websites van de KNBF en van internationale soortgenoten

1

De website van de Bond heeft in 2011 een opfrisbeurt gehad, maar is daarna nauwelijks meer vernieuwd. Dat is een van de redenen dat de Bond nu opnieuw een ‘digitaliseringsslag’ probeert te maken. De website zoals die er nu uitziet heeft (nog steeds) een aantal hele positieve punten. Een goede zoeker-met-tijd kan veel vinden via de links, maar je moet dan wel een doorzetter zijn want de website oogt saai en ingewikkeld. Wel weer goed is dat er voor slechtzienden (en veel ouderen zijn dat en veel postzegelaars zijn inmiddels oud) een grotere-letter optie is.

Er staan veel doorverwijzingen naar andere websites en naar een groot aantal verenigingen, die dus allemaal in heel veel talen te lezen zijn! Maar als je daar goed naar kijkt dan zie je dat sommige gekoppelde websites ‘broken links’ hebben. Je kunt er niet meer bij via de KNBF site, terwijl je ze wel kunt vinden via een zoekmachine. En aan de andere kant zijn er inmiddels veel verenigingen9 die inmiddels wel een eigen website hebben, maar dat wordt dan weer niet gemeld op de Bondswebsite (waar vanaf 2013 wel meer pagina’s niet goed zijn bijgehouden). Verder is het wel goed dat het bondsarchief zelf goed vindbaar is: nieuwsbrieven en bondsbrieven.

Regel één: websites moeten verleiden

“Doutzen moet jongeren weer verleiden kaartjes te sturen”: Nederland 2016

Websites moeten zo ontwikkeld worden dat bezoekers verleid worden om er wat dieper in te duiken, er langer willen blijven en er graag terugkomen. En de Bond is een slechte verleider: de eerste pagina (de home page) doet het tegendeel: veel bezoekers zullen geschrokken wegrennen naar wat leukers. Als ze het filmpje aanklikken zien ze wel wat interessants, maar de taal waarin dat gebeurt is afstandelijk en belerend en het is ook al behoorlijk oud (uit 2011, en niet Full Screen af te spelen). Dat zal geen jongeren tot de filatelie brengen en weinig ouderen bij de Bondsactiviteiten betrokken houden. Dat doen Jeffrey Groeneveld en zijn dochter Joan met hun ‘filavlogs’ toch echt veel beter. Op websites die ‘aanspreken’ moeten vooral ook goede illustraties staan. Kijk maar eens hoe de Duitsers dat doen en vergelijk het met hoe de Bond dat doet: een paar saaie foto’s, die het beeld bevestigen van een duffe hobby van oudere mannen.

Er is op de KNBF website een lastig te vinden digitale link naar het maandblad Filatelie maar dat is een lelijke en weinig informatieve website en zonder een doorzoekbare selectie van artikelen in dat Maandblad; bv na een twee-jaar ‘grace’ periode. Dat doen de Belgen toch veel beter met het blad Belgaphil. Wat natuurlijk ook archaïsch is, is het gebrek aan digitale toegang tot de bondsbibliotheek in Houten, waarvan velen beweren dat die tot de top-drie van de wereld behoort. Je kunt via de KNBF website geen aanklikbaar bibliotheekbestand inzien en er is een lange en saaie lijst tijdschriften, maar zonder die te kunnen aanklikken. Vrijwel niets van al die rijkdom is online te raadplegen en het zoeken op zelf ingevoerde zoektermen is een ramp. Natuurlijk: veel van het werk voor de KNBF is goedbedoeld vrijwilligerswerk en dan is er al snel sprake van eigenzinnigheid, gebrek aan continuïteit en het ontbreken van de dagelijkse zorg die websiteonderhoud nodig heeft. En het moet ook vaak op een koopje, of er wordt gemakkelijk meegegaan met ‘professionals’ die men via-via kent en die de klus wel even zullen klaren.

Filateliecursussen online

Een plaatje bij een Duitse online cursus Filatelie. Bron: wikihow.

Wat wel aardig is, is de moeite die genomen is om filateliecursussen te ontwikkelen en digitaal toegankelijk te maken. De Bond zelf heeft dat gedaan met haar ‘Cursus Filatelie’, maar ook de Nederlandse Vereniging van Postzegelhandelaren, de NVPH, heeft een ‘Cursus Postzegels Verzamelen’, terwijl voor wie Engels leest een heel informatieve cursus te vinden is als ‘Stamp Collecting At Home Hobbies’. Voor wie Duits leest is er een erg leuke en leerzame Zwitserse website. Maar kijk ook eens bij de Cursus Filatelie van Cees van der Wel (van de Helderse Postzegelhandel) op YouTube. Die is er ook in het Duits! En er is een cursus Filatelie in Twaalf Delen op Filavaria, met veel aandacht voor de specialismes. Kijk en vergelijk! En er is (of was?) bij de KNBF aparte aandacht voor wat ‘jeugdfilatelie’ wordt genoemd, met een verwijzing naar twee websites. Overigens is een heel recente loftuiting op de filatelie te horen in een podcast van Maarten van Rossum!

