Het tot stand komen van een postzegelemissie is geen sinecure - Postzegelblog

Het tot stand komen van een postzegelemissie is geen sinecure

0

vergrootglasKortgeleden werd ik geconfronteerd met de tegengestelde uitspraak dat postzegels met fotografische afbeeldingen aanmerkelijk gemakkelijker zijn uit te voeren dan die met tekeningen. In mijn beleving zijn beide methoden qua moeilijkheidsgraad ongeveer even groot echter met accentverschillen. Twee standpunten:

  • Standpunt één: “Fotografische afbeeldingen liggen als het ware als hapklare visuele brokken immers overal op straat op je te wachten.“
  • Standpunt twee: “Getekende postzegelafbeeldingen daarentegen ontstaan uit het niets. Daarbij wordt een geweldig groot beroep op iemands
    inventief, creatief en artistiek voorstellingsvermogen gedaan. Bepaald geen sinecure!”

NVPH 573 NVPH 2608e

Bij fotografische postzegel staat de realiteit hoog in het vaandel, terwijl bij getekende postzegel de fantasie de hoofdrol speelt. Met de beschrijving van de problematiek van de fotografische kinderzegels 1951 (nvph 573/77) en het opvoeren van talrijke getekende ontwerpschetsen van de kinderzegels 2008 (nvph 2608 a/f) komt u met het wordingsproces van beide emissies in aanraking. Hierbij komt u ongetwijfeld ook tot ontdekking dat het ontwerpen een serie postzegels ondanks stijl- en ontwerpverschillen geen eenvoudige zaak is.

[1] Kinderpostzegels 1951

“Men moet zich niet voorstellen dat de fotograaf eenvoudig een kinderkopje opneemt voor een kinderpostzegel, zoals hij dat toevallig tegenkomt op straat, aan het strand of in de huiskamer”, aldus esthetisch adviseur W.F.Goue in het Tijdschrift voor Maatschappelijk Werk (20 november 1951) over het ontwerptracé van de kinderpostzegels 1951.
Fotograaf Cas Oorthuys gaat van een vast idee, een duidelijk omschreven grondslag uit. De fotograaf geeft kinderen van ons Nederlands volksleven weer. Hij zoekt typen die in uiterlijk, in gelaatstrekken en in “hun ganse wezen” het plattelandskind, het kind van een stad in opbouw, het fabriekskind, het visserskind en het stadskind vertegenwoordigen. Oorthuys legt dus een relatie tussen kind en zijn maatschappelijk milieu, zijn leefwereld. Om hierbij tot en juist dekkend en aanvullend karakteristiek beeld te komen, dient de omgeving als entourage ook mee te werken.

NVPH 573NVPH 574NVPH 575
NVPH 576NVPH 577

  • Het plattelandsmeisje heeft een molen als achtergrond.
  • De ‘stadswederopbouw’ jongen bezit huizen in aanbouw en een kraan als achtergrond.
  • De vissersjongen heeft visnetten, scheepsmast en een gebouw als achtergrond.
  • De fabrieksjongen heeft fabrieksschoorstenen en ijzeren constructiewerk als achtergrond.
  • Het stadsmeisje bezit voor die tijd een eigentijds flatgebouw met balkons als achtergrond.

Behalve het plattelands- en visserskind geven drie kinderen voor die tijd actuele motieven weer van de naoorlogse wederopbouw van ons land.

Esthetisch adviseur Gouwe verwoordt op inzichtelijke wijze de moeilijkheidsgraad van een aantal fasen in het wordingsproces van de kinderzegels:

  1. “Moet de kop wat groter, moet de molen meer naar rechts, vult de achtergrond het beeldvlak voldoende, of is het te vol en te druk? Telkens worden vergrotingen en verkleiningen genomen, delen van de fotomontage veranderd, soms wordt een begonnen combinatie geheel afgekeurd en een geheel opnieuw gemaakt.” De kinderzegelkinderen (hoofden zijn alle ongeveer even groot) tonen allen driekwart van hun gezicht: twee kinderen kijken naar links de toekomst tegemoet, drie naar rechts. Behalve het meisje van de 2 cent-kinderzegel omsluit bij de anderen de achtergrondomgeving links en rechts de persoon tot op schouderhoogte.
  2. “Een veelvuldig voorkomende worsteling van postzegelontwerpers is dat zij in het begin te veel willend, zich meer en meer moeten beperken, het beeld vereenvoudigen, allerlei moeten laten vallen en tenslotte toch hun eigenlijke bedoeling bereiken, het essentiële van hun visie behouden.”
  3. “Landsnaam, frankeer- en bijslagwaarde dienen niet storend, maar harmonisch in het beeldvlak opgenomen te worden. Deze ‘tekst’ dient van meet af aan in de samenstelling de ruimte ingebouwd te krijgen.”
  4. “Een grote moeilijkheid bij het ontwerpproces is dat het in vergroting bevredigend beeld in de noodzakelijke verkleining tot postzegelafmetingen ook moet blijven voldoen.”


