Ingevoegd zelfportret als tijdgebonden uitingen

4

Voor zover ik weet, bezit de zesde postzegel van het velletje Postcrossing een noviteit, die nog niet eerder op een Nederlandse postzegel is vertoond.

Van de ontwerperstweeling Garech (links) en Declan (links) Stone staat op een weinig opvallende plaats geheel rechts op de postzegel een foto van hen beiden. Hun vader zette beide zonen in 1978 tijdens de Heilige Communie in Dublin op de foto.

De tijdgebonden ontwikkeling in de Renaissance

Het plaatsen van een portret van ontwerpers op een weinig in het oog vallende plaats komt geheel overeen met schilders uit de Italiaanse Renaissance en de Vroeg-Renaissance in de Nederlanden. Omstreeks 1500 plaatsten ook deze schilders wel eens een portret van zich zelf op een schilderij met een groepsportret. Vaak in een hoek of aan de rand van de schildering, maar ook wel eens achter iemand.

In de Renaissance kwamen menselijke waarden weer centraal te staan door de wedergeboorte van de klassieke levensstijl van de Grieken en Romeinen. Door opgravingen in Italië kreeg men ook weer interesse in het leven en de levensstijl van Grieken en Romeinen: men ging toen Romeinse geschriften bestuderen.


Een van de fresco’s in de Vatikaanse Cappella Paulina (Paulijns Kapel) bevat een zelfportret van Michelangelo (1475 – 1564). De schilder met blauwe tulband zit op een paard in een fresco ‘Het martelaarschap van Sint Petrus’.

Het zelfbewustzijn van het individu werd weer sterk benadrukt. De kunstenaar was trots op zijn kennen en kunnen. Hij stond bekend als een zelfbewust, geleerd en gerespecteerd persoon én kunstenaar (humanisme). Hij accentueerde zijn persoonlijke instelling door zich zelf ook een plaats op een schilderij te geven, of door zijn naam op het schilderij aan te brengen.

Deze beide vormen van signeren (afbeelding of naamsvermelding) leverden de kunstbewonderaars destijds het bewijs “dit-is-de-maker-die-het-kunstwerk-heeft-gemaakt”. Het werkte statusverhogend.


Op de achtergrond van het huwelijksportret van het echtpaar Arnolfini (geschilderd door de Vlaamse schilder Jan van Eyck, ca 1390 – 1441) hangt een spiegel aan de muur. Daarin is [tussen het echtpaar] een zelfportret van de schilder aanwezig. Hij is bij wijze van spreken als getuige bij het huwelijk aanwezig.

De tijdgebonden ontwikkeling in de Middeleeuwen

In de Middeleeuwen daarentegen was deze ´persoonsverheerlijking´ in het geheel niet aan de orde. Het aardse leven werd bepaald door de dwingende macht van de kerk. Een kunstenaar/schilder was een bescheiden en volgzame ambachtsman. Hij vertolkte in die tijd als intermediair (in een doorgeefluik functie) op ondergeschikte wijze de groepsvisie. Hij maakte een schildering geheel ter ere van god en bepaald niet voor zijn eigen roem en eer. Hij bleef naamloos. Hij signeerde zijn werk niet, evenals een bakker. Waarom zou een schilder dan wel signeren? Het aardse bestaan functioneerde als een voorportaal (doorgangshuis) voor de zaligheid in het hiernamaals.

De tijdgebonden ontwikkeling op dit moment

In 2005 heeft ontwerpster Saskia Wierinck haar profiel op een bijzonder ongebruikelijke en ingenieuze manier op de Ondernemerspostzegel (nvph 2337) een plaatsje weten te geven. Het kaartbeeld in de buurt van het Verre Oosten en Australië is enigszins aangepast, waardoor een en profil-portret van haar op de postzegel kon ontstaan.


Het aanbrengen van een naam van een schilder op een schilderij is vanaf de Renaissance zeer gebruikelijk in tegenstelling tot ontwerpersnaamvermelding op postzegels. Op een aantal Nederlandse Europazegels komt de ontwerpersnaam toch voor: Gonzague (1956), André van der Vossen (1958), Rahikaien (1960) en Theo Kurpershoek (1961). Naamsvermelding op deze Nederlandse postzegels was mogelijk, omdat dat in sommige Europese landen gebruikelijk is.


Op twee van de 100 jaar Onafhankelijkheidszegels (1913) komen de initialen ‘DB’ van De Bazel [onderaan in het midden van de postzegel] voor. Op de Luchtvaart-postzegel van 1935 staan de initialen ‘M.C.E.’ [linksonder] van M.C.Escher.

Of de TNT Post-/PostNL-ontwerpbegeleider deze bijzondere ´benaderingen´ tijdens of ná de ontwerpprocedure ook heeft ontdekt, is me niet bekend. De achterliggende gedachte een zelfportret van deze ontwerpers (als bijzonderheid in stilte) op te voeren, heeft ongetwijfeld te maken met het individualisme, dat momenteel steeds meer op de voorgrond treedt. Dus ook een tijdgebonden ontwikkeling.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (1 stem(men), gemiddelde: 5.00)
Aantal keer gestemd: 1
Loading ... Loading ...
  • Delen:
  • Delicious
  • Hyves
  • Facebook
  • eKudos
  • MSN Reporter
  • NUjij
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Digg
  • Google
  • Windows Live Favorites
PrintSchrijf een reactie

Bate Hylkema schrijft vanaf 1980 artikelen over filatelie en woont in het Friese Beetsterzwaag.

Reacties (4) Schrijf een reactie

  • bate hylkema op 25 november 2011 om 17:27

    Naar aanleiding van een artikel over het boek ‘Mode van A tot Z’ met illustraties van Piet Paris in ‘deweekendgids’ van Trouw van 19 november kreeg ik zojuist de in spiegelschrift geschreven en achterover hangende initialen ‘.P.P’ van de ontwerper weer onder ogen.

    Piet Paris heeft vorig jaar het ‘Stop-Aids-Now-velletje’ (nvph ) ook ontworpen, waarop geheel rechts in het midden zijn karakteristiek geschreven parafen (.P.P)ook staan!
    Bestaan er nog meer dergelijke vermeldingen op postzegelvelletjes? Ik ben benieuwd.

  • Albert Haan op 26 november 2011 om 00:39

    Hoeveel keer heeft de heer Slania zich zelf geportreteerd op een zegel?
    Of zijn moeder,zijn vrienden?

  • Hennepnetel op 26 november 2011 om 16:46

    Geportretteerd alleen zichzelf – Zweedse schaatsmarathon ofzo – en verder als initialen de nodige familie….

  • bate hylkema op 26 november 2011 om 20:50

    Ik bemoei me alleen met Nederlandse postzegels en dus ook met zelfportretten, initialen en/of parafen op Nederlandse postzegel[velletje]s. Wie kan hierover nadere informatie verstrekken?

Schrijf een reactie