Spraakmakend geld – de Nederlandse gulden (4): Tientje van Lieftinck - Postzegelblog

Spraakmakend geld – de Nederlandse gulden (4): Tientje van Lieftinck

1

In de vierde en laatste aflevering van Spraakmakend geld – de Nederlandse gulden aandacht voor het tientje van Lieftinck, dat op de achtste postzegel van deze emissie is geplaatst. Tevens aan het eind van dit artikel nog enige achtergrondinformatie van ontwerper Michael Snitker over het afwisselend kleurgebruik van oranje en magenta.


De info heb ik voor een groot deel ontleend aan de brochure Afgerekend moet worden met alle geld dat tijdens de bezetting op laakbare wijze is verdiend, uitgave ‘Werkgroep Lieftinck’ ressorterend onder de stichting ‘Comité Oud Muiderberg’ (oktober 1991).

Het Tientje van Lieftinck overbrugt financieel één week in 1945!

De tekst “Elk het zijne” op de spaarpot (Minister van Financiën Lieftinck voorstellend) en de uitspraak “Afgerekend moet worden met alle geld dat tijdens de bezetting op laakbare wijze is verdiend. Aan hen die hun geld op onoorbare wijze hebben verkregen, laat ik niet de minste illusie” zijn beide van prof. mr. Pieter Lieftinck (1902-1989), minister van Financiën in de periode 1945 tot 1952.
Na lezing van het onderstaande over het ‘Tientje van Lieftinck’ blijken beide uitspraken de uitgangspunten van de geldsanering in 1945 te bevatten, waarop de achtste postzegel van de nieuwe emissie Spraakmakend geld – de Nederlandse gulden ons op attendeert.

Uitgifte-aanleiding, doelgerichtheid en invoering van Lieftinck’s tientje

1. In mei 1945 was Nederland omtrent bankroet: fabrieken leeggehaald, haveninstallaties vernietigd, transportmiddelen gestolen. Bedrijven beschikten niet over grondstoffen.
De Duitsers met hun Nederlandse handlangers hadden het monetaire systeem geheel ontregeld door de bankbiljettenpers constant te laten draaien. Er was vier keer zoveel geld in omloop als economisch verantwoord was. Een torenhoge inflatie was zonder drastische maatregelen onontkoombaar.

2. Een reorganisatie van het geldverkeer was ook noodzakelijk: [collaborerende] Nederlanders hadden tijdens de bezettingsjaren via zwarte handel veel geld aan hun landgenoten verdiend. Dit wangedrag zou niet beloond moeten worden. Vandaar Lieftincks uitspraak: “Afgerekend moet worden met alle geld dat tijdens de bezetting op laakbare wijze is verdiend. Aan hen die hun geld op onoorbare wijze hebben verkregen, laat ik niet de minste illusie.”

3. Door een financiële ingreep kreeg de overheid als bijkomend voordeel zicht op de vermogenspositie van de Nederlandse bevolking. Aantrekkelijke kennis bij de invoering van een ander belastingstelsel.

4. Vermindering van de geldhoeveelheid (tegoeden bij banken en giro) zou door een algemene geldblokkering tot stand kunnen komen. Wat daarbij het publiek het meest aansprak was de aanpak van de zwarthandelaren. In één klap kon dan het te veel aan geld opgeruimd worden en kon er controle komen op de uitgifte van het nieuwe geld.


5. Begin juli 1945 werden plotseling alle bankbiljetten van 100 gulden ongeldig verklaard. De biljetten konden ingeleverd worden en als tegoed op een geblokkeerde rekening konden worden gezet. De verrassing was groot en het effect maximaal.

6. In september 1945 volgde de tweede fase van de geldsanering. De mensen mochten maar 300 gulden aan bankbiljetten bezitten. Het resterende geld kwam op een geblokkeerde rekening terecht. Deze 300 gulden moest in de week van 26 september tot 2 oktober ingeleverd worden. Pas vanaf 3 oktober zou nieuw geld worden uitgegeven.