Regel twee: websites moet je bijhouden!

Tenslotte: het leuke idee van ‘Forums’ op de KNBF website was na twee jaar (2011-2013) ter ziele, de ‘media’-pagina is volkomen verouderd na een (karige) start in 2011 en de pagina ‘Filatelieblog’ was van 2011-2013 actief; en was daarna ter ziele tot eind 2020. Terwijl er in Nederland een buitengewoon goed ‘postzegelblog’ bestaat, waarnaar de verwijzing op de Bondswebsite nauwelijks te vinden is. En postzegelhandelaren en veilingen in Nederland zijn bij de KNBF in geen velden of wegen te bekennen. Daarvoor moet je naar de website van de NVPH of naar het postzegelblog voor de handelaren en opnieuw naar het postzegelblog voor een overzicht van veilingen, al zijn ook die websites niet up-to-date. De gespannen verhouding met PostNL blijkt ook uit het feit dat de website van PostNL niet te vinden is, het tijdschrift Collect alleen na moeizaam zoeken en de ‘links’ geven slechts een verwijzing naar ‘iconen van de post’, wat wel een heel informatieve website is, hoewel het ineens stopt in 2015. PostNL is onlangs overigens wel gestart met webinars voor postzegelverzamelaars. Kortom: websites moeten niet alleen verleiden, ze moeten ook goed bijgehouden worden en het is van belang om op de eerste pagina steeds te laten zien wat er nieuw is en een site als die van de Bond zou toch zeker eens in de week een nieuw item moeten hebben om het levendig te houden.

Regel drie: je moet een spin in een web willen zijn.

Burundi 2014: spin in een web. Bron: arachnid on stamps.

De webmaster van de Bond zou dus een spin in het web moeten willen zijn, die zelf ook steeds bijhoudt of de ‘links’ nog werken en welke interessante informatie allemaal voorhanden is: jagen en verzamelen! Wat mij betreft hoeft het dan niet zo te zijn dat alleen maar informatie wordt opgenomen van verenigingen die lid zijn van de Bond. Als de Bond echt een spin in dat web van Nederlandse filatelisten wil zijn dan doet het er niet toe waar die informatie vandaan komt. Maar het is volkomen achterhaald dat een webmaster alles ‘met de hand’ moet doen. Technisch is het mogelijk om een digitale oogstfunctie te hebben van wat er binnen verenigingen en in relevante tijdschriften aan moois wordt geproduceerd al moet ook dat steeds wel in de gaten worden gehouden door een webmaster en is het van belang om de goede tags te hebben om alles af te grazen!

Pareltjes

Er is dus veel werk aan de winkel! Maar dat geldt eigenlijk voor de hele digitale filatelie. Er zijn in Nederland (minimaal) 255 filatelieverenigingen actief op dit moment (waarvan er 189 lid zijn van de Bond), maar in totaal zijn er maar 111 met een werkende website en 144 zonder een website of met een website die niet meer werkt. Veel verenigingswebsites hebben weinig te vertellen, maar er zijn ook pareltjes bij: we noemen er zeven (naast die van onze eigen OHvZ natuurlijk): de websites van Den Haag, Geleen, Gouda, Nijmegen, Purmerend, Volkel-Uden, en Zwolle. Ga vooral eens kijken hoe ze het daar aanpakken18! Het is heel goed dat het maandblad Filatelie sinds kort systematisch aandacht besteed aan websites in binnen- en buitenland.

Leren van het buitenland: de F.I.P.

Wat kunnen we leren van filatelistische websites uit het buitenland? Dat zijn er nogal wat! Laten we beginnen met de website van de wereldbond, de F.I.P. Daar vind je o.a. verwijzingen naar veel websites van landsbonden: 38 websites van 93 leden. Bij degenen met een website is er in bijna alle gevallen een mogelijkheid om alles tweetalig te bekijken: de lokale taal en Engels, via Google translate. Uitzonderingen zijn: België (met twee aparte websites: Frans en Nederlands), Frankrijk (alleen Frans), Noorwegen (alleen Noors), Slovenië (alleen Sloveens, want dat begrijpt toch iedereen), en Zwitserland (Frans en Duits, waarvan alleen de Duitse doorklikt naar Engels, maar dus geen Italiaans!). Buiten Europa hebben de volgende nationale verenigingen ook een website: Australië, Brazilië, Canada, Ecuador, Guatemala, India, Indonesië, Mexico, Nieuw Zeeland, Pakistan, Zuid Afrika (als enige in Afrika), UAE, en USA. Vele anderen niet (of die zijn niet zichtbaar via de FIP website). Sommige websites op de FIP site geven niet thuis, maar zijn (meestal) wel te vinden via Google. Maar wat vooral opvalt op de F.I.P website zijn de werkelijk uitstekende (Engelstalige) filmpjes van seminars op het gebied van postgeschiedenis, vanuit de hele wereld, begonnen tijdens de corona-epidemie.

