De veelzijdigheid van 400 invalshoeken in de filatelie - Postzegelblog

De veelzijdigheid van 400 invalshoeken in de filatelie

7

U herinnert zich ongetwijfeld deze postzegel die afgelopen jaar is uitgegeven. Maar heeft u ook gezien dat er iemand  fietst door het landschap? Maar nog specifieker:  De fietser steekt zijn duim op, omdat hij het gevoelsmatig erg naar zijn zin heeft in het mooie Nederlandse landschap. Wel met dit 400e artikel op www.postzegelblog.nl hoop ik u niet alleen op de meerwaarde van Nederlandse postzegels te attenderen, maar ook op de verscheidenheid aan invalshoeken, waarmee ontwerpers door de jaren heen postzegelafbeeldingen samenstellen.

Eenzijdige en oppervlakkige benaderingen

1. Geliefden en vrienden worden (in tegenstelling tot postzegels) gevoelsmatig om hun innerlijke kwaliteiten en verschijning gewaardeerd en geliefd . Postzegels daarentegen worden (in tegenstelling tot geliefden en vrienden) om hun uiterlijke kwaliteiten en verschijning gevoelsmatig beoordeeld en/of veroordeeld.

2. Een mening over een postzegelafbeelding wordt in een korte tijd gevormd overeenkomend met die bij de waarneming van voorbijlopende personen als u genietend van koffie en gebak op een terras zit. Daarbij komen oppervlakkige invalshoeken (uiteraard van uiterlijke aard) aan de orde bij de beoordeling van de passerende personen als kleding, lengte, houding, haarkleur en/of een ander uiterlijk kenmerk. Het interessante, boeiende en aantrekkelijke van de persoon (dus van innerlijke aard) krijgt in het geheel geen aandacht.

3. Aan de achter de postzegelafbeelding liggende boodschap (gevoelsmatige benadering, idee en visie van de ontwerper) wordt feitelijk ook weinig aandacht besteed door de verzamelaar en filatelistische pers. Door deze eenzijdige benadering wordt het aantrekkelijke en meerwaardige ‘leven’ van de postzegelafbeelding onderbelicht. De postzegel wordt hiermee ten onrechte tot een afstandelijk, weinig aansprekend en ogenopenend ‘voorwerp’ gedegradeerd.

Verscheidenheid aan invalshoeken

U zult in de loop der tijden (bijna vijf jaar!!) ongetwijfeld gemerkt en ontdekt hebben dat ik (in tegenstelling tot andere filatelistische informateurs) de Nederlandse postzegel meermalen vanuit verschillende invalshoeken benader. Ik plaats een postzegel geregeld in een breder perspectief, een ruimer kader en/of een gevarieerdere context.

1. Verscheidenheid aan invalshoeken

De grote verscheidenheid aan invalshoeken wordt door omstandigheden van tijd en plaats als mode, normen en waarden (van een zeker moment) bepaald. Ze zijn dus tijd- en plaatsgebonden. Hierbij kan o.a. gedacht worden aan de al maar veranderende invloeden van:

  • sociaal-maatschappelijke
  • economische
  • culturele
  • politieke en
  • druktechnische aard

2. Afbeelding of verbeelding van de werkelijkheid

Ook een ontwerper heeft zo zijn eigen persoonlijke kijk op een postzegelonderwerp. Hij kijkt er niet neutraal en zonder gevoel naar. Hij heeft er een sterk persoonsgebonden, individuele en gevoelsmatige kijk op. De ontwerper kan met zijn persoonlijke invalshoek uitgaan van een AFbeelding [2a] of een VERbeelding [2b & 2c] van het postzegelonderwerp.

2a. AFbeelden met realistische (deel)afbeelding(en)

Bij een afbeelding gebruikt de ontwerper een werkelijkheidsgetrouwe (deel)afbeelding van het postzegelonderwerp als een foto of een realistische tekening daarvan.

De Mooi NL-postzegels geven een duidelijk dekkende weergave van deze benaderingswijze. De ontwerper geeft een fotografische INDRUK (impressie [impressionistisch beeld]). Het postzegelonderwerp en de postzegelafbeelding stemmen geheel met elkaar overeen. Ze ondersteunen elkaar over en weer.

