De ‘getande leugen’, restauratie van de Stephansdom in Wenen - Postzegelblog

De ‘getande leugen’, restauratie van de Stephansdom in Wenen

4

De Stephansdom in Wenen overleefde de bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de straatgevechten in de stad tussen de Duitse en de Sovjet troepen zonder grote schade op te lopen. Toen op 10 april 1945 een witte vlag uit de toren werd gehesen weigerde kapitein Gerhard Klinkicht van de Wehrmacht de opdracht van de stadscommandant Sepp Dietrich om de kathedraal met 100 granaten in puin te schieten.

In de nacht van 12 april 1945 brandden de larikshouten dakconstructie en de klokkentoren van de Stephansdom af. Tientallen jaren daarna deed het verhaal de ronde dat ‘de Russen’ de kathedraal in brand hadden gestoken nadat er beschietingen waren geweest met Duitse kanonnen die grote gaten in het gebouw hadden veroorzaakt. Maar uit latere verslagen van ooggetuigen bleek dat dit verhaal absoluut onjuist was.

Plunderaars hadden in april 1945 die omliggende gebouwen, kantoren, winkels en warenhuizen in brand gestoken om hun diefstal van goederen uit die gebouwen te verdoezelen. Rondvliegende vonken van de brandende gebouwen zouden hierdoor in de dakconstructie terecht zijn gekomen waardoor het dak van de kathedraal in brand vloog.

Brandbestrijding om erger te voorkomen was onmogelijk vanwege de hevige gevechten tijdens de Slag om Wenen. Bovendien waren de twee grote waterleidingen vlak bij de kathedraal verwoest tijdens een Amerikaans bombardement op maandag 12 maart 1945 waarbij de kathedraal zelf niet was geraakt. Op de postzegel uitgegeven op 22 april 1977 is de gerestaureerde dakconstructie te zien.

In de namiddag van donderdag 12 april 1945 viel de ‘Halfpummer’, de luidklok die in de noordelijke toren hing, in het transept. De brandende klokkenstoel met de ‘Pummerin’, de grote luidklok uit 1711 met een gewicht van meer dan 22 ton, stortte in de middag omlaag in de zuidelijke toren. De klok verbrijzelde het gewelf dat de vloer vormde van de klokkenkamer. Het grootste deel van de fragmenten van de klok viel door de opening in de torenhal en vernielde het monument voor de bevrijding van de Turken. De oorspronkelijke klok is afgebeeld op de oude prentkaart. Ook de twee luidklokken in de zuidelijke toren, de ‘Heidenturm’, stortten naar beneden en werden zwaar beschadigd. De ‘Pummerin’ is later opnieuw gegoten uit de scherven van de oude klok.

Het waardevolle Walcker-orgel uit 1886, het reuzenorgel, brandde af nadat er sintels door het dak vielen via een opening in het gewelf. Het oude barokke orgel rond 1720 geschonken door de Weense burger Georg Neuhauser, afgebeeld op de postzegel van 30 Groschen, viel eveneens ten prooi aan de vlammen. In de kathedraal waren oorspronkelijk vier orgels aanwezig die allemaal verloren gingen. In de ochtenduren van vrijdag 13 april stortte een 16 meter hoge keermuur in de dakconstructie in en vernielde verschillende gewelven in het midden- en zuidelijke koor. De galerij met het koororgel, de keizerlijke kist en het kostbare gotische koorgestoelte werden vernield door het puin en vatten vlam door de omlaag gevallen brandende dakbalken.

Het graf van Friedrich III bleef nagenoeg onbeschadigd dankzij een ommuring. Het tombedeksel van het graf is afgebeeld op de postzegel van 5 Groschen. Friedrich III leefde van 1415 tot 1493. In november 1945 stortten de gewelven van het bewaard gebleven zuidelijke koor in. Een ruïne was van de eens zo prachtige kathedraal overgebleven.

