Crisis? - Postzegelblog

Crisis?

9

Nou ja, wat economische problemen, die in de Verenigde Staten zijn ontstaan, met hun bankencrisis, en waarvan Europa nu de naweeën draagt. Natuurlijk zullen we Griekenland in het oog moeten houden, want als zij failliet gaat is het niet uitgesloten dat zij uit de Eurozone wordt gewipt… waarin zij nooit had mogen opgenomen worden gezien hun economische problemen van toen!

Maar associëren we crisis ook niet met “inflatie”? Ik zou denken dat wij, West-Europese landen, voortdurend in een inflatie verkeren, weliswaar streng in de hand gehouden, zodat we het nauwelijks merken, tenzij deze gekoppeld wordt aan de indexatie van wedden en lonen, zoals in België. En daar heeft de invoering van de Euro niets aan veranderd.

Doch hoe zit het met “Hyperinflatie”. Juist, hyper doet ons aan iets kolossaals denken, iets onbevattelijk. En dan denken we aan de meest recente van jaren geleden : Zimbabwe. Het had nauwelijks gescheeld of zij braken een record. Het enige record waar zij zich mogen op beroemen is dat van het bankbiljet met het grootst aantal nullen. De recordhouder is in feite Hongarije, in de jaren 1945-1946, niet alleen in de kortste duur ervan, maar in zijn enormiteit. Volgend artikel gaat er dieper op in.

De Hongaarse hyperinflatie van 1945-1946

Niets spreekt meer tot de verbeelding dan een grote Depressie, zeker als die wereldwijde gevolgen heeft. Deze die de ouderen onder ons zich zullen herinneren is die van 1929, die begon in de Verenigde Staten, doch weldra de hele wereld meesleurde. Men zegt wel eens dat deze beurscrash de tweede wereldoorlog in de hand heeft gewerkt.

Er zijn er die beweren dat de huidige economische crisis nog erger is dan die van 1929. Ik weet het toch zo niet hoor, maar ja, dat laat ik beter aan de kenners over.

In de loop van de XXste eeuw heeft Europa vier grote inflaties gekend die enkel één land troffen, of een regio waarvan nadien de politieke kaarten hertekend werden. Dat zijn het Duitse Rijk tijdens de Weimar republiek in 1922-1923, Griekenland vanaf de tweede Wereldoorlog tot september 1954, Hongarije in 1945-1946 en Joegoslavië in de periode 1987-1994. We zullen op de Duitse, Griekse en Joegoslavische terugkomen wanneer we die nader zullen bestuderen bij de vergelijkende studie. Momenteel focussen we ons op de Hongaarse hyperinflatie, die heden ten dage nog altijd het wereldrecord draagt, zowel in tijd als in percenten, en waarrond ik een verzameling heb opgebouwd.

Oorzaak

Een bron stelt dat deze hyperinflatie opzettelijk werd gestart door getrainde Russische marxisten teneinde de Hongaarse midden- en hogere klassen te vernietigen. Die klasse was uiteraard nog Koningsgezind, zelfs al was er sinds 1920 geen echte koning meer, maar werd het land bestuurd door een regent, admiraal Miklós Horthy. De gevolgen kennen we allemaal, Hongarije ging sindsdien gebukt onder de communistische terreur (laten we het kind zijn ware naam geven!) tot 1989, wanneer de U.S.S.R. uiteen begon te vallen en aan macht moest inboeten. Trouwens, vanaf 1944 circuleerden ook Pengö’s van Russische makelij in Hongarije.

Twee van de in omloop zijnde bankbiljetten van de Russische bezetter, het Rode leger

Evolutie van de briefport en de inflatie

Het is uiteraard op filatelistisch en numismatisch vlak dat deze inflatie het best te volgen is. Het zijn tastbare bewijzen. Zo bedroeg de normale, binnenlandse briefport 0,16 Pengö vanaf 01 April 1926, vanaf het moment dat de Pengö de gedevalueerde Korona verving na de kleine inflatie. Na 15 november 1930 werd dit opgedreven tot 0,20 Pengö; tijdens de oorlog, vanaf 01 juli 1943 werd dat opgetrokken tot 30 Pengö en, op 01 Mei 1945 bedroeg de briefport reeds 1 Pengö. Men mag stellen dat dit een normale evolutie was, zoals overal elders in Europa.

