(Eigen)aardigheden van westerse filosofen (13) - Postzegelblog

(Eigen)aardigheden van westerse filosofen (13)

1

De ‘Verlichting’ was een culturele, filosofische en intellectuele stroming in Europa die ongeveer samenviel met de 18e eeuw. Deze stond voor bevordering van de wetenschap en intellectuele uitwisseling, het bestrijden van bijgeloof, misbruik van recht in kerk en staat en intolerantie en kwam op voor ‘grondrechten’ (mensenrechten).

Kritiek op religie is een pijler van de ‘Verlichting’. Uiteindelijk leidde dit alles tot de Franse Revolutie (1789-1799). René Descartes en Baruch Spinoza worden gezien als de grondleggers van de ‘Verlichting’. In de literatuur deed een nieuw genre zijn intrede: de satire, zowel in poëzie als in proza. Dit onder invloed van Alexander Pope en Jonathan Swifts ‘Gulliver’s Travels’.

Jonathan Swift – Gulliver’s Travels (1726)

Voltaire (1694-1778)

Voltaire (pseudoniem van François Marie Arouet) was een Frans schrijver, filosoof en vrijdenker. Hij trad in de voetsporen van Descartes met vertrouwen in eigen vermogen te denken en te redeneren, in eigen ervaringen en intellectuele autonomie. Hij zette de bourgeoisie op het spoor van de revolutie. Cultuur wordt door Voltaire ten nauwste verbonden met rationaliteit. Daarbij denkt hij primair aan de kunsten. Zonder cultuur is het leven volgens hem een ondraaglijke banaliteit.

 

Twee beroemde werken van de schilder Jean-Honoré Fragonard (1732-1806)

Zijn humoristische gedichten maakten hem aanvankelijk populair in aristocratische kringen. In 1716 publiceerde hij een satire waarin hij de regent Filips van Orléans wel zeer grof beledigde. Als straf werd hij verbannen uit Parijs .Na gemaakte excuses kon hij terugkeren maar hij verviel opnieuw in een grove verdachtmaking, met als gevolg dat hij elf maanden werd opgesloten in de Bastille. Toen eenzelfde drama zich herhaalde in 1726 werd hij weer twee weken opgesloten en kon daarna kiezen: de gevangenis of verbanning. Hij koos voor het laatste en woonde drie jaar in Londen waar hij geïnteresseerd raakte in de filosofie van John Locke en de ideeën van Isaac Newton. Na zijn terugkeer in Parijs schreef hij ‘Lettres Philosophiques’, waarin hij de Engelse gewoontes en instituties prees en het Newtonianisme als alternatief voor Descartes’ rationalisme introduceerde. Het boek werd geïnterpreteerd als kritiek op de Franse overheid. De maat was nu vol en in 1734 moest hij Parijs opnieuw verlaten. Hij volgde daarna colleges in Leiden bij de natuurkundige Willem Jacob ’s Gravesande en de beroemde medicus Herman Boerhaave.

Émilie du Châtelet, Voltaire’s geliefde. Zij was natuurkundige en filosoof en vertaalde onder meer enige werken van Isaac Newton. Zij overleed in 1749. Portret van Maurice Quentin de La Tour.
Voltaire stuurde een brief naar de Pruisische koning Frederik de Grote die het beste als ‘verlicht despoot’ kan worden beschreven. Voltaire schreef hem onder andere: ‘Een van de grootste zegeningen die wij de mensheid kunnen brengen is bijgeloof en fanatisme uitroeien en de machthebbers te beletten diegenen te vervolgen die anders denken’. Frederik de Grote nodigde hem uit voor een bezoek aan Potsdam. Helaas, ook met Frederik de Grote kreeg Voltaire de nodige aanvaringen. Frederik liet Voltaires satirisch pamflet ‘Akakia’ verbranden. Hierin werd de wis- en natuurkundige Maupertuis, voorzitter van de Berlijnse Academie van Wetenschappen, als pseudo-wetenschapper afgeschilderd. Voltaire had zich aan het Berlijnse Hof onmogelijk gemaakt en keerde in 1753 terug naar Frankrijk. Pierre Louis de Maupertuis (1698-1759) werd onder meer bekend door zijn missie naar Lapland om de lengte van een booggraad van de meridiaan te meten. Uit de metingen bleek zijn gelijk over de vorm van de aarde Hij publiceerde het werk van de expeditie in 1738 in een boek, waarin tevens een avontuurlijk geschreven reisverslag werd gegeven. Hij droeg na terugkomst vaak traditionele Laplands kleding.

