Vijf Nederlandse schrijvers als ‘geportretteerde kopstukken’ - Postzegelblog

Vijf Nederlandse schrijvers als ‘geportretteerde kopstukken’

4

Voor vier schrijvers zijn dit herdenkingspostzegels (Couperus is 150 jaar geleden geboren, Roland Holst 125 jaar, Bomans en Carmiggelt 100 jaar). Voor Kouwenaar is dit een gedenkpostzegel (hij is 90 jaar geworden). De bijzondere geboortejaren (1863, 1888, 1913 (2 x) & 1923) zijn dus het uitgangspunt geweest om deze met naam bekende auteurs op een postzegel te portretteren.

Ontwerp- en vormgevingsinformatie

De foto’s van de schrijvers hebben ontwerper Herman van Borstelen door de verscheidenheid problemen gegeven: uiteenlopende leeftijden, verschillende perioden en diversiteit in de wijze van fotograferen. Met de computer zijn uit stapels foto’s van iedere schrijver de meest karakteristieke elementen van het gezicht gezocht en naderhand tot een ‘collage’ verenigd. Hierdoor is eenheid in de portretgalerij is ontstaan.

De volgorde van de bovenste rij portretten hangt samen met die van het geboortejaar. Op de onderste rij is deze volgorde ook aanwezig, echter met een ander startpunt. Met de hiermee samenhangende kleurverspringing ontstaat ritme, dynamiek en levendigheid in het totaalontwerp.

De portretten van de vijf schrijvers zijn in monochrome pasteltinten uitgevoerd: Iedere persoon heeft een eigen, individuele pasteltint gekregen. De achtergrondgedachte hiervan is mij (nog) onbekend?

  • Louis Couperus: oudroze
  • Adriaan Roland Holst: zeeblauw
  • Godfried Bomans: lichtoranje
  • Simon Carmiggelt: lichtgroen
  • Gerrit Kouwenaar: oker

De achtergrondkleuren van de illustraties lopen over sommige perforaties van de postzegels heen aan de onder- of bovenkant én/óf aan de linker- of rechterkant. Dezelfde kleurvlakken (in kleiner formaat) worden zelfs nog op de velrand aangebracht.

Hiermee suggereert ontwerper Herman van Bostelen een uitstalling van boeken (etaleren van verschillende formaten en kleuren) in rijen op een tafel.
Door de perforatie-overlappingen ontstaat een ritme en daarmee samenhangend een dynamisch totaalontwerp van het postzegelvel. Het beweeglijke wordt nog versterkt door de geportretteerde ‘kopstukken’, die onderling in grootte en formaat verschillen.

Ontwerp- en vormgevingsstrategie?

Het ontwerp en de vormgeving van het gehele velletje staat op de voorgrond, de postzegel (als frankeer- en gebruiksvoorwerp) neemt daar een ondergeschikte bijrol en plaats in. De postzegelvelrand (met tekstzegel) bezit duidelijk een functioneel-illustratieve rol in het geheel, het totaalontwerp (vanwege zijn betekenisfunctie). Zodra een postzegel hieruit wordt gescheurd, hebben we te maken met een geïsoleerd object; slechts een portretpostzegel zonder entourage. Het geheel is dus belangrijker als de aparte delen!
Conclusie? Verzamelen van het gehele postzegelvel en geen uitgescheurde, losse postzegels meer!

De kijkrichting van de vijf schrijvers is niet op een harmonische manier eenduidig uitgevoerd: Couperus is frontaal (en face) afgebeeld, terwijl Bomans, Carmiggelt en Kouwenaar driekwart naar rechts kijken en Roland Holst driekwart naar links. Er is hierin geen evenwichtige balans aangebracht.

Deze opmerking is ontstaan naar aanleiding van de portrettengalerij ‘1001 vrouwen’, waarbij de kijkrichting van de dames weldoordacht voor ‘driekwart’ op elkaar gericht zijn. Ook de molens van de emissie Molens zijn in een weldoordachte richting en stand geplaatst (later meer daarover).
Bij de belichting is de schaduwwerking op de gezichten ook niet harmonisch en eenduidig aangebracht: Couperus en Carmiggelt bezitten rechts een schaduwpartij en Kouwenaar links. Roland Holst en Bomans zijn zelfs geheel schaduwloos opgevoerd.

