Sluitzegel als 'nevenproduct' van kinderzegels 1926 – 1939 - Postzegelblog

Sluitzegel als ‘nevenproduct’ van kinderzegels 1926 – 1939

11

Op verzoek van een van de samenstellers van het Handboek Postwaarden Nederland heb ik me na jaren weer eens verdiept in de uitgifte van sluitzegels (nevenuitgiften van kinderzegelemissies) naar aanleiding van de uitgifte op termijn van drie nieuwe Handboek-hoofdstukken Kinderpostzegels 1930, 1932 en 1933.
De filatelie heeft aan sluitzegels weinig of geen aandacht besteed. Reden? De zegels vielen op de achterzijde van enveloppen niet op. De hoofdfunctie van de sluitzegel (naast reclame maken om kinderzegels te kopen) was van praktische aard: bij gebrek aan een plakstrook op de envelopklep konden sluitzegels een envelop perfect afsluiten.

Uitgave sluitzegels

  • De functie van een sluitzegel met gegomde achterkant maakt het mogelijk een envelop aan de achterzijde bij gebrek aan een plakstrook aan de binnenkant van een envelop-klep af te sluiten. Een nevenfunctie van de sluitzegel is de Nederlander aansporen weldadigheidszegels Voor het Kind te kopen. Na 1947 wordt een plakstrook op de envelopklep aangebracht, waardoor sluitzegel zijn functie verloor.

Blijkens de adreszijde is de brief met twee sluitzegels op 22-12-1937 afgestempeld in Medenblik. Poststukken met sluitzegels erop zijn schaars. Destijds had men er totaal geen oog voor!

  • Sluitzegels hebben nooit die aandacht gekregen welke postzegels wel ten deel vielen. De envelop werd met sluitzegel en al weggegooid. Zodoende zijn op dit moment weinig brieven met dergelijke zegels te achterhalen. Een enkele keer is een sluitzegel als ‘decoratie’ op een nieuwjaarskaart geplakt zoals in 1930.

  • Aan het jaar van uitgifte van een sluitzegel is destijds weinig of geen aandacht geschonken. In het ‘Tijdschrift voor Armwezen, Maatschappelijke Hulp en Kinderbescherming’ (Tijdschrift AMHK) is over enkele zegels summier iets vermeld. Om toch info over het uitgiftejaar boven tafel te krijgen, heb ik leden en oud-leden van de ‘Vereniging voor Kinderpostzegels & Maximafilie’ benaderd. Resultaat? Slechts enkele poststukken bleken maar aanwezig te zijn, die enige informatie hebben verschaf, zoals deze prentbriefkaart uit 1930 met sluitzegel, die toen te koop waren.

Sluitzegel-voorloper?

In 1926 is op initiatief van het plaatselijke Comité Kinderpostzegels Groningen een geïllustreerde briefkaart uitgegeven met daarop een afbeelding van een gesluierde Rode Kruis-verpleegster, die een jongen en een meisje begroet (communicerend met de jongen en allen in lange jassen). Het woord ‘kerstmis’ verwijst naar het woord ‘kerstzegels’, zoals in aanvangsjaren de kinderzegels aanvankelijk nog werden genoemd.


Hoogstwaarschijnlijk bestaat er in 1926 een sluitzegel met dezelfde afbeelding als die van de briefkaart. Deze veronderstelling is gebaseerd op de geïllustreerde briefkaart en sluitzegel van 1927


Op de achterzijde van deze kaart staat aantrekkelijke informatie over ‘uitgaven’ van het initiatiefrijke Groningse Comité: “. . . deze andere kaart is uitgegeven door de Arbeid ten behoeve van het Kind. Juffr. Werkman heeft het ontwerp gemaakt; ik vind de Haagse wat de opzet betreft geslaagder; ofschoon het ontwerp wel aardig is; zij heeft er echter ook heel weinig tijd voor gehad.” (hoe het Haagse ontwerp er uit ziet, weet ik [nog] niet).


