Fila Corona Varia (35) - Postzegelblog

Fila Corona Varia (35)

2

Van de avondklok naar rellenschoppers in diverse steden leidt uiteindelijk naar crowdfunding acties van onbekende burgers. Bekend voorbeeld is nu de landelijke bekendheid van mevrouw Maaike Neufeglise van de Primera Den Bosch. GeenStijl heeft de crowdfunding actie georganiseerd. De teller staat inmiddels op meer dan 120.000 euro. Zou Rutger Bregman toch gelijk hebben met zijn populaire boek ‘De meeste mensen deugen’? In deze blog twee historische voorbeelden van geldinzamelingsacties: de explosie van het kruitschip in Leiden (1807) en de Watersnoodramp Zeeland (1953). De relatie met de huidige crowdfunding acties en de brede belangstelling vanuit de politiek / monarchie is overduidelijk.

De explosie van het kruitschip in Leiden (1807)

Iedereen kent de vuurwerkramp Enschede (2000), Jan van Speijk kanonneerboot ontploffing Antwerpen (1831) en de buskruitramp Delft (1654), Maar de Leidenaren kennen de historie van de explosie van het kruitschip op 12 januari 1807 om kwart over vier ’s middags, ten tijde van de Franse bezetting. Leiden was in dat jaar het toonbeeld van een stad in verval. Leiden telde in 1675 nog ruim 65.000 inwoners en een bloeiende textielindustrie. In 1807 was nog maar weinig van over. Het inwonertal was meer dan gehalveerd en tijdens de Franse bezetting had de nijverheid de doodsteek gekregen.

Het Rapenburg te Leiden drie dagen na de ontploffing van het kruitschip op 12 januari 1807 van Johannes Jelgerhuis. Bron: Rijksmuseum.

Een schip met een lading van 37.000 Hollandse ponden (= 17.760 kg) aan buskruit aan boord was die ochtend vanuit Ouderkerk aan de Amstel de stad binnengekomen en had aan het Rapenburg afgemeerd. De oudste vorm is zwart buskruit, dat bestaat uit een poeder van zwavel (10%), salpeter (75%) en houtskool (15%).

Persoonlijke zegel 200 jaar buskruitramp Leiden (1807 – 2007).

Het schip ontplofte midden in Leiden in het Steenschuur, een gracht in het verlengde van het Rapenburg. Bij de ramp vielen 151 doden en ruim 2000 gewonden. Direct na de ramp kwam de hulpverlening op gang. Doden en gewonden geborgen, muren gestut. Er werd een flinke premie van tien dukaten uitgeloofd voor iedereen die een overlevende onder het puin vandaan wist te halen. Circa 220 woningen werden compleet verwoest of werden onbewoonbaar verklaard. Zelfs in de verste wijken in Leiden waren ramen kapot en werden dakpannen van het dak afgeblazen. De knal werd in Den Haag gehoord. De oorzaak van de ramp is onbekend. Er wordt beweerd dat een en ander te wijten was aan onvoorzichtigheid van een bemanningslid bij het koken. Een passant zag kort voor de ontploffing dat er aardappelschillen overboord werden gegooid.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Volgens de Leidse kronieken: ‘Er was een hel en schitterend licht, dan een witte wolk zichtbaar boven de huizen van het Rapenburg, die zich met rukken uitbreidde, daarna werd een doffe slag gehoord met sterke dreuning en tegelijk wankelden de huizen, spleten de muren en stortten inéén, Leidens schoonste stadwijk omscheppend in één reusachtigen, ontzettenden puinhoop, ijselijk graf van een aantal harer burgers’. 

Ajman, Tsjaad, Mozambique, Nederland: Lodewijk Napoleon.

Koning Lodewijk Napoleon was na vijf uur al op de plaats van de ramp; hij bleef hier ruim een dag. Hij wilde Leiden helpen en stelde duizenden soldaten aan om Leiden op te bouwen. Deze soldaten waren eigenlijk bedoeld om te waken op het strand voor een Engelse invasie. Uit zijn privévermogen stelde de koning 30.000 gulden beschikbaar voor het door hem opgerichte rampenfonds, een aanzienlijk bedrag voor die tijd. Leiden werd hierbij ook vrijgesteld van belasting voor de komende tien jaar (t/m 1817). Hij gaf bakkers in Delft opdracht broden voor de getroffen inwoners van Leiden te bakken, en stuurde zijn hofchirurg naar Leiden.

