Fries als tweede landstaal komt ook op postzegels voor - Postzegelblog

Fries als tweede landstaal komt ook op postzegels voor

0

NVPH 2937 [tn]In 1996 werd de Friese taal door de Nederlandse overheid erkend als minderheidstaal binnen het Europees Verdrag voor Regionale Minderheidstalen. Daarmee kreeg het Fries als tweede landstaal de status van zelfstandige taal op het hoogste niveau van erkenning. In Nederland is het Fries als zodanig erkend. Het Fries bezit een eigen grammatica, bovendien is er sprake van een historische ontwikkeling door de eeuwen heen.

De provinciale staten van Friesland publiceren een klein deel in de Friese taal, het overgrote deel is in het Nederlands. In de provinciale kranten is ongeveer van dezelfde verhouding sprake. Er verschijnen geregeld romans en andere publicaties in de Friese taal. Ongeveer 60 procent van de inwoners van Friesland spreekt Fries, slechts 17 procent schrijft Fries.

fryske tael

Acht postzegels als bindende factor attenderen consument en verzamelaar van postzegels op de Friese identiteit middels Friese begrippen, die als onderwerp in historisch perspectief belangrijk zijn geweest, maar nu nog steeds inhoudelijk hun actuele waarde en geldigheid bezitten vooral voor Friezen in en buiten het heitelân.

Spreek je moerstaal

NVPH 2427

Op de postzegel ‘Spreek je moerstaal’ (nvph 2427) zijn in de woorden ‘moerstaol’, moedersproak’en ‘memmetaal’ als levende cultuurelementen twee dialecten en een taal geborduurd in klassiek kruissteken: Twents & Limburgs en Fries. Veel mensen spreken thuis hun streektaal en op het werk algemeen beschaafd Nederlands.

Fryslân 500 jaar

NVPH 1767

Op de postzegelafbeelding staat het westelijke kaartdeel van ‘Frisia Orientalis et Occidentalis’ (1598) van de Amsterdamse cartograaf Zacharias Heyns. De Friese steden zijn oranjekleurig gemarkeerd. Hindeloopen ontbreekt. De drie delen ‘Oestergoe’, ‘Westergoe’ en ‘De seven Wolden’ met stippellijn begrenzing zijn met een vergrootglas te ontdekken.

Vijfhonderd jaar geleden in 1498 werd door de hertogen Albrecht, Hendrik en George van Saksen een centraal bestuur gevestigd in Friesland. In tegenstelling tot de omringende gewesten stond Friesland rechtstreeks onder het gezag van de Duitse keizer Maximiliaan van Habsburg door het Karelsprivilege (verkregen voor militaire hulp aan Karel de Grote (742-814). Door de afwezigheid van een plaatselijke vertegenwoordiger van de keizer waren de Friese edelen eeuwen aaneen zelf baas (zgn. Friese Vrijheid). Door interne verdeeldheid over macht, grondbezit, erfenissen en rechtspraak ontstonden er in de 14e en 15e eeuw twee kampen: de Schieringers en de Vetkopers. (In Holland was toen sprake van Hoekse en Kabeljouwse twisten).

Om de burgeroorlog (vete-maatschappij) te beëindigen, zocht men hulp en steun in het buitenland bij de hertog Albrecht van Saksen, waarmee keizer Maximiliaan instemde. Het plaatselijke bestuur werd door de machtsovername vervangen door een centraal bestuur. Friesland werd een deel van een groter geheel. Met het verdwijnen van de Friese Vrijheid aan het eind van de middeleeuwen, verdween ook de eigen Friese taal in bestuur en rechtspraak.

Dichter Gysbert Japicx

NVPH 859 NVPH 860

Van de 10 cent postzegel (nvph 859) zijn de details als opengeslagen boek, inktpot en ganzenveer ontleend aan de gravure ‘Evangelist Lucas’ van Jan Lievens (1607-1674).

Op de 12 cent postzegel (nvph 860) is ten onrechte het woord ‘Ich’ in plaats van ‘Ick’ geplaatst. Ontwerper Van der Stek heeft de foto van de originele handschrift te oppervlakkig bekeken. Onder invloed van de Duitse typografie schreef Japicx een voor ons afwijkende ‘k’, die aan een combinatie van een handgeschreven ‘l’ en een ‘r’ doet denken. Aldus is geheel onbedoeld toch een Duits woord op een Nederlandse postzegel terecht is gekomen. Het sierlijke handgeschreven detail van de postzegel is ontleend aan het eerste woord van het liefdesgedicht ‘Wobbelke’ uit de gedichtbundel ‘Rymlerije’ van Gysbert Japicx.

De in Bolsward geboren en getogen Gysbert Japicx (1603-1666; onderwijzer en voorzanger) is de bekendste Friese renaissance dichter/schrijver. Pas na zijn dood in 1668 is zijn werk onder de titel ‘Friesche Rymlerye’ (Fries dichtwerk) gepubliceerd. Het werk valt in drie delen uiteen:

  1. Volksaardige versjes en verhaaltjes.
  2. Serieuze tweegesprekken.
  3. Psalmen en andere geestelijke liederen.


Japicx genoot nationale en internationale bekendheid. Hij onderhield contacten met Hollands en Engels schrijvende auteurs en geleerden.

Sinds het verdwijnen van het Fries in 1580 (o.i.v. centralistische bestuur van Karel V) als rechts- en bestuurstaal is het een bijzonderheid dat Japicx de taal weer voor serieus werk gebruikt. Hij geeft het Fries weer een plaats tussen de Europese cultuurtalen. De taal en spelling van Japicx’ werk vormen de basis van de hedendaagse Friese schrijftaal.