Het grijsachtig paarse Lieftincktientje, ontwerp A. Th. Van der Vossen, offsetdruk op zgn. geminuteerd papier (afzonderlijk zichtbare blauwe en rode vezels). Op de voorkant staat de Nederlandse leeuw omgeven door de gedichtregel “Die Tyranny verdrijven Die my mijn hert doorwondt”.

7. In de ‘inleveringsweek’ zou er geen ‘geldig geld’ meer in roulatie zijn: het oude geld kon niet meer worden gebruikt en het nieuwe geld was er nog niet. Toch moesten de mensen die week hun boodschappen kunnen betalen.

8. Lieftinck besloot dat iedereen alvast voor een bedrag van tien gulden (‘Tientje van Lieftinck’) aan oud geld mocht inwisselen tegen tien gulden nieuw geld. Iedere Nederlander moest er van zien rond te komen. Waarschijnlijk nog nooit eerder in de geschiedenis had iedereen in ons land een gelijke koopkracht.


Populariteit van Lieftinck

De populariteit was voor Lieftinck als Minister van Financiën niet groot gezien de vele spotprenten en commentaren in die tijd. Reden? Genomen maatregelen treffen de mensen in de portemonnee. De meest opvallende opmerking is die van de oppas in Muiderberg: “Als ik dat van te voren geweten had, had ik hem uit mijn handen laten vallen!”.spaarpot

Geldzuiveringsmonument

Jocke Overwater beeldhouwer

Voor het gedenkteken ‘Geldzuiveringsmonument’ (bundel bankbiljetten van 10 gulden) in Muiderberg koos Jocke Overwater als materiaal blauwe hardsteen, dat het degelijke en sterke karakter van Lieftinck verbeeldt. Het water uit de pomp geeft de gesaneerde geldstroom na 1945 weer.

Elkaar afwisselend, alternerende kleurgebruik

In de typografie en de kleuren liet Snitker zich eveneens door het verleden inspireren. “Met de Suisse Int’l heb ik een comtemporain font genomen, maar wel met een letter die geïnspireerd is op de Helvetica en de Universe.
Moderne schreefloze fonts werden vaak door de naoorlogse ontwerpers op munten en bankbiljetten gebruikt. Voor het jaartal is de OCR-B-Letter gekozen. Deze door de computer leesbare letter werd in 1968 voor het eerst op bankbiljettentoegepast.
Ook voor de kleur heb ik naar de naoorlogse bankbiljetten gekeken. Oxenaar en Drupsteen maken vaak gebruik van sterk tegengestelde kleuren. Voor deze zogeheten alternerende kleuren heb ik de speciale intense hexachrome magenta en oranje toegepast, waardoor een extra drukkleur noodzakelijk was. Deze twee kleuren zie je ook in de teksten terug. Wat weer een verwijzing is naar de microtekst op bankbiljetten, die ook in verschillende kleuren wordt gedrukt om het maken van vervalsingen moeilijker te maken.
Kortom: er is op deze postzegels veel te zien en te ontdekken. Veel, maar niet te veel. Want ik ben het eens met de stelregel van Ninaber van Eyben, ontwerper van de Beatrixrijksdaalder: “Meer zou onnodig zijn, minder onmogelijk.”

Een maximumbrief in uw collectie?

Naar aanleiding van de uitgave van de emissie ‘Spraakmakend geld’ heeft ontwerper Michaël Snitker een gelimiteerd aantal enveloppen laten drukken met uitgebreide achtergrondinfo over het ontwerp en de afgebeelde munten en bankbiljetten. De envelop is verkrijgbaar door een van de Spraakmakende Geld-postzegels als retour-postzegel naar Snitker, Postbus 11400, 1001 GK Amsterdam te sturen.

Beeld: PostNL, B. Hylkema en Jocke Overwater (beeldhouwer), M. Snitker

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Thematisch Nederland Geld op postzegels



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (3 stemmen, gemiddeld: 5,00 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Bate Hylkema schrijft vanaf 1980 artikelen over filatelie en woont in het Friese Beetsterzwaag.

Reacties (1)

  • Lauri Peper op 31 juli 2018 om 21:36

    Maw ik stuur een Spraakmakend Geld postzegel en een kaartje met mijn adres er op in een aan Snitker geadresseerde envelop? Begrijp ik het zo goed?

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)