De schrijvers

Om een betere begripsvorming te krijgen van en zo dicht mogelijk bij de postzegelafbeeldingen met tab-teksten én tekst-zegels (citaten & kernachtige uitspraken) te geraken, geef ik hierbij aansluitend een afbeelding van de schrijvers (beeldhouwwerken en tekening), een boek- of bundelafbeelding (waaraan de teksten zijn ontleend) en een korte inhoudelijke beschrijving van het boek, bundel of gedicht.

Louis Couperus (1863 – 1923, 150 jaar geleden geboren)

Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan (1906).

De families Steyn de Weert en Takma wonen op hoge leeftijd na een lange periode van Indische jaren in het deftige deel van Den Haag. De oude mensen spreken dikwijls over het verleden én het grote geheim (het vreselijke Ding) dat ze delen. Gaandeweg wordt het de oudjes duidelijk dat meer familieleden van het geheim op de hoogte zijn. Gaandeweg komt de lezer steeds een stapje dichter bij (met een slakkengang) het geheim (het vreselijke Ding) en de waarheid.
In deze psychologische familieroman van Couperus (bijgaand standbeeld staat in Den Haag) komen familiebanden en onderlinge relaties en verstandhoudingen (intermenselijke verhoudingen, erfelijkheid, goede en slechte trekjes, jaloezie en afgunst) uitgebreid en omslachtig aan de orde.

Een deel van de boekband ‘De stille kracht’ van Louis Couperus staat op een postzegel van de emissie Nieuwe Kunst (nvph 1975) afgebeeld. Het ontwerp is van Chris Lebeau, die o.a. ook de ontwerper van de langlopende cijfer-frankeerzegels Vliegende duif (nvph 144/48) is.
Op Java vindt een aantal onverklaarbare gebeurtenissen plaats. De inwoners wijzen deze aan de ‘stille kracht’ toe, een Indisch mysterie dat in de natuur en de mens tot uitdrukking komt.
Schrijver Louis Couperus was destijds wild enthousiast over de in (van oorsprong Javaanse) batiktechniek uitgevoerde fluwelen band van zijn romen ‘De stille kraçht’, die in 1900 is uitgegeven. De schrijver dweepte met de grillige anti-academische Indonesische decoratiemethode, die in diverse vormen van toegepaste kunst van de Art Nouveau werd toegepast. De reliëf-decoratie (de diepte/hoogte ervan is met vergrootglas op de postzegel te herkennen) van deze boekband is op een functionele plaats aangebracht, namelijk op de rug en doorlopend op beide kaften. In dit gebogen en decoratieve lijnenspel zijn vereenvoudigde en (daardoor) overzichtelijk gestileerde vormen van stengels en bladmotiefonderdelen te herkennen.

Adriaan Roland Holst (1888 – 1976, 125 jaar geleden geboren)

Het gedicht De ploeger (1917).

De ik-figuur, de ploeger, ploegt en maakt het land klaar voor de oogst. Het is herfst. Bladderen dwarrelen om hem heen als restanten van voorbije schoonheid. De ploeger is zich bewust van het naderend einde en berust daarin. Het werk doet hij niet voor zich zelf, hij zal het resultaat er niet meer van zien, maar wel om in de kracht van de komende oogst te geloven.
Uit de beeldspraak is op te maken waarmee de ploeger zich bezighoudt: de ploeg van uw woord, de paarden van mijn wil, het najaar van een wereld, de hoeve van zijn deemoed, de zachte lamp van een gelaten dood.
Er liggen diepere gedachten aan ten grondslag. Wie is die ‘u’ in deze weinig toegankelijke symboliek? God? De predikant? Een verpersoonlijking van Roland Holsts kunstenaarsschap (het standbeeld staat in Bergen)? Een hogere roeping?

Godfried Bomans (1913 – 1971, 100 jaar geleden geboren)

Pf6-e4, deel 7 van de werken van Bomans (ca 1937).

Het korte verhaal over de schaakzet Pf6-e4 staat in De grootmeester uit Kopstukken van Godfried Bomans (bijgaand beeldhouwwerk staat in de Wijngaardtuin in Haarlem). De kopstukken, als gewichtige figuren, bekleden allen een belangrijke posities in de maatschappij. Ze zijn ijdel, schijnheilig en behoorlijk dom. Bomans laat nogal wat koppen rollen in zijn verzonnen verhalen.
Godfried Bomans zit tegenover schaakgrootmeester Rabilsky (creatie van Bomans). Ze spreken over schaken. De grootmeester stelt tijdens het gesprek dat hij alle partijen kan winnen: “Denkt u ook dr. Euwe te slaan?” “Neen, ik zal hem verpletteren! Dat doe ik met een nieuwe variant.” Rabilsky fluisterde, nadat hij zijn vrouw had gevraagd de kamer te verlaten: “Openingszet Pf2-e4.” Ik verbleekte. Dit was meer dan geniaal. Dit was bovenmenselijk.

