Vierlandenpunt met Neutraal Moresnet - Postzegelblog

Vierlandenpunt met Neutraal Moresnet

6

thumbNeutraal Moresnet was een dwergstaatje met een oppervlakte van 344 hectare. Ruim honderd jaar lang heeft het bestaan. Het lag in de vorm van een taartpunt ten zuiden van het huidige drielandenpunt bij Vaals, dat toen dus een vierlandenpunt was. Dit dwergstaatje heeft ook postzegels uitgegeven.

Geschiedenis
Neutraal Moresnet ontstond doordat Pruisen en het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden tijdens het Congres van Wenen in 1815 na de val van Napoleon niet tot een akkoord konden komen over de grens tussen hun gebieden. Het twistpunt was de zinkmijn Altenberg (Vieille Montagne) in het plaatsje Kelmis, dat in de Franse tijd deel uitmaakte van de gemeente Moresnet. Pas in 1816 werd een compromis bereikt: krachtens het traktaat van Aken werd het westelijk deel van Moresnet deel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder de naam Moresnet; Neu-Moresnet werd deel van Pruisen en het daartussen gelegen gebied met het dorpje Kelmis werd een condominium onder de naam Neutraal Moresnet met als staatshoofd de burgemeester van Kelmis.

2

Beide landen bestuurden Neutraal Moresnet, een gebied met 256 inwoners, met een Pruisische en een Nederlandse (na 1830 Belgische) commissaris. Toen België in 1830 onafhankelijk werd, nam het de bestuurlijke rechten van Nederland over. Op 10 januari 1920 lijfde België Neutraal Moresnet definitief in.

Postverkeer
Hoewel er in het neutrale gebied nooit een echt postkantoor heeft bestaan bleven de inwoners natuurlijk niet van postverkeer verstoken. Zoals met wel meer zaken het geval was konden de inwoners van het neutrale gebied, ook voor wat betreft het postverkeer, van twee walletjes eten. Gedurende het hele bestaan van het neutrale gebied hebben namelijk zowel de Pruisische als de Belgische postdiensten het postverkeer er gelijktijdig, maar los van elkaar, verzorgd.
Moest er een brief naar Pruisen gestuurd worden dan plakte men er een Pruisische postzegel op en verstuurde de brief met een Pruisische postdienst. Moest de brief naar België dan ging er een Belgische zegel op en postte men de brief bij de Belgische postdienst. Voor beide gevallen gold het binnenlandse tarief. Voor een postzending naar alle overige landen kon men eenvoudig kiezen voor de postdienst met het voordeligste tarief.
Kelmiser Verkehrs Anstalt
Opmerkelijk detail in de postale geschiedenis van Neutraal Moresnet is de uitgifte van een serie postzegels, naar een idee van Dr. Molly, door de Kelmiser Verkehrs Anstalt. De zegels werden waarschijnlijk naar voorbeeld van de diverse lokale postdiensten in Pruisen uitgegeven en waren bedoeld voor postbestellingen binnen het neutrale gebied. Op 5 oktober 1886 kwamen de zegels in omloop. De zegels bestonden uit een serie van 8 te weten 1pf – 2pf – 3pf – 4pf – 5pf – 10pf – 20pf en 50pf.

Direct nadat de burgemeester kennis had genomen van de uitgifte nam deze contact op met de twee commissarissen. Omdat in Neutraal Moresnet feitelijk nog de Franse wetgeving van kracht was, waarin de postdienst een staatsmonopolie was, vaardigden de commissarissen een verbodsverordening uit. De zegels werden op 19 oktober 1886 verboden verklaard (ausser cours gesetzt).

Zowel de Belgische als de Pruisische postdiensten hebben de, door de Kelmiser Verkehrs Anstalt, uitgegeven zegels nooit erkend, maar ze zijn wel intern gebruikt c.q. afgestempeld.

