Tweehonderdvijftig! - Postzegelblog

Tweehonderdvijftig!

6

nvph-422-postzegel-postzegelkoetsU zult zich ongetwijfeld afvragen bij het lezen van deze kop: “Wat heeft Bate nou in vredesnaam met het cijfer tweehonderdvijftig?” Wel, u hebt tot nu toe maar liefst 250 artikels van mij kunnen lezen en zoals u gewend bent, zijn daarin meermalen onderling  overeenkomstige of tegengestelde relaties gelegd tussen postzegels. Ook probeer ik op gezette tijden postzegels in een bredere context te plaatsen van historisch en/of sociaal-maatschappelijk aard. Met deze achtergrondinformatie van tijdgebonden normen en waarden (betreffend aanleiding, functie en doel) kan een postzegelafbeelding voor de verzamelaar aansprekend tot leven komen en/of gebracht worden, zoals dat ook met het doel van de uitgiftes van de Dag van de Postzegel in 1943 en 1993 het geval is geweest.

verrassingspostzegel-nvph-1773Een rotzorg

Jammer genoeg houden niet alle verzamelaars zich op deze manier met deze facetten van postzegelafbeeldingen bezig. De meerderheid van de verzamelaars en filatelisten heeft alleen maar oog voor het volledig bij elkaar krijgen van een serie en/of een postzegeljaargang: “Hoeveel postzegels ontbreken me nog van die serie of uit dat jaar?” De kwantiteit is belangrijker als de (inhoudelijke) kwaliteit van de postzegel (nvph 1773/77). Een bevriende postzegelverzamelaar verwoordde het onlangs als volgt: “Het is me een rotzorg wat er op de postzegel staat, als ik maar compleet ben!” Het gaat hem dus alleen maar om het getal of cijfer dat voor hem volledigheid impliceert.

nvph-1633nvph-1179-filatelie-postzegel

nvph 1633 & 1179

Kwantiteit domineert over kwaliteit

Jammer voor hem (en helaas ook voor veel anderen) dat hij niet op de relationele onderlinge betrekkingen van postzegels let. Het ‘postzegelcijfer’ domineert de ‘postzegelinhoud’. Op deze manier bestaat de onderlinge verbondenheid van postzegels alleen maar uit een oppervlakkig cijfermatige benadering: “Uit hoeveel postzegels bestaat deze serie of deze jaargang? Hoeveel heb ik ervan, hoeveel ontbreken me nog? Wat is de cataloguswaarde en uit hoeveel procent korting bestaat de aankoopwaarde van de mij nog ontbrekende postzegels?”

Ieder jaar opnieuw reikt de NVPH-catalogus uitgebreid en gevarieerd op een cijfermatige manier deze binding tussen postzegels aan. Maar het is en blijft inhoudelijk een weinig zeggende manier van verzamelen. In mijn beleving hangt een dergelijke verzameling voor de bezitter ‘als-los-zand-aan-elkaar’.

Gespecialiseerde filatelist

nvph-1476De hierboven geschetste karakterisering geldt bepaald niet voor de gespecialiseerde filatelisten/verzamelaars. Zij zijn voor het overgrote deel aangesloten bij landen-verenigingen (bijvoorbeeld Scandinavië of Brittannië) en thematische studiegroepen (bijvoorbeeld ruimtevaart of kinderpostzegels/maximafilie). Deze verenigingen geven geregeld informatieve nieuwsbrieven uit, waardoor filatelist steeds een trapje hoger komt. De filatelisten zijn o.a. door informatie actief én vakkundig bij specifieke facetten van postzegelafbeeldingen betrokken. Tussen de verzamelaar en zijn verzameling bestaat een hechte en levendige ‘band’.

Het is bijzonder jammer dat sinds de uitgave van de speciale NVPH-catalogus 2005 niet meer de uitgebreide postzegelinhoudsopgave wordt opgenomen, bestaande uit [a] een persoonsregister, [b] een zakenregister met een systematische en gedifferentieerde onderverdeling, [c] een register van ontwerpers en [d] een van fotografen. Hiermee/hierdoor is het een fluitje van een cent overeenkomstige en onderlinge verbanden tussen alle Nederlandse postzegels op te sporen.

Verzamelaar – filatelist

Of er over de tegenstelling van ‘los-zand-verzamelaar’ en gespecialiseerde filatelist ook een conclusie kan worden getrokken, weet ik niet. Vandaar dat ik u een aantal vragen voorleg. Wellicht kunnen bloglezers mij nader informeren.

  • Is het waar dat er onder de ‘los-zand-verzamelaars’ meer afvalligen (de filatelie links laten liggen) voorkomen dan onder de gespecialiseerde verzamelaars?
  • Is de betrokkenheid bij de postzegel van de ‘los-zand-verzamelaar’ kleiner als die van de gespecialiseerde filatelist?
  • Heeft de ‘los-zand-groep’ (in tegenstelling tot de gespecialiseerde filatelist) weinig filatelistische kennis tot zich genomen? Of heeft hij te weinig gebruik van de hem aangereikte kennis gemaakt?

Drie 250-jarige jubilarissen

Met het getal ‘250’ als uitgangspunt ben ik tot de ontdekking gekomen dat er maar enkele postzegelemissies zijn die iets met het getal ‘250’ hebben. De staatsloterij, het planetarium van Eise Eisinga in Franeker en de koffiebrander Douwe Egberts in Joure hebben een 250-jarig jubileum gekend én gevierd.