Zegels van voor de inflatie, links 1926, rechts 1944

Doch voor Hongarije bleef het niet daarbij. Op dat ogenblik was de hoogste nominale waarde van een bankbiljet 1.000 Pengö. Amper één jaar later was de hoogste circulerende waarde ooit een biljet van honderd miljoen B-Pengö (B-Pengö = Biljoen-Pengö) of honderd quintiljoen Pengö, verkort 1020 Pengö, voluit geschreven 100.000.000.000.000.000.000 Pengö. Op een bankbiljet was het nog mogelijk geweest een dergelijk getal gedrukt te krijgen, op een postzegel was het helaas niet te doen. Een biljet één miljard B-Pengö werd nog aangemaakt, maar kwam nooit in circulatie, omdat de adópengö in algemeen gebruik genomen werd.

De op vier na hoogste waarde van 100.000 B-Pengö

De adópengö bestond inderdaad reeds sinds januari 1946, doch was vooral bestemd tot afhandeling van taksen, belastingen en postale of bankverrichtingen. Adópengö betekent trouwens fiscale Pengö.

10.000.000 adópengö

Zo op 01 januari de Pengö en de adópengö eenzelfde waarde bezaten, was die waarde 2 maanden later reeds 10 Pengö voor één adópengö, op 1 april moest men al 44 Pengö neertellen en op 1 mei 630 Pengö. De inflatie versnelde : op 1 juni had je 160.000 Pengö nodig, op 1 juli 7,5 x 109 of 7.500.000.000 Pengö, om 12 dagen later het historisch getal van 2 x 1021 Pengö te bereiken, wat die drastische maatregel noodzakelijk maakte. In die dagen kon men het volk op straat ontmoeten met dozen of valiezen vol bankbiljetten om gewoon een brood te gaan kopen, iets wat ons niet zo vreemd lijkt als we ons die recente beelden herinneren uit Zimbabwe…! Trouwens, indien dit land het record van Hongarije niet heeft kunnen breken, is zij toch recordhouder met het bankbiljet met de hoogste nominale waarde.

100 triljoen Zimbabweaanse dollar

Eigenlijk was het de bedoeling van de veralgemening van de adó-pengö om de galopperende inflatie af te remmen, maar dat mislukte duidelijk. Toen op 16 juli de eerste nominale waarde in adópengö verscheen op postzegel, bedroeg de minimum waarde al 5.000 adó-pengö. De hoogste nominale waarde werd op 26 juli uitgegeven: 5.000.000 adópengö! In diezelfde periode circuleerden biljetten tussen 10.000 en 100.000.000 adópengö.

Toen op 01 Augustus de nieuwe munt, de Forint, werd ingevoerd, werd diens waarde bepaald op 200.000.000 adópengö of 4 x 1029 Pengö (400.000.000.000.000.000.000.000.000.000 Pengö (een leuke tongbreker om dat correct uit te spreken! Ik begin er alleszins niet aan!).

Al met al duurde de Hongaarse inflatie 15 maanden.

Prentbriefkaart naar Oostenrijk (terug gevormd na de Duitse nederlaag) gefrankeerd voor een totaal van 1 Forint en onderschept door de censuur

Het filatelistisch aspect

Gedurende de hele inflatieperiode werden in totaal welgeteld 200 zegels uitgegeven. In het begin van de inflatie stelde de Hongaarse post zich tevreden met het overdrukken van oude koerserende zegels van 1943 en 1944, met sporadisch een bijzondere herinneringsreeks of –zegel. Deze overdrukte zegels kregen vooraf een blauwe of gele achtergrondkleur.

De eerste definitieve reeks, wederopbouw, werd dan uitgegeven tussen 30 november 1946 en 05 februari 1946 op 10 verschillende data, enkel maar voor 15 verschillende waarden! En ze hadden het zich moeilijk gemaakt doordat alle 15 zegels dienden gegraveerd te worden. De symboliek op de zegels was wel duidelijk communistisch getint, al was de sikkel nog even afwezig.