Aprilmop
Nog één detail uit de postgeschiedenis mag niet onvermeld blijven. Het betreft de Belgische Jean Baptiste Moens die ook wel de eerste postzegelhandelaar ter wereld genoemd kan worden. JP. Moens weet in zijn tijdschrift ‘Le Timbre-Poste’ bijna altijd zijn collega tijdschriftuitgevers af te troeven met de laatste nieuwsfeiten op postzegelgebied. Het stoorde hem echter dat met name zijn Parijse spitsbroeder Mahé telkens zijn artikelen klakkeloos overnam in zijn tijdschrift ‘Le Timbrophile’ en dat altijd zonder bronvermelding. In 1867 besluit Moens om Mahé een poets te bakken. In de apriluitgave van ‘Le Timbre-Poste van dat jaar laat Moens een brief afdrukken die gericht is aan Moens (hemzelf dus). Hierin wordt door dhr. Decrackt, directeur der posterijen te Moresnet – een republiek gelegen tussen Pruisen, België en Holland – aan hem medegedeeld dat er is besloten tot de uitgifte van een serie van 4 postzegels voor de frankering van brieven. Het zou gaan om zegels van 10c. 20c. voor België en om 12½c. en 25c. voor Pruisen. Ze zouden zijn vervaardigd door de firma de Visch en Lirva te Brussel. De brief was ondertekend door J.S. Néom.

Zoals Moens al verwachtte verschijnt een artikel over de zegels van Moresnet in ‘Le Timbrophile’ uiteraard zonder bronvermelding. Een bewijs nogmaals dat alles klakkeloos werd overgenomen want bij een kritisch lezen van de brief was men er wel achter gekomen dat het hier een aprilgrap betrof. Want Decrackt moet men lezen als ‘de Craque’ (opsnijder, leugenaar), en de Visch als het Vlaamse woord voor ‘poisson’. en Lirva is achterstevoren het woord ‘Avril’ (April). Samengevoegd ‘poisson d’Avril’ wat de franse uitdrukking voor ‘aprilmop’ is. Ook de ondertekening door J.S. Neom laat zich makkelijk omdraaien tot Moens.

Bron: www.moresnet.nl

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch België Groot Brittannië Nederland Napoleon



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (9 stemmen, gemiddeld: 4,67 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Willem Hogendoorn spaart de thema’s Leiden en politie en is erelid van de Leidsche Vereeniging van Postzegelverzamelaars.

Reacties (6) Schrijf een reactie

  • Jos van den Bosch op 2 mei 2015 om 07:36

    Leuk artikel, ben er een tijd geleden ook al mee bezig geweest, met Moresnet, op steenworp afstand voor Fakteurkes. Die Pruisische zegels waren mij tot nu toe onbekend. Weer wat geleerd. Goed werk hoor.

  • willem hogendoorn op 2 mei 2015 om 07:56

    @Jos: Ja, de zegels waren mij ook onbekend. Op veilingsites worden ze wel te koop aangeboden.

  • willem hogendoorn op 2 mei 2015 om 08:13

    Het toeval wil dat het portret van de in dit artikel genoemde postzegelhandelaar J. Moens, afgebeeld staat in het artikel van Rob van 2 dagen gelden (wat een samenwerking tussen de auteurs)

  • Jos van den Bosch op 2 mei 2015 om 18:24

    Ik heb overigens al gepubliceerd over het fenomeen Moresnet in:

    Jaargang 7, nummer 8, sept. ’99
    Jaargang 26, nummer 3, Maart.2001
    Jrg. 33, nr. 4, apr. 2008

    En naar aanleiding van vragen heb ik ooit een E-mail geschreven aan een goede Duitse vriendin:
    Het gaat over het “zinkviooltje” een bloemetje kenmerkend voor Moresnet ( La Calamine)