Voltaire zocht zijn heil in Genève en raakte hier bevriend met de Française Louise D’Épinay. Hij schreef hier zijn beroemde gedicht: ‘Poème sur le désastre de Lisbonne’ naar aanleiding van de aardbeving van 1755 in Lissabon, waarin Voltaire zijn twijfel uitdrukt over de goedheid van God. Dit zou de aanzet worden tot zijn beroemdste verhaal ‘Candide ou l’optimisme’ (1759). Hierin bekritiseerde Voltaire de optimistisch ingestelde monadenfilosofie van Leibniz. Omdat de Geneefse autoriteiten de toneelstukken van Voltaire verderfelijk vonden voor de moraal week hij weer uit naar Frankrijk, naar het plaatsje Ferney, dat mede door zijn toedoen tot grote bloei kwam en in 1878 werd omgedoopt tot Ferney-Voltaire. Vanuit hier had hij een gemakkelijke vluchtroute naar Zwitserland, mocht dat weer eens nodig zijn. Hij ging zich steeds meer bezighouden met allerlei maatschappelijke en juridische misstanden en werd zo een van de eerste voorvechters voor de mensenrechten. Na zijn dood werd zijn bibliotheek (die zo’n 22.000 brieven bevatte) opgekocht door Catherina de Grote in Rusland. Zij worden nog altijd bewaard in de Russische Nationale Bibliotheek in Sint Petersburg.

Jean- Jacques Rousseau (1712-1778)

Rousseau, Zwitser van geboorte, was een filosoof, schrijver en componist. Zeven opera’s staan op zijn naam. Tevens was hij liefhebber van plantkunde. Hij heeft invloed gehad op de literatuur, pedagogiek en politiek. Tot de meest invloedrijke staatkundige geschriften uit de 18e eeuw behoort zijn ‘Het Maatschappelijk Verdrag’ (‘Contrat Social’) dat van invloed was op de ‘Verklaring van de rechten van de mens en de burger’ uit 1789 en daarmee indirect op de latere ‘Universele verklaring van de rechten van de mens’ uit 1948.

Jean-Jacques Rousseau stond aan het begin van de romantiek. Zijn briefroman ‘Julie ou la nouvelle Héloise’ was een van de best verkochte boeken van de 18e eeuw. In zijn roman ‘Émile’ geeft hij zijn visie op de menselijke natuur en stelt hij de ideale opvoedingsmethode voor. Het werk had een grote invloed op de filosofie van de opvoeding en belangrijke pedagogen.

De schrijver Goethe was een van zijn vele bewonderaars, Voltaire echter bespotte hem. Rousseau’s ideeën weken vaak af van de gangbare opvattingen tijdens de Verlichting. Hij had een moeilijk karakter en leed zijn hele leven aan ernstige en pijnlijke blaasklachten. Om te verbergen dat er bij hem een katheter was ingebracht droeg hij jarenlang een traditionele Armeense jas, dik en wijd. De bijpassende bontmuts kwam voort uit ijdelheid.

In 1745 leerde hij in Parijs Thérèse Levasseur kennen en hij begon een verhouding met deze wasvrouw en naaister. Toen zij zwanger raakte haalde Rousseau haar over om de baby af te geven bij een tehuis voor vondelingen. Daar bleef het niet bij: de volgende vier baby’s werden op dezelfde plaats gedumpt. In zijn ‘Bekentenissen’ toonde hij later spijt over dit ‘noodlottige gedrag’. In 1749 vroeg Denis Diderot hem mee te werken aan zijn ‘Encyclopédie’, de eerste ooit geschreven. Rousseau schreef hiervoor artikelen over politiek en muziek.

Madame de Pompadour, (maîtresse van Lodewijk XV), was een bewonderaar van Rousseau en Diderot. Op bovenstaande afbeelding staat deel IV van de ‘Encyclopédie’ . Pastel van Maurice Quentin de La Tour. Madame de Pompadour zong een partij in ‘Le Devin du village’ (‘De Dorpsziener’), een van Rousseau’s opera’s. In 1756 vestigde hij zich met zijn vriendin Thérèse Levasseur in Montmorency. Hij mocht gebruik maken van het tuinhuis van Madame D’Épinay. Hier schreef hij zijn bekendste werken. Madame Louise D’Épinay was een bekend schrijfster en had een ‘literaire salon’ in Parijs. Zij was onder andere bevriend met Voltaire en Rousseau, Denis Diderot en Jean Baptiste le Rond d’Alembert. Zij had grote invloed in de intellectuele kringen.

Portret van Madame D’Épinay door Jean Étienne Liotard (1702-1789)

Het hoogste Franse rechtscollege, het ‘Parlement van Parijs’, veroordeelde Rousseau in juni 1762 voor de publicaties van zijn ‘Émile’ en ‘Contrat Social’ waarop hij vluchtte naar Zwitserland. Uiteindelijk trok hij zich terug als kluizenaar in Frankrijk en richtte zijn aandacht op de onbedorven mens en ongerepte natuur. Hij nam steeds meer afstand van zijn rationele en atheïstische vrienden en keerde zich tenslotte geheel van hen af. Jean-Jacques Rousseau overleed onverwacht in 1778.

Denis Diderot (1713-1784)

Denis Diderot was een Franse schrijver en filosoof, kunstcriticus en een persoonlijkheid in de ‘Verlichting’. Hij was tussen 1750 en 1776 met Jean le Rond d’Alembert redacteur van de ‘Encyclopédie’ . Zesduizend van de ongeveer 72.000 artikelen waren van zijn hand. Hij was voorstander van vrijheid van meningsuiting en godsdienst en schreef ‘Jacques de Fatalist en zijn meester’ , een satirische roman waarmee hij de traditionele opvattingen over romans aan de kaak stelde en de vrije wil onderzocht.

