Luchtpostzegels ‘Mercurius’ - Postzegelblog

Luchtpostzegels ‘Mercurius’

0

thumbDoordat ik een betaalbewijs in handen kreeg waarop twee luchtpostzegels waren geplakt van 1½ gulden en een luchtpostzegel van 75 cent ging ik op zoek naar meer gegevens over de postzegels met een afbeelding van ‘Mercurius’.

Het betaalbewijs was voor een machtiging voor het afhalen van poststukken geadresseerd aan postbus 235 in Den Haag. Deze machtiging was alleen geldig indien het recht van ƒ 3,75 was voldaan in postzegels. Dan denk je niet meteen aan het plakken van luchtpostzegels! Laten we eerst eens zien wat over de luchtpostzegels met afbeelding Mercurius is geschreven.

In Dienstorder van de PTT nummer 473 van 26 juni 1929 werd het volgende gemeld:
1. Aangemaakt zijn luchtpostzegels van ƒ 1,50, ƒ 4,50 en ƒ 7,50, uitsluitend dienende voor de verantwoording van het luchtrecht, verschuldigd voor de rechtstreekse overbrenging van stukken door middel van vliegtuigen van Nederland naar Nederlandsch Indië, Suriname en Curaçao en naar andere landen, voor welke met deze vliegtuigen post mocht worden vervoerd.
2. De zegels dragen een voorstelling op het vliegwezen betrekking hebbende.
Als toelichting werd door het Hoofdbestuur van de PTT medegedeeld, dat bij de laatste postvluchten naar Indië is de behoefte aan zegels van hogere waarde gebleken, omdat meermalen ter voldoening van het verschuldigde luchtrecht, een groter aantal zegels van 75 cent dan wenselijk was, gebruikt moest worden.

De drie zegels werden ontworpen door de Rotterdamse kunstenaar Jac. Jongert die Mercurius als afbeelding koos als beschermer van handel en verkeer. Onder de vleugels van de hoed bracht hij een Mercuriusstaf aan het geheel tegen een achtergrond van een bloeiende aarde die symbool stond voor de voorspoed. De drie zegels werden vanaf 16 juli 1929 verkrijgbaar gesteld. Ook de oplagen (het gedrukte aantal vellen van 100 stuks) werden toen bekend gemaakt: 3.500 vel van    ƒ 1,50, 2.500 vel van ƒ 4,50 en 2.500 vel van ƒ 7,50.

De heer A. van der Willigen, een bekende filatelist uit die tijd, deelde mede, dat alleen al aan het speciale loket voor verzamelaars van het postkantoor in Den Haag in de eerste week van verkoop voor ƒ 4.000,- was verkocht aan deze zegels. Dus puur voor verzameldoeleinden! De zegels waren, aldus de mening van vele verzamelaars, prachtig uitgevoerd alleen de centrering was vaak erg slecht. Dat kwam door het gebruik van lijntanding.
Was deze dure serie wel nodig geweest? In oktober 1929 werd al aangekondigd, dat het luchtrecht voor poststukken naar Nederlandsch Indië niet meer met de speciale luchtpostzegels behoefde te worden voldaan.
Terug naar het machtigingskaartje voor de postbus. In februari 1930 werd in een Dienstorder van de PTT het volgende opgenomen: Veelvuldig worden in de laatste tijd verzoeken van busrechthouders ontvangen om het verschuldigde busrecht te willen verantwoorden door middel van luchtpostzegels. Aan dergelijke verzoeken mag niet worden voldaan. In maart 1930 werd daaraan nog toegevoegd dat het voldoen van het luchtrecht niet meer behoefde te worden voldaan met luchtpostzegels, maar ook kon geschieden met normale frankeerzegels. Het bleef echter verboden om de luchtpostzegels als gewone frankeerzegels te gebruiken.
Maar toen veranderde het beleid. Had men toch teveel zegels in de hoge waarden voor luchtrecht laten aanmaken? Bij Koninklijke Besluit van 20 maart 1931 werd bepaald, dat met ingang van 29 april 1931 de luchtpostzegels van 40 cent, 75 cent, ƒ 1,50, ƒ 4,50 en ƒ 7,50 voor de kwijting van alle bij vooruitbetaling posten en rechten kunnen worden gebruikt. Dit hield dus in, dat de zegels niet meer uitsluitend voor luchtpostcorrespondentie konden worden gebruikt, maar ook frankering van alle correspondentie, zowel voor binnen- als buitenland, geldig zijn. De houder van postbus 235 maakte van die mogelijkheid dan ook graag gebruik. Maar werden daarmee de grote voorraden van deze zegels snel weggewerkt? Bij lange na niet! Dat bewijzen de verkoopcijfers. Van de 350.000 zegels van ƒ 1,50 werden er 329.100 verkocht, dus dat viel wel mee. Slechts 20.900 zegels overgebleven. Van de 250.000 zegels van ƒ 4,50 werden 189.900 stuks verkocht, Overgebleven 60.100 zegels en van de 250.000 zegels van ƒ 7,50 gingen 195.400 stuks over de balie. Daarvan bleven dus 54.600 zegels over.

 

Een het verzamelen van postbusmachtigingen ofwel postbuskaartjes vind ik nog steeds een leuke uitdaging. Zoals het postbuskaartje geldig voor een half jaar in 1971 beplakt met een zegel van 10 gulden. Probeer ze maar eens te vinden!

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Curaçao Nederlandse Antillen Nederland



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (2 stemmen, gemiddeld: 4,00 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Reacties (0)

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)