Klein of groot borstschild, Groschen of Kreuzer - Postzegelblog

Klein of groot borstschild, Groschen of Kreuzer

0

Verzamelaars van postzegels van Duitsland weten meteen wat bedoeld wordt als het ‘borstschild’ ter sprake komt. Op 1 januari 1872 werd in het keizerrijk, geregeerd door Kaiser Wilhelm I, een serie postzegels uitgegeven in waarden vanaf ¼ Groschen tot en met 5 Groschen en 1 Kreuzer tot en met 18 Kreuzer. Het midden van de postzegels bestond uit een in droogdruk ingeperste afbeelding van een adelaar.

De waarden waren gebaseerd op de Taler. De waarde van 1 Taler was 30 Groschen of Silbergroschen die in het noorden van het land werd gebruikt.

De Kreuzer was gebaseerd op de Gulden. 1 Gulden was 60 Kreuzer. Deze werd in het zuidelijke deel van het land gebruikt. Het Duitse Rijk was na de Frans-Duitse oorlog in 1871 ontstaan. Daarbij waren de Noord-Duitse Bond, gedomineerd door Pruisen onder politieke leiding van Otto von Bismarck, verenigd met de Zuid-Duitse staten Baden, Beieren en Württemberg. Beieren en Württemberg behielden echter min of meer hun zelfstandigheid en gaven dan ook eigen postzegels uit.

De afbeelding van de Rijksadelaar was gebaseerd op de zogenoemde Akense Kroon, waarbij de adelaar een klein borstschild vertoonde. Daarbij ontbraken de wimpels aan de kroon. Het wapen in het borstschild wordt ook wel de Pruisische adelaar met schild genoemd.
Bij ongebruikte postzegels is het borstschild goed waarneembaar, maar bij gestempelde postzegels kan het soms wat lastiger zijn.

Behalve als de datum in de stempelafdruk duidelijk is, zoals op de zegels van ½ Groschen met de datum 2 januari 1872, de tweede dag van geldigheid van de zegel voor de frankering. De postzegel van 2 Groschen werd gestempeld in Stauchitz, een stadje in Saksen.

De belangrijkste posttarieven op 1 januari 1872 waren als volgt:
Brief tot 15 gram 1 Silbergroschen of 3 Kreuzer;
Drukwerk tot 250 gram iedere 40 gram ⅓ Silbergroschen of 1 Kreuzer;
Briefkaart ½ Silbergroschen of 2 Kreuzer.

Op 1 april 1872 werden twee waarden gewijzigd in kleur. de waarde van ½ Groschen die eerst bruinrood was werd gewijzigd in oranje en de 2 Kreuzer die eveneens eerst bruinachtig rood was werd ook gewijzigd in oranje. Het in droogdruk aangebrachte wapen was weer met klein borstschild.

Vanaf 1 juni 1872 werd een nieuwe serie uitgegeven met waarden van ¼ Groschen tot en met 5 Groschen en 1 Kreuzer tot en met 18 Kreuzer. Daarbij werd het droogstempel van de adelaar gewijzigd.

Het belangrijkste verschil was het borstschild dat veel groter was dan in het eerste droogstempel. De afbeelding in het borstschild was vervangen door het wapen van de Hohenzollern. Ook de kroon werd vervangen door een exemplaar met vier bogen en twee wimpels.

 

De wijziging van de adelaar was het gevolg van een overleg tussen de Keizer en enkele kenners op het gebied van de heraldiek en enkele geschiedkundigen. Daarbij gaf de motivering, dat niet Pruisen aan de macht was maar het Huis Hohenzollern, de doorslag.

De postkantoren gebruikten een scala aan stempelmodellen, van rond, rechthoekig tot hoefijzervorm. Omdat vele stempels losse karakters gebruikten komen in de stempels ook foutjes voor zoals de kopstaande 3 in de datum 3 september 1874 op de ½ Groschen door het postkantoor Berlin C.

Op 1 januari 1874 werden twee nieuwe zegels uitgebracht, een van 2½ Groschen en een van 9 Kreuzer. Hierbij werd de frankeerwaarde extra op het droogstempel van de adelaar aangebracht. Dit werd gedaan om een beter onderscheid te kunnen maken met postzegels uit de serie met de kleuren rood tot roodoranje. Bij lamplicht leken de diverse waarden te veel op elkaar. Maar ook het bruinrood van deze twee zegels gaf vele schakeringen, van licht tot donker.

Op 31 december 1874 werden de Taler en Gulden afgeschaft. De nieuwe postzegels die op 1 januari 1875 uitkwamen kregen een waardeaanduiding in Pfennige. De adelaar was weer in droogdruk in het postzegelpapier geperst. De postkantoren in Baden verkochten de nieuwe zegels al vanaf 10 december 1874. De postzegels met waardeaanduidingen in Kreuzer verloren hun geldigheid voor de frankering op 31 december 1874. De waarden in Groschen werden, met uitzondering van de ¼ en ⅓ Groschen, die al op 31 december 1874 ongeldig waren geworden, doorgebruikt tot 31 december 1875. Vele veranderingen in een erg korte tijd, maar met een mooie postale geschiedenis.

Klik hier om deze zegels in onze webwinkel te bekijken.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Duitsland



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (6 stemmen, gemiddeld: 4,67 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Reacties (0)

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)