Sperrwerte in Nederland? - Postzegelblog

Sperrwerte in Nederland?

3

10-gulden-067-100p.jpgZijn de frankeerzegels van f 2,50, f 5,- en f 10,- uitgegeven in mei 1946 te beschouwen als, zoals dat in filateliekringen wordt genoemd, schadelijke uitgiften? Hierover bestaat nogal wat verwarring! Daarom leek het me goed om de regelingen, die toen werden bekendgemaakt, eens te herhalen.

Dienstorder No H.260bis van 21 november 1945: In- en uitvoer van postzegels.
1. Ingevolge het “Deviezenbesluit 1945” zijn de in- en uitvoer van postzegels anders dan krachtens een vergunning verboden.

2. Aanbieders van zendingen, waarvan gegrond vermoeden bestaat, dat zij postzegels bevatten, moeten op de onder 1 bedoelde bepaling worden gewezen onder mededeling, dat vergunningen ter zake voorshands uitsluitend worden afgegeven door de N.V. Nederlandsche Bank te Amsterdam.

3. De directeuren/onafhankelijke kantoorhouders gelieven de stationhouders en postagenten  voor zoveel nodig in te lichten.

Dienstorder No H.357 van 22 mei 1946: Frankeerzegels van f 2,50, f 5 en f 10.
2-50-gulden-065-200p.jpg1. Van de frankeerzegels met de beeltenis van H.M. de Koningin “type Konijnenburg”, zijn drie nieuwe waarden, nl f 2,50 (roodbruin), f 5 (groen) en f 10 (paars) aangemaakt in dezelfde uitvoering als de onlangs uitgegeven zegels van f 1.

2. Een eerste voorraad wordt door den controleur ambtshalve toegezonden. De directeuren/onafhankelijke kantoorhouders behoren hiervan voor zooveel nodig aan de postinrichtingen in hun ressort een hoeveelheid naar behoefte te verstrekken. Aan bestellers ten plattelande en depôthouders vindt verstrekking niet plaats.

3. Met den verkoop kan terstond worden begonnen.

4. De zegels van f 2,50, f 5 en f 10 mogen niet ongestempeld in handen van het publiek worden gegeven. In verband hiermede wordt het volgende bepaald:
a. Verantwoording van porten en rechten. De zegels mogen worden gebezigd voor de kwijting van verschuldigde porten en rechten in de gevallen, dat verantwoording daarvan door middel van postzegels is voorgeschreven. Frankering op verlangen van het publiek tot een hoger bedrag dan het verschuldigde, is voor zendingen naar het buitenland niet, doch voor binnenlandse zendingen wel toegelaten. Het opplakken van de zegels moet door de ambtenaren geschieden, die de zegels terstond daarna door middel van den dagtekeningstempel onbruikbaar moeten maken.
b. Verkoop als bedoeld in art 18 van het 3de Supplement op den Postgids. Verkoop aan het publiek mag geschieden in de gevallen dat afstempeling van zegels op grond van het bepaalde bij art 18 van het 3de Supplement op den Postgids is geoorloofd. Voor afstempeling, met inachtneming van de bepalingen van genoemd art, behoort terstond na den verkoop te worden zorg gedragen.
c. Verzamelaarsloketten. Bedoelde zegels worden niet aan de loketten voor den verkoop aan verzamelaars verkrijgbaar gesteld en kunnen mitsdien ook niet door het publiek bij het postkantoor te ’s-Gravenhage worden aangevraagd.

5. De ambtenaren aan wie de onderwerpelijke zegels voor doeleinden, als in punt 4 onder a en b omschreven, zijn verstrekt, behoren op de wijze, welke naar het inzicht van de directeuren het meest doelmatig moet worden geacht, aantekeningen te houden, waaruit blijkt, te wiens behoeve, tot welke aantallen {voor elke waarde afzonderlijk) en met welk doel de zegels telkenmale zijn gebezigd (punt 4, letter a) of aan wie en tot welke aantallen (voor elke waarde afzonderlijk) de verkoop plaats vond (punt 4, letter b). Deze aantekeningen moeten bij de zegelkassen worden bewaard.

Dienstorder No H.331bis van 11 juni 1947: Frankeerzegels van f  2,50, f 5,- en f 10.
5-gulden-066-200p.jpg1. In afwijking van het bepaalde in lid 1 van punt 3 van do. 1/1947 (blzn 10/11) (zie do. H.357/1946) wordt medegedeeld, dat met ingang van 1 Juli a.s. aan postzegelverzamelaars op de volgende voorwaarden één ongestempeld exemplaar van, elk der frankeerzegels van f  2,50, f  5,- en f 10,- kan worden verkocht.

2. De verstrekking zal plaats vinden aan verzamelaars, die lid zijn van een vereniging van postzegelverzamelaars, aangesloten bij de Ned. Bond van Verenigingen van postzegelverzamelaars en tegen, inlevering van een ingevuld formulier, dat door de Secretaris van laatstgenoemde Bond en door het lid, waarvoor de zegels bestemd zijn, moet zijn ondertekend. De ingeleverde formulieren moeten worden voorzien van een afdruk van de dagtekeningstempel en dagelijks worden ingeschreven op de in lid 2 van punt 3 van do. 1/1947 bedoelde loketlijst, bij welke lijst de formulieren voor controle bewaard moeten blijven.

