De Voorjaarsbeurs in Wenen in 1947 - Postzegelblog

De Voorjaarsbeurs in Wenen in 1947

0

Ter gelegenheid van de Voorjaarsbeurs in Wenen na het einde van de Tweede Wereldoorlog verscheen een serie van acht postzegels met toeslag met afbeeldingen die betrekking hadden op de toekomst van de Republiek Oostenrijk. Maar ook na de Eerste Wereldoorlog werden al beurzen in Wenen gehouden.

De eerste Beurs van Wenen werd op 11 september 1921 geopend na slechts vier maanden van voorbereiding. Het doel was om Oostenrijk uit het economisch isolement te halen dat na de Eerste Wereldoorlog was ontstaan. De beurzen en tentoonstellingen, waren echter niet toegankelijk voor het algemene publiek maar uitsluitend voor vertegenwoordigers van buitenlandse bedrijven en instellingen die bereid waren in de Oostenrijkse economie te investeren. De beurzen vonden plaats in de ‘Rotunde’, een gebouw uit 1873 dat was opgetrokken voor de Wereldtentoonstelling in dat jaar. Hier werden later tal van tentoonstellingen en evenementen gehouden. Vanaf 1921 werd de Beurs van Wenen twee keer per jaar gehouden als voorjaars- en najaarsbeurs. Speciale postzegels voor de Beurs van Wenen werden voor het eerst in 1941 uitgegeven, een serie met vier postzegels voor de voorjaarsbeurs waarvan één met een afbeelding van het beursgebouw nadat op 17 september 1937 het hoofdgebouw, de enorme ronde stalen koepel, door brand was verwoest.

De andere serie bestond uit twee postzegels voor de najaarsbeurs. Die afbeeldingen hebben echter niets van doen met de beurs zelf en tonen uitzichten van de Boven-Belvedere en het oudere Beneden-Belvedere van een paleizencomplex in Wenen gebouwd tussen 1714 en 1716 voor Eugenius von Savoye.

In de serie permanente postzegels uitgegeven vanaf 24 november 1945 ter vervanging van de bezettingszegels uit 1945, werd ook een postzegel opgenomen met een afbeelding van de Belvedere in Wenen. Op de achtergrond is het Slot Belvedere te zien. De uitgiftedatum van deze zegel was 8 april 1946.

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog vond in 1946 de eerste ‘exporttentoonstelling en beurs’ plaats op het door bombardementen en branden nog grotendeels verwoeste terrein van de ‘Rotunde’. In hetzelfde jaar werd de najaarsbeurs geopend op het al gedeeltelijk gerenoveerde en gerestaureerde gebied.

Op 19 september1946 deed de burgemeester van Wenen, Theodor Körner, een beroep op de bevolking van de stad: ‘Wiener, steun uw Weense Beurs! De eerste Weense Vredesbeurs vindt plaats in de week van 6 tot en met 13 oktober 1946. Deze gebeurtenis, die zo belangrijk is voor het herstel van onze binnenlandse economie en daarmee het veiligstellen van onze toekomst heeft uw hulp nodig. Het zekerstellen van welvaart voor de werkende bevolking van dit land, dat tegelijkertijd de bouw en de wil om van de Weense te leven toont, kan alleen tot stand komen en succes brengen als we er allemaal aan bijdragen. Onze hotels zijn gedeeltelijk verwoest, en sommige van hen dienen, op een paar uitzonderingen na, om geallieerde troepen en administratieve kantoren te huisvesten. Maar de privévertrekken, die voor ons beschikbaar zijn als permanente verhuurkamers, zijn verre van voldoende om de verwachte toestroom van buitenlanders onder te brengen. Daarom vraag ik alle Weense huishoudens, deze week een schone slaapplaats beschikbaar te stellen. Daarvoor kan bij wijze van uitzondering gemeentelijke toestemming worden verleend tot het verkrijgen van een vergoeding van bezoekers van de beurs voor 10 Schilling per nacht. Het Huisvestingsbureau van de stad Wenen zal geen conclusies trekken uit een dergelijke medewerking.’

Postzegels werden aan het evenement niet verbonden, maar wel een speciaal stempel dat in het interne postkantoor werd gebruikt. In 1946 was het Oostenrijkse parlement begonnen om 70 industriële bedrijven, banken en elektriciteitsbedrijven te nationaliseren om te voorkomen dat de geallieerde bezetters er toegang toe zouden krijgen. Tegelijkertijd werd er geïnvesteerd om de handelsbetrekkingen met het buitenland op gang te brengen. Dit omvatte ook het houden van handelsbeurzen, waaronder het eerste internationale evenement in zijn soort in 1946. Deze Vredesbeurs werd bijgewoond door exposanten uit de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk, evenals uit zeven andere Europese landen.