2b. VERbeelden met NIET werkelijkheidsgetrouwe (deel)afbeelding(en)

Bij deze wijze van vormgeven speelt het gevoel (emotionaliteit) van de ontwerper een dominerende rol. Door kleur, (ver)vorm(ing) en grootteverschil ontstaan van de werkelijkheid afwijkende voorstelling(en) op de postzegel. Dit persoonsgebonden, van de werkelijkheid afwijkende (gestyleerde) grafische werk van de ontwerper spreekt niet iedereen (in dezelfde mate!!) aan. Deze wijze van UITDRUKKEN (expressie [expressionistisch beeld]) is behoorlijk afwijkend van de ‘huisje-beestje-boompje-afbeelding’.

De recent uitgegeven Jubileumpostzegels 2010 en de Aids-postzegels geven een ‘verwrongen’ beeld van de werkelijkheid. Let daarbij bijvoorbeeld o.a. op het te onlogische grootte-verschil tussen kameel en piramide.

2c. VERbeelden met een afbeelding

Bij kinderzegels, zomerzegels (1935 t/m 1947) en nog enkele andere emissies gebruikt de ontwerper een symboolfiguur en/of een voorbeeldpersoon. Het postzegelonderwerp en de postzegelafbeelding stemmen NIET met elkaar overeen.

Deze realistisch weergegeven ‘voorbeeldpersonen’ (afkomstig uit de [a] bijbel, [b] mythologie en [c] allegorie mét een bijpassend inhoudsvol (levens)verhaal) symboliseren of vertegenwoordigen een hoger abstract begrip als weldaad, bescherming, ondersteuning of hulp.

Zij funderen als beschermers, bemiddelaars en/of vertegenwoordigers door hun verschijning en/of activiteit. Deze ‘figuren’ verbeelden (symboliseren) niet direct en rechtstreeks, maar via een omweg dus een hoogstaand begrip/standpunt/doel, die mensen aanspoort en/of oproept er zich bij aan te sluiten of er mee in te stemmen. Zie de bijpassende en ondersteunende postzegelafbeeldingen die hierbij volgen.

Levensverhaal van een bijbelse persoon: Sint Christoffel de Christusdrager
De legende over Sint Christoffel vertelt over een man die Reprobus heet. Dit is een man die alleen wilde werken voor de hoogste baas. Hij gaat werken voor de koning, omdat hij denkt dat de koning de hoogste baas is. Maar de koning is bang voor de keizer. Reprobus besluit daarom om voor de keizer te gaan werken. Maar de keizer is bang voor de duivel. Dus gaat Reprobus voor de duivel werken. Maar de duivel is bang voor Christus. Opnieuw besluit Reprobus om van baas te veranderen en hij wil nu voor Christus werken. Om Christus te dienen helpt hij mensen een rivier over te steken. Dat doet hij door ze op zijn schouder de rivier over te dragen. Op een dag moet hij een kind de rivier overzetten, maar het kind wordt steeds zwaarder. Halverwege de rivier lukt het hem niet meer om door te lopen. Het kind onthult dat hij Jezus is en doopt Reprobus in de rivier. Zijn doopnaam wordt Christoffel, dat Christusdrager betekent. Als heilige wordt Sint Christoffel afgebeeld als een man met een kind op zijn schouder. 24 juli is zijn feestdag. Hij wordt als beschermheilige van verkeerdeelnemers herinnerd en/of gesymboliseerd /verbeeld.

Levensverhaal van een mythologische persoon: Pallas Athene, godin der wijsheid
Volgens het mythologische levensverhaal is Pallas Athene voortgekomen uit het hoofd van haar vader Zeus. Ze was meteen bij de geboorte al gekleed in een harnas, had een helm op en droeg een speer en een schild. Pallas Athene had meer oog voor de intellectuele en beschaafde kant van de oorlogsvoering (strategieën) en minder voor de actieve strijd. Ze was daarbij wijs en verstandig. Vandaar dat ze gezien wordt als godin van de wijsheid en van de kunst. De stad Athene, die naar haar genoemd is, werd haar belangrijkste vereringsplaats. Op de heuvel van de Akropolis bouwden de inwoners van Athene een prachtige tempel, het Parthenon, voor haar.
Pallas Athene is de beschermheilige van de Universiteit van Utrecht.

