Geschiedenis van het postzegelverzamelen 36, de Hollandse koeiengekte. - Postzegelblog

Geschiedenis van het postzegelverzamelen 36, de Hollandse koeiengekte.

1

Tot nu toe werd in deze rubriek de geschiedenis van het postzegelverzamelen min of meer chronologisch beschreven, veelal aan de hand van de artikelreeks van Kouwenberg uit de 80er jaren van de vorige eeuw. Daar ga ik zeker mee verder, maar er zijn tevens zoveel leuke geschiedenisfeiten van veel jongere datum te beschrijven dat ik besloten heb om af en toe een willekeurig verhaal uit die ruim 150 jaar geschiedenis van het postzegelverzamelen te behandelen. Dit keer een verhaal van ‘slechts’ zo’n veertig jaar geleden.

 

De Nederlandse koeiengekte

In 1974 verscheen in Nederland een postzegel van 25 cent (brieftarief) met als onderwerp ‘Nederlands stamboekvee’ met links de achterkant van drie koeien en rechts de voorkant. Veel verzamelaars op postkantoren stopten na aankoop angstvallig de zegels snel weg omdat ze dachten zojuist een misdruk in handen gekregen te hebben. Dat bleek niet zo te zijn.

Op zich allemaal niet zo bijzonder, Nederlandse zegels kenmerkten zich wel vaker door eigenzinnige ontwerpen. Het werd pas anders toen Davo met de aanvullingsbladen voor de zegels van 1974 kwam. Behalve voor de losse zegel in de serie was daar plotseling een vakje voor twee zegels aan elkaar zodat de koeien tenminste als geheel zichtbaar waren. Veel mensen verzamelden in die tijd nederlandse postzegels in Davo albums en wilden natuurlijk geen leeg vakje. Op de postkantoren waren de zegels inmiddels uitverkocht, dus de koeiengekte begon.

nep1052p

Iedereen had plotseling drie van die zegels in zijn verzameling nodig in plaats van één, en daarvan dan ook nog twee samenhangend. Veel verzamelaars kochten toen meerdere exemplaren van nieuwe zegels, maar er was ook al veel los gescheurd. Vele verzamelaars gingen op zoek naar paartjes en op beurzen, waar in die tijd vele handelaren en semi- handelaren wat met Nederlandse postzegels probeerden te verdienen. Op die beurzen maakte iedereen elkaar gek waardoor de prijzen voor koeienpaartjes omhoog schoten.

Waren ze nou echt zo zeldzaam? Mwah, als we naar de verkochte aantallen kijken (ruim 4.5 miljoen) valt dat nog wel mee, zelfs als je die door drie deelt. Een aantal werd natuurlijk gewoon op brieven gebruikt, maar veel was gekocht door verzamelaars die de zegels in vellen of veldelen bewaarden, dus ook paartjes zouden niet echt heel zeldzaam moeten zijn. Maar ja, zoals gezegd; iedereen maakte elkaar gek en probeerde wat mee te speculeren.

 

Dan maar zelf bijdrukken!

In 1982 nam de politie in Haarlem naar aanleiding van tips eens een kijkje bij een drukkerij aan de Lange Herenvest in Haarlem. Voorbijgangers was het opgevallen dat er ’s avonds gewerkt werd en er vellen postzegels tegen het licht gehouden werden en hadden dat aan de politie gemeld. Bij de politiecontrole werden drie aldaar aanwezige personen op heterdaad betrapt op het drukken van valse postzegels. Het bleek dat er vellen met 48 zegels van het nederlands stamboekvee werden vervaardigd, waarvan 5000 vellen in beslag genomen werden. Alleen de laatste drukgang ontbrak nog. 3700 vel was zelfs al gegomd. Opmerkelijk is dat bij de op heterdaad betrapten dezelfde 45-jarige haarlemmer was die kort daarvoor tot anderhalf jaar celstraf was veroordeeld wegens betrokkenheid bij de miljoenenroof van postzegels uit de drukkerij van Joh. Enschedé.

Blijkbaar was de prijs en verhandelbaarheid van deze zegels in 1982 zo goed dat ‘in eigen beheer bijdrukken’ als lonend werd gezien.

De drie werden in deze zaak overigens vrijgesproken omdat niet bewezen was dat ze de postzegels gedrukt hadden om als frankeermiddel te gebruiken. Bron1.    Bron2.

 

De prijsontwikkeling

Hier een overzicht van catalogusprijzen per zegel (uiteraard in guldens). Een paartje noteert dus telkens het dubbele van de genoemde bedragen.