De fotograaf heeft vooraf géén tekening als schets gemaakt voor de wijze, waarop hij zijn onderwerp dacht te ordenen, te verdelen en te groeperen. Hij fotografeerde zijn koppen niet kant en klaar in werkelijkheid tegen hun eigen achtergrond. Hij heeft uit een reeks koppen gekozen, waarvan hij verscheidene opnamen heeft gemaakt en gecombineerd met diverse achtergronden. De achtergronden heeft hij geheel gewijzigd. Oorthuys heeft ‘in-én-met-zijn-foto’s-gebouwd’.

andries E[1]NVPH 575 [groot]

Van alle postzegelkinderen heeft Oorthuys in verschillende houdingen en standen van links en rechts gezien foto’s gemaakt met allerlei gelaatsuitdrukkingen.

fabrieksmeisjeNVPH 577 (gr)

De uitstraling van dit meisje (achtergrond garenspinnerij in textielindustrie) zou volgens Oorthuys wel eens niet geheel passend overeenkomen met die van het fabrieksmeisje. Ze vertegenwoordigt op een meer waardige wijze het stadskind ermee.

andere fabrieksjongen NVPH 576 (gr)

Dat een jongen met een beschermbril op een juiste manier de fabrieksjongen vertegenwoordigt, heeft de fotograaf naderhand ongetwijfeld ingezien. Oorthuys is aanvankelijk te veel willend geweest (zie aandachtspunt 2). Hij beperkt zich naderhand: een minimum aan beeld betekent een maximum aan uitdrukking en expressie. Minder is meer.
Zelfs met het beeld van de schoorstenen op de achtergrond is experimenteel geschoven.

Visuele Google-info

Aan dit definitieve ontwerp gaat een periode van zoeken vooraf. Door het aanvinken van ‘postzegelontwerpen Museum voor Communicatie’ op Google is via ‘tijdlijn’ het jaartal ‘1951’ met gemak te vinden. Als u in het totaalbeeld een kinderzegel 1951 aanvinkt, verschijnen er o.a. ook voorontwerpfoto’s uit de oriëntatieperiode van deze emissie:

  1. Kinderen in Volendamse klederdracht [1] voor een huis, [2] met speelgoed (kruiwagen), [3] twee vriendinnen en [4] gezicht van een kind met hoofddeksel.
  2. Links op de voorgrond of een jongen of een meisje met op de achtergrond een eenvormig en een hoog, veel etages tellend flatgebouw. Het kind is of harmonisch of geïsoleerd met de stedelijke achtergrond verbonden.
    Fotograaf Oorthuys richt zich dus aanvankelijk op specifieke, regionaal bekende kinderen, naderhand krijgt steeds meer voor meer algemene, overal in Nederland wonende kinderen.
  3. Zelfs de flatgebouw-afbeelding van het stadskind (nvph 577) is als totaalbeeld aanwezig.



paasei

Wat staat er op dit ei?

[2] Kinderpostzegels 2008

Via trial and error en met vallen & opstaan, met keuren & afkeuren, met ontwerpen & verwerpen verbeeldt Harriët van Reek haar fascinatie voor de letter zelf op een speelse en fantasierijke manier. Op de kinderzegels speelt het kind met letters en door het spelen leert het kind de letters kennen. De hoofdletters stellen de onderwijzers voor, die het kind aanmoedigen en helpen de letters te leren. Leren lezen en leren schrijven is het fundament van het onderwijs. Voor meer info van deze emissie zie de artikels Beelden uit de zwangerschapsperiode van de kinderzegels 2008 (1) van 15 november 2008 en Beelden uit de zwangerschapsperiode van de kinderzegels 2008 (2) van 16 november 2008.

De ‘O’ van het woord ONDERWIJS

afb 9 (O) afb 11 (O)

NVPH 2608a

Als start/opening van de serie postzegels wordt de ‘O’ (zittend op ‘o’) door een silhouet-kind welkom geheten met de opmerking: “Hoi.” De ‘O’ en het silhouet-kind kijken elkaar aan.

Op de tweede ontwerptekening is de ‘H’ (de persoon draagt de letter naar de ‘O’) van het woord ‘Hoi’ alleen nog maar aanwezig. De ‘O’ zit hierbij op de ‘N’ van Nederland.

De ‘N’ en de ‘D’ van het woord ONDERWIJS

afb 6 (ND) afb 12 (ND)

NVPH 2608b

De ‘N’ zit gehurkt (zonder ondersteuning!) en kijkt achterom, terwijl het haar van de ‘D’ met de hand wordt vastgehouden. De voet met geveterde schoen van de ‘N’ ontvangt ondersteuning van de ‘N’ van Nederland. Op de knie bevindt zich een ‘N’.
De ‘D’ zit op de ‘L’ van de landsnaam en is door het haar met de achteromkijkende ‘N’ verbonden. De ‘D’ en de op een been staande persoon hebben contact door de ‘d’, die tegen de ‘D’ wordt gedrukt.

