Nederlandsche affiche-“kunst” bij de kinderpostzegels van 1939

1

Enkele weken geleden zijn er twee afleveringen op Postzegelblog verschenen, waarin plagiaat op postzegels aan de orde is gekomen. Wel in een randgebied van de Nederlandse filatelie is in 1940