Ontwerperstrio Mooi NL 2010: De achtergrondgedachte

0

Een ontwerpbureau bezoeken en met een van de ontwerpers spreken over ‘zijn’ postzegelontwerpen was niet nieuw voor mij. Het bezoek aan Bureau Ontwerpwerk in Den Haag kwam in het geheel niet overeen met eerdere kontakten. Ik ‘beleefde’ als het ware het gestructureerde ontwerpplan dat op een inzichtgevende manier door ontwerpen en afbeeldingen werd ondersteund. In één woord: “Het was een fantastische ontmoeting om met de Zuid-Koreaanse dame, Sun Jung Hwang, een informatief gesprek te voeren. U als lezer hoop ik via mijn beschrijving hier ook van te laten genieten.”

Inventarisatie

Zodra bekend werd dat Bureau Ontwerpwerk genomineerd werd de emissie Mooi NL 2010 uit te voeren en te ontwerpen, begon er voor de drie ontwerpers Ed Annink, Joris Smidt en Sun Jung Hwang een intensieve oriëntatieperiode op de vijf Nederlandse hoofdsteden Arnhem, Haarlem, Leeuwarden, Maastricht en Middelburg. Niemand kende de steden terdege. In enkele plaatsen was men zelfs nog nooit geweest. Vandaar

  1. dat internet werd geraadpleegd op historisch, sociaal en economisch gebied,
  2. dat de bibliotheek werd bezocht en
  3. dat VVV’s werden benaderd om folders en activiteitenprogramma’s te sturen. Aldus konden de ontwerpers zich vooraf per stad een beeld vormen van belangrijke hoofdzaken en aansprekende bijzaken.

Aandachtspunten

Dé gedachte die de ontwerpers van de postzegelemissie Mooi NL 2010 in deze postzegelserie wilden stoppen, was een bezoeker (die voor het eerst een van de vijf hoofdsteden bezoekt)

  1. een representatief visitekaartje (gids) mee te geven voor een ééndagse citytour. Daarbij komen
  2. karakteristieke aspecten van de stad tot uiting in een collage-achtig en kleurrijk geheel met veel details. De ontwerpers wilden geen trendvolgers van de vorige ontwerpers van deze emissie worden. Het ontwerp moest
  3. duidelijk anders zijn dan die van voorgaande jaren. Wel moesten
  4. de postzegels én velranden op een logische manier met elkaar verbonden zijn.
  5. de voornaamste doelgroep van deze bijzondere emissie zijn verzamelaars. Ook de (voormalige) bewoners van deze steden zijn betrokken, ingenomen en trots dat hun stad is bezegeld.
  6. Vooral verzamelaars ‘bestuderen’ nauwkeurig (soms met een loep) de talrijke deelafbeeldingen van de postzegel en velrand.

Klik op de afbeelding voor een vergroting

Onderzoek

a) inventarisatie van de geografische ligging:

  • Arnhem: de hoofdstad ligt aan weerszijden van de Rijn en staat als groene stad bekend door parken en de zuidrand van de Veluwe.
  • Haarlem: delen van de stad (o.a. het centrum) liggen op een oude, afgegraven strandwal ten westen van het Spaarne. Ook liggen delen in een laagveenvlakte en op laagveenafzettingen.
  • Leeuwarden: de stad is ontstaan op drie terpen die in een inham van de Middelzee zijn opgeworpen. Liwarden ligt in de luwte van drie warden (wierden, terpen).
  • Maastricht: de stad is ontstaan op de samenkomst van het Maasdal en het Jekerdal. Aan de westkant van de Maas ligt een gebied van 2,3 km (één kanonschot ver) rond de stad. Het enige gebied waar de rivier geen grens met België vormt.
  • Middelburg: de Zeeuwse hoofdstad op Walcheren wordt doorsneden door het Kanaal van Walcheren.

b) inventarisatie van de identiteit:

Hierbij wordt gelet op individuele kenmerken van de stad als stadswapen, vlag en logo. Het kleuren van deze drie onderdelen bepaalt/beïnvloedt tot op zekere hoogte het kleurgebruik van de postzegel en het postzegelvelletje.