Lodewijk Napoleon bezoekt de slachtoffers van de kruitramp in Leiden (1807) van Carel Lodewijk Hansen. Bron: Rijksmuseum.

Ook liet hij Paleis Huis ten Bosch tot een noodhospitaal maken. Overal in Holland werd Lodewijk de Goede geroepen.

Daarnaast werd een nationale collecte gehouden. Ondanks de beroerde economische situatie bracht deze – inclusief de giften – in natura bijna twee miljoen gulden op. Van de collecte is een nauwkeurige boekhouding bewaard gebleven. Hierdoor weten we dat er mensen waren die meer dan 5000 gulden konden missen, hetgeen in die tijd een fortuin was.

Tekening van Lodewijk Napoleon in Leiden. Bron: Wijpedia.

Zo voortvarend er gewerkt werd om alles op te ruimen, zo traag en ondoorzichtig verliep de afhandeling en wederopbouw. Er deden geruchten de ronde dat er veel aan de strijkstok bleef hangen en dat sommige slachtoffers hun schadeclaims wel erg hoog opschroefden. Pas in 1833 dus 26 jaar na de ramp werd door het gemeentebestuur de rekening en de verantwoording afgelegd.

Gedenksteen in de kade van het Steenschuur (Leiden). Foto: Wikipedia.

Er zou een gedenknaald komen en in november 1807 was het ontwerp klaar: een obelisk van 70 voet hoog op graniet met een vergulde inscriptie in het Hollandsch en Latijn. Helaas werd het monument niet gerealiseerd. Aan het Steenschuur is nog een gedenkteken voor koning Lodewijk te vinden. Door de ontploffing was de in de straat gelegen katholieke schuilkerk deels verwoest. De kerk is in opdracht van koning Lodewijk hersteld en gewijd aan Lodewijks schutspatroon Lodewijk de Heilige.

Wat zijn de parallellen van de ramp met het kruitschip uit 1807 en de vernielingen van de Primera winkel in Den Bosch in 2021?

  1. Koning Lodewijk Napoleon bezocht de plek van de ramp. Premier Rutte belde mevrouw Maaike Neufeglise van de Primera op dezelfde avond van de vernieling. Koning Willem-Alexander bezocht de dag erna Den Bosch en sprak met mevrouw Maaike Neufeglise (Primera) in haar winkel.
  2. Er werd direct geld ingezameld vroeger via een nationale collecte en nu via tikkies en via GeenStijl.
  3. Gemeente Leiden stond garant voor de schade. Nu is het een zaak van verzekeringsmaatschappijen en het Openbaar Ministerie die de schade zal verhalen op de relschoppers.

Animatie van de Kruitramp Leiden:

https://www.youtube.com/watch?v=9JA40lcVuH8&feature=youtu.be

Watersnoodramp 1953

Overstroomde gebieden in Zuidwest-Nederland. Bron: Wikipedia.

De Watersnoodramp voltrok zich in de nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari 1953. De ramp werd veroorzaakt door een stormvloed in combinatie met springtij, waarbij het water in de trechtervormige zuidelijke Noordzee tot extreme hoogte steeg. Het aantal doden bedroeg 1836 in Nederland, 307 in het Verenigd Koninkrijk, 224 op zee, waaronder 133 bij het vergaan van een Engelse veerboot en 28 in België. De ramp was aanleiding voor de ontwikkeling van een sterk verbeterde kustverdediging met zware stormvloedkeringen. Het meest ingrijpend zijn de Deltawerken in Nederland, terwijl in Engeland onder meer de Thames Barrier en een stormvloedkering in de rivier Hull zijn gebouwd.

 

 

 

 

 

 

Post NL brengt in 2016 een speciale set van drie ansichtkaarten en twee postzegels op de markt met de watersnood van 1953 als thema. Het vel wordt uitgebracht in een beperkte oplage van tweeduizend stuks. De prentbriefkaarten tonen het ondergestroomde gebied in 1953. Op de twee bijhorende postzegels zijn luchtfoto’s afgedrukt: één van de sluiting van het laatste dijkgat bij Ouwerkerk en de ander met een overzicht van het museum in de vier ongebruikte caissons. De uitgave is samengesteld ter gelegenheid van de aanwijzing van het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk tot nationaal kennis- en herinneringscentrum.