Deze illustratie komt in stijl en uitvoering overeen met de briefkaart 1926 van dezelfde ontwerpster Fi Werkman en hetzelfde Comité met de informatieve tekst ‘Koop weldadigheidszegels Voor het Kind’ met de plaatsnaam én het stadswapen van de stad Groningen. Op de illustratie staat een gesluierde verpleegster, die een kind een kom met voedsel aanbiedt.


Deze illustratie staat niet alleen op een briefkaart, maar als bijzonderheid ook op een gegomde sluitzegel, formaat 4,5 x 5,4 cm. Naar analogie hiervan neem ik aan dat in 1926 ook zo’n sluitzegel is uitgegeven. Zo’n sluitzegel is tot op dit moment nog niet te voorschijn gekomen.

Sluitzegeloverzicht 1923 – 1937

Dit overzicht berust dus op een aantal veronderstellingen, die misschien ooit door een geïnteresseerde lezer t.z.t. bijgesteld zal kunnen worden. Tot op dit moment zijn van 1938 en 1939 nog geen werkelijke sluitzegels geregistreerd.
De sluitzegels 1926 en 1927 zijn door een plaatselijk comité van Groningen uitgegeven. Die van 1928 en 1929 is nog onduidelijk. Vanaf 1930 is de Nederlandsche Bond tot Kinderbescherming de initiatiefnemer van de sluitzegeluitgifte met slogan ‘Steunt den Arbeid ten behoeve van het Misdeelde Kind’.

Sluitzegels 1923, 1924 en 1925

  • 1923 ronde sluitzegels met tekst: Koopt Weldadigheidszegel voor het Kind.
  • 1924 ronde sluitzegels met tekst: Koopt Weldadigheidszegel voor het Kind.
  • 1925 ronde sluitzegels met tekst: Koopt Weldadigheidszegel voor het Kind.

Kleur papier: wit, licht groen, licht blauw.
Welke kleur bij welk jaar past, is [nog] onbekend.

Sluitzegels 1926 en 1927

  • 1926 Fi Werkman (plaatselijk Comité Groningen).
  • 1927 Fi Werkman (plaatselijk Comité Groningen).

Sluitzegels 1928, 1929 en 1930

  • 1928 ronde sluitzegel met bloemen en tekst: Koopt Weldadigheidszegels voor het kind.
  • 1929 ronde sluitzegel met bloemen en tekst: Koopt Weldadigheidszegels voor het kind.
  • 1930 ronde sluitzegel met bloemen en tekst: Koopt Weldadigheidszegels voor het kind.

Kleur papier: wit, licht bruin, paars, groen
Welke kleur bij welk jaar past, is [nog] onbekend.

Sluitzegel 1931

  • 1931 blauwe rol-sluitzegel met gehurkt kind, ontwerper André van der Vossen (links/rechts staat A & V).

Het Tijdschrift AMHK 1932 [blz. 3382] meldt over 1931: “De proef met sluitzegels in rollen van verleden jaar is geslaagd. Men gebruike en verspreide de sluitzegels zoo spoedig mogelijk.”

Sluitzegels 1932 en 1933

  • 1932 witte bloem op blauwe en bruine achtergrond, ontwerper J. Sjollema, data10/12 – 9/1.
  • 1933 oranje, gele en groene bloem op witte achtergrond, ontwerper J. Sjollema, data 11/12 – 10/1.

Is de gele bloem wel of geen kleurvariant van de oranje sluitzegel?
De sluitzegels 1932 en 1934 kunnen ook verwisseld geïnterpreteerd worden.
De uitgiftedatum van de sluitzegel 1933 is fout: 10/1 is een zondag. Het had dus 9/1 moeten zijn.

De sluitzegel 1933, die in een Ringers chocoladeboekje op vier bladzijden voor 10 cent te koop zijn geweest, geeft middels een spiegelbeeldige afbeelding van het ‘reklame-biljet van de Centrale Propaganda Commissie’ van ontwerper Sjollema en de illustraties uit het Tijdschrift AMHK (blz 3795) duidelijkheid qua jaartal 1933.

Sluitzegels 1934

  • 1934 groene en rode bloem op witte ondergrond, ontwerper J. Sjollema, data 10.12 – 9/1.

Sluitzegel 1935

  • 1935 lachend meisje, ontwerp Willy Sluyters (wordt verondersteld n.a.v. geïllustreerde briefkaart).