Hij studeerde enige tijd theologie aan de Sorbonne in Parijs. Hij brak zijn studie af en had een ongebonden bestaan waardoor hij regelmatig om geldelijke steun van zijn ouders moest vragen. Hij werkte aan vertalingen en schreef zelf veel romans, essays en toneelstukken. In zijn eerste werk ‘Pensées philosophiques’ ( Den Haag, 1746) keerde hij zich tegen de in Frankrijk heersende geloofsopvatting. Het parlement zag hierin een aanval op het Christendom en gaf opdracht het op de brandstapel te gooien. Een betere reclame had Diderot zich niet kunnen wensen. Hij kreeg het lumineuze idee om iets geheel nieuws te publiceren. Hierin zouden alle actieve schrijvers, ideeën en kennis worden verzameld. Zijn uitgevers waren enthousiast en wilde het wel financieren. De overheid gaf toestemming en Jean le Rond d’Alembert werd overgehaald om samen met Diderot de hoofdredactie van de ‘Encyclopédie’ te voeren.

Buiten de ‘Encyclopédie’ om, werd Diderot al geruime tijd in de gaten gehouden wegens al zijn publicaties en hij werd als een gevaarlijk personage beschouwd. Hij verdween in 1749 voor drie maanden als gevangene in de slottoren van Château de Vincennes, waar hij regelmatig bezoek kreeg van Jean-Jacques Rousseau, in die tijd zijn beste vriend. Ook schreef hij door aan artikelen voor de ‘Encyclopédie’. Na het tekenen van een schriftelijke verklaring waarin hij beloofde nooit meer iets nadeligs over de religie te schrijven werd hij vrijgelaten (met als gevolg dat zijn meest controversiële werken pas na zijn dood verschenen).

Het Château de Vincennes

In 1750 stuurt Diderot door heel Europa zijn prospectus over de uit te geven ‘Encyclopédie’ en roept iedereen op hierop in te tekenen. In 1751 verschijnt het eerste deel in een oplage van 2075 exemplaren. Het werk omvat naast de expertise van geleerden en academici in hun respectieve disciplines, de kennis over handel en ambacht van de gewone man. Bij het verschijnen van de tweede editie zien de Jezuïeten en de Sorbonne universiteit daarin onchristelijke elementen en bewerkstelligen dat de koninklijke vergunning wordt ingetrokken. Vanaf dat moment moet Diderot alle bijdragen bij de censuur inleveren. Maar hij krijgt hulp uit onverwachte hoek: Malherbes, het hoofd van de censuur Hij geeft hem zijn steun evenals onder andere Madame de Pompadour, de maîtresse van Lodewijk XV. De komende twintig jaar zijn een tijd van zwoegen, maar ook van kwellende vervolging en deserterende vrienden. In 1757 is het aantal intekenaars gestegen naar 4000. De regerende aristocratie en kerk zien de ‘Ecyclopedie’ als een bedreiging voor hun positie. Het werk stelt dat de mensen van nature gelijk zijn en dat het grootste belang van de landsregering bij het gewone volk hoort te liggen. De juistheid van religieuze tolerantie, de vrijheid van gedachte en de waarde van wetenschap en nijverheid worden als vanzelfsprekend beschouwd. In 1772 is de volledige eerste versie van de ‘Encyclopédie’ voltooid: 17 delen tekst en 11 met afbeeldingen. Om in zijn verdere levensonderhoud te voorzien verkoopt Diderot zijn complete bibliotheek aan Catharina II (de Grote) van Rusland voor het moment dat hij komt te overlijden. Hij ontvangt hiervoor een vorstelijke beloning. Van alle romans en vertellingen die Diderot geschreven heeft is er één wel zijn meest gelezen (en verfilmde) geworden, de roman ‘De Non’, (La Réligieuse’), geschreven in 1760/1761 en gepubliceerd in 1796, die de lijdensweg van een onvrijwillig toegetreden non beschrijft.

Affiche van de film ‘La Réligieuse’

 

Op onderstaand velletje staan de bovengenoemde personages broederlijk bij elkaar. Li- en re-boven Voltaire, li- en re- onder Rousseau, midden-boven Thomas Hobbes, en mi-onder Denis Diderot met Madame D’Épinay.

 

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Frankrijk Zwitserland Auteurs Boeken Kerken Religie



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (8 stemmen, gemiddeld: 4,88 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Yvonne Kruse is 25 jaar geleden, toen ze haar man ging assisteren op de ZHPV beurzen in Leidschendam, Zoetermeer en Den Haag verslaafd geworden aan het verzamelen van postzegels.

Reacties (1)

  • willem hogendoorn op 20 mei 2020 om 11:11

    Interessant artikel Yvonne met veel wetenswaardigheden die mij niet bekend waren. En natuurlijk voor mij leuk om te lezen dat Voltaire ook nog in Leiden gestudeerd heeft. Maar ja… welke beroemdheid niet eigenlijk?? :)

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)