c) inventarisatie van opvallende iconen:

  • Arnhem: Burger Zoo, Johan Frostbrug, Gelredome, 39 historische kelders, verkeersplein Peter Struycken.
  • Haarlem: Teylers museum, Christian Müller-orgel, Waag, Toneelschuur, Vleeshal, Droste fabriek, Bakenesserhofje, stadhuis, Hoofdwacht.
  • Leeuwarden: Kanselarij, stadhouderlijk Hof, Oldehove, Fries Museum.
  • Maastricht: Sint Servaasbrug, Helpoort, Bonnefanten museum, fort Sint Pieter, Apostelhoeve.
  • Middelburg: Lange Jan, stadhuis, abdij, waterschap, vleeshal.

d) inventarisatie van de ‘ambassadeurs’ (vertegenwoordigers):

  • Arnhem; Ilse de lange, Victor & Rolf.
  • Haarlem: Frans Hals, Hannie Schaft.

  • Leeuwarden; Escher, Havank.
  • Maastricht: Jo Coenen, André Rieu.
  • Middelburg: Hans Lippershey.

e) inventarisatie van onbeduidende verhaaltjes (trivia):

  • Arnhen: [1] kritische/humoristische uitspraken van het fictieve meisje Loesje, [2] beste binnenstad van Nederland 2007-2009, [3] winkelcentrum Presikhaaf gold in 1971 als beste centrum van Europa.
  • Haarlem: [1] ‘Mug’ was de bijnaam/scheldnaam van een inwoner van Haarlem. Had waarschijnlijk betrekking op kleinzieligheid of kleingeestigheid. [2] De stad werd vroeger geteisterd door muggen: rondom de stad was moeras en veen.
  • Leeuwarden: in 1963 werd de veemarkthal Frieslandhal gebouwd. Na de brand in 1996 ontstond er het FEC (Frisian Expo Center), tegenwoordig WTC Expo Leeuwarden genoemd, het is een multifunctioneel gebouw.
  • Maastricht: [1] de stad met de meeste Michelinsterren, [2] de oudste stad van Nederland, [3] een van de bekendste carnavalsvieringen vindt er plaats.
  • Middelburg: []1] in de periode 1602 – 1795 werden er maar liefst 336 schepen voor de VOC gebouwd. [2] Na Amsterdam was Middelburg de belangrijkste VOC-stad.

Inhoudelijke uitgangspunten

  1. Historische en moderne iconen moeten ongeveer gelijkelijk aanwezig zijn.
  2. Opvoeren van een passende ambassadeur voor een stad.
  3. Dit wordt aangevuld met kenmerkende trivia op de velrand.

Uitgangspunten bij het ontwerp

  1. Er dient sprake te zijn van een helder kleurgebruik.
  2. Voor de typografie wordt een moderne Nederlandse letter gebruikt.
  3. De vormentaal is in een illustratieve collage uitgevoerd.

Concept: loop door de tijd

  • Op een stadsplattegrond zijn historische gebeurtenissen uit verschillende tijdsperiodes van de stad uitgelicht van vroeger en naar nu.
  • De stadsplattegrond is voornamelijk zichtbaar op de velrand. De postzegel zelf is een collage van de gekozen historische en hedendaagse plekken en gebeurtenissen

Plan van aanpak

Na het lezen van dit (naar het lijkt) zakelijk plan van aanpak zou men kunnen denken dat de ontwerpers zich in een nauwsluitend keurslijf wringen. Er is in dit strakke stramien in het geheel geen vrijheid en speelsheid van handelen te ontdekken. Alles lijkt voorgeprogrammeerd.

Niets is minder waar. Wil men de vijf hoofdsteden volgens hetzelfde vormgevingsprincipe en ontwerpconcept behandelen, dan is het noodzakelijk vooraf (richt)lijnen uit te zetten langs welke wegen het onderwerp benaderd en uitgewerkt moet worden. Pas dan is het mogelijk dat de vijf Mooi NL-velletjes met elkaar overeenkomen en dat er in stijl en uitvoering een ‘eenheidsverband’ ontstaat.