Acties

In binnen- en buitenland werd massaal kleding, geld en goederen ingezameld ten behoeve van de getroffenen. De Nederlandse radio produceerde een wekelijks geldinzamelingsprogramma onder het motto Beurzen open, dijken dicht. Deze actie bracht bijna 138 miljoen gulden (omgerekend bijna 500 miljoen euro) op voor het Rampenfonds. Ook het Rode Kruis draaide vanaf het eerste uur op volle kracht. In Den Haag verdrongen zich ondertussen voor de deur van het Rode Kruis talloze vrijwilligers die, gewapend met schoppen en koffers, bereid waren naar het rampgebied af te reizen. Sommigen werden inderdaad door het Rode Kruis ingezet. Maar het waren voornamelijk de vaste leden van het Rode Kruis die in de ondergelopen gebieden hielpen met het vervoeren van zieken en gewonden, het inrichten van noodhospitalen en het evacueren van bewoners.

Rode Kruis (1953): serie van 5 zegels met waarde 7c+5 Watersnood.

Grote steden rondom het rampgebied werden aangewezen als belangrijke evacuatiecentra en ook daar werkten de colonneleden gebroederlijk samen met spontaan toegestroomde extra hulpkrachten. Matrassen en dekens kwamen uit de rampendepots van het Rode Kruis. Zo werd onder andere de Ahoyhal in Rotterdam klaargemaakt voor de opvang van honderden evacués, maar ook koningin Juliana stelde een vleugel van paleis Soestdijk ter beschikking voor de opvang van slachtoffers van de watersnoodramp. Het Rode Kruis deed in Nederland al na twee dagen een oproep om geen kleding meer te brengen, omdat er meer dan genoeg was.

 

 

 

 

 

Tienduizend paar lieslaarzen uit Canada, vierduizend paar halfhoge rubber laarzen uit Denemarken, vijfhonderd stuks standaard gezaagd hout voor barakken uit Finland, tienduizend kilo suiker uit Jamaica, vierhonderd flessen cognac uit Italië, tweehonderdduizend dekens uit Zweden, honderdvijfenveertig kilo olijven en zesduizend kisten sinaasappels uit Israël, zesduizend stuks Eau de cologne zeep uit Duitsland, negen dieselauto’s uit Oostenrijk, twaalfduizend kilo breiwol uit Amerika, negenduizend kilo rijst uit Iran en duizend kilo dadels uit Irak. Boven- en onderkleding uit de hele wereld, schoenen, brilmonturen, zaklantaarns, emmers, prikkeldraad, speelgoed, kaarsen, chocolade, zandzakken, kruiwagens en tractoren. De lijst van goederen die naar Nederland werd gestuurd is eindeloos lang. Het grootste deel van die goederen werd opgeslagen in de Amsterdamse en Rotterdamse veemhuizen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naast goederen werd er in het buitenland ook geld ingezameld. Net als in Nederland gebeurde dat vaak door het organiseren van allerhande evenementen. Zo organiseerde de filmclub van de Verenigde Naties in New York de vertoning van een speelfilm waarin Marlène Dietrich de hoofdrol speelde. De actrice zelf was hoogstpersoonlijk aanwezig om de bezoekers op te roepen veel te geven voor het ‘Flood Relief Fund’. Het Zwitserse Radio Lausanne organiseerde de marathon- uitzending ‘Chaîne de Bonheur’ (ketting van geluk), waaraan vele Europese radiostations meededen. Het wekelijkse radioprogramma van de nog jonge Raad van Europa concludeerde optimistisch: ‘Zelfs de grootste sceptici onder ons moeten toegeven dat de natie niet meer de enige werkelijkheid is voor de West-Europese volken en dat ertussen die volken al een daadwerkelijke solidariteit bestaat.’