Beeldverhaal van een allegorische voorstelling: geven en ontvangen van hulp/bescherming
De gestileerde personen van beide Toorop-bijslagpostzegels symboliseren op allegorische wijze in 1923 (ten tijde van groeiende werkeloosheid) geven en ontvangen. In een mengeling van vroomheid en symboliek verbeelden de postzegels een vorm van praktische weldadigheid.

De 2 cent postzegel (nvph 134) staat links een man met baard en met een kom in de hand of arm. Hij geeft aan twee geknielde vrouwen – beiden met opgeheven handen – iets, misschien voedsel. Aan de linker kant van de ‘gever’ staan planten in bloei en gebogen in de knop. Ze symboliseren rijkdom en overdaad. Rechts van de ‘ontvangenden’ staan stengels van een gewas zonder bladeren. Hiermee wordt armoede gesymboliseerd. Het geven en ontvangen hangt in dit beeldverhaal samen met de tegenstelling rijkdom en armoede.

Op de 10 cent postzegel (nvph 135) zitten twee vrouwen tegenover elkaar. De ene vrouw overhandigt met haar rechter hand een gave aan de andere en houdt daarbij de linker hand zegenend omhoog. De ruimte links en rechts van de dames wordt door ‘bewegende’ betekenisloze decoraties gevuld.

Bij de kijker moeten deze beeldverhalen een gevoel van affiniteit en verwantschap geven, maar tegelijk ook een oproep van afschuw. Betrokkenheid moest de mensen destijds overhalen en/of aansporen deze bijslagpostzegels te kopen.

Toch blijken deze bijbelse, mythologische en allegorische (uit de schilderkunst afkomstige én geleende) symboolpersonen niet op postzegelafbeeldingen met een bijslag (weldadigheidspostzegels) te voldoen. Te intellectueel en te afstandelijk en daardoor niet geliefd en aansprekend. De ‘voorbeeldfiguren’ zijn te ver verwijderd van de dagelijkse belevingswereld van het volk. Niet geschikt en aantrekkelijk mensen aan te sporen ietsje meer geld voor een bijslagpostzegel uit te geven.

Dichter bij het volk staande persoon voor kinderzegels is het gezonde en levenslustige kind (en de spelattributen uit het kinderleven). Hét aantrekkelijkste ideaalbeeld voor het hulpbehoevende kind (al vanaf de start van de kinderzegeluitgave in 1924 tot op dit moment nog steeds geldig voor de doelgroep).

De zomerzegels daarentegen vonden in de periode 1935 t/m 1947 aansprekende voorbeeldfiguren (vertegenwoordigers) in het sociale en culturele leven uit vroegere eeuwen geschikt om gelden te verwerven voor sociaal en cultureel zwakkere doelen uit onze maatschappij. Toen zeer aansprekend voor de bevolking vanwege de romantische verheerlijking van ons land en zijn grote ‘historische vertegenwoordigers’.


Toch zijn er in aanvang nog wel enige bijbels getinte afbeeldingen op kinderzegels verschenen als beschermengel (1924), jaargetijden (1930), driekoningen (1933) en bazuinengel (1936). In begin van de vorige eeuw, toen een groot deel van de bevolking nog naar de kerk ging, waren bijbelse verhalen met bijbehorende achtergrondgedachten nog algemeen bekend en aansprekend. Deze bijbelse indificatie-figuren waren toen nog aanbevelenswaardige symboolfiguren om de Nederlander aan te sporen te ‘offeren’ voor het misdeelde kind.

Uit bovenstaande aandachtspunten kan geconcludeerd worden dat al naar gelang tijd, mode (normen en waarden), ontwerper en/of druktechnische mogelijkheden (kleurendruk wordt pas begin 60ger jaren mogelijk) de invalshoek per emissie feitelijk sterk kan verschillen.