De Oostenrijkse postdienst besloot om een serie van tien postzegels uit te geven met een hoge toeslag waarvan de netto opbrengst bestemd was voor het restauratiefonds van de kathedraal. Maar in plaats van vernielde fragmenten op te nemen als afbeeldingen voor de postzegels werden ongeschonden beelden gebruikt. Zoals te zien is op de twee bovenstaande postzegels. Op de zegel van 3 Groschen is de Habsburgse hertog van Oostenrijk, Rudolf IV, afgebeeld met in  zijn hand een model van de kathedraal. Hij leefde van 1139 tot 1165. De bisschop van Passau liet de kerk in 1147 bouwen. Rudolf IV wees het middenkoor aan als begraafplaats voor hem en zijn nakomelingen. Op de zegel van 8 Groschen is St. Stephanus afgebeeld waarnaar de kathedraal is vernoemd.

De postzegel van 6 Groschen toont de preekstoel wellicht vervaardigd door Anton Pilgram, een steen- en beeldhouwer die leefde van 1460 tot 1515. Tot kort voor zijn dood werkte hij aan de bouw van de kathedraal. De figuren op de kansel zijn tijdens een restauratie tussen 1878 en 1880 vervangen. Aan de voet van de preekstoel ziet men een geopend raam waaruit Meester Anton Pilgram leunt zoals te zien is op de postzegel van 50 Groschen. Het beeldhouwwerk kreeg de bijnaam de ‘Fenstergucker’. Het klankbord boven de preekstoel is afkomstig uit de Katharinenkapel waar het dienst deed als deksel van de doopvont.

Op de postzegel van 4 Shilling uit 1977 is de opgang naar de kansel te zien. De zegel toont de doorkijk van het noordelijke zijschip tussen de kansel en het Katharinenaltaar in de doopkapel. Het altaar in de barokke stijl werd in 1701 geschonken door Nikolaus Wilhelm Beckers Freiherr von Waldhorn. Het klankbord dat boven de kansel hing is bij de restauratie weer teruggeplaatst in de Katharinenkapel. Deze kapel ligt rechts naast de inging van de zuidelijke toren.

Aan het beeld van Onze-Lieve-Vrouw afgebeeld op de postzegel van 10 Groschen is een legende verbonden. Een dienstmeid werd beschuldigd van diefstal van sierraden van een rijke familie. Om haar onschuld te bewijzen bad zij voor het beeld en smeekte om een teken dat haar vrij kon pleiten. Even later werden de sierraden teruggevonden in de koffer van de stalmeester van de familie. Sindsdien wordt het beeld beschouwd als beschermer van alle dienstboden. Het beeld stond eerst in de Barbara kapel maar werd in 1948 verplaatst naar de tweede centrale pilaar van het middenschip van de kathedraal.

Omdat het oorspronkelijke uit hout gesneden hoogaltaar door houtworm was verteerd werd op 1 maart 1641 opdracht gegeven aan meester steen- en beeldhouwer Jacob Pock een nieuw hoogaltaar te bouwen in de barokke stijl. Het thema was de steniging van Sint Stephanus, de patroonheilige van de kathedraal. Op de postzegel van 12 Groschen is dit altaar te zien voordat het gewelf erboven neerstortte en het altaar volledig vernietigde.

In 1450 legde Frederik III de eerste steen voor de noordelijke toren, waarbij volgens de legende oude wijn als bindmiddel voor het cement werd gebruikt. Na een lange onderbreking wegens geldgebrek, duurde het tot 1467 dat meester Laurenz Spenning de bouw voortzette. Maar deze toren was toen al veel te groot en veel te uitbundig ontworpen, vooral omdat de tijd van de gotische kathedralen ten einde liep. De bouwwerkzaamheden eindigden daarom in 1511. In 1578 werd een Renaissance kap op de torenstomp geplaatst op een hoogte van 68 meter. Daaronder werd in 1711 de grootste luidklok in Oostenrijk opgehangen, de ‘Pummerin’.