    Sie heißt übrigens Viola calaminaria. Der Name stammt von “La Calamine” in Belgien wo man Inder Tat immer Blei und Zink gefördert hat. Die Gruben dort haben dazu beigetragen das dieses Gebiet immer streitig war zwischen (Holland) Belgien und Preußen. Die brauchten diese Metallreserven ja wegen alle die Kriege die man führen wollte.
    Vor dem ersten WK konnte man sich nicht einigen zu wem es gehörte also blieb es selbstständig, da lag ein selbständiger Staat, also der Vierte, und damals hieß es ja auch das “Vierländereck”: Dld, B, NL und Moresnet.
    Du kannst dir ja denken was da los war: Schmuggel und Zulauf von jedem der in eines der anderen Staaten verurteilt wurde. Ich habe noch Ansichtskarten aus der Zeit mit vier verschiedenen Briefträger oder Zollbeamten.
    Durch La Calamine läuft der Fluss die “Geul” (Göhl) und die schleppte damals al dieses Abfallstaub aus den Gruben in Limburg hinein. Resultat: tatsächlich findet man am Ufer der Geul viele gelbe Veilchen.
    Wir mussten damals während mein Studium mehrere Exkursionen machen. Auch nach La Calamine. Wir trotteten hinter dem Professor her, wegen der Gruppengrösse gar nicht in der Lage etwas zu verstehen was der da vorne murmelte und das auch noch am Samstagmorgen. Man war ja noch kaputt von der vorigen Nacht im Studentenverein.
    Am Ende der Gruppe ging die Flasche Schnaps von Hand zu Hand. Da hat man aber viel gelernt. Aber nichts botanisches. Jedenfalls kam die Prüfung und ich war gar nicht so gut in der Botanik. Ich konnte die Namen nicht behalten, mein Kopf ist immer ein Sieb gewesen. Und Determination war auch nicht meine stärkste Seite. Ich dachte mir: du nimmst die Prüfung im Winter, da kann er nicht so viel Material herschleppen. Also kann er mit einem riesigen Herbarium und begann mich zu fragen. Das gab nichts, es ist noch stets nichts und es wurde auch nichts. Es war der Rheinfall von Schaffhausen. Am Ende der Prüfung fragte er mich denn was es sei mit dem Zinkveilchen. Ich erzählte ihm das durch die Mineralien und so weiter und sofort. Da fragte der Hund: welche Farbe hat den dieses Veilchen? Und ich dachte (ich wusste es nicht)”es wird schon eine ausgefallene Farbe haben wegen dem Zink und so”‘ Ich antwortete tiefviolett. Ja Pusteblume: es ist einfach scheiβgelb.
    Er antwortete: Herr van den Bosch wenn sie aus dem Fenster schauen was fällt ihnen denn auf? Ich schaute in den Botanischen Garten und sagte: Viele Pflanzen… Er sagte was fällt ihnen den auf bei den Bäumen die da stehen. Ich konnte so schnell keine Antwort bedenken. Er sagte die haben keine Blätter, und wenn sie jetzt wieder Blätter haben dann kommen sie noch mal zurück nachdem sie natürlich erst mal was mehr über die Botanik wissen.
    Und damit flog ich mit einem Halben Jahr an der Hose.
    Warum die den Vergleich mit Galapagos machen ist nicht gleich klar. Vielleicht weil dieses Veilchen endemisch ist, d.h. Nur alleine in dieser Region mit dem Blei und Zink vorkommt. Es sollte entlang der Geul wachsen aber ich habe es nicht entdecken können, aber vielleicht habe ich ein trübes Auge vor solchen Sachen, genau wie mit Fossilen finden.
    Und das man irgend einen Grund haben muss um noch mehr Bäume so roden ist klar. Es werden so viele wunderschöne Bäume gefällt heute und immer wieder findet man einen Grund. Der tiefere Grund ist das man zu faul ist um sie zu betreuen, das kostet nämlich Geld und dann weißt du ja schon wie der Vogel fliegt.

  • willem hogendoorn op 2 mei 2015 om 22:51

    Leuk Jos, zo kan ik mijn Duits ook weer een beetje ophalen. En dat allemaal door Moresnet

  • Marc D'haeseleer op 13 mei 2015 om 10:32

    Kleine aanvulling op het mooi verslag i.v.m. de aprilgrap: Visch is het Nederlands woord voor vis. Ik bezit nog een woordenboek uit 1908, waarin toen ook nog naast Visch, Nederlandsch en Fransch geschreven staat.

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)