FEPA, FIAF en FIAP


Er is ook een Europese koepelorganisatie: de FEPA. De FEPA familie bestaat uit 44 leden waarvan 28 een website hebben die werkt en dat gaat in vijf gevallen om Europese verenigingen die bij de FIP website (nog) zonder website staan. Opvallend is dat twee leden Europese randgevallen zijn: Turkije en Israël (allebei met website). Een enkele website blijkt niet te werken en veel websites geven aan dat ze ‘not secure’ zijn. De FEPA website geeft wel een belangrijke link naar een groot overzicht van filatelistische bibliotheken, met verwijzingen naar 27 bibliotheken. Maar daarbij steekt er één met kop en schouders boven de andere uit: de bibliotheekpagina van de website van de Royal Philatelic Society London.

Er zijn in de wereld nog twee koepelorganisaties. De eerste is die van Amerika: de FIAF, in het Spaans, Portugees en Engels. De tweede is die van Azië: de FIAP, in het Engels, waarbij opvalt dat ook de landelijke verenigingen van Australië, Nieuw Zeeland en Zuid Afrika lid zijn. De FIAF website is zeer toegankelijk en heeft een mooie opzet met ook veel aandacht voor elk van de deelnemende landen en voor digitale tentoonstellingen (virtual exhibitions). De Aziatische website laat zien hoe het niet moet: veel te veel tekst. Ze hebben allebei wel aandacht voor de postmusea in de regio, met verwijzingen naar de websites daarvan.

De website van de UPU

De wereldorganisatie van Postadministraties, de Universal Postal Union, bestaat al 146 jaar en heeft een informatieve website. Via deze website zijn alle websites te vinden van alle 192 landelijke postzegeladministraties in de wereld die lid zijn van de UPU. Ook zijn alle recente afleveringen digitaal te vinden van Union Postale, hun tijdschrift (in het Engels en in het Frans). En voor de economen en statistici onder ons is er een jaarlijkse analyse en die van november 2020 gaat natuurlijk vooral over de effecten van corona op het mondiale postverkeer. Een gerelateerde website geeft heel veel afbeeldingen van postzegels van over de hele wereld.

Nationale websites elders

In totaal zijn er iets meer dan 100 nationale postzegelbonden waarvan de helft een werkende website heeft en bij bijna allemaal kun je terecht met Engels. De meeste zijn lid van een regionale koepel en ook van de F.I.P., maar niet allemaal.






Van de nationale bonden met een goede website noemen we er een paar. In Groot Brittannië heet de bond de Association of British Philatelic Societies. In Duitsland is er de Bund Deutscher Philatelisten, met eveneens een fraaie en informatieve website, waarbij opvalt hoeveel ‘Digitale Vorträge’ er inmiddels op staan. In de Verenigde Staten is er de American Philatelic Society, die ook ruimschoots gebruikmaakt van social media: Facebook, Instagram, Twitter en YouTube en waarbij veel aandacht wordt geschonken aan nieuwe uitgiftes van de Verenigde Staten zelf. Opvallend is een YouTube fimpje met een jonge vrouw die enthousiast uitlegt dat de toekomst van de filatelie ligt in het online tentoonstellen van verzamelingen. Bij de Franse Bond, de FFAP, valt op hoeveel aandacht ze besteden aan een filatelistisch lexicon. Dat is erg nuttig voor wie met de catalogi van Yvert & Tellier werkt. De Italianen laten zien hoe het bestuderen van postgeschiedenis verbonden is met allerlei andere interessegebieden. En tenslotte onze zuiderburen: daar roemden we al de toegankelijkheid van alle oudere afleveringen van Belgaphil, maar we kunnen ook de online catalogus van hun filatelistische bibliotheek aanbevelen, al zou daar wel een betere zoekfunctie bij moeten worden ontwikkeld.


Verder is het goed om te zeggen dat er ook enkele toonaangevende verenigingen zijn in het buitenland met zeer goede websites. Een paar voorbeelden: de oudste in de wereld werd al in 1869 opgericht: de al eerder genoemde Royal Philatelic Society London en er is een verzamelaarsvereniging voor UK postzegelverzamelaars, de Great Britain Philatelic Society, met een indrukwekkende website. Heel leerzaam is ook wat de Collectors Club in New York met haar website heeft gedaan. Wat tenslotte niet onbenoemd mag blijven is een enorme Duitse website: Philaseiten. Ga zelf eens neuzen op al die websites in de wereld! De meest bijzondere bewaar ik tot het laatst hier: Stampontheweb is een Italiaanse website, in negen talen waaronder het Nederlands, waarbij toegang wordt gegeven tot vele honderden filatelistische websites in de wereld, waaronder forums en blogs.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Thematisch Burundi Computers



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (3 stemmen, gemiddeld: 4,67 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Tags bij dit artikel

Reacties (1)

  • Ramon Eichstaedt op 23 maart 2021 om 16:43

    Je zegt als één van de eerste dingen dat depagina in groot lettertype mag/moet. dat kan je zelf ook doen.

    Gewoon de crtl-knop inhouden en scrollen met de muis, dan worden de letters groter.

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)