Praktische benadering

Na een intensieve voorbereidings- en inleesperiode zijn de ontwerpers (o.a. gewapend met fototoestellen) naar de steden afgereisd en met eigen ogen opvallende plekken opgezocht en fotografisch (vanuit verschillende standpunten bekeken) vastgelegd.

Na thuiskomst kon de volgende stap in de ontwerpfase per stad beginnen: ordenen van het vele fotomateriaal en daarin prioriteiten stellen. Al pratend, overleggend, schuivend, proberend, wikkend en wegend zijn de eerste voorontwerpen ontstaan, die naderhand of zijn bijgesteld, of afgekeurd. In een dergelijk ontwerptracé worden verschillende (doodlopende) wegen van af- en goedkeuren per stad bewandeld.

Op gezette tijden ontvangen de ontwerpers daarbij steun, hulp, bijstellingen en/of correcties van de TNT Post-ontwerpbegeleider via fysieke bezoeken, telefoon, brief- en mailcorrespondentie. Met vallen en opstaan ontstaat in de loop van het ontwerpproces het eindproduct dat uiteindelijk ter goedkeuring aan TNT Post wordt voorgelegd.

Resultaten uit de (voor)ontwerpperiode

In het bijzonder informatieve gesprek met een van de ontwerpers, de Zuidkoreaanse dame Sun Jung Hwang, heb ik veel voorontwerpen mogen bekijken met daarbij nadere tekst en uitleg. Uitermate aantrekkelijk en interessant. Voor publicatie (die alléén door www.postzegelblog.nl mogen worden gepubliceerd!!) heb ik enkele voorontwerpen van Mooi NL Haarlem ontvangen. De overige schetsen, die niet voor het vervolgtracé voor de uiteindelijke postzegel gekozen zijn (dus met een ander concept), zijn niet voor publicatie beschikbaar (het waren doodlopende [voor]ontwerpwegen).

1) Analyse postzegelafbeelding

Op bijgaande écht overzichtelijke postafbeelding staan vier weergaven, die stuk voor stuk op een gevarieerde (zelfs onverwachte) wijze op de postzegel zijn geplaatst.

  1. geschilderd zelfportret van Frans Hals in kleur (in silhouetuitvoering op de definitieve postzegel),
  2. ruimtelijke Sint Bavo-afbeelding in grijsblauwe silhouetvorm (voor een deel nog zichtbaar in een van de ramen van het rode gebouw),
  3. façade van de Vleeshal in de vorm van een tweedimensionaal/plat decorstuk (echter zónder vermelding van de naam). Het oplichtende deel (links) geeft het gebouw letterlijk en figuurlijk meer uitstraling.
  4. van onderen af gezien een driedimensionale/ruimtelijke afbeelding van de Toneelschuur met de opmerkelijke bijzonderheid de aanwezigheid van het rechter gedeelte van de Vleeshal in de verticale raampartij van de Toneelschuur.
  5. Vermeldenswaardig is bij vergelijking van de vijf postzegelafbeelding dat ze niet alle gelijk zijn uitgevoerd. Bij de tweede postzegel (rechts) en de onderste postzegel is de Sint Bavo gedeeltelijk vóór de Vleeshal geplaatst, terwijl bij de drie resterende zegels de Sint Bavo (zeer verrassend) áchter de Vleeshal is gepositioneerd.
  6. Nog een andere Haarlem-postzegel verschilt toch weer ietsje met de vorigen. Aan de rechterkant loopt een verticale groengekleurde guirlande (misschien de jugendstil-decoratie aan weerskanten van de hoofdingang van het treinstation, of de decoratie van de Toneelschuur) vóór de Toneelschuur langs.

2) Analyse velrandafbeelding

Op de overwegend witgekleurde en vooral overzichtelijk uitgevoerde velrand zijn een deel van het Haarlemse wegenplan in geel en het Spaarne in lichtblauw (met aan weerskanten wegen) geplaatst.