 

 

 

 

 

 

Overigens stortte ook de regering van de Sovjet-Unie bijna 1 miljoen gulden in de pot van het Rampenfonds. Het totale geldbedrag dat er uit het buitenland binnenkwam bij het Rampenfonds bedroeg ruim 42 miljoen gulden. De goederen vertegenwoordigden bij benadering een waarde van meer dan 61 miljoen gulden. ‘Het sprak aan, het verhaal van het jongetje met zijn vinger in het gat van de dijk, en dat juist in dat land een watersnood is waar meer dan 1800 mensen omkomen en tienduizenden stuks vee verdrinken, die beelden die hebben een ontzaglijke indruk gemaakt’, aldus Hendrik-Jan van Beuningen (directeur veemhuizen) in een poging te verklaren waarom de wereld zo massaal hulp bood aan Nederland.

Ook de PTT droeg haar steentje bij met de uitgifte van een Watersnoodzegel met toeslag. De Amsterdamse ontwerper J.E. Cserno ontwierp op eigen initiatief een watersnoodzegel met een hand in het water. Toen het ontwerp aan de PTT werd aangeboden was de productie van de andere zegel reeds in volle gang.

 

 

 

 

 

 

 

Op 10 februari 1953 verscheen een postzegel met een toeslag van tien cent ten bate van het Nationaal Rampenfonds. Voor deze Watersnoodzegel werd een ontwerp uit 1949 van S.L. Hartz gebruikt. De letters en cijfers van deze uitgifte werden ontworpen door de letterkunstenaar J. van Krimpen. De frankeerzegel van tien cent kreeg een opdruk jaartal ‘1953’, de vermelding van de toeslag van tien cent en het woord ‘watersnood’ in kapitalen. Deze postzegel werd van 10 februari tot 31 maart 1953 verkocht. De Watersnoodzegel kon tot 31 december 1954 gebruikt worden voor het frankeren van een brief. De belangstelling voor deze postzegel viel niet tegen: er werden bijna zestien miljoen exemplaren van de Watersnoodzegel verkocht.

FDC met een opdruk van de Pastalozzi Stichting.

 

 

 

 

Behalve Nederland werden ook toeslagzegels (als opdrukzegels) uitgegeven door Suriname, Nederlandse Antillen, Denemarken, Nederlands Nieuw Guinea,  IJsland. De afbeeldingen ziet u hieronder. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sommige verzamelaars hebben ook deze uitgave van Indonesië uit 1953. Deze zegel werd uitgegeven voor de slachtoffers van de watersnoodramp in Atjeh.

Wat zijn de parallellen van de Watersnoodramp uit 1953 en de vernielingen van de Primera winkel in Den Bosch in 2021?

  1. Er komt direct hulp van het Nationale Rampenfonds en het Rode Kruis. Anno 2021 ook direct hulp van de burgers en ondernemers van Den Bosch. Ook de verzekeringsmaatschappijen gaan meteen aan het werk.
  2. Er komt direct hulp uit het buitenland in de vorm van in natura hulpmiddelen. Vroeger werd er direct geld ingezameld via het Nationale Rampenfonds en anno 2021 via tikkies en via GeenStijl.
  3. Behalve Nederland brengen vijf andere landen toeslagzegels uit om met de opbrengst Nederland financieel te helpen. Er komt nu geen hulp uit het buitenland, maar de buitenlandse media laat wel de beelden zien van de ‘Nederlandse burgeroorlog’. Niet echt reclame voor een land midden in een pandemie.

Vraag

Zou Rutger Bregman toch gelijk hebben met zijn bestseller ‘De meeste mensen deugen’?

Achtergrondinformatie

Het historisch onderzoek naar rampen en rampverwerking heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Door de dreiging van klimaatrampen en pandemieën groeit het besef dat rampen een grote invloed hebben op de ontwikkeling van gemeenschappen.  Onder redactie van Lotte Jensen is ‘Crisis en catastrofe – De Nederlandse omgang met rampen in de lange negentiende eeuw’ verschenen eind januari 2021.

Meer info

Meer Corona blogs vindt u op: https://www.postzegelblog.nl/tag/coronavirus/

 

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Thematisch Ajman Caribisch Nederland Chili Denemarken Duitsland Finland Groot Brittannië Israël Indonesië Nederlandse Antillen Nederland



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (10 stemmen, gemiddeld: 5,00 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Reacties (2) Schrijf een reactie

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)