Sluitzegels 1936

  • 1936 lachende jongen, ontwerp Willy Sluyters, data 1/12 – 5/1 (drie kleuren: lichtblauw, lichtgroen, blauwpaars).

Tijdschrift AMHK 1936, blz. 341: “Het verkleumde jongske [van het reklame-biljet] moet worden zooals het lachende baasje, dat u op de sluitzegels ziet afgebeeld.”

Sluitzegels 1937

  • 1937 omarmende jongen-meisje, ontwerp ???, data 1/12 – 5/1: drie kleuren: bruin, groen [witte achtergrond] & groen [groene achtergrond].

Oproep sluitzegels 1938 en 1939 en initialen FR

Van de jaren1938 en1939 zijn tot nu toe nog geen afbeeldingen van sluitzegels bekend. In beide kinderzegeljaren zijn wel geïllustreerde briefkaarten uitgegeven. Of van deze illustraties ook gebruik is gemaakt bij het vervaardigen van sluitzegelafbeeldingen in het hoogtepunt van de crisisperiode aan het einde van de dertiger jaren van de vorige eeuw is twijfelachtig. Mocht er toch een postzegelblog-lezer bestaan, die over deze sluitzegels beschikt op de achterkant van een envelop of op de adreszijde van een (prent)briefkaart, dan hoop ik een reactie daarover te ontvangen.

Tot slot: “Wie kan de ‘gespecialiseerde-kinderzegel-verzamelaar’ nader informeren over de initialen ‘FR’ van de naam van de ontwerper van beide geïllustreerde briefkaarten, waarop beweging suggererende kinderen staan, getekend met vloeiende lijnen? Bij voorbaat dank voor uw medewerking.

Bernard Essers

In stijl en uitvoering bestaat een grote overeenkomst tussen beide afbeeldingen van de geïllustreerde kindbriefkaarten en de hierbij afgebeelde kop van Medusa. Op de drie afbeeldingen staan de initialen BE van Bernard Essers.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Thematisch Nederland Nederland



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (5 stemmen, gemiddeld: 4,60 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Bate Hylkema schrijft vanaf 1980 artikelen over filatelie en woont in het Friese Beetsterzwaag.

Reacties (11) Schrijf een reactie

  • J. Vellekoop op 12 juli 2020 om 12:24

    De initialen FR moeten worden gelezen als EK.
    Ze verwijzen naar Edzard Willem Koning (1869-1954), een Nederlands schilder en illustrator, o.a. van diverse Verkade-albums.
    Hij verzorgde voor het Kindercomité een serie kaarten bij de emissie van 1940. Vermoedelijk is de afgebeelde kaart een van deze kaarten, de gebruiksdatum op de gebruikte kaart rechts kan ik echter helaas niet ontcijferen.

  • Wil Verbeek op 12 juli 2020 om 13:31

    De onderzoeken naar de sluitzegels zijn al vaker gebeurd, en dit heeft altijd tot wat verwarring geleid,
    1) de data van de kinderpostzegeluitgiften klopt niet met data van de sluitzegels,
    2) bij de samenstelling van het Handboek voor het Kind, hoofdstuk Sluitzegels,
    is in financiële stukken van de SKN gevonden dat,
    – in 1935 een bedrag is overgemaakt aan de ontwerper van de sluitzegel en een bedrag aan drukkosten, en in 1936/1937 slechts een bedrag aan drukkosten,
    – in 1938 een bedrag is overgemaakt aan de ontwerper van de sluitzegel en een bedrag aan drukkosten, en in 1939/1940 slechts een bedrag aan drukkosten,
    – de documentatie van SKN is niet sluitend vanwege waterschade aan de Emmastraat in Amsterdam.

