Olympiade serie 1928 - Postzegelblog

Olympiade serie 1928

1

De eerste moderne Olympiade vond plaats in 1896 in Athene. De Griekse post vierde dat toen met een serie van 12 bijzondere zegels zonder toeslag. Daarna vond de Olympiade elke vier jaar plaats tot op de huidige dag, met onderbrekingen tijdens WOI en WOII. In 1928 was Nederland aan de beurt. Ons land had zich al voor de spelen van 1920 en 1924 kandidaat gesteld maar die gingen toen naar  Antwerpen en Parijs.

Voor de Spelen 1928 werd het Amsterdamse Olympisch Stadion  voor  31.600 toeschouwers gebouwd  (ontwerp architect Jan Wils) met de fraaie marathontoren als blikvanger. Voor het eerst zou tijdens de Spelen een Olympische vlam branden. Die vlam werd aangestoken niet door een atleet, maar door een medewerker van het Amsterdamse gasbedrijf.  Motto bij de ingang ‘Citius, Altius,  Fortius’ hetgeen betekent ‘sneller, hoger, sterker’.

Tja, sport was destijds nog wat elitair, beroepsatleten mochten niet meedoen,  sportmiljonairs bestonden niet. Er waren 3014 deelnemende atleten (daaronder 290 dames) uit 46 landen. De Spelen begonnen op Hemelvaarsdag 17 mei met hockey en voetbal. Na de voetbalfinale op 13 juni (Uruguay-Argentinië) werden de Spelen onderbroken en pas op 28 juli voortgezet. De sluitingsdag was 12 augustus. Gestreden werd  bij  14 sporten (16 disciplines). 327 medailles werden uitgereikt. Nederland werd achtste met 19 medailles waaronder zes goud. Voor verdere bijzonderheden, zie Wikipedia. Alles liep op rolletjes, de Spelen waren een groot succes, en de verkregen goodwill voor Nederland was groot.

Acht Olympiade zegels

Al in 1926 was bekend dat er per maart 1928 speciale Olympiadezegels zouden verschijnen. Het Nederlands Olympisch Comité (NOC) vroeg om een serie van zeven toeslagzegels. De aanmaakkosten zouden voor rekening van het NOC zijn, en de opbrengst van de toeslag  zou naar het NOC gaan. Het duurde nog een paar maanden van overreding want de minister van financiën was tegen. Hij vond dat toeslagzegels alleen voor een ‘door allen erkend goed doel’ konden worden uitgebracht.  Maar eind september 1926 werd toch toestemming van de Ministerraad verkregen. Het werden uiteindelijk acht zegels, dus inclusief de nauwelijks gebruikte waardes 2 cent (spoeddrukwerk tot 50 g) en 10 cent (internationale briefkaarten).

Boze tongen fluisterdan dat de heer J.F.van Royen, algemeen secretaris P&T, daarmee zijn vriend P.W.Waller, groot filatelist en penningmeester van het NOC een plezier wilde doen. De beurshandelaar Waller, een van Nederlands grootste filatelisten, had kort tevoren zijn kostbare studieverzameling Nederland aan de staat geschonken. Deze Wallercollectie is zoals bekend, tot op de huidige dag de kern van de postzegelverzameling in het Haagse Postmuseum.

Twee ontwerpers, vele problemen

Na enig uitzoekwerk werden medio 1927 niet een, maar twee ontwerpers aangesteld die elk een helft van de serie zouden ontwerpen. Zowel aansturing als uitvoering onder tijdsdruk waren nogal rommelig. De druktechniek stond niet vast – het werd uiteindelijk offset -, drukker Enschede had uit druktechnisch oogpunt bezwaar tegen enige voorontwerpen, ook de opdrachtgever vertegenwoordigd door de heren van Royen en Waller keurde ontwerpen af. Niet vast stond welke sporten afgebeeld zouden worden, de algemene opgave ‘sport, post en kunst tot een harmonieus geheel te smeden’ was voor de kunstenaars een welhaast onmogelijke taak. De ontwerpers professor L.O.Wenckebach (1895-1962) en F.A.Mees (1887-1968) hadden beide vele kunstwerken op hun naam, maar hadden uiteraard elk een eigen stijl zodat het moeilijk zou zijn een postzegelserie met eenduidig uiterlijk te krijgen. Het zouden bovendien geen postzegels worden met representatieve of symbolische beelden. Nee, het moesten figuren worden in actieve sportbeoefening, realistisch afgebeeld. De voorontwerpen zouden gebaseerd zijn op houtsnedes. Achteraf een knap staaltje dat het resultaat zo goed is geweest en ook tijdig is klaargekomen. De postzegels vormden uiteindelijk een eenheid en werden ook in het buitenland gunstig onthaald.  Overal wilde men van de symbolische beelden af en deze serie liet zien hoe dat kon.

Olympisch postkantoor

Er kwam gedurende de Spelen een tijdelijk Olympisch postkantoor ‘Amsterdam Stadion’, alleen toegankelijk voor personen met een geldig plaatsbewijs voor een van de wedstrijden. Dit kantoor,  bekend  als  het ‘Olympiahuisje’,  gebruikte een speciaal vijfhoekig dagtekeningsstempel en drie stempels. Ook was er een reclame vlagstempel IXe OLYMPIADE AMSTERDAM 1928.  Er werden officieel voorgedrukte Olympiade briefkaarten uitgebracht, daarnaast ook particulier bedrukte briefkaarten, de laatste alleen te koop in boekhandels.

Plaat- en andere fouten, winstgevende serie

De zegels in vellen van 10×20 stuks waren eenkleurig, papier watermerk cirkeltjes horizontaal, lijntanding 12, 11½x12, 11½, of 12×11½.  De velranden hebben kleurstrepen. Gezien de techniek zijn er kleurverschillen tussen de vellen. Er zijn nogal wat plaatfouten en druktoevalligheden bekend, en ook een paar druk- en perforatiefouten. De totale toeslagopbrengst bedroeg f. 60400.-,  de ontwerp- en fabricagekosten f. 10100.-,  dus het batig saldo voor het NOC  f. 50300.- . De Olympiade zegels waren te koop van 27 maart tot 15 september 1928 en bleven geldig tot 1 januari 1929.

Lit: NVPH catalogus, Wikipedia, Postwaarden Nederland. Illustraties uit Postwaarden Nederland.

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Nederland



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (1 stemmen, gemiddeld: 5,00 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Philip Levert van Postzegelvereniging Haarlemmermeer schrijft verhalen over postzegels waarin de geschiedenis en de reizen die hij gemaakt heeft een grote rol spelen.

Tags bij dit artikel

Reacties (1)

  • Laurentz Jonker op 26 juli 2011 om 01:42

    Dag Heer Levert,

    Uw bijdrage over de Olympiadezegels gelezen. Mijn complimenten. Grotendeels eens met Uw strak beknopte weergave. Informatie vooral geput uit het Handboek Ned. Postwaarden. Toch enkele kanttekeningen. 10c op geschreven briefkaart naar het buitenland is niet zo zeldzaam dan gedacht. Kritiek op voorontwerpen kwam niet van de drukker Enschede maar vooral van Van Royen.
    Olympiahuisje zoals U schrijft, is meer bekend onder de naam ‘portiershuisje’.
    Velranden met kleurstrepen is onvolledig, daar de 2ct als de 5c geen kleurstrepen kennen.
    Hetzij U alles vergeven, Uw verhaal is strak en duidelijk. De afgebeelde poststukken zijn in mijn verzameling.
    De Olympiadezegels zijn mijn levenswerk.
    Er is een concept boek, verhaal in Postwaarden is beperkt. Uit mijn concept boek zijn 2 specifieke boekjes uitgegeven: A. de Olympische aantekenstroken en B. de Olympisch particulier bedrukte zgn Huygens-kaarten.(zie recentie in het Maandblad van mei: Boekenplank) Ter info: Postex 2011: 6 kaders plaatfouten Olympiadezegels 1928. Zeer uitzonderlijk

    Groet,
    Laurentz Jonker

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)