MooiNL-emissie 2013: ook in Staphorst streekdracht als hoofdzaak

3

Zodra een verzamelaar van maximumkaarten afbeeldingen van nieuw uit te geven postzegels onder ogen krijgt, gaat hij (driftig) op zoek naar postzegelafbeelding ondersteunende prentbriefkaarten. Vanwege de uitgifte van de emissie MooiNL – Staphorst op 28 januari heb ik het streekdorp enkele weken voor de uitgiftedatum bezocht om er enkele prentbriefkaarten te vinden en te kopen, waarop een dame uit Staphorst duidelijk haar oorijzer toont. Een betrokken winkelier attendeerde me op de ‘conserverende activiteiten’ van de familie Stegeman in Rouveen. Een dochter blijkt een fotoarchief aangelegd te hebben over klederdrachten. Zes bij de postzegelafbeelding passende fotoafbeeldingen uit haar archief (met achtergrondinfo van haar) vindt u in deze bijdrage.

Het oorijzer

De eerste oorijzers waren niet meer als een gebogen draad. Later werden ze uitgebreid met versieringen, ook werd goud en zilver gebruikt met het doel het oorijzer nog mooier en (voor anderen) nog meer indrukwekkend te maken. Het zilveren oorijzer is het duurste onderdeel van de Staphorster streekdracht.
De voor iedere vrouw op maat gemaakte ijzers bleven goed zitten. De bovenkant rust op het hoofd en de zijkanten klemmen tegen de wangen.Vrouwen gebruiken het oorijzer om hun muts er onder op zijn plaats te houden. Aan de gouden krullen is te zien tot welke groep of stand de draagster behoort. Een arbeidersvrouw heeft zes dunne krullen, een boerin bezit er zeven en een rijke boerin bezit acht gouden windingen, die ook nog dikker zijn. Deze uiterlijke tekens zijn voor insiders graadmeters van standsverschil én rijkdom.

In 2012 dragen ongeveer 500 vrouwen nog dagelijks de streekdracht; de jongste van hen is 41 jaar. In de kleding van de dames is een duidelijk verschil tussen door de week en voor de zondag als men naar de kerk gaat.

Mattie Stegeman draagt rood, want ze is niet in rouw (juni 2009) met een zilveren oorijzer met gouden windingen/krullen. Ze draagt een rood geruite omslagdoek, roodgebloemde kraplap (bontgekleurde bloemmotieven via stipwerk gemaakt), roodgebloemd stukje op de schort en zogenaamde strikjesschoenen met zilveren gespen. De kraplap kent veel variaties. Sommigen hebben er wel 200 stuks van. Ze functioneren bij verschillende doelen als voor daags, voor zondags, voor uitgaan, voor gewoon en voor lichte & zware rouw.

Rouwperiode

De rouw, klederdrachtkleur en de duur ervan na het overlijden van iemand kent voor de klederdrachtdraagster verschillende uiterlijke varianten:

  • Rood als men niet om iemand rouwt.
  • Blauw behoort bij lichte rouw: grootouders, kleinkinderen, broer of zuster. De rouwperiode duurt twee jaar. In principe wordt er ook gerouwd voor niet-familieleden als buren en vrienden als men voor de begrafenis wordt uitgenodigd. Of er bij lichte rouw ook varianten bestaan betreffende de rouw van familieleden en vrienden, buren of kennissen is me niet bekend.
  • Zwart behoort bij zware rouw en wit bij de diepste rouw: ouders, kinderen, man of vrouw. Rouwperiode vier jaar.

Tegenwoordig worden door klederdrachtgangsters (in tegenstelling tot vrouwen, die ‘uit de dracht zijn gegaan’) deze uiterlijkheden nog sterk in acht genomen.

De groene kleuren van de omgeving weerspiegelen zich in het zilveren oorijzer. De gouden krullen (zeven stuks) van het oorijzer zijn goed zichtbaar. De zwarte zijden gestrikte muts past uitstekend bij de zwarte borstrok (zwarte jak).

Voor de buitenstaander bezit de dracht een grote mate van uniformiteit (hij heeft vooral oog voor het folkloristische ervan), voor de insiders daarentegen is een zekere variatie in de eenvormigheid wel duidelijk herkenbaar.
Bij de meeste drachten geeft het bovenlichaam de indruk dat het ietsje ingesnoerd is. De breed uitstaande, door ‘wrongen’ van achteren opgehouden rokken, contrasteren tegen het smalle bovenlichaam, dat door de verhoogde taille vrij kort lijkt. Door het gewicht van de rokken houdt de vrouw het bovenlichaam iets voorovergebogen.

Dit was de enige prentbriefkaart met een oorijzerdragende dame uit Staphorst, die ik in een winkel kon kopen. Volgens een ter zake deskundige winkelier was dat vroeger heel anders: “Elke caféhouder bezat een staander met verschillende kaarten erin. Momenteel maakt men zich in een café niet meer druk met de kaartenverkoop. Het is in ’t geheel niet lonend.” De Museumboerderij leverde mij ook nog een prentbriefkaart op. Toch voldeed geen van beide kaarten het gestelde doel: de ondersteuning van de postzegelafbeelding was te gering.