1976 eerste opname: 1.00

1977: 2.25

1978: 7.50

1979: 11.50

1980: 16.50

1981:  21.25

1982: 25.00

1983: 27.50

1984: 31.25

1994: 27.50

1996: 25.00

PostBeeld biedt een paartje nu aan voor 3 euro (oftewel ongeveer zes gulden en zeventig cent) en per 10 stuks tegelijk zelfs voor 20 euro.

 

Hèt gesprek op feestjes

Elke Nederland verzamelaar en vele anderen kenden het koetjespaartje omdat er, ook op feestjes, veelvuldig over werd gesproken. Voor het blad Playboy op een gegeven moment zelfs reden om een eigen versie van het koetjespaartje in het blad af te beelden (elkaar bespringend).

Inmidels is de gekte al lang weer geluwd. Koetjeszegels en paartjes zijn er in overvloed en kosten nog maar weinig door het feit dat het aanbod groter is dan de vraag.

Als nasleep ontstond er korte tijd een paartjesrage van andere beeld- en kleurdoorlopers. Er verscheen zelfs een speciale ‘doorlopercatalogus’ .   Toen een paar jaar later opnieuw een zegel verscheen met een over twee zegels verdeelde afbeelding, de KMA zegel (NVPH 1165) was er zoveel vraag dat besloten werd om een tweede oplage te drukken.

Lees hier een eerder verschenen artikel van Hero Wit over doorlopers.

 

Tot nu toe verschenen:

1. Inleiding en begin
2. De eerste verzamelaars
3. De eerste catalogus, Oscar Berger Levrault maakt als eerste een overzicht.
4. Alfred Potiquet, De eerste commercieel uitgegeven catalogus.
5. Booming 1862, Het meest turbulente jaar in de filatelistische geschiedenis.
6. Edard de Laplante, De eerste die uitsluitend van de postzegelhandel leefde.
7. Natalis Rondot, De eerste echte filatelistische literatuur verscheen in een familieblad.
8. Henri Justin Lallier, Uitgever van het eerste postzegelalbum.
9. Frederick W. Booty, De eerste catalogus in het Engels.
10. Mount Brown, Een succesvolle Engelse catalogus.
11. Dr John Edward Gray, Uitvinder van de postzegel, allereerste verzamelaar of alleen maar een goede catalogusuitgever?
12. Het eerste postzegeltijdschrift, Eerst een mislukte poging, maar dan toch een postzegelblad.
13. Edward Pemberton, Actief filatelist met nakomelingen in de filatelie.
14. Dr. C.W. Viner, Vader van de engelse filatelie.
15. Jean Baptiste Moens, De grootste handelaar aller tijden.
16. De uitgeverij van Moens, Van groot belang in begintijd filatelie.
17. Duitsland in 1862, De trage start van een belangrijk filatelistisch land.
18. Nederland in 1862, De eerste Nederlandse catalogus en album.
19. Nederland in 1864, P.H. Witkamp
20. Het ontstaan van Schaubek
21. De concurentie barst los, gratis postzegels bij tijdschriften.
22. Knutselen met postzegels.
23. De Postzegel Polka., postzegels als inspiratiebron voor muziek
24. Alexander Baillieu., postzegels als goudmijn?
25. List, bedrog en overvloed., postadministraties ontdekken verzamelaars.
26. De dikke Elb uit Dresden, persoonsverwisseling met een markante figuur.
27. Arthur Maury, een naam die tot op vandaag voortleeft.
28. Pierre Mahé, eigenzinnig handelaars met grote filatelistische kennis.
29. De essaimanie, Het verzamelen van postzegels die eigenlijk geen postzegels zijn.
30. William P. Brown, De eerste amerikaanse postzegelwinkelier
31. Philatelie ipv Timbologie, Het ontstaan van het woord Philatelie
32. Verzamelaarsverenigingen, Succesvolle verenigingen vergroten de kennis.
33. Een diefstal in 1865, Gevolgd door een niet milde straf.
34. Madame Nicolas, Een vrouw in de mannenwereld van de postzegelhandel.
35. Engeland in 1866,

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (3 stemmen, gemiddeld: 5,00 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Tags bij dit artikel

    Reacties (1)

    • willem hogendoorn op 21 oktober 2016 om 21:39

      In eerste instantie zijn de vervalsers vrijgesproken. Ze voerden als verweer aan dat ze geen postzegels, maar sluitzegels hadden gemaakt en ze de PTT dus niet wilden benadelen. In hoger beroep zijn ze wel veroordeeld, omdat het Gerechtshof vond dat met deze zegels de filatelie was benadeeld.

    Schrijf een reactie

    (registratie is niet nodig)