Tussen 14 januari en 01 mei 1946 werd zelfs een poging gedaan met opdrukken, op koerserende zegels van 1943-1944 en zelfs deze met opdrukken van 1945, die het specifieke doel van elke uitgegeven waarde bepaalde. Zo had je zegels voor respectievelijk drukwerken, stadspostkaarten, stadsbrieven, postkaarten voor heel het land, brieven voor heel het land, aangetekende brieven (zonder onderscheid), postpakketten tot 5 Kg en postpakketten tot 10 kg. In januari moest voor dat laatste 6.000 Pengö neergeteld worden, veertien dagen later al 15.000 Pengö en op 1 mei 8.000.000 Pengö. Zelfs een gewone brief kon nogal zuur opbreken : 2.000.000 Pengö! Gezien de vaart die de inflatie begon te nemen zagen ze er verder van af dergelijke zegels uit te geven.

Enkele zegels van de drie opeenvolgende specifieke uitgiften tussen 14 januari en 1 mei 1946, waarbij de opdrukken het gebruik van de zegels bepaalden

Buiten drie gelegenheidsuitgiften werden in snel tempo vijf opeenvolgende reeksen uitgegeven die de galopperende inflatie moesten bijbenen, tot de regering besloot om de adópengö als vervangingsmunt te gebruiken. Er werd achteraf vastgesteld dat de zegels telkens in twee drukbeurten werden gedrukt. Eerst het gemeenschappelijk zegelbeeld, bij de twee eerste uitgiften in diverse kleuren, nadien werden ze slimmer …, en nadien werden de waarden gedrukt in dezelfde kleuren als de zegels (de drie eerste reeksen), later in het rood voor de volgende twee reeksen.

Van 18 februari tot 15 april, 13 zegels in ezer-Pengö (duizend Pengö, en zo werden drie nullen gespaard) in vier verschillende uitgiftedata. Waarden tussen 4 en 800 ezer-Pengö.

Van 01 mei tot 20 mei, 8 zegels in Millio-Pengo (miljoen Pengö, nu al zes nullen gespaard!), in eveneens vier verschillende uitgiftedata. Waarden tussen 1 en 50 Millio-Pengo.

Van 24 mei tot 18 juni, 11 eenkleurige zegels (bruin) in MilPengö (eveneens miljoen Pengö, maar nieuwe schrijfwijze om mogelijk conform te zijn met deze van de bankbiljetten) in zeven verschillende uitgiftedata. Waarden tussen 100 MilPengö en 50.000 MilPengö.

27 juni, 3 tweekleurige zegels (olijf en rood) in Miljard-Pengö (1.000.000.000 Pengö (en weer eens drie nullen uitgespaard). Waarden van 100, 200 en 500 Miljard-Pengö. De ongewijzigde tekening zou opnieuw gebruikt worden voor de zegels in Adópengö.

Van 03 juli tot 13 juli, 14 tweekleurige zegels (grijs en rood), in 5 verschillende uitgiftedata, in Billio-Pengö (1.000.000.000.000 Pengö…). Waarden tussen 1 Billio-Pengö en 500.000 Billio-Pengö. Een waarde van 1.000.000 Billio-Pengö zat er duidelijk niet meer in, zonder de zegel uit z’n voegen te laten springen.

En tenslotte de zegels in adópengö, waarbij dus gebruik gemaakt werd van de zegels in miljard-Pengö, doch in nieuwe grondkleuren : groen voor de Ezer waarden, rood voor de Millio waarden. De waarden zelf werden in het zwart gedrukt gaande van 5 Ezer-Pengö tot 5 Millio-Pengo. 6 verschillende uitgiftedata. Zelfs toen de fillér/Forint waarden verschenen werden slechts twee basisontwerpen gegraveerd, omdat alles zo snel moest gebeuren. Indien bij de meeste voorgaande reeksen nauwelijks sprake was van kleurnuance, was dit niet meer het geval met deze nieuwe reeks, waar, bij de fillér waarden, het krioelt van soms zeer uiteenlopende kleurnuances, zelfs -variëteiten.