Meerwaarde

Met al deze invalshoeken die een belangrijke rol spelen bij de vormgeving van een postzegel, hopen de ontwerpers op een treffende wijze het postzegelonderwerp te visualiseren. Met een raak getroffen (deel)afbeelding kan een verrassend en inspirerend gevoel bij de kijker opgeroepen worden.
Enige achtergrondkennis van het postzegelonderwerp en de postzegelafbeelding is noodzakelijk om optimaal van een postzegel te kunnen genieten. De vier zomerzegels 1985 ontvangen door deelfacetten (of het ontbreken ervan!!) een meerwaardige uitstraling.

  • Op de Zaltbommel-postzegel (nvph 1324) staat als deelfacet de torenspits, die in het alom bekende refrein van het tien coupletten tellende lied (beschrijving van een watersnood in Zaltbommel) een hoofdrol speelt: “En te midden van die rommel, rommel / Dreef de torenspits van Bim Bam Bommel / En te midden van die rommel, rommel / Dreef de torenspits in ’t rond.”

  • De Winterwijk- postzegel (nvph 1325) ontleent de meerwaarde aan de afbeelding van de Heilige Arke (de bewaarplaats van de Thora-rollen). De toegevoegde meerwaarde van deze ‘Aron Hakodesj’ voor de Nederlander buiten de joodse gemeenschap is groot, omdat hij zelden of nooit in een synagoge komt.

  • De ’s-Hertogenbosch-postzegel (nvph 1327) geeft als deelfacet een afbeelding van een hoornblazer op een van de luchtbogen van de Sint Janskathedraal. De toegevoegde meerwaarde van deze postzegel bestaat uit dit beeldhouwwerk (één van *** exemplaren), dat duidelijk herkenbaar is opgevoerd, terwijl het in werkelijkheid nauwelijks met het blote oog is te zien.

  • De Bolsward-postzegel (nvph 1325) daarentegen bezit in het geheel geen detailafbeelding. Doopsgezinden zijn niet gesteld op uiterlijk vertoon. Vandaar een sobere, eenvoudige en rustige kerkafbeelding (in afgewogen classicistische of neo-renaissancistische symmetrische stijl) zonder opsmuk.

Of zoals in ontwerperskringen wel eens wordt gesteld: “Eén (deel)afbeelding zegt soms meer als duizend woorden!” Met een dergelijke verrijking (kwaliteitstoename) krijgt het postzegelonderwerp/-thema meteen een meerwaardige uitstraling.
Alle zeven ontwerpers van de zeven Mooi NL-emissies hebben via de fotomontage- of fotocollagetechniek met realistische deelfoto’s op postzegel en velrand gewerkt. Daarbij hebben zij zich stuk voor stuk door een andere invalshoek/raakvlak laten leiden:


– 2005 aaneensluitende stedelijke foto-impressie van 10 plaatsen m.b.v. landschap & horizon (1 t/m 10);


– 2006 opvoering levendige stad, waaraan het thema van het velletje is gewijd (postzegels 11 t/m 20);


– 2007 de kleur symboliseert als invalshoek een kenmerkend facet van de stad (postzegels 21 t/m 30);


– 2008 een innovatief wit icoon als nieuw stadswapen verbeeldt de stad (postzegels 31 t/m 35);


– 2009 infokaartjes met afbeeldingen geven nader stedelijke informatie (postzegels 36 t/m 40);


– 2010 foto-impressie via stadswandeling op stadsplattegrond van vijf steden (postzegels 41 t/m 45);


– 2011 foto-impressie via de ‘prentbriefkaartenmolen-methode’ van vijf steden (postzegels 46 t/m 50).

Thematisch

In de veelheid aan invalshoeken zijn toch wel eens onderlinge overeenkomsten en/of raakvlakken tussen verschillende postzegels te bespeuren. Aantrekkelijk is het deze relationele verbanden en betrekkingen op te sporen en te kennen. De onderlinge verwantschap tussen postzegels kan zelfs tot een thematisch groepsgeheel voeren.