Klik op de afbeelding voor een vergroting

Op het rechter gedeelte van het vel strekt zich een tweekleurig groene, verticale decoratieve guirlande uit als verwijzing naar de decoratieve randversieringen in Jugendstil-uitvoering rondom de poortachtige in-/uitgang (aan de spoorkant) van het spoorwegstation van Haarlem, dat het oudste station van Nederland is.

Een aantal verschillend gekleurde tekstballonnen verwijzen door een lijn (met daarboven de ‘deelonderwerp- notatie’) naar de plaats op de stadsplattegrond, waar het desbetreffende gebouw staat.

Over het Spaarne wordt rechtsonder in een tekstballon het volgende vermeld: “Textielstad. Van de 13e tot en met de 17e eeuw was Haarlem een belangrijke textielstad. In de stad zijn gedurende vier eeuwen vooral laken *), linnen en wol geproduceerd. Ook was gedurende de middeleeuwen het brouwen van bier een van de belangrijkste economieën in de stad. Het water uit het Spaarne werd hiervoor gebruikt. Maar nadat het water uit de rivier te vervuild werd, is ereen vaart gegraven die Haarlem met de duinen moest verbinden.”

Een ogenopenend verslag?

Tussen zien naar, kijken naar, bezien en bekijken en dan vooral nauwkeurig bekijken (desnoods met een vergrootglas) werkt ogenopenend. In onze dynamische en hectische leefwereld wordt veel vlug, gehaast en daardoor vluchtig bekeken. We nemen er doodgewoon de tijd niet meer voor. Nadeel is dat veel schoons (zoals ook op deze postzegels terecht is gekomen) ons helaas dan ontgaat.

Ook van de vier resterende Mooi NL-postzegels heb ik voorontwerpen gezien, die uiteindelijk tot het definitieve ontwerp hebben geleid. Slechts Haarlem is als voorbeeld getoond, de rest zult u dus niet kunnen zien, maar denk hierbij aan het inhoudsvolle spreekwoord: “Niet het vele is goed, maar het goede is veel.”

Naar ik hoop hebt u na lezing van mijn verslag ook (enigszins) kunnen genieten van de gevarieerde en inventieve vondsten van de ontwerpers, die een geweldig levendig beeld van Haarlem hebben weten op te roepen. In mijn analyserende beschrijving heb ik vrij veel details aangehaald en verwoord, waardoor hopelijk deze opmerkelijke benaderingen/vondsten ook worden gezien. Immers zodra ‘iets’ woorden krijgt, wordt het gezien en kán . . . men er ook van genieten.

*)

De stad Haarlem is eerder op een Nederlandse postzegel (nvph 1833) terechtgekomen (op grote afstand gezien) onder een overweldigende hoge wolkenlucht op het schilderij ‘Gezicht op Haarlem’ (1670/75) van Jacob Isaackz. van Ruysdael (1628 – 1682). Op de horizon ligt (gezien vanaf een hoge duintop nabij Overveen) in het zonlicht de stad Haarlem met o.a. de dominerende Sint Bavo.

Op de voorgrond rechts van het duinmeertje ligt uitgespreid linnengoed te bleken op door bomen omzoomde en door de zon beschenen uitgestrekte bleekvelden van de Overveense linnenweverijen.

Het witte en reine linnen werd in de tijd van Van Ruysdael geassocieerd met de kuise zielen van de heiligen. Deze christelijke (en voor ons verborgen) levensregel was destijds voor ingewijden van een stadsgezicht af te lezen.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (3 stem(men), gemiddelde: 5.00)
Aantal keer gestemd: 3
Loading ... Loading ...
  • Delen:
  • Delicious
  • Hyves
  • Facebook
  • eKudos
  • MSN Reporter
  • NUjij
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Digg
  • Google
  • Windows Live Favorites
PrintSchrijf een reactie

Bate Hylkema schrijft vanaf 1980 artikelen over filatelie en woont in het Friese Beetsterzwaag.

Reacties (0)

Schrijf een reactie