Tijdens de voorjaarsbeurs in 1947 was de economische situatie van het land al aanzienlijk verbeterd. Toch werd besloten een serie postzegels uit te geven mede ter financiering van het evenement. Het ontwerp van de postzegels was van de op 7 maart 1895 geboren Weense kunstenaar Heinrich Blechner. De serie verscheen op 23 maart 1947 in een oplage van 1 miljoen exemplaren per frankeerwaarde. De postzegel van 3 + 2 Groschen is gewijd aan de landbouw. Te zien is een door een stoommachine aangedreven dorsmachine in een korenveld. In de boerenwagen liggen korenschoven die door een boerin in de dorsmachine worden gegooid. De postzegel was bedoeld om eraan te herinneren dat de honger in het land nog lang niet voorbij was. Het tarief van 3 Groschen was bestemd voor drukwerk binnen-land en briefkaarten met maximaal vijf woorden tekst.

De postzegel van  8 + 2 Groschen heeft als afbeelding: Hout en Bosbouw. Een houten vlot op de Salzach, een zijrivier van de Enns met een bron die begint op de Traisenberg in Neder-Oostenrijk. De rivier stroomt ten zuiden van Mariazell door het huidige natuurreservaat Wildalpener Salzatal. Op de postzegel is te zien hoe het transport van hout per vlot verliep, zoals gebruikelijk was in de Alpengebieden. Het hout was niet alleen een waardevol bouwmateriaal, maar tegelijkertijd ook een onontbeerlijke grondstof voor verwarming in de toenmalige barre winters en steenkool bijna niet verkrijgbaar was. 45% van de houtvoorraad werd voor verwarming gebruikt. En een groot deel werd gebruikt voor woningherstel en nieuwbouw. Toch was er nog voldoende hout over voor de export, zodat waardevolle vreemde valuta vooral voor de invoer van voedsel kon worden verkregen. Het tarief van 8 Groschen was bestemd voor briefkaarten binnenland.

De postzegel van 10 + 5 Groschen heeft betrekking op bouwmaterialen. De cementfabriek is daarvoor als ‘symbool’ gekozen. Cement staat voor de toegenomen behoefte om bouwmaterialen te produceren om de enorme schade door de bombardementen en andere oorlogshandelingen te kunnen herstellen. Het hoofdbe-standdeel van cement wordt gewonnen uit kalksteen waarbij veelal in dagbouw de grondstof wordt verkregen. Het tarief van 10 Groschen was bestemd voor monsters zonder waarde tot 100 gram binnenland.

De postzegel van 12 + 8 Groschen heeft betrekking op de mijnbouw. Op de postzegel is een schachttoren afgebeeld van een bruinkoolmijn in Zangstal in Stiermarken. Men dolf vooral bruinkool omdat steenkool slechts in zeer kleine hoeveelheden werd gevonden. Aan de vraag naar steenkool in het land zelf kon niet eens voor de helft worden voldaan. Daarom was de industrie en het vervoer, vooral stoomlocomotieven, afhankelijk van import uit Duitsland. Het tarief van 12 Groschen was bestemd voor brieven tot 20 gram met lokale bestemming.

De postzegel van 18 + 12 Groschen heeft als thema aardolie. De belangrijkste olievoorraden in Oostenrijk waren te vinden in Weinviertel, in de toenmalige door de Sovjets bezette zone. Op de postzegel zijn boortorens te zien. De gehele aardolieproductie was echter in beslag genomen door de Sovjet-Unie in de zogenoemde USIA operatie die vanaf de bezetting in 1945 meer dan 300 bedrijven die in de nazitijd voor Duitsland produceerden had overgenomen en er Russische staatsbedrijven van had gemaakt. Weinviertel is te vinden in het uiterste noordoosten van Neder-Oostenrijk aan de huidige grens met Slowakije. Het dorp Neusiedl an der Zaya was het centrum van de winning van aardolie. Het tarief van 18 Groschen was bestemd voor brieven binnenland tot 20 gram.

De postzegel van 30 + 10 Groschen is gewijd aan de textiel industrie. Kort na de oorlog had ‘Textiles Austria’ een aanzienlijke textielindustrie, vooral in de zuidelijke omgeving van Wenen, in Linz en in Vorarlberg. De beperkingen opgelegd door de bezettingsmacht van de Sovjet-Unie in Neder-Oostenrijk hadden weinig invloed op de productie van textiel. De spinmachines en weefgetouwen in de westelijke zones waren in staat om zo veel goederen te produceren dat ze zelfs konden exporteren na voldaan te hebben aan de binnenlandse vraag. Op de postzegel is een jacquard weefgetouw afgebeeld. Het tarief van 30 Groschen was bestemd voor een binnenlands briefpakje tot 500 gram.