Simon Cariggelt (1913 – 1987, 100 jaar geleden geboren)

Welverdiende onrust (1982): Bezoek

Kronkels, korte verhalen van de populaire schrijver Simon Carmiggelt (op een bankje zittend/schrijvend met zijn vrouw Tiny in De Steeg), waren om hun herkenbaarheid een geliefde en dagelijkse kost voor het krant lezende publiek van Parool. Het Kronkel-verhaal Bezoek is afkomstig uit de naderhand bijeengebrachte bundel Welverdiende onrust (1982).
Carmiggelt verwerkte een detail van een gewoon en alledaags geval tot een compleet verhaal. Hij luistert naar mensen en gebruikt elementen uit de conversatie. Daarbij verplaatst, herschikt, versterkt, selecteert en bouwt hij zijn verhaal. De lezer heeft steeds de indruk dat deze anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet. Elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid én van identificatie.

Gerrit Kouwenaar (1923, 90 jaar geleden geboren)

Totaal witte kamer (2002)

Totaal witte kamer van Kouwenaar (op een tekening van Paul Citroen) is naar aanleiding van de dood van zijn vrouw Paula geschreven. De dichter beschrijft de witte kamer in zijn huisje in Les Abbes, waar hij de zomer ieder jaar doorbrengt, eerst samen met Paula, nu alleen.
Kouwenaar de dichter verft zijn werkkamer nog eenmaal helemaal wit. Een witte deur op blokjes doet er dienst als bureau. In die deur zat een kattenluikje, daaronder staat nu een prullenbak.

De postzegelboodschap

Het postzegelvel laat ons niet alleen kennismaken met (het uiterlijk van) de ‘jubilerende’ schrijvers, maar ook met hun schrijverstalent en kernachtige uitspraken.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Thematisch Nederland Nederland Auteurs Boeken



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (1 stemmen, gemiddeld: 5,00 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Bate Hylkema schrijft vanaf 1980 artikelen over filatelie en woont in het Friese Beetsterzwaag.

Reacties (4) Schrijf een reactie

  • toon op 26 mei 2013 om 08:54

    Bij bestudering van de koppen in het postzegelvelletje valt me op dat een klein plukje haar aan de linkerkant van het portret van Louis Couperus is verwijderd. De tekening sluit nu precies aan bij de tanding.
    Als je in de Collect nr 76 kijkt is de tekening wel compleet en komt de vorm van het haar overeen met het blauwe silhouet zoals in het artikel hierboven is afgebeeld.
    Men heeft blijkbaar ingezien bij de drukker (ontwerpfase) dat die haarlok twee verschillende zegels zou opleveren van Gerrit Kouwenaar: Kouwenaar op de onderste rij met een haarplukje van Couperus, Kouwenaar op de bovenste rij is daarvan verschoond.

  • yvonne kruse op 26 mei 2013 om 12:50

    Schitterend ontwerp. Goed verhaal.

  • aadb op 26 mei 2013 om 20:01

    @Zoals Bate al aangaf niet echt geschikt als losse zegels afbeelding is dan niet af, dus voor gebruik een wan product .Deze schrijvers verdienen een beter ontwerp .Zoals al meer aangegeven de postzegel is nog steeds een gebruik artikel waarin het belang is om de zegel makkelijk te verwerken .Alle tekst buiten het zegel zal zijn weg op de post niet krijgen .Simon en Adriaan in een kleine uitvoering die uitgescheurd weinig over laat van het geheel en los de indruk wekt dat de afbeelding verschoven is ten opzichte van de anderen.Een gemis in het geheel is de tanding die (we waren net gewent) dwars door de afbeelding heen loopt een gemiste kans maar wie weet heeft postnl nog wat in petto om de tandofielen te bevredigen .

  • toon op 27 mei 2013 om 11:38

    Met de tabs erbij zijn het toch nog 10 verschillende zegels, elke schrijver heeft 2 verschillende onderschriften. Ga dat maar eens verzamelen!

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)