De noordelijke toren is afgebeeld op de postzegel van 1 Schilling. De zuidelijke toren is afgebeeld op de postzegel van 2 Schilling. Deze toren werd in 1433 voltooid en was toen met een hoogte van 137 meter de hoogste toren in Europa. Tussen 1839 en 1842 werd de in verval geraakte top die ging overhellen verwijderd. Maar dat bleek niet voldoende want in 1861 werd nog een stuk van 40 meter hoogte verwijderd en herbouwd tussen 1862 en 1864 maar zonder torenklok. De ‘Pummerin’ is afgebeeld in het stempel gebruikt op de eerstedag envelop uit 1977.

In 1947 schreef Alfred Cossmann een boek met de titel ‘Die Magie des Kupferstiches’. Deze in 1870 in Graz geboren graveur van onder andere postzegels zette in het boek uiteen onder welke omstandigheden de graveurs van de Oostenrijkse Staatsdrukkerij in Wenen hun werk moesten verrichten. Vooral de periode van 1947 waarin de tien postzegels voor de restauratie van de Stephansdom werden vervaardigd, is typerend voor die tijd. Er was gebrek aan voedsel dus leden de graveurs honger en was er gebrek aan brandstof. De graveurs moesten hun werk doen in meestal onverwarmde ruimten waardoor het fijne gevoel in de halfbevroren vingers bij het graveren ontbrak. Daarom werden de graveurs betaald met het toewijzen van voedsel en steenkool, want deze zaken waren vrijwel niet te koop dan tegen woekerprijzen. Des te verbazender is het dat zulke prachtige plaatdrukzegels onder die erbarmelijke omstandigheden konden worden gegraveerd en gedrukt.

Maar deze serie postzegels wekte onverwacht veel ongenoegen bij het publiek. Juist vanwege de prachtige afbeeldingen die op de postzegels waren aangebracht. Niet zozeer de hoge toeslag, want daaraan waren postzegelverzamelaars wel gewend gedurende de laatste bijna 25 jaar. Nee, de postzegels toonden een volkomen ongeschonden kathedraal en de kunstwerken daarbinnen. Dit was niet de realiteit van puin, honger, koude, ellende en angst voor aanvallen van de bezettingsmacht. Het werd veel te rooskleuring voorgesteld! Op geen enkele postzegel een uitgebrande kathedraal zonder dak, beschadigde kunstwerken, een onherstelbaar gesmolten orgel en een in stukken uiteengebarsten luidklok, de ‘Pummerin’, verbrijzeld op de grond te midden van een berg puin. Niet de Russische of Duitse granaten of geallieerde bommen hadden de kathedraal vernietigd, maar een aantal brandstichtende plunderaars. De waarheid werd pas bekend na tientallen jaren. Op dat moment ontstond dan ook de term ‘de getande leugen’ als naam voor deze serie. De handtekeningen op de drie eerstedag enveloppen van 22 april 1977 zijn van de ontwerper van de postzegels en de graveurs.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Duitsland Tweede wereldoorlog



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (5 stemmen, gemiddeld: 5,00 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Reacties (4) Schrijf een reactie

  • willem hogendoorn op 16 februari 2021 om 09:33

    Wat heeft Oostenrijk toch prachtige postzegels.

  • willem hogendoorn op 17 februari 2021 om 14:15

    De ‘getande leugen’: ik had er nog nooit eerder van gehoord. Ik moet ze nu eigenlijk ook aan gaan aanschaffen voor mijn deelverzameling ‘misdaad met postzegels’ Je jaagt me op kosten Cees.

  • cees op 18 februari 2021 om 11:52

    Iedereen mag verzamelen wat hij of zij wil. Brandstichting is inderdaad een vergrijp wat gestraft moet worden maar of de daders ooit zijn gegrepen die de vernietiging van de oude kathedraal op hun geweten hebben, weet ik niet. Enkele jaren geleden heb ik de Stephansdom nog bezocht en het gebouw is indrukwekkend, vrijwel niets meer te zien van de verwoestingen van toen. Maar je moet wel een toegangsprijs betalen.

  • Yvonne Kruse op 19 februari 2021 om 10:50

    Wat een indrukwekkend verhaal met bijzonder mooie zegels.

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)