De postzegel van 35 + 15 Groschen toont de zware industrie. IJzer en steenkool vormden de economische en industriële basis van elke staat, vooral na de Tweede Wereldoorlog. Oostenrijk heeft rijke ertsafzettingen in Stiermarken, die werden verwerkt voor ijzerproductie in de staalfabrieken in Linz en Donawitz. De Amerikaanse bezettingsmacht had de fabriek ‘Hermann Göring’ in Linz, die eerder als ‘Duits eigendom’ in beslag was genomen, teruggegeven aan Oostenrijk, zodat de hoogovens opnieuw voor Oostenrijk konden produceren. Het gebrek aan steenkool beperkte de ijzerproductie echter tot onvoldoende hoeveelheden. Op de postzegel zijn de hoogovens van Donawitz in Stiermarken afgebeeld. Deze hoogovens werden direct na de bezetting door de Sovjet troepen stilgelegd en begon men aan de ontmanteling. Maar eind juli 1945 werd het gebied overgedragen aan de Britse bezetters en trokken de Sovjets zich terug. De hoogovens werden genationaliseerd en hersteld in het kader van het Marshallplan waarna de productie van staal weer op gang kon komen. Het tarief van 35 Groschen was bestemd voor een prentkaart naar het buitenland.

Op de postzegel van 60 + 20 Groschen is een hoogspanningsmast afgebeeld: Elektriciteit verbeeldt het thema energie. De hoogspanningsmast is gefotografeerd bij de ijzerertsmijn bij Eisenertz in Stiermarken. Door het grote tekort aan steenkool was de uitbreiding van waterkrachtcentrales na de Tweede Wereldoorlog in de Alpen, de westelijke zones, bijzonder intensief. Het gebrek aan energie was vooral merkbaar in de strenge winters van 1945-1946 en 1946-1947. In 1938 was begonnen met de aanleg van een stuwmeer bij Kaprun in de buurt van Salzburg alsmede een waterkrachtcentrale. Het stuwmeer werd tegengehouden met twee dammen. Deze werken werden met dwangarbeiders en krijgsgevangenen door de Duitse bezetters uitgevoerd. In 1944 was het werk zover gereed dat de centrale in werking kon worden gesteld met een 10 meter hoge stuwdam. Na de oorlog werd dit uitgebreid tot een van de grootste waterkrachtcentrales in centraal Europa. Het tarief van 60 Groschen was bestemd voor brieven tot 20 gram naar het buitenland.

De Voorjaarsbeurs vond plaats van 23 maart 1947 tot en met 30 maart 1947. Op de prentkaart is de hoofdingang te zien met daarnaast enkele overzichten van de ingerichte hallen. De prentkaart met deze afbeelding werd vanaf oktober 1946 het meest verkocht tijdens de tentoonstellingsdagen en verzonden door de bezoekers. Tijdens de beurs werd een postzegeltentoonstelling gehouden georganiseerd door de Oostenrijkse Vereniging van Postzegelhandelaren onder de naam Österreichische Postwertzeichen-Ausstellung vanwege het 20-jarige bestaan.

De uitgifte van de postzegels was oorspronkelijk gepland op 24 maart 1947. Aangezien de beurs echter al op zondag 23 maart werd geopend en een enorme toestroom van bezoekers werd verwacht, werd op telefonische aanwijzing van het directoraat-generaal van de Oostenrijkse Post de uitgiftedatum van de postzegels een dag vervroegd. Abonnees die pas op of vanaf 24 maart hun postzegels geleverd hadden gekregen, konden de postzegels op verzoek laten stempelen met een datum van 23 maart 1947. Ook met de vier verschillende bijzondere Messestempels. Toch bestaan maar weinig echt gelopen eerstedagenveloppen met de datum van 23 maart 1947 waarop een of meer zegels uit de serie zijn geplakt. De meeste verzamelaars van stempelafdrukken hadden al een envelop of kaart gebruikt met een andere postzegel zoals bovenstaand voorbeeld. Van de totale toeslag werden de ontwerp- en productiekosten afgetrokken plus 10% voor het Oostenrijkse ‘Post- & Telegraphen Wohlfarhtsfonds’. Het overgebleven bedrag werd aan de ‘Wiener Messe Aktiengesellschaft’ overgemaakt om het evenement mede te financieren. Het einde van de geldigheid van de zegels voor de frankering was bepaald op 31 juli 1947.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Duitsland Frankrijk Groot Brittannië Oostenrijk Verenigde staten Eerste Wereldoorlog Tweede wereldoorlog



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (2 stemmen, gemiddeld: 5,00 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Reacties (0)

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)