“Het portret van Rembrandt’s zoon, Titus, is door aankoop sinds kort het kostbare bezit van Museum Boymans (Van Beuningen is er jaren later aan toegevoegd) te Rotterdam geworden. Deze kinderpostzegel attendeert de bevolking op dit heuglijke feit. Het schilderij is maar enige tijd tentoongesteld is geweest. Vanwege het oorlogsgeweld is bezichtiging beëindigd.”
(Bron: Tijdschrift voor Armwezen, Maatschappelijke Hulp en Kinderbescherming, jaargang 1941)
Kinderpostzegelaffiche 1941 en 1946
Op de affiche (24 x 15 cm) die kinderzegelverkoop moet stimuleren, staat een meisjeskopje met een lange haarvlecht, waarnaar zich twee handen uitnodigend uitstrekken. Het gebaar van de uitgestoken handen (heilandshanden) van uitnodigende liefde beheerst het gehele beeld, waarin “kracht en teederheid tot een onuitsprekelijk schoon geheel verweven zijn.” De aandacht van de beschouwer richt zich door deze handen automatisch op het voorwerp van deze liefde, namelijk op ‘het kind’ (“want derzulken is het hemelrijk”, Mattheus 19 : 14).
Door het gebaar van deze handen als ‘roepstem’ raken wij betrokken bij het kind en worden daarmee geattendeerd om de naaste lief te hebben met troostende en echt helpende liefde: “Liefde die door het hart van Christus is heengegaan. Wie door deze liefde gegrepen is, heeft geen verdere woorden nodig. Hij heeft geen ander verlangen dan te voldoen aan de roepstem, die van Van Dobbenburgh’s plaat uitgaat.


Deze grootformaat affiche (36 x 29 cm) werd destijds als reclame- of attentiemiddel ter bevordering van de kinderzegelverkoop op een duidelijk herkenbaar rechthoekig gedeelte, juist onder de brievenbusopening van het staande en rood gekleurde brievenbustype uit 1841 aangebracht.
Ook op de brievenbusaffiche (36 x 29 cm) raakt de linkerhand de meisjeskin aan en het gelaat, “dat zich in schroom wil afwenden, terwijl nochtans de oogen reeds in Christus’ blik gevangen zijn, zachtkens dwingt niet bevreesd te zijn en aan zijn borst te komen.” Het zijn realistisch afgebeelde handen van vlees en bloed. De ‘zwijgende-en-tegen-een-glimlach-aanzittende-kindermond’ is niet verstard tot een maskerachtige grijns. Dit kind vertegenwoordigt (belichaamt) duizenden andere hulpbehoevende kinderen.”
(Bron: Tijdschrift voor Armwezen, Maatschappelijke Hulp en Kinderbescherming, jaargang 1941, blz. 337).
Deze affiche mocht van de Duitse bezetter niet gebruikt worden, aangezien het model een meisje van half joods en half maleis bloed was. Het maandblad Filatelie 2011/1, blz. 62 geeft hierbij interessante aanvullende informatie van Gert Holstege mét een afbeelding.
In diezelfde tijd begonnen de anti-joodse maatregelen in Nederland een grote omvang aan te nemen. Van Dobbenburgh beeldde, bij wijze van verkapt protest, een niet-arisch meisje af. Na een aanval van het blad Storm-SS van 12 december 1941werd het affiche verboden. Hierdoor bleef een groot aantal folders ongebruikt achter.

Tijdens de oorlogsjaren was papierschaarste ook voor uitgeverij Reinou Kingma een groot probleem. Het dunne, redelijk doorzichtige papier geeft ons nog een vage spiegelbeeldige weergave van de kinderzegelaffiche 1941.
Reinou Kingma wist blijkbaar de hand te leggen op een aantal hiervan en bedrukte de achterzijde als briefpapier. Aangezien de folders waren verboden om op een postkantoor te gebruiken, zullen ze zeker de aandacht hebben getrokken van de klanten van Kingma en kan deze actie niet anders worden gekenschetst als een verkapte verzetactie. In 1947 verscheen de poster alsnog in het kader van de verkoop van de kinderzegels van dat jaar.”
Vraag
In 1936 heeft Aart van Dobbenburgh (hij behoort tot een Joodse familie) Surinaamse kinderzegels (nvph 179/82) met een Surinaams kind ontworpen. Is dit ook een portret van zijn dochter op 6-jarige leeftijd?




















Reacties (0)
Schrijf een reactie