TNT Post geeft sinds 2008 jaarlijks een postzegelvel Jubileumzegels uit waarop vijf verschillende organisaties centraal staan die dat jaar hun jubileum vieren. In 2011 vieren de volgende vijf organisaties hun jubileum: de OESO 50 jaar, de KNBB 100 jaar, de KNDB 100 jaar, Slot Loevestein 650 jaar en het GeNeCo 100 jaar.
Het ontwerp kenmerkt zich door een typografische aanpak waarbij het grootste deel van de beschikbare ruimte wordt ingenomen door de naam van de organisatie en het aantal jaren van het jubileum. Door de kleurstelling en de gekozen illustratieve vormen krijgt elke postzegel een geheel eigen karakter, in overeenstemming met de aard van de jubilerende organisatie.
Voor de OESO is dat een veelkleurig staafdiagram, voor de KNBB biljartballen met de bijbehorende kleuren voor de verschillende keusporten, voor de KNDB een dambordpatroon in traditionele tinten, voor Slot Loevestein schuin doorsneden letters met kleuren die naar middeleeuwse banieren verwijzen en voor het GeNeCo notenbalken met de kleur uit hun jubileumlogo.
Tussen elk duo identieke postzegels bevindt zich een tekstzegel met een korte definitie van de jubilaris. Het logo van de desbetreffende organisatie staat weergegeven op tekstzegel.
OESO
In 2011 bestaat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) 50 jaar. De OESO heeft haar wortels in de organisatie die na de Tweede Wereldoorlog werd gesticht met het oog op de besteding van de Marshallhulp voor de wederopbouw van Europa. Toen deze landen economisch weer op de been waren, werd in 1961 besloten de samenwerking voort te zetten. Niet alleen onderling, maar ook ten behoeve van andere gebieden in de wereld. De internationale samenwerking binnen de OESO beperkt zich intussen niet meer tot economische kwesties, maar omvat vraagstukken van werkgelegenheid tot corruptiebestrijding, van het verbeteren van onderwijs en gezondheidszorg tot het wegnemen van handelsbelemmeringen, van armoedebestrijding tot het zorgvuldig omgaan met eindige grondstoffen. Groene groei, innovatie en voedselzekerheid zijn onderwerpen die nu hoog op de agenda staan.
De OESO-landen en hun partners zoeken vanuit hun eigen belang gezamenlijk naar de beste oplossingen en doen daarover aanbevelingen aan de lidstaten op de naleving waarvan wordt toegezien. Door het succes van dit model is het aantal OESO-landen inmiddels uitgebreid tot 34, daarbij inbegrepen landen als Chili, Mexico en Zuid-Korea, die een snelle ontwikkeling hebben doorgemaakt. Vanwege hun toenemende belang voor de wereldeconomie wordt de samenwerking met landen als China, India, Zuid-Afrika en Rusland versterkt.
De solidariteit die de VS met het getroffen Europa aan de dag legde, is nu de basis waarop OESO-lidstaten elkaar en andere landen aanmoedigen tot samenwerking ter ondersteuning van hun ontwikkeling, aldus Edmond Wellenstein, permanent vertegenwoordiger voor Nederland bij de OESO in Parijs. “Na de oorlog heeft Europa kunnen profiteren van de Marshallhulp. Die hulp gold en geldt als een goede praktijk die volgens de redenering van 1961 ook elders toepasbaar was. Vandaar dat vanuit de OESO een partnerschap voor ontwikkeling is ontstaan dat niet alleen heeft geleid tot bloei in en uitbreiding van het aantal lidstaten, maar ook daarbuiten. Zo blijft de OESO de wereldagenda voor economie en ontwikkeling mede bepalen en tegelijkertijd leren van de eigen ervaringen. Al 50 jaar ten dienste van mens, milieu, maatschappij en ontwikkeling. Beter beleid voor een beter leven!”
KNBB
In 1911 werd de Nederlandse Biljart Bond opgericht en binnen veertig jaar kreeg deze vertegenwoordiger van de biljartsport in ons land al het predicaat koninklijk uitgereikt. Als KNBB viert de bond dit jaar dan ook het honderdjarig bestaan. De Koninklijke Nederlandse Biljart Bond komt op voor de belangen van al degenen die de vier grote keusporten beoefenen: carambole, driebanden, pool en snooker, zowel individueel als in verenigingsvorm. In totaal zijn er bij de KNBB 32.000 georganiseerde competitiespelers en 1500 verenigingen aangesloten. Recreatieve biljarters zijn er veel meer, naar schatting zo’n anderhalf miljoen. Daarmee is het een van de tien grootste vrijetijdsbestedingen in Nederland.