Tot slot

Hopelijk heb ik met dit jubileumartikel u een enigszins ogen-openend innerlijk zicht kunnen geven (met de nodige theoretische achtergrondverhandelingen) op Nederlandse postzegels, waardoor u (nog) meer van de Nederlandse postzegel kunt genieten. Woord en beeld ondersteunen en verduidelijken elkaar hierbij over en weer in hoge mate.

Naar ik hoop zult u na lezing ook tot de ontdekking komen dat een postzegel ietsje meer bezit dan uiterlijke onderdelen als bijvoorbeeld cataloguswaarde, frankeerwaarde, uitgiftejaar, inkoopprijs, verzameling(in)compleetheid en verschillen/varianten in formaat, grootte, oplage, kleur en tanding.

De mega-klus van twee jaren (verricht door het Museum voor Communicatie) om bijna 10.000 (voor)ontwerpen met achtergrondinfo en ontwerpgeschiedenis via www.postzegelontwerpen.nl voor een breed publiek toegankelijk te maken (democratisering van het museum-archief), zal u uitstekend kunnen helpen nog meer interessante, inhoudelijke en vooral levendige achtergrond aan uw Nederlandse postzegelverzameling toe te voegen.
Een bewonderingswaardig initiatief om zo’n website met een dergelijke vorm van openbaar kunstbezit op te zetten en te realiseren. Ik hoop dat velen er gebruik van zullen maken. Uw postzegelverzameling zal daarmee (nog) meer tot leven komen!

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (5 stemmen, gemiddeld: 4,20 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Bate Hylkema schrijft vanaf 1980 artikelen over filatelie en woont in het Friese Beetsterzwaag.

Tags bij dit artikel

    Reacties (7) Schrijf een reactie

    • toon op 6 februari 2011 om 09:42

      @Bate, een welgemeende proficiat bij het uitkomen van dit 400e artikel. Er zijn meestal weinig reacties op je verhalen, maar dat komt omdat jouw belichting zo specifiek en verhelderend is. Ik lees in ieder geval jouw bijdragen met interesse en aandacht.
      Ik hoop nog veel van je te leren in de toekomst. Bedankt.

    • Jacqueline van der Pas op 6 februari 2011 om 10:47

      @Bate, van harte gefeliciteerd met je 400e artikel! Ik verbaas me er steeds weer over hoeveel jij over postzegels en velletjes weet te vertellen. Hoe je alles uitpluist en in duidelijke brokjes aan de lezers van Postzegelblog voorlegt. Daar heb ik echt bewondering voor. Volgens mij weet jij zelfs een verloren perforatie in een postzegelberg nog te vinden :-)

    • Reintjedevos van Leidsche Ver. van Postzegel Verzamelaars op 6 februari 2011 om 12:55

      Bate,

      op naar de 500!

      “Uit bovenstaande aandachtspunten kan geconcludeerd worden dat al naar gelang tijd, mode (normen en waarden), ontwerper en/of druktechnische mogelijkheden (kleurendruk wordt pas begin 60ger jaren mogelijk) de invalshoek per emissie feitelijk sterk kan verschillen.”

      Kleurendruk pas in de jaren 60 mogelijk??? Je bedoelt die in de 19e eeuw zeker….

    • Arjan op 6 februari 2011 om 13:23

      Geweldig Bate, fan herte lokwinske!

    • Jos van den Bosch op 6 februari 2011 om 17:48

      Weer met verbazing dit artikel gelezen, Waar haalt ie het vandaan? Hartelijk gefeliciteerd Bate, met deze 400e aflevering en ik hoop dat er nog vele zullen volgen.

    • Jan van Tellingen op 6 februari 2011 om 18:31

      Inderdaad weer een klasse artikel. Proficiat met deze mijlpaal.
      Op jouw vraag: “Heeft u ook gezien dat er iemand fietst door het landschap?” Is mijn antwoord: Jazeker, op zich niet zo vreemd als je jezelf Fietslatelist noemt.

    • kwats kwast op 7 februari 2011 om 01:57

      Bate, vertoef met genoegen in jouw “POSTZEGEL LAND” soms wat verdwaast maar ’t avontuur, ’t avontuur is zo boeiend…..

      euh, 401 dan maar……….

    Schrijf een reactie

    (registratie is niet nodig)