    Daarom denk ik dat er 1 sluitzegel is voor 3 opeenvolgende jaren 35/37 en 38/40, omdat de data in de sluitzegel vermelden dat de actie duurt van 1/12 t/m 5/1 daaropvolgend jaar, en dit strookt niet met de data van de kinderpostzegelactie. Dus zullen er, op basis van die aanname geen andere sluitzegels te vinden zijn van die jaren,

    3) Voor de jaren 1926 en 1927 is binnen de Vereniging voor Kinderpostzegels en Maximafilie de getoonde figuur van Weldadigheidspostzegels voor het Kind opgenomen, en niet de particulier bedrukte briefkaarten van het plaatselijk Comité van Groningen, welke hier opgenomen zijn, met de figuur van de groene sluitzegel is dat een vijfde sluitzegel voor de jaren 1926-1927.

    4)Ook voor de jaren 1929 t/m 1934 is bij ons (Vereniging voor Kinderpostzegels) een andere indeling bekend, want van de groene sluitzegel zijn er 2:
    4a) 10/12-09/01 en
    4b) 11/12-10/01,
    maw. ook daar zit waarschijnlijk een zetfout door de drukker:
    4c) Jaargangen kinderpostzegels:
    1929: 10/12-09/01, zegel groen (10/01 – 09/01)
    1930: 10/12-09/01, zegel rood (idem met data),
    1931: 10/12-09/01, zegel bruin op wit (idem met data),
    1932: 10/12-09/01, zegel blauw op wit (idem met data),
    1933: 11/12-09/01, zegel oranje (11/12 – 10/01, met een zetfout voor 10/01 !!)
    1934: 10/12-09/01, zegel groen (11/12 -10/01, dat zijn het zelfs 2 zetfouten).
    4d) Dit past wel in het concept dat je 1 x ontwerperskosten betaald en dan de druk herhaald in een andere kleur, waarbij dit 4 jaar goed is gegaan (29-32), maar daarna toch zetfouten tevoorschijn komen.

    We proberen binnen de Vereniging voor Kinderpostzegels en Maximafilie dicht bij de bron (SKN) voor informatie te blijven, in het Handboek voor de Voor het Kind-kinderpostzegelactie hebben we de beschikbare gegevens voor de sluitzegels t/m 2014 verwerkt,

    sommige beweringen stroken niet met de bij ons bekende gegevens,
    daar zal binnen de vereniging aandacht aan gegeven moeten worden, want het Handboek voor het Kind, hoofdstuk Sluitzegels is anders ingedeeld.

    Wil Verbeek,
    mede-samensteller Handboek voor het Kind (-Kinderpostzegelactie en andere gerelateerde verzamelgebieden).

  • Wil Verbeek op 12 juli 2020 om 13:38

    Ik ben het met dhr. Vellekoop eens dat Edzard de Koning redelijk voor de hand ligt, de initialen zijn bij de prentbriefkaarten wel anders nl. EdK, met de E als de hoofdletter Sigma uit het Griekse alfabet, maar trek je dit in een pictogram-stijl, met een streep eronder, dan kom je bij de gestelde vraag omtrent EK.

  • bBate Hylkema op 13 juli 2020 om 16:22

    J.Vellekoop bedankt voor uw reactie. Edzar Konings impressionistische stijl komt niet overeen met de vereenvoudigende tekenstijl in vloeiende lijnvoering van de briefkaarttekening. Bovendien komen zijn initialen EdK niet overeen met die van de kaart.
    Nader onderzoek is noodzakelijk. De initialen FR & EK zijn dus fout, maar kunnen ook als EB gelezen worden. Hiermee kom je bij Bernard Essers terecht. Zijn stijl komt overeen met die van de kaart. Op zijn grafisch werk staan spiegelbeeldig dezelfde initialen. Dus Bernard Essers is de tekenaar van de briefkaartafbeeldingen.

  • J. Vellekoop op 13 juli 2020 om 16:50

    Interessant om te lezen dat op stilistische gronden dhr. Hylkema de conclusie trekt dat Bernard Essers “dus” de tekenaar is van de afbeeldingen van de Kinderkaarten van 1940.

    In het notulenboek 1930-16/9/1941 van de Centrale Propaganda-Commissie vinden we het verslag van een vergadering op woensdag 11 september 1940 van deze commissie.

    Ik citeer hieruit: “Ter tafel zijn aanwezig: een ontwerp postzegel door D. van Gelder, een ontwerp serie briefkaarten door Edz. Koning en 2 ontwerpen losse kaarten door Anton Pieck. Alle worden goedgekeurd.”