Vergeleken met andere landen is de KNBB onbetwist de grootste nationale federatie. Uitgezonderd snooker behoren de Nederlandse keusporters bovendien tot de absolute wereldtop. Pool, snooker en driebanden zijn door NOC*NSF erkend als categorie 1 topsport. Het honderdjarige bestaan van de KNBB wordt gevierd met tal van activiteiten, waaronder nationale en internationale kampioenschappen. Het hoogtepunt van de viering is de landsfinale tussen 25 juni en 2 juli in sportcomplex Merwestein in Nieuwegein.
“Het gaat goed met de biljartsport in Nederland”, beaamt Willem La Rivière, directeur van de KNBB. “We hebben de afgelopen jaren de organisatie ingrijpend vernieuwd en voorbereid op de toekomst. En met succes, want we zien het ledenaantal weer langzaam stijgen. Voor ons is de uitdaging dat er heel veel recreatieve spelers zijn, maar relatief weinig van hen georganiseerd competitie spelen. Beide groepen willen we graag van dienst zijn.”
De verenigingen en hun competitiespelers worden door de KNBB op tal van manieren ondersteund. Niet alleen door het organiseren van competities en kampioenschappen, geven van opleidingen, promotie en het leiden van programma’s voor talentontwikkeling, maar ook met juridische en organisatorische ondersteuning. “Denk aan vragen op het gebied van reglementen, energie, huisvesting, contracten en dergelijke”, aldus Willem La Rivière. “Maar we zijn er net zo goed voor de ongeorganiseerde liefhebbers van de keusporten. Ook zij kunnen rekenen op innovatieve diensten. Zo is inmiddels www.biljart.tv van start gegaan waar live via internet wedstrijden te volgen zijn. Verder komt er een business-club waardoor we ook het bedrijfsleven veel meer en beter bij de sport kunnen betrekken en www.biljartvriend.nl waarmee we ons richten op de recreatieve biljartliefhebbers. We hebben goede voorbeelden, want in Nederland lopen heel wat toppers rond. Denk aan Dick Jaspers en Raimond Burgman voor het driebanden, Sander Jonen voor het biljart artistique, Henri Tilleman in het libre en kaderspel en Nick van den Berg en Niels Feijen bij het poolbiljart. Hun toekomstige opvolgers spelen misschien nu al competitie, maar mogelijk lopen ze ook gewoon als liefhebber rond. Ook een van de redenen dat onze aandacht volop uitgaat naar beide groepen.”
KNDB
De Koninklijke Nederlandse Dambond (KNDB) viert in 2011 zijn eeuwfeest. Het damspel is al eeuwenoud, maar in 1911 was volgens diverse damverenigingen in het westen van het land de tijd rijp om een nationale bond op te richten en een landelijke competitie te beginnen. Daarna sloten meer verenigingen uit andere delen van Nederland zich bij de KNDB aan. Internationaal succes was er vrijwel meteen: Herman Hoogland werd in 1912 de eerste Nederlandse wereldkampioen. In 1928 volgde Ben Springer. De legendarische Piet Roozenburg was vanaf 1948 de eerste naoorloogse wereldkampioen uit ons land. In de jaren zeventig en tachtig beleefde de Nederlandse damsport zijn hoogtepunt dankzij het fameuze drietal Ton Sijbrands, Harm Wiersma en Jannes van der Wal. Het aantal KNDB-leden bereikte toen ook zijn top met tienduizend leden. Een eeuw geleden begon de KNDB met dertig verenigingen en duizend leden, nu telt de bond 230 aangesloten verenigingen en zesduizend leden.
Dammend Nederland staat van oudsher aan de top. “Na Rusland zijn wij het tweede damland ter wereld. Qua organisatiegraad zijn we zelfs de nummer één”, zegt waarnemend bondsdirecteur Johan Haijtink. “De wereldbond zetelt ook in Nederland. Je zou kunnen zeggen dat dammen het schaatsen onder de denksporten is. Toch blijven we net als alle andere denksporten een marginale sport. Er zijn maar enkele professionals. Dat komt natuurlijk doordat denkende mensen niet mediageniek zijn. Terwijl het spel enorm is geëvolueerd, vooral toen de Russen zich vanaf 1958 op het internationale front meldden. Zeker in deze jachtige tijd, waarin andere sporten om aandacht schreeuwen en drie à vier uur stilzitten sowieso een opgave is geworden, raakt een bedachtzaam spel als het dammen in de verdrukking. Maar vanuit Nederland leiden we de vernieuwing. Met sneldammen als aparte tak van sport, door het tempo van partijen hoger te leggen, maar ook met de promotie van internetdammen. Daarmee verlagen we de drempel om mee te doen. En wie weet vinden de grote toernooien straks wel via internet plaats.”