Friese volkslied

nvph-2065

Deze Nederlandse postzegel bevat de meest uitgebreide tekst in de Friese taal, namelijk coupletten van het Friese volkslied. In de typografisch vormgegeven vlag van Friesland (integratie van tekst en vlag) staat de tekst van het 1e, 2e en 3e couplet van het volkslied. In de rode ‘pompeblêden’ zijn regelfragmenten uit alle vier coupletten van het lied opgenomen. De tekst in de blauwe banen (verwijzing naar water) dient van links naar rechts, horizontaal doorlopend gelezen te worden.

In dit artikel is het niet aanbevelingswaardig de vier coupletten van het volkslied met vertaling op te nemen. Geïnteresseerden kunnen de gehele tekst en de vertaling hier lezen.

De tekst van het Friese volkslied ‘De âlde Friezen’ (De oude Friezen) is door Eeltsje Halbertsma (1797-1856) in 1875 geschreven. Tegenwoordig wordt een liedbewerking van Jacobus van Loon gezongen. De melodie komt overeen met het Duitse lied ‘Vom hoh’n Olymp herab’, geschreven door Heinrich Schnoor. Vermoedelijk heeft Halbertsma in Heidelberg de melodie van het lied leren kennen tijdens zijn studietijd. In 1876 werd het lied bij de onthulling van een standbeeld van Halbertsma in Grou gezongen. Het lied met gezwollen tekst werd op aandringen van Pieter Jelles Troelstra naderhand tot het Friese volkslied verheven.

Friesland (dat vroeger door de Middelzee geografisch gedeeltelijk in twee delen werd verdeeld) bestond in de Middeleeuwen uit zeven Frieslanden, die door de zeven rode pompeblêden (plompe- of waterleliebladen) van de Friese vlag worden verbeeld:

  1. West-Friesland (in Noord-Holland)
  2. Westergo
  3. Oostergo
  4. Zevenwouden,
  5. Ommelanden van Groningen (zonder stad Groningen)
  6. Oost-Friesland (in Duitsland)
  7. een deel van het Duitse Sleeswijk-Holstein.

Elfstedentocht

NVPH 1710

Op de Elfstedentocht-postzegel (nvph 1710) staan naast de schaatser Dick Neijzing een groep schaatsers. In de drie ijskristallen zijn de namen van de elf Friese steden vermeld. De naam ‘Ljouwert’ als start- en finishplaats is tweemaal opgenomen.

De Elfstedentocht (Alvestêdetocht) is ongeveer 200 km lange schaatstocht over natuurijs met een minimale ijsdikte van 15 cm. In 1909 is de eerste Elfstedentocht georganiseerd. Pim Mulier (geboren in Witmarsum nabij Bolsward) stond aan de basis van de organisatie van de eerste officiële tocht en wedstrijd.

Leeuwarden is vanouds de start- en finishplaats van de schaatstocht. De tocht brengt de schaatsers in elf plaatsen, die ooit stadsrechten hebben gekregen. Vanaf Leeuwarden (Ljouwert) gaat de route naar Sneek (Snits), via IJlst (Drylts), Sloten (Sleat), Hindeloopen (Hylpen), Workum (Warkum), Bolsward (Boalsert), Harlingen (Harns), Franeker (Frentsjer) en Dokkum (Dokkum) tenslotte weer naar Leeuwarden. In totaal is de tocht vijftien keer verreden: 1909, 1912, 1917, 1929, 1933, 1940, 1941, 1942, 1947, 1954, 1956, 1963, 1985, 1986 en 1997. Soms tijdens aansluitende winters, soms met kleine of grote tussenpauzes: “IJs en weder dienende was de tocht pas mogelijk.”

Talrijke sporten organiseren tegenwoordig via weg of water ook alternatieve Elfstedentochten.

MooiNL-Bolsward & Leeuwarden

NVPH 2348Mooi-nl-Leeuwarden

NVPH 2348

De postzegel MooiNL-Bolsward (nvph 2348) is in 2005 uitgegeven. Naast de Nederlandse benaming “Bolsward’ wordt ook de Friestalige stadsnaam ‘Boalsert’ op deze postzegel vermeld. De ontstaansgeschiedenis van Bolsward is op een terp begonnen. In de naam ‘Bolsward’ is deze oorsprong van de ontstaansgeschiedenis nog terug te vinden. In ‘Boalsert’ is de ‘w’ verdwenen.
De lettergreep ‘ward’ en ‘erd’ is een afgeleide van het Groningse woord ‘wierde’. Een wierde is een door mensen opgeworpen heuvel in een laag gebied, dat periodiek overstroomt. De omvang van deze kunstmatige heuvels verschilt. Op een kleine staat slechts één boerderij, op een grotere komen in de loop der eeuwen meer boerderijen en huizen van een dorp of stad te staan. Bolsward is één van de elf steden in Friesland.

NVPH 2718

Op de postzegel MooiNL-Leeuwarden (nvph 2718), uitgegeven in 2010, staat naast de Nederlandstalige hoofdstadnaam ‘Leeuwarden’ ook de Friese benaming ‘Ljouwert’. Beide laatste lettergrepen ‘warden’ hebben betrekking op de meervoudsvorm van ‘ward’. Deze meervoudige uitvoering heeft betrekking op de drie terpen Oldehove, Nijehove en Hoek, waarop de stad door onderlinge verbindingen en samenvoegingen in de loop der eeuwen is ontstaan. In de Friese benaming ‘Ljouwert’ is deze meervoudsvorm niet meer terug te vinden.

Op vallend is dat op de MooiNL-Sneek-postzegel (nvph 2565) niet de naam Snits is vermeld.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Nederland Nederland



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (6 stemmen, gemiddeld: 2,33 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Bate Hylkema schrijft vanaf 1980 artikelen over filatelie en woont in het Friese Beetsterzwaag.

Reacties (0)

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)