    Iedereen mag van mij hieruit zijn eigen conclusies trekken.

    Ter voorkoming van verdere misverstanden: deze kunstenaar heette Edzard Willem Koning, dus niet “Edzard de Koning” en ook niet “Edzar Koning”.

  • bate hylkema op 13 juli 2020 om 22:25

    Geachte J. Vellekoop, graag zou ik via mail contact met u willen opnemen, omdat we beiden van verschillende uitgangspunten uitgaan. Mijn e-mailadres luidt batehijlkema@ziggo.nl. Bij voorbaat dank voor uw reactie.

  • Wil Verbeek op 14 juli 2020 om 23:46

    Wellicht ten overvloede, maar de verwijzing naar het door de Vereniging voor Kinderpostzegels en Maximafilie uitgegeven hoofdstuk van de sluitzegels:
    http://kindmax.nl/Kinderpostzegels_Kind_Sluit.html

  • bate hylkema op 15 juli 2020 om 19:00

    Beide geïllustreerde briefkaarten zijn in 1938 en/of 1939 uitgegeven. De door u aangehaalde CPC-vergadering op 11 september 1940 heeft niets van doen met de kinderzegelacties van 1938 en 1939.
    Onder de kop van Medusa (in zwierig vloeiende lijnvoering opgezet gelijk de illustraties van de briefkaarten) staan spiegelbeeldig de initialen BE van Bernard Essers.
    Naar ik hoop wordt de afbeelding van Medusa vandaag nog in het artikel aangebracht.

    Graag zou ik met u willen contacten.Reden? U beschikt over het notulenboek. Wellicht kunnen daarmee veel onduidelijkheden de kinderzegelacties betreffende alsnog opgelost worden.

  • J. Vellekoop op 16 juli 2020 om 14:46

    Goedenmiddag heer Hylkema,

    Vriendelijk dank voor uw diverse reacties.

    Omdat door U op Postzegelblog een vraag werd opgeworpen lijkt het mij logisch reacties daarop dan ook via dat mooie en onderhoudende blog te geven en niet in onderling berichtenverkeer.

    Zodra beschrijving van de emissies Kinderpostzegels van 1930 t/m 1941 allemaal in het Handboek Postwaarden Nederland (HPN) zullen zijn verschenen zal ik mijn kopie van het Notulenboek van de CPC over die periode schenken aan een algemeen toegankelijke Nederlandse bibliotheekinstelling.

    Daarmee zal het voor iedereen beschikbaar komen voor verder onderzoek.

    Ik begrijp echter dat juist over de Comitékaarten uit 1938 en 1939 nog grote onduidelijkheden bestaan.

    Bij wijze van uitzondering geef ik ter voorkoming van verdere mythevorming dan ook graag hierbij over die twee jaren enkele citaten uit het genoemde Notulenboek.

    Vergadering op Dinsdag 24 Mei 1938:

    “Van de ingekomen ontwerpen voor prentbriefkaarten worden ter uitvoering aangenomen een kerstkaart van E. Hellendoorn en een sneeuwkaart van S. Kraay. De ontwerpen van A. Pieck zijn nog niet binnen.”

    Vergadering op Donderdag 15 September 1938:
    “De 5 ontwerpen voor de serie prentbriefkaarten van Anton Pieck vinden algemeene instemming. De daarnaast uit te geven ontwerpen van Kraay en Hellendoorn vallen bij nader inzien niet mee, doch tot uitgifte was in de vorige vergadering besloten.”

    Vergadering op Dinsdag 16 Mei 1939:

    “Tenslotte zijn er van 6 verschillende kunstenaars ontwerpen van prentbriefkaarten ingekomen.
    Besloten wordt uit te geven:

    een serie van 5 door J. Voerman Jr.
    een landschap door W. Roelofs
    een nieuwjaarskaart door mevr. Midderijk-Bokhorst
    een sneeuwkaart door mej. Gunhild Kristensen
    Een kinderportret door mej. Mia v. Oostveen

    Aan de secretaresse wordt opgedragen een kerstkaart te zoeken.”