Staatsloterij (nvph 1084) in 1976

nvph-1084-nederlandse-staatsloterijIn de 250 jaar die verstreken zijn tussen de eerste Generaliteitsloterij van 1726 en de Staatsloterij van 1976 hebben zich vele maatschappelijke ontwikkelingen voorgedaan, die ook hun uiterlijke invloed op de loterij hebben uitgeoefend. De vele naamswijzingen door staatkundige veranderingen getuigen daarvan: Bataafse Loterij (vanaf 1795), Koninklijke Hollandsche Loterij (vanaf 1806), Keizerlijke Hollandsche Loterij (vanaf 1810), Nederlandsche Loterij (vanaf 1813), Koninklijke Nederlandsche Loterij (vanaf 1816) en tenslotte Staatsloterij (vanaf1848).

Planetarium (nvph 1612) in 1994

nvph-1612-planetariumDe samenstand op één lijn van de planeten Saturnus, Venus en Mercurius komt een enkele keer voor. Weinig mensen liggen daarvan wakker, maar 225 jaar geleden in 1780 was dat wel anders. Toen brak er een ware paniek uit onder de bevolking. Het einde der tijden was nabij, heette het in de publicaties. Zon en aarde zouden door de samengebalde aantrekkingskracht van deze samenstand tegen elkaar botsen, zo werd het bijgelovige volk voorspeld: “De ontsloping en vernieling van niet alleen d’aardkloot, maar van het gantze stelsel zal weldra aanvangen.” Uiteraard gebeurde er niets, maar voor de wolkammer Eise Eisinga uit Franeker was het in 1774 wel aanleiding zijn planetarium te bouwen. In plaats van de mensen bang te maken, was het beter hen te tonen hoe ons zonnestelsel precies in elkaar steekt, vond hij. Eigentijdse inzichtelijke informatie is onmisbaar.

nvph-2192-2193-de-postzegel

Douwe Egberts (nvph 2192/93) in 2003

Ontwerper Anthon Beeke: “Ik ontworpen . . . ? Pardon, de tijd heeft onmiskenbare symbolen gecreëerd. Ik heb ze slechts samen mogen voegen.” Beeke heeft zich bij dit onderwerp laten leiden door de oerbeelden en –vormen (archetypes) van koffie en van Douwe Egberts.

  • koffie wordt wereldwijd met het pictogram van koffiekopje verbeeld.
  • de woorden “Tweehonderdvijftig jaar Douwe Egberts” vormen het schoteltje bij het kopje.
  • de jaartallen 1753 – 2003 suggereren de damp en geur die van het kopje afslaat.
  • door wrijving over de postzegel komt de koffiegeur je tegemoet.
  • de kleur rood is afkomstig van een lakzegel dat Douwe Egberts gebruikt voor haar logo.
  • de tinteling in het rood symboliseert de oppeppende werking van koffie.

Toch een verband!

Het getal ‘250’ verbindt drie jubilarissen, die functioneel ogenschijnlijk weinig met elkaar gemeen hebben. Toch is er een overtuigend gemeenschappelijk én overeenstemmend verband aan te wijzen. Gelijk als bij het postzegelverzamelen, het postzegelvormgeven en de postzegelbenadering is er duidelijk sprake van continue verplaatsing van de bakens en een voortdurende bijstelling van normen en waarden met het doel  op een aanvaardbare wijze tijdgebonden te kunnen overleven.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (Breng als eerste je stem uit.)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Bate Hylkema schrijft vanaf 1980 artikelen over filatelie en woont in het Friese Beetsterzwaag.

Reacties (6) Schrijf een reactie

  • toon op 8 maart 2009 om 16:09

    Bate, een memorabel aantal bijdragen op het blog door jouw inzet. bedankt voor de leerzame verhalen.

  • dolores op 8 maart 2009 om 18:41

    Bate, ik sluit me aan bij Toon. Je stukjes hebben weleens vraagtekens en ook weleens wrevel opgeroepen, maar de aandacht voor ontwerp, en je pleidooi voor meer dan alleen maar een “postzegelhunt” op jouw eigen unieke manier kom je niet vaak tegen ;-) Gefeliciteerd, en ik hoop nog veel stukjes van je hand te mogen lezen.

  • Rein op 8 maart 2009 om 20:23

    @Bate

    Gefeliciteerd en op naar de 350! Bedenk nu alvast maar welke jubilarissen daarbij horen :)

    “Heeft de ‘los-zand-groep’ (in tegenstelling tot de gespecialiseerde filatelist) weinig filatelistische kennis tot zich genomen? Of heeft hij te weinig gebruik van de hem aangereikte kennis gemaakt?”

    Als die groep al bestaat dan is het duidelijk zoals je aangeeft dat ze geen andere behoefte kennen dan compleet te zijn. Inhoudelijke kennis is voor hun niet relevant dus je vraagstelling is dat ook! Pearls before swines….

    Je kunt bij sommige mensen je ook af vragen of ze iets aan het lezen van boeken gehad hebben of dat ze die eenvoudig niet voldoende kregen aangeboden…. En zo kun je nog wel een paar buitenplaatsen bedenken!

    Overigens heb ik nog steeds wat van die heerlijke koffie die ik samen met Anton Beeke gemalen heb bij DE!

  • Bate Hylkema op 9 maart 2009 om 10:43

    Het beeldaanschouwelijke gedeelte van mijn bijdrage onderstreept na correctie optimaal mijn visie op de al maar meer evoluerende filatelie. Bedankt Lia.

  • Rein op 9 maart 2009 om 14:14

    @Bate

    ten minste evolueert de filatelie ook in jouw optiek!

  • Bate Hylkema op 9 maart 2009 om 15:17

    Rein, bedankt voor je complimenterende waarneming en conclusie. De bezieling die een ontwerper in zijn creatie heeft weten te leggen, is het meer dan waard die te (leren) [her]kennen.
    Bij de ‘los-zand-verzamelaar’ is en blijft voor hem een collectie jammer genoeg een zielloos samenraapsel van postzegels.

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)