Ook de ‘N’ van het roodgekleurde ontwerp zit gehurkt. De aandacht van de ‘N’ is geheel gericht op de ‘n’, die zich op de knie bevindt.
Het oog van de ‘D’ bestaat uit een ‘d’ én een ‘d’, die kwartslag naar boven is gedraaid. De stand van deze kwartslag gedraaide ‘d’ functioneert iets lager als mond. Het silhouet-kind met een ‘d’ in de hand heeft contact met de neus van de ‘D’.

De ‘E’ en de ‘R’ van het woord ONDERWIJS

afb 6 (ER) (1)afb 19 (ER)

NVPH 2608c

Een silhouet-kind legt contact tussen de ‘E’ en de ‘R’. Op het middelste horizontale lijntje van de ‘E’, dat als hand functioneert, staat een jeneverglaasje. Het gezicht van de ‘E’ ziet naar het silhouet-kind, dat een spiegelbeeldig geschreven ‘E’ in de ene hand vasthoudt en met de andere hand de ‘R’ raakt. De ‘R’ blijft staande door beide laarzen. De ‘R’ kijkt frontaal naar ons als kijker.

Het onderlinge contact tussen de ‘E’ (met groene schoen en das) en de ‘R’ als rode silhouet-figuren is qua functioneren gering. De ‘E’, zittend op zijn achterwerk, kijkt met aandacht naar het blauw gekleurde figuurtje op zijn ‘hand’, dat erg overeenkomt met het gezicht van de ‘R’, maar toch de ‘e’ voorstelt. Over de kleine ‘e’ gaf Harriet van Reek me de volgende informatie: “De ‘e’, dat kleine krulletje, heeft tijdens het ontwerpproces al die tijd meegekeken, zittend op de hand van de grote ‘E’ totdat de ‘R’ opeens zijn ene been omhoog stak, de ‘E’ de voet van de ‘R’ beetpakte en de kleine ‘e’ van de hand van de ‘E’ sprong, op de grond terecht kwam en razendsnel in de broekzak van de ‘E’ kroop.” Op de rug van de ‘R’ zouden wel eens twee ballen kunnen liggen. De voetballende ‘R’ met zwarte voetbalschoenen loopt weg.

De ‘W’ van het woord ONDERWIJS

afb W 7 afb 10 (W)

NVPH 2608d

De persoon (links, staande op de ‘e’ en d ‘d’) houdt de waslijn op hoog niveau vast. De ‘W’ hangt aan de waslijn met voet, heup en nek. Het gewicht van de letter ‘W’ is gezien de doorgebogen letters ‘l’ en ‘d’ van Nederland zwaar. De frankeer- en bijslagwaarden staan op de kop. Bij het aanvankelijk rekenonderwijs is het voor een jonge scholier niet meteen duidelijk wat de juiste stand van de cijfers moet zijn.

Het ontgaat de zittende en lezende ‘W’ met een boek op de knie, dat het silhouet-kind hem bij zijn zoekende activiteit wil betrekken.

De ‘IJ’ van het woord ONDERWIJS

afb IJ 6 afb 13 (IJ)

NVPH 2608e

De waslijninterpretatie vindt bij de ‘IJ’ een voortzetting. De ‘I’ (krijgt ondersteuning van het silhouet-kind) staat op het hoofd van de ‘J” , die met de benen omhoog op enkelhoogte vastgebonden is aan de lijn. Aan de lijn hangen een ‘IJ’ en een op de kop hangende ‘A’ . De ‘8’ van het jaartal 2008 geeft een basis aan het silhouet-kind. De ‘J’ rust op ‘d, e, r’ van Nederland en krijgt ondersteuning van de ‘l’. Aan de sterk verlengde ‘d’ van de landsnaam is de waslijn vastgeknoopt.

De op de knieën staande ‘IJ’ kijkt aandachtig naar het silhouet-kind, die druk doende is ‘met een ‘IJ’ in ‘touwachtige’ uitvoering.

De ‘S’ van het woord ONDERWIJS

afb 7 (S) afb S 8

NVPH 2608f

De ‘S’ kijkt in een boekje met de letters ‘A’ en ‘B’ op beide bladzijden. Boven het silhouet-kind hangt de ‘S’ aan het vliegertouw.

De ‘sierlijk’ op de knieën zittende ‘S’ is met het touw verbonden met de achterover hellende figuur (met wapperend haar). De ‘S’ is nauw betrokken bij het kind, dat een S-vormige vlieger oplaat.


VROLIJK PASEN

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Thematisch Nederland Nederland Kinderpostzegels



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (6 stemmen, gemiddeld: 2,17 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Bate Hylkema schrijft vanaf 1980 artikelen over filatelie en woont in het Friese Beetsterzwaag.

Reacties (0)

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)