    De door u zo bewonderde B. Essers [monogram “BE”] zie ik hier helaas nergens bij staan, maar daar zal vast een goede verklaring voor bestaan.

    Het Handboek voor het Kind bezit ik niet, of hiermee derhalve wereldschokkend nieuws werd gebracht kan ik derhalve niet beoordelen.

    Met vriendelijke groeten,

    J. Vellekoop

  • J. Vellekoop op 16 juli 2020 om 17:42

    Nog een kleine correctie dezerzijds:

    De naam van de ontwerpster van nieuwjaarskaart uit 1939 luidt: Midderigh-Bokhorst.

    JV

  • J. Vellekoop op 19 juli 2020 om 21:12

    Aansluitend bij de nog niet afgeronde discussie over de prentbriefkaarten “Voor het kind” uitgegeven in de jaren 1938-1940 heb ik maar eens diverse Nederlandse kranten geraadpleegd uit deze periode. Nader onderzoek was immers noodzakelijk.

    De kranten schrijven uitsluitend over de officiële door de Nederlandsche Bond tot Kinderbescherming uitgegeven kaarten, zoals die door de diverse plaatselijke comité’s werden verkocht.

    Uit de Arnhemsche Courant 28 November 1938 leren wij dat de serie van Anton Pieck van dat jaar bestond uit de volgende kaarten: St. Nicolaas, Kerstnacht, De Torenklok, Oudejaarsavond en “Veel Heil en Zegen”. De kaart van Hellendoorn heette “Kerstgroet” en die van Kraay was getiteld “Wintermorgen”.

    De Maasbode van 1 december 1939 leert ons dat de kaart van W. Roelofs Jr. uit dat jaar betrof een “Zomerlandschap. Gunhild Kristensen beeldde af “een tweetal lezende kinderen in de sneeuw”, en Mia van Oostveen “een lezende jongen”. Als “Kerstkaart” was er een kaart ontworpen door Joep Nicolas. De Nieuwjaarskaart van Bernhardine Midderigh-Bokhorst wordt in dit bericht niet genoemd. Ook over de vijf kaarten van J. Voerman Jr. uit 1939 worden geen verdere details per kaart gegeven.

    De Nieuwe Tilburgsche Courant van 21 december 1940 vertelt ons dat er dat jaar twee kaarten waren met fraaie kleuren-reproducties van Anton Pieck (“waaronder een bijzonder geslaagde Kerstkaart”), terwijl daarnaast “een serie-mapje, inhoudende 5 kaarten met prachtig gekleurde landschap-reproducties van de hand van Edzard Koning” verkrijgbaar was gesteld.

    Het mysterieuze kunstenaarsmonogram “EB” (of: “BE” of “EK”) kunnen we voor de twee kaarten met een spelend kind die Hylkema afbeeldt in zijn leerzame bijdrage van 12 juli j.l. dus niet meer beschrijven als het werk van Edzard Koning uit 1940.

    Bovendien moeten we vaststellen dat deze twee kaarten (meisje met teddybeer en meisje met vlinder) noch in de notulen van de Centrale Porpaganda Commissie, noch in de kranten uit 1938-1940 worden genoemd.

    Het kunnen producten zijn geweest van een plaatselijk comité (en daarmee dus niet meer officiële kaarten) of van een particuliere onderneming, bijvoorbeeld een kantoorboekhandel.

    De gebruikte kaart (meisje met vlinder) is verzonden door de later vrij bekende filatelist en publicist K.E. König aan de zo rond 1940-1945 ook actieve filatelist en handelaar L.J.A. Ludeker.
    Een stempeldatum is in de reproductie van deze gebruikte kaart helaas door mij niet te lezen.

    Wellicht moeten we het geheimzinnige monogram derhalve lezen als “EK”, verwijzend naar Erwin König, de roepnaam van deze verzamelaar. Men denke aan de naar hem genoemde exclusieve filatelistische onderscheiding, de Erwin Königprijs. Maar of deze veelzijdige filatelist ook tekentalenten bezat weet ik helaas niet.

    Over andere actiemiddelen als sluitzegels heb ik in de kranten nog niets teruggevonden.

    JV

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)