10-gulden-067-200p.jpg3. Met intrekking van het bepaalde in het kaarttelegram van 28 Mei 1946, nr 6255 S wordt voorts bepaald, dat van 1 Juli a.s. af ongestempelde frankeerzegels van bedoelde waarden ook mogen worden verkocht aan degenen, die in het bezit zijn van een vergunning tot uitvoer, afgegeven door de Ned. Bank N.V. Deviezenkantoor te Amsterdam tot de aantallen in deze uitvoervergunning genoemd. De op deze uitvoervergunningen geleverde zegels van f  2,50, f  5,- en f 10,-. moeten terstond na verkoop door de koper in tegenwoordigheid van de postambtenaar worden opgenomen een of meer brieven, bestemd voor het/de in de uitvoervergunning genoemd(e) adres(sen).
De betreffende brieven moeten, na controle door de postambtenaar, worden gesloten en aan laatstgenoemde ter verdere behandeling ter hand worden gesteld. Het unicaat en het duplicaat van de uitvoervergunning moeten worden voorzien van, een afdruk, van de dagtekeningstempel. Het unicaat wordt aan de betrokkene teruggegeven; het duplicaat moet, in afwijking van heit bepaalde in do. 1/1947, punt 53, lid 7, niet in de zending worden gesloten, doch door de postambtenaar worden ingeschreven op de loketlijst (zie het slot van punt 2) en bij deze lijst voor controle worden bewaard.

4. Met uitzondering van de gevallen, bedoeld onder 2 en 3 hier voren mogen ook voortaan geen ongestempelde frankeerzegels van genoemde waarden aan het publiek worden verkocht en blijft het bepaalde in punt 3 van do. 1/1947 onverminderd van kracht.

Hieruit kan geconcludeerd worden, dat het verkrijgbaar stellen van één serie zegels alles te maken had met het dringende verzoek van het bestuur van de Nederlandse Bond van Verenigingen van Postzegelverzamelaars om die verzamelaars tegemoet te komen. Postzegels vielen in die tijd onder Deviezenbesluit 1945, net als bankbiljetten en andere waardepapieren. De betreffende postzegels waren aan alle loketten in Nederland aanwezig, maar op grond van een wet waren ze niet vrij in de verkoop maar wel bruikbaar voor de verzending van poststukken en postpakketten.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Nederland



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (Breng als eerste je stem uit.)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Tags bij dit artikel

    Reacties (3) Schrijf een reactie

    • albert Haan op 22 mei 2007 om 08:10

      Dus….. geen “Sperrwaarde”. De Zegels waren overal verkrijgbaar (met beperking). En niet zoals nu de “mooi Nederland” vellen.Ik zeg vellen, want de zegels zijn op het laatst van het jaar wel voor ieder en overal te koop.

    • Rein op 22 mei 2007 om 10:00

      @Albert

      Dus wel Sperr-werte [afgezien van de 1 gulden] want niet vrij verkrijgbaar door postzegelverzamelaars.

      Het deviezenbesluit heeft betrekking op het van de betreffende waardepapieren het land uit smokkelen en daarvan is bij de doorsnee verzamelaar geen sprake. De buitenlandse postzegelhandel kon wel aan deze zegels postfris komen, wat niet verwonderlijk is want daarvoor werd met harde valuta betaald. Dat was immers de opzet van dit alles. Niet dat er perse postzegels van hoge frankeerwaarde nodig waren voor postaal gebruik. Dat had – zware pakketen – ook anders verrekend kunnen worden.

      Het binnenhalen van harde valuta – dat was het spel. En in het kader van het wederopbouwen van Nederland een nobel doel waarvoor de geneugten van de verzamelaar best even konden wijken…

    • Rein op 22 mei 2007 om 12:04

      @Cees

      Heb je denk je de verwarring weg kunnen nemen? Welke verwarring eigenlijk?

      Gebruik van de guldenswaarden was bedoeld voor wat?? En waarom is explicieit sprake van het tegen gaan van overfrankering bij verzending naar het buitenland en niet bij verzending in binnenland? Omdat er geen binnenlands nuttig gebruik van deze zegels was? En ook omdat er ook geen buitenlands nuttig gebruik voor deze zegels was afgezien van het op deze manier doen toe spelen van mooie postzegels aan onze verzamelvrienden in den vreemde? Waarbij ze geen harde valuta in de staatskas brachten…

      En wie kon in die tijd deze zegels betalen? En dan heb ik het nog niet eens over de “luchtpost” van 15 en 25 gulden…

      Over het Duitse begrip Sperrwert:

      “Schwierig wurde es jedoch bei der Marke, die das Neue Palais im Park Sanssouci zeigt. Denn dabei handelte es sich um einen Sperrwert. Als Sperrwerte bezeichnet man Briefmarken, die in der DDR in geringerer Auflage als die anderen Werte eines Satzes oder einer Serie herausgegeben wurden. Diese Sperrwerte wurden gegen Devisen häufig an ausländische Sammler verkauft. In der DDR waren sie rar und die Mitgliedschaft im dortigen Sammlerverband eine Möglichkeit, an die begehrten Postwertzeichen heranzukommen.”

      De Nederlandse PTT Post gaf de eerste Sperrwerte ‘avant la lettre’ uit en mag daar trots op zijn ;)

    Schrijf een reactie

    (registratie is niet nodig)