De kleding speelt een belangrijke rol in het leven van een Staphorster vrouw. Uren brengt zij door op de markt op zoek naar een nieuw passende stof voor ‘stukkies’, kraplappen en borstrokken. Aan het maken, veranderen en herstellen ervan (dat men zelf doet of laat doen) wordt veel tijd besteed.

De dag, waarop men zich in de kleren kan laten bewonderen, is zondag. Men probeert dan zo origineel mogelijk in de kerk te verschijnen. Niet alleen let men op de eigen kleding, maar ook op die van de andere kerkgangsters. Vooral in kledingonderdelen kan men origineel zijn. De draagster is wat trots als anderen naar haar unieke kledingcombinatie zien. Doorgaans dragen vrouwen geen twee zondagen achtereen een kraplap met hetzelfde motief. In de zondagsdracht (en dan vooral bij ouderen) komt het verschil in stand duidelijker uit dan door de week.

Mattie Stegeman met zilveren oorijzer met gouden krullen (zeven windingen) van links en rechts gezien.

De autotochtoon ziet meteen tot welke stand de draagster behoort, of ze in zware of lichte rouw is, of ze op weg is naar een begrafenis en uit welk dorp ze komt (streekdorp Staphorst of Rouveen). Rouveen is door religieuze gezindte vooruitstrevender dan Staphorst. Een Rouveense vrouw relativeert de waarde van de traditie. Nieuwe gewoonten dringen doorgaans via Rouveen pas later Staphorst binnen. Nieuwe gewoonten worden er door de gereformeerden het eerst opgepakt. Omstreeks 1955 verwisselden meisjes uit Rouveen als eersten de streekdracht (boer’ngoed) voor ‘burger’.

Bij de klederdrachtenemissie kinderzegels 1960 (nvph 747/51) is o.a. deze [voor]ontwerpschets van een meisje uit Staphorst ruim een halve eeuw geleden al getekend!

Het vasthouden aan de dracht werkt de beslotenheid van de gemeenschap in de hand. Doordat men in streekdracht gekleed gaat blijven, blijft men ‘afgesloten’ van de buitenwereld. En dit werkt weer het in standhouden van de traditie (en van de kleding) in de hand.
De klederen van de mannen bezitten in veel mindere mate de uiterlijke nuances, die vrouwenkleding overmatig bezitten.

Opgewekt vrolijke kleurigheid

De beide streek- en tweelingdorpen Staphorst en Rouveen bezitten een lintbebouwing van ongeveer 12 km met aan weerskanten oude boerderijen (met een karakteristiek bebouwingspatroon van achter elkaar geplaatste boerderijen [hallentype]), waarvan de kozijnen wit, de luiken groen en de dorpels blauw geschilderd zijn. Wit heeft betrekking op reinheid, groen op jong leven in de natuur en aan blauw kende men in het verleden een onheilwerende waarde toe.

Opvallend is er ook de ongebreidelde kleur- en versieringsdrift op gehaakte jasbeschermer, levensboom, stipwerk op katoenen mutsje en houten gebruiksvoorwerpen.

Gratis online postzegelcatalogus
Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Nederland Nederland Klederdracht

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (5 stemmen, gemiddeld: 5.00 uit 5)
Loading...Loading...
PrintSchrijf een reactie

Bate Hylkema schrijft vanaf 1980 artikelen over filatelie en woont in het Friese Beetsterzwaag.

Reacties (3) Schrijf een reactie

  • Jos van den Bosch op 27 januari 2013 om 09:47

    Dus bij elke nieuwe uitgifte gaat maximumkaart-verzamelaar Bate er op uit om ter plekke de bijpassende kaart te vinden? Dat is nog eens een verzamelaar, wat een inzet! En hoe krijg je dan tegenwoordig een eerste dag stempel erop? Of is dat niet verplicht? Ik zat me al af te vragen, telkens als er weer verschrikkelijk mooie kaarten in je artikelen getoond werden met afbeeldingen van de bedoelde postzegel: “hoe komt ie er toch aan?” Chapeau hoor Bate.

  • aadb op 27 januari 2013 om 12:12

    Tsja die stempels weten wat nu komt men weer met die afzichtelijke grote joekels bah bah en nog eens bah.
    Leden van de Max filatelie gaan vaak op pad of laten het over aan Ronald die de weg ook wel weet .Een leuke sport om er wat bij te zoeken
    tot dat bekend wordt wat voor stempel het wordt .Nu dus weer zo.n grote joekel dat een groot gedeelte van de kaart bestrijkt en de afbeeldingen afbreuk doen .Maar goed postnl =ook post (niet luisteren)

  • ELS Hamoen op 17 maart 2013 om 17:22

    wie weet het gewicht van zo’n oorijzer
    wie kan mij dat vertellen
    afz Els Hamoen

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)