Tijdens de drie laatste dagen van juli 1946 (29, 30 en 31 juli) waren er geen postzegels meer te verkrijgen en moest de frankering van de briefwisseling op het postkantoor numerair verrekend worden, zoals dat gebeurde in de prefilatelistische periode. Mogelijk was deze maatregel geïnspireerd door de wetenschap dat op 01 augustus 1946 een nieuwe munt van kracht zou worden en alle “Pengö” waarden uit omloop zouden genomen worden. Het is evenwel niet uitgesloten dat tijdens die drie dagen toch met postzegels gefrankeerde briefwisseling gecirculeerd heeft. Uiteraard is dergelijke briefwisseling van onschatbare waarde.

De Europese top vier

Laten we nu even een vergelijkende studie maken van die vier Europese inflaties, filatelistisch gezien, wel te verstaan. Vanzelf komen we bij de oudste, dat plaatsgreep in Duitsland tijdens de Weimar republiek in 1922-1923 en dat begon op:
01 Jan 1922 De binnenlandse briefport 50 gr bedroeg   0,50 Mark
01 Jan 1923 Na 12 maanden 10,00 Mark
01 Aug 1923 Na 19 maanden 200,00 Mark
01 Sep 1923 Na 20 maanden 15.000,00 Mark
01 Oct 1923 Na 21 maanden 400.000,00 Mark
01 Nov 1923 Na 22 maanden 20.000.000,00 Mark
01 Dec 1923 Na 23 maanden 30.000.000.000,00 Mark

En toen werd de munthervorming ingevoerd. De waarde van 1 Rentemarkt (RM) was toen op 1.000.000.000.000 oude Marken bepaald. De Duitse inflatie duurde 23 maanden. De hoogste maandelijkse inflatie bedroeg in oktober 1923 29.500%; de prijzen verdubbelden toen iedere 3,7 dagen.

oude Mark < > nieuwe RM

De volgende inflatie die we onder de loep moeten nemen is de Griekse. Griekenland ging door zijn ergste inflatie in 1944. In 1942 was de hoogste denominatie voor een bankbiljet 50.000 drachmai. In 1944 werd die 100.000.000.000.000 drachmai. De hoogste postzegelwaarde ooit uitgegeven was in de reeks landschappen op 15 september 1944 : 5.000.000 Drachmai.

Bij de munthervorming van november 1944 werd 1 nieuw drachme ingeruild voor 50 miljard drachmai. In de periode van 1945 tot 1953 kwam slechts één waarde in lepta uit (100 lepta = 1 nieuwe Drachmai.) want de inflatie was nog niet gestuit, wel afgeremd. De hoogste postzegelwaarde werd in 1954 uitgegeven en bedroeg 20.000 drachmai. Bij een laatste valuta hervorming rond september van dat jaar werd de drachme vervangen tegen een wisselkoers van 1 nieuw drachme = 1.000 oude drachmai. Al met al duurde de Griekse inflatie toch een goede twaalf jaar, met een uitschieter in oktober 1944, toen de Griekse maandelijkse inflatie 8,5 miljard bereikte procent.

Uiteraard komen we dan ook terecht bij de Hongaarse inflatie, dat al uitvoerig besproken werd, maar waar een overzichtstabel niet misplaatst is. We beginnen uiteraard op

01 Mei 1945 De binnenlandse briefport voor 20 gr bedroeg 1 Pengö
01 Nov 1945 Na 6 maanden 60 Pengö
01 Feb 1946 Na 9 maanden 3.000 Pengö
01 Mar 1946 Na 10 maanden 20.000 Pengö
01 Apr 1946 Na 11 maanden 80.000 Pengö
01 Mei 1946 Na 12 maanden 2.000.000 Pengö
01 Jun 1946 Na 13 maanden 400.000.000 Pengö
01 Jul 1946 Na 14 maanden 40.000.000.000.000 Pengö
12 Jul 1946 20 Ezer adópengö 40.000.000.000.000.000.000.000.000 Pengö
18 Jul 1946 100 Ezer adópengö 200.000.000.000.000.000.000.000.000 Pengö
24 Jul 1946 400 Ezer adópengö 800.000.000.000.000.000.000.000.000 Pengö
01 Aug 1946 200.000.000 adópengö
= 1 Forint 0,60 Forint 400.000.000.000.000.000.000.000.000.000 Pengö
briefport = 0,60 Forint  240.000.000.000.000.000.000.000.000.000 Pengö

De hoogste maandelijkse inflatie bedroeg in juli 1946 4,19 x 1016%; de prijzen verdubbelden toen iedere 15 uur!

Tenslotte komen we aan de meer recente hyperinflatie, dat van Joegoslavië. Tot 1991 werd heel Joegoslavië erin betrokken, nadien enkel die gebieden die onder de Servische invloedssfeer lagen (Krajina, Servisch Bosnië (Pâle)). Men mag stellen dat de inflatie langzaam evolueerde in de jaren 80, om dan vanaf 1988 in versnelling te gaan, met een eerste piek in 1990. We zullen twee tabellen gebruiken, één voor de evoluerende inflatie en de munthervormingen, een tweede specifiek over de hoogste postzegelwaarden die in omloop werden gebracht in de desbetreffende periodes.

01 Jan 1990   1 nieuwe Dinar voor 10.000 oude Dinars Waarde in oude Dinar 10.000 oD
01 Jul 1992    1 nieuwe Dinar voor 10 vorige Dinars 100.000 oD
01 Oct 1993   1 nieuwe Dinar voor 1.000.000 vorige Dinars 100.000.000.000 oD
01 Jan 1994   1 nieuwe Dinar voor 1.000.000.000 vorige Dinars 100.000.000.000.000.000.000 oD

Nadien stabiliseerde de Dinar zich, zelfs na de invoering van de Euro in september 2003, welke waarde weliswaar op de postzegels voorkomt, die dient enkel als prijsbepaling bij export (verzamelaars).

Zegels van 1989

Uiterst links velletje van Mei 1992, midden zegels van september 1993, rechts zegels van december 1993

4 december 1989     100.000 Dinar 100.000 oD
5 mei 1992                 1.200 Dinar 12.000.000 oD
20 september 1993  300.000.000 Dinar 30.000.000.000.000 oD
15 december 1993    400.000.000 Dinar 40.000.000.000.000.000.000 oD

De Joegoslavische inflatie duurde ongeveer zes jaar, de hoogste maandelijkse inflatie bedroeg in januari 1994 3,13 x 108%. De prijzen verdubbelden om de 1,4 dag.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Thematisch Griekenland Joegoslavië



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (2 stemmen, gemiddeld: 4,50 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Ik ben Freddy Poelmans, woonachtig in Sint-Truiden, in het zuidwesten van Belgisch Limburg. Onlangs 63 jaar geworden, verzamel ik postzegels sinds mijn 18de jaar.

Reacties (9) Schrijf een reactie

  • toon op 15 maart 2012 om 10:36

    Indrukwekkend verhaal Freddy! Chapeau!

  • Freddy Poelmans op 15 maart 2012 om 14:45

    Bedankt, Toon, voor je appreciatie. Het doet een mens deugd gewaardeerd te worden, iets wat ik in de Belgische filatelistische wereld nog altijd mis…

  • Lars op 15 maart 2012 om 15:43

    Zeer interessant artikel!
    Hyperinflatie op postzegels en bankbiljetten is ook een van mijn intressen. Naast postzegels verzamel ik ook bankbiljetten.

  • Jan van Tellingen op 15 maart 2012 om 18:55

    De feiten liegen er niet om. We mogen blij zijn dat het niet zover komt in Europa. Mirakels gedocumenteerd artikel.

  • Freddy Poelmans op 15 maart 2012 om 20:26

    Lars, mogelijk kun je hyperinflatie ook terugvinden in andere waardepapieren en handelstransacties, waar niet persé geld aan te pas kwam.
    Volgens mijn catalogus Hongarije kon je die inflatie, in beperktere mate, ook terugvinden bij de fiscale zegels, maar meer uitgesproken in ado-pengo en dàt al vanaf maart 1946. Zo te zien waren er verschillende soorten fiscale zegels, maar vraag me niet dat hongaars te vertalen ;-)

    Nog iets, op sommige hongaarse bankbiljetten uit die periode kon je ook rode bankzegeltjes vinden (op biljetten van 1.000, 10.000 en 100.000 pengo. Op deze laatste is ze serieus wat waard (8.000 forint!) (‘k ga mijn biljetten eens moeten nakijken ;-) )

  • Henny op 16 maart 2012 om 10:47

    Prachtig artikel en goed in kaart gebracht, de meeste fitalisten zullen ongetwijfeld wat weten over infla-zegels. Maar dit maakt het nog eens goed duidelijk en leerzaam, althans voor mij. Dank heer Poelmans.

  • Reintejdevos op 16 maart 2012 om 10:58

    Leuk verhaal, maar wat hebben deze reuzeopblazingen te maken met een krisis?

    Economische krisis of oorlog of juist na-oorlog???

    Ik mis de gewone opblaasbare Poolse złoty!Ook prima te traceren in onze postzegels!

    Het hoeft toch niet altijd hyper en super te zijn???

  • Lars op 16 maart 2012 om 15:01

    @Freddy
    Ja, die biljetten met bankzegeltjes ken ik ook. Heb er ook een paar.
    Ik wilde nog even iets kwijt over Joegeslavië.
    De euro aanduiding op de postzegels van Servië & Montenegro was bedoeld voor Montenegro. Toen ze nog samen waren met Servië gebruikte Montenegro eerst de DM en daarna de euro ipv de Joegoslavische/Servische dinar. Ook hadden ze toen al een eigen postadministratie (Pošta Crne Gore) met eigen tarieven. Hierdoor waren dezelfde postzegels in Servië goedkoper!
    Op de bankbiljetten uit de tijd van de federatie Servië & Montenegro staat ook Narodna Banka Srbije (Nationale Bank van Servië).

  • Freddy Poelmans op 19 maart 2012 om 21:33

    Beste Reintejvos,

    Ik ben een verzamelaar competiteve tentoonsteller. Niet dat mijn verzamelingen echt hoge ogen gooien, voor mij volstaat het om het publiek iets te laten zien zoals ik het zie, of wat soms in een catalogus niet staat.

    Omdat ik een specifieke tentoonstelling had opgebouwd rond deze hyperinflatie van Hongarije, vond ik het interessant er ook een artikel over te schrijven en vooral vergelijkingen te maken met de drie andere Europese “hyper”inflaties.

    Wat dit te maken heeft met Crisis? Geloof me vrij dat de Hongaren er zeer onder geleden hebben. Hoe zou U het vinden wanneer uw etenswaren praktisch om de andere dag vervierdubbelden na bijna anderhalf jaar niets anders meegemaakt te hebben? Dat verdubbelen om de 15 uur was gedurende de laatste 15 dagen van Juli 1946.

    Vergeet ook niet dat dit voor Hongarije de tweede inflatie was, de eerste gebeurde in de periode van 1920-1926, waarbij de hoogste zegelwaarde 10.000 kronen bedroeg. En dat was ook ten gevolge van de eerste WO, waarbij het toenmalige Koninkrijk 2/3de van zijn territorium verloor aan de omringende landen (waarbij Tjechoslowakije werd opgericht). En ook toen was er een korte tijd een communistisch regime aan de macht, maar die werd al vlug de kop ingedrukt.

    Wat de hyperinflatie betreft, die was door Rusland uitgelokt NA WO II om de Hongaarse aristocratie volledig uit te schakelen, en het land weer een communistisch regime op te dringen, wat hen duidelijk lukte!

    Ik denk dat het op Wikepedia ook behandeld wordt , en ook hier komt Hongarije goed aan bod.

    Trouwens, waarom denkt U dat Yougoslavie in 1991 volledig is beginnen te verbrokkelen? En wat dan vreemd is, is dat die landen, buiten Servië, praktisch geen inflatie meer ondergingen na hun onafhankelijkheid? En wie is die verschrikkelijk Balkan oorlog nadien begonnen, dacht U

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)