Slot Loevesteijn
In 1361 laat ridder Dirc Loef van Horne een ‘onneembaar’ kasteel bouwen, op een locatie die ideaal is om zijn feodale belangen te verdedigen en om tol te heffen. Nu, 650 jaar later, verrijst Slot Loevestein nog steeds op dezelfde plek in de uiterwaarden in het Munnikenland, daar waar Maas en Waal samenkomen en Gelderland, Noord-Brabant en Zuid-Holland elkaar raken. In de 16e eeuw, ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog wordt Loevestein een staatsgevangenis waar vijanden van de Republiek der Verenigde Nederlanden worden opgesloten. De bekendste van hen is natuurlijk Hugo de Groot, die Loevestein beroemd maakt door zijn spectaculaire ontsnapping in een boekenkist.
Als sluitstuk van de Hollandse Waterlinie heeft Slot Loevestein eeuwenlang een belangrijke rol gespeeld in de verdediging van ons land. Bezoekers kunnen nog steeds de resten van dit militaire verleden zien in de vorm van aarden wallen, dubbele grachten, arsenaal, kazemat en het straatje met soldatenhuisjes.
“Daar komen jaarlijks zo’n honderdduizend mensen op af”, vertelt directeur Ien Stijns. “Onze populariteit is niet verwonderlijk, want direct of indirect heeft het slot altijd een belangrijke rol in de wordingsgeschiedenis van Nederland gespeeld. Als strategische plek voor tolgelden, als gevangenis tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten en gedurende de strijd tussen remonstranten en contraremonstranten, als kazerne voor zowel de Oude als de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Je ziet: Slot Loevestein was altijd een factor van belang in de machtsverschillen in verschillende periodes.”
Dat is ook de reden dat Slot Loevestein – samen met de ontsnapping van Hugo de Groot – een plek heeft verworven als zestiende ‘venster’ in de officiële Canon van Nederland. Ien Stijns: “Want Hugo de Groot is niet alleen een spannend ontsnappingsverhaal, hij heeft ook enorme invloed gehad op ons rechtssysteem. Alle zaken die hij beschreef op het gebied van volkenrecht en zeerecht – denk aan piraterij – zijn nu ook nog steeds van belang. Daarom is Slot Loevestein bij uitstek geschikt om als museum de relatie tussen heden en verleden te leggen.”
De militaire functie van Slot Loevestein wordt in 1951 opgeheven en sinds 2003 is het officieel geregistreerd als museum. Bovendien is het een van de 39 plekken in Nederland die, in het kader van het project Ruimte voor de Rivier, de strijd met het water aangaan doordat de Waal in het Munnikenland ruimte krijgt om te wassen. Daardoor wordt Slot Loevestein bij hoog water weer een echt onneembare vesting.
GeNeCo
De viering van het 100-jarig bestaan van het Genootschap van Nederlandse Componisten (GeNeCo) in 2011 staat uiteraard in het teken van de muziek. Het jubileum zal uitbundig worden gevierd met evenementen en concerten met Nederlandse composities in het hele land. Hoogtepunt is een concert van het Nederlands Philharmonisch Orkest op 3 september in de Grote Zaal in het Concertgebouw. Uiteraard wordt daar werk uitgevoerd van leden van het Genootschap. Deze leden – op dit moment zo’n 200 – zijn allen componisten van ‘ernstige’ muziek, werken bedoeld voornamelijk voor uitvoering in de concertzaal. Het Genootschap behartigt als beroepsvereniging hun belangen. Dat gebeurt onder andere door overleg te voeren en contacten te onderhouden met organisaties als het Fonds voor de Podiumkunsten, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Muziek Centrum Nederland, the International Society of Contemporary Music (ISCM), Buma/Stemra en soortgelijke organisaties.
Bij de oprichting van het Genootschap in 1911 waren zwaargewichten betrokken als Alphons Diepenbrock, Jan van Gilse, Johan Wagenaar en Bernard Zweers. Hun initiatief was bedoeld om het vak van componist – dat toentertijd niet als zelfstandige professie werd beschouwd – een stevige duw in de rug te geven.
Is dat geslaagd? “Grotendeels wel”, vindt Jeff Hamburg, voorzitter van het bestuur van het Genootschap en zelf ook componist. “Ongeveer een kwart van de componisten is full-time componist. De overige leden werken tevens als uitvoerend musicus, leraar of dirigent.” Onder leiding van Hamburg probeert het Genootschap een actief beleid te voeren en het werk van de leden zoveel mogelijk te promoten. “Dat is hard nodig, zeker nu de overheid zich langzaam als subsidiegever terugtrekt. Nederlandse muziek is van een zeer hoog niveau, maar krijgt na de succesvolle jaren zeventig, tachtig en negentig inmiddels in ons eigen land weinig aandacht. Internationaal wel. Werken van onze leden zijn vaker op BBC 3 te horen dan op Radio 4.”
Naast de promotie van de Nederlandse ernstige muziek houdt het Genootschap de leden op de hoogte van het overheidsbeleid op het gebied van gecomponeerde muziek en de internationale ontwikkelingen met betrekking tot concoursen, symposia en subsidies. Dat alles met als doel de toekomst van de Nederlandse muziek te waarborgen Jeff Hamburg: “Er bestaat wel eens het misverstand dat nieuwe muziek vreemd en angstaanjagend zou zijn Dat is absoluut niet waar, ook nu worden er schitterende werken geschreven die in de rijke traditie van het Nederlandse muziekleven passen.”
“Mijn werk is sterk typografisch van karakter”, zegt André Toet op de vraag naar het waarom van zijn keuzes. “Daarbij keer ik altijd zo veel mogelijk terug naar de basis, naar lettertypes zonder franje. In mijn ontwerpen probeer ik altijd een slag dieper vorm te geven, waardoor mensen iets op hun tenen moeten staan. Mijn ontwerpen hebben dan ook vaak een uitdagend karakter, waardoor de opdrachtgever soms moet wennen aan het resultaat. Dat is niet erg, ontwerpen is ook verkopen. Het vraagt natuurlijk wel dat je je opdrachtgevers vanaf het begin bij je beslissingen betrekt zodat ze weten waarom je bepaalde keuzes maakt.”
Geldt dat ook voor de Jubileumpostzegels? “Natuurlijk”, antwoordt André Toet. “Bijzonder daarbij is bovendien dat je met vijf organisaties te maken hebt – plus TNT Post als directe opdrachtgever – terwijl je toch al die ontwerpen in één postzegelvel wilt opnemen. Mijn doel was een serie te maken waarin die verschillende werelden – sportbonden, een internationale organisatie, een museum en een componistenvereniging – zo goed mogelijk op elkaar aansluiten. Ik heb daarom veel schetsen gemaakt en veel ontwerpen verkend om de grenzen op te zoeken. Vervolgens probeer je daarin de wensen van de organisaties weer mee te nemen om uiteindelijk op een resultaat uit te komen waarin iedere postzegel zijn eigen verhaal vertelt binnen een postzegelvel met een uniforme uitstraling.“
“Voor alle postzegels geldt dat ik typografisch zo veel mogelijk het vlak heb gevuld. Tekst als beeld, beeld als tekst. Dat kan ook, want de naam alleen al vertelt een groot deel van het verhaal. Als lettertype heb ik de Akzidenz Grotesque gekozen, een heel bijzondere letter. Niet eenvoudig om te gebruiken, maar dan is het des te bevredigender als je erin slaagt een samenhangend ontwerp te maken waarin je ook met de letters zelf kunt spelen. Bijvoorbeeld door ze open te werken zoals op de postzegels voor het GeNeCo of door ze schuin te doorsnijden zoals voor Slot Loevestein.
Verder heb ik geprobeerd met deze grafische beelden zo eenvoudig mogelijk de bewuste organisatie te visualiseren. Zo staat de grafiek in de OESO-postzegel voor groei, zijn de biljartballen bij de KNBB een paar keer gebruikt als vervanging voor letters en zie je bij de KNDB-postzegel dankzij de vlakverdeling en het kleurgebruik de contouren van damschijven en het patroon van een dambord terug. De schuine doorsnijdingen in het logo van Slot Loevestein keren weer terug in de letters op de postzegel en bij de postzegel voor het GeNeCo heb ik de letters het karakter van muzieknoten gegeven door de lijnen van de notenbalk erachter te plaatsen en de letters op de juiste plekken open te werken.”
Biografie ontwerper
André Toet volgde zijn opleiding tot grafisch ontwerper aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en Central Saint Martins College of Art & Design in Londen. Praktijkervaring deed hij op bij Total Design, waarna hij in 1983 Samenwerkende Ontwerpers oprichtte. Dit in Amsterdam gevestigde bureau heeft tal van spraakmakende ontwerpen op zijn naam staan die veel prijzen in de wacht hebben gesleept, onder meer voor het inrichten van tentoonstellingen (Museon Den Haag, Natura Docet Denekamp).
André Toet en zijn collega’s zijn verder bekend van tal van huisstijlen en logo’s, waaronder dat van Ajax, Bayern München en de KNVB. Ook met jaarverslagen en brochures werden veel prijzen gewonnen. Het bureau, waar momenteel vijf ontwerpers werken, is al sinds 1997 verantwoordelijk voor de opvallende vormgeving rondom de Nederlandse Huisstijlprijs voor de Grafische Cultuurstichting.
De postzegels zijn, zolang de voorraad strekt, verkrijgbaar bij de Collect Club in Groningen, via de Onlinewinkel op www.tntpost.nl en bij de reguliere verkooppunten. De geldigheidstermijn is onbepaald.
Technische Gegevens
Uitgiftedatum: 2 mei 2011
Zegelformaat: 36 x 25 mm
Tanding: 14 ½ : 14 ½
Papier: normaal met fosforopdruk
Gomming: synthetisch
Druktechniek: offset
Oplaag: 220.000 vellen
Drukkerij: Joh. Enschedé Security Print, Haarlem
Soort zegels: velletje met 10 bijzondere postzegels in vijf verschillende ontwerpen met daarbij 5 tekstzegels gewijd aan de vijf jubilerende instellingen
Drukkleuren postzegel: geel, magenta, cyaan en zwart
Bron: TNT Post























Reacties (26) Schrijf een reactie
Ben ik cynisch als ik zeg dat ik vooral de Loevesteinzegel faaaaantaaaaastisch vind? Ongeloooooflijk moooooi.
Mooie vormgeving, sterke grafische expressie
Alweer waardeloze ontwerpen. Die Loevenstein-zegel daar had een prachtige afbeelding van het slot op kunnen staan. Alleen maar letters op alle vijf de zegels. Thematische verzamelaars wereldwijd worden weer teleurgesteld! TNT wil toch graag geld verdienen aan postzegels? Zorg dan voor ontwerpen die ook voor buitenlandse verzamelaars aantrekkelijk zijn.
‘t zijn wel; dure velletjes voor de “KLEINE KAMER”
sorry, spontane assertiviteit
Marte Röling revisited!
In een advertentie voor Trouw-lezers in Trouw van vandaag wordt treffend de tegenstelling tussen Arpiwfinch en Lars verwoord: “Kunst kan ontroeren, prikkelen en koud laten. De meningen lopen al snel uiteen, discussies laaien hoog op. Is dat uitsluitend een kwestie van smaak? Is mooie kunst automatisch goede kunst? Of zijn er andere manieren om kunst te beoordelen?”
Een verschil in postzegelafbeeldingen?
De ene zegel geeft een objectieve afbeelding en andere een subjevtieve verbeelding. Beide methoden hebben aanhangers.
Bate,
dat deze zegels van TNTPost een andere status hebben gekregen dan de vast-kader zegels maakt dat ze tot kunst????
Of Kunst met een grote K????
Of is het toch allemaal gewoon gebruiksdrukwerk zoals aardig of niet opgemaakte advertenties in het locale suffertje???? Verleidend tot de aankoop van een bed of een kilo chocolade paaseitjes… Uiteindelijk net zo nuttig te consumeren als een blokje postzegels :)
Eerst vond ik het ook vreselijke postzegels, maar nu ik weet waar de ontwerpers naar gekeken hebben en hoe ze tot dit ontwerp zijn gekomen, dan vind ik het grote klasse! Het is namelijk een vreselijk moeilijke opdracht om 5 zo verschillende organisaties bijeen te brengen op een velletje en dit zo te doen dat het toch een geheel wordt. Dus mijn mening is uiteindelijk toch behoorlijk bijgeschaafd.
Smaken verschillen inderdaad (en gelukkig). In vergelijking met voorgaande jaren vind ik dit velletje het minst geslaagd. De “letters” moeten het velletje tot een geheel brengenen dat vind ik niet echt creatief.
Waarom geen boekenkist (die mag echt niet ontbreken) met wielen van biljartballen, daarboven op een dambord, en aan de zijkant een muziekbalk, wat daardoor economische samenwerking uitbeeld. Ik ga zelf wel wat ontwerpen en laat daar een persoonlijke postzgel van maken.
@Lia: ‘…maar nu ik weet waarnaar de ontwerpers gekeken hebben en hoe ze enz. enz…’. Is het niet belachelijk dat je bij Nederlandse postzegels tegenwoordig heel veel tekst nodig hebt om uit te leggen wat ze voorstellen? Ik volg heel veel landen bij hun ontwerp en uitgifte van postzegels, maar er is geen land ter wereld dat daarbij zo ver is doorgeschoten als Nederland. Echt, ik ben een grote bewonderaar van Nederlands design en van moderne Nederlandse architectuur – prachtig, prachtig – maar zo’n Loevesteinzegel… hoe verzin je zoiets. Kijk bijvoorbeeld eens naar de VN-zegels van het Duitse werelderfgoed van 2009. Modern en toch prachtig. Waarom kan zoiets niet in Nederland?
Ik vraag mij in gemoede af, of deze zegels wel Cataloguswaardig zijn!
NVPH doe u taak eens !!
Gelukkig staat er tekst bij anders is het een zoekplaatje zoals de test bij de brillendokter om tezien hoe het met de ogen staat .Ook testen op iq volgt deze methode .De kleuren maken er nog wat van zeker voor de motief verzamelaar een motief om te stoppen .Ach en het verhaal van de ontwerpers is de taktiek dat er altijd wel iemand in hun verklaring over het ontwerp trapt .
Ik moet toegeven:
Het zijn internationaal aansprekende ontwerpen. Voor een ieder begrijpelijk!
En wat kosten de zegels, gewoon 1 klaar is kees simpeler kan het niet ,dus betalen we met 1 ff zoeken waar staat 1 voor uhh tsja waar kan ik dit vinden 15 minuten later via internet gevonden 1 is op dit moment € 0,46 ..Bij de kaasboer rekende ik van de week 5 af en bij de benzineboer 100 mijn huur is 1000 maar bij de komende huurverhoging komt er 8 bij je blijft lachen .Op school hoeveel is 1+ 1 ?
tsja geen wonder dat het rekenen op school minder is dan vroeger !!
Kwam Medisch Centrum West niet op Nederland 2 ?
Jan,
a.j.b. krijgen we ook vast-kader zegels met een “2″!
Moet kunnen!!!!! En vergeet Europa en Wereld niet! Misschien “Voice of Holland”??
Het is elke keer weer opvallend hoe sommigen op dit blog er in een mum van tijd in slagen met hun ‘lollige’ cq ‘intellectuele’ opmerkingen de aandacht af te leiden van het onderwerp. En dat allemaal vooral ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Gatsie, zo gauw ik hun aliassen zie staan, haak ik af. Heren, ga a.u.b twitteren of chatten met elkaar, maar val mij niet lastig met jullie geneuzel dan wel gymnasiumgezeik.
Waar staat R.P. Vink voor?????
Aljas of paljas…
Vandaag voor ‘Royale Postzegel’
Tja, denk dat ik ze zelfs niet koop voor frankering aan mijn buitenlandse vrienden……
Stampy@ er is een overvloed aan verschillende zegels wereld en europa dus keus zat !!!!
Dag Aad,
Daar zit ik ook geheel niet mee……
Heb natuurlijk -net als de rest van de verzamelwereld- ook nog heel wat HFl zegeltjes zitten….;-)
Stampy Maar ik bedoelde het anders de keuze wereld en europa is juist zeer beperkt toch !
helaas is dit vel niet te krijgen bij TNT verkooppunten, wel bij de BRUNA maar deze hadden vanmorgen ook nog niet ontvangen.
Zo’n internationaal aansprekend ontwerp is natuurlijk in no time uitverkocht!!.
Een oplage van slechts 220.000 vellen!
@Spijkerman,e.a.
Het is toch van de zotte om een detective in te huren om te uit te zoeken waar de TNT ,zijn en welke, postzegels verkoopt.
Schrijf een reactie