Met het oog op de maan (1) - Postzegelblog

Met het oog op de maan (1)

0

Een man gaat op zondag houthakken. Als hij met een grote takkenbos op zijn rug huiswaarts keert, ontmoet hij een heer, die hem vraagt: “Weet jij niet dat het zondag is? God wil dat de zondag geheiligd wordt, op die dag mag er niet gewerkt worden.” De man zegt dat het hem niets kan schelen: zondag of maandag, wat maakt dat nu uit? “Ga dan maar voor eeuwig de maandag vieren op de maan,” zegt God – want Hij is het. En de man wordt verbannen naar de maan. Wie bij volle maan goed kijkt, ziet daar nog altijd die man met zijn takkenbos op zijn rug zitten.

In het Belgische Diksmuiden vinden we een beeld van dat mannetje, niet met een takkenbos op zijn rug maar met een boekje in zijn hand: een Vlaamse volksalmanak uit het dertig kilometer verderop gelegen Wijtmuiden, ’t Manneke uit de Mane (afb.1).afb.1

De almanak dateert uit 1881 en wordt nog steeds gedrukt in Brugge. Hij bevat weersvoorspellingen, oude Vlaamse spreuken, wijsheden en gebruiken. Kortom: een echte 19e-eeuwse volksalmanak. Ook in ons land komt elk jaar nog zo’n ‘dinosaurus’ uit, de bekende Enkhuizer Almanak, waaraan helaas tot dusver alleen nog maar via een speciale envelop aandacht is besteed.
Niet alleen de maan maar ook de zon en sterren spelen een belangrijke rol in dit artikeltje waarin we wat dieper in zullen gaan op het genre van de almanak. We doen dat aan de hand van de inhoud ervan, die bestaat uit vaste en variabele onderdelen. Zo’n vast element in de oudere almanakken is de Verklaringe. Een soort voorwoord, waarin we een instructie voor het gebruik ervan vinden en een verklaring van de gebruikte pictogrammen en typografische symbolen. Zo geeft een schaartje bij een dag uit de jaarkalender aan, dat die dag uitermate geschikt is om naar de kapper te gaan en een soort andreaskruis signaleert goede aderlating-dagen.

De kalender

Een onmisbaar onderdeel van de almanak is de kalender. De woorden almanak en kalender worden zelfs in de naamgeving door elkaar gebruikt (zoals bij de Nederlandse Scaepherders kalengier en bij de Litouwse Kalendorius). Gelet op de belangrijke plaats van die kalender worden de middeleeuwse getijdenboeken (Livres de Heures, Stundenbücher) vaak als voorlopers van de almanak gezien. Deze prachtig geïllumineerde handschriften uit de 15e en begin 16e eeuw bevatten gebeden en overwegingen bestemd voor leken zoals het gebed tot Maria, het gebed voor de overledenen en gebeden die horen bij vaste uren van de dag (de ‘getijden’). In de regel beginnen deze getijdenboeken met een ‘calendarium’, een uitgebreide kalender met de dagen van de maanden waarop de kerkelijke feestdagen en de heiligen(naam)dagen staan bijgeschreven. De (wereldse) illustraties daarbij tonen afbeeldingen van seizoenswerkzaamheden uit de agrarische sector zoals zaaien, oogsten, slachten van vee en druiven persen en van adellijke feesten en vrijetijdsbesteding als jagen en spelevaren.
Een der beroemdste getijdenboeken is dat van de bibliofiele hertog van Berry. Zijn kasteel is te zien op het kalenderblad van oktober uit ‘Les Très Riches Heures du Duc de Berry’ (15e eeuw) (afb.2).afb.2

Op dat van augustus vinden we de afbeelding van een valkenjacht (afb.3).afb.3

Het calendarium van het 15e-eeuwse getijdenboek van Filips van Kleef wordt in zijn geheel afgebeeld op een Belgische serie van twaalf briefkaarten. Iedere kaart bevat de afbeelding van een maand van de kalender en een kleurrijk detail van de illustratie daarvan als voorgedrukte zegel (afb.4).

afb.4
In de 16e eeuw, met de opkomst van het gedrukte boek, is rood de enige kleur die overblijft (voor de titel en voor de aanduiding van belangrijke dagen) en worden de voorstellingen in de sterk vereenvoudigde vorm van houtsneden ‘overgenomen’ door de makers van de almanakken. De daarvoor gesneden blokken worden uit economische redenen zo lang mogelijk gebruikt. Tot in de 17e eeuw worden hierdoor de maanden nog op traditionele middeleeuws-agrarische wijze in beeld gebracht. Door het opnemen van markt- en feestdagen in de kalender wordt deze steeds ‘wereldser’. De zegel van de Kaapverdische eilanden bevat zoveel zaken die te maken hebben met de tijdsweergave – de digitale jaartallen, het bijzondere jaar 2000 en een zandloper – dat het afgebeelde boekje volgens mij wel een almanak met daarin een (Chinese?, astronomische?) kalender moet voorstellen (afb.5).

afb.5

Tabellen

Over de herkomst van de naam ‘almanak’ bestaan meerdere theorieën, over de oorsprong ervan is men het eens: in de tweede helft van de 13e eeuw wordt hij door de Arabieren in West-Europa geïntroduceerd. Oorspronkelijk wordt de benaming gebruikt voor ‘astronomische tabel’. In die zin moeten we ook de almanak zien die Vasco da Gama en Columbus op hun ontdekkingsreizen aan boord hebben. Auteur ervan is de joodse astronoom, astroloog, wiskundige, rabbijn en historicus Abraham Zacut(o) (1452-1515). Zijn belangrijkste werk is een traktaat in het Hebreeuws: Ha-hibbur ha-gado (Het Grote Boek), voltooid in 1478, dat 65 gedetailleerde astronomische tabellen bevat. De Latijnse vertaling hiervan uit 1496 wordt vanwege het gebruiksgemak gestoken in almanakformaat en krijgt de benaming Almanach Perpetuum. Deze almanak is dus inderdaad een soort tabellenboek. Samen met een door Zacut ontworpen astrolabium bieden de tabellen steun bij het lokaliseren van de plaats der sterren, een belangrijk hulpmiddel bij de navigatie (afb.6).

afb.6

Prognosticatiën

Was de rol van de sterren en de stand van zon of maan voor de kalender al belangrijk, in de 16e eeuw nemen astronomische observaties en astrologische voorspellingen in de almanakken een steeds belangrijker plaats in. Zowel astronomie (sterrenkunde) als astrologie (sterrenwichelarij) worden in die tijd als wetenschap gezien. Bij veel 16e-eeuwse Nederlandse almanakken zijn de voorspellers artsen of chirurgijns. Ze worden ‘Paracelsisten’ genoemd, naar de alchimistisch-mystieke Zwitserse arts Paracelsus (1493-1541). Deze legt de grondslag voor het gebruik van mineralen en plantenextracten in de geneeskunde, maar schrijft ook het boek Prognostications (1536) en (volgens Schotel) een aantal almanakken (afb.7).

afb.7

Ook de bekende Fransman Nostradamus (1503-1566) combineert geneeskunde met astrologie. Hij wordt beroemd door zijn Prophéties (1555), en is– van 1550 tot aan zijn dood – de schrijver van een almanak met prognoses over o.a. het weer, de oogst, oorlogen en komeetverschijningen. Na lezing van zijn almanakken roept Catharina de Medici, de vrouw van koning Henri II, hem naar Parijs om daar voor haarzelf en haar kinderen horoscopen te trekken. Hij blijft aan het hof hangen als haar lijfarts. Op de zegel van Monaco zien we, achter zijn portret, fragmenten van een hemelkaart en astronomische tabellen. De afbeelding van de astroloog rechtsonder is afkomstig uit de Nederlandse vertaling (in 1536 verschenen bij drukker Jan Berntsz in Utrecht) van de Chyromantia van Joannis de Indagine uit 1522. Het boek handelt o.a. over handlijnkunde, astrologie, de invloed van hemellichamen op de gezondheid en over horoscopen. Inhoudelijk heeft het boek wel iets weg van een almanak. De linkerafbeelding op de zegel, een soort sterrenwichelaar, heb ik nog niet thuis kunnen brengen (afb.8).

afb.8
Aan het eind van de 17e eeuw komen de prognosticaties in een steeds slechter daglicht te staan door nieuwe inzichten op astronomisch gebied. De kopers hebben bovendien genoeg van voorspellingen die niet uitkomen en van het argument van de schrijvers dat de mens wikt maar God uiteindelijk beschikt (waarbij wikken ook de betekenis van wichelen kan hebben!). De almanak wordt uitgemaakt voor ‘leugensack’. Hoewel vooral de zogenaamde ‘judiciële’ voorspellingen (op politiek, maatschappelijk en persoonlijk gebied) minder serieus genomen worden, blijven astronomen en astrologen een belangrijke rol als samensteller spelen. Zo is de schrijver van de eerste Zweedse almanak, Andreas Spole (1630-1699), wiskundige en astronoom aan de Universiteit van Uppsala. Hij heeft zelfs zijn eigen observatorium (afb.9).
afb.9
De eerste Finstalige almanak (Kansalalmanakan nimella, d.w.z. volksalmanak) viert in 2005 zijn 300-jarig bestaan (afb.10).

afb.10

Hij bevat o.a. profetieën van maand tot maand, geeft aan in hoeverre de hemeltekenen invloed hebben op de menselijke gezondheid en biedt een overzicht van zonsverduisteringen en markten. De samensteller en schrijver Laurentius Tammelin is wiskundeprofessor aan de Universiteit van Turku. Tot 1713 publiceert hij deze almanak, die de belangrijkste leidraad voor Finse huishoudens is en nogal eens bewaard wordt in speciaal daarvoor vervaardigde houten doosjes. De almanak, die sinds 1828 Universiteitsalmanak heet, heeft nog steeds hetzelfde formaat en is tot op vandaag zeer geliefd bij de Finnen.

Wordt vervolgd…..

Auteur: Theo Huisman

Naast een grote hoeveelheid internetsites heb ik gebruik gemaakt van o.m. de volgende bronnen:
*Almanakken, spiegel van voorbij denken en doen, Ton Cornet, Druk Doende 39, blz.4/5 *Les Tres riches heures du Duc de Berry, Ton Kuitert, Druk Doende 43, blz.7-11 *Vaderlandsche Volksboeken (…), G.D.J.Schotel, Gijsbers & Van Loon, reprint 1975, deel 1, almanakken *Het zal koud zijn in het water als het vriest, V.Kampen, Pley etc. , M.Nijhoff, Den Haag 1980 (ook digitaal) *Een handdruk van de tijd, J.Salman, Waanders Zwolle, 1997.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch België Astrologie



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (6 stemmen, gemiddeld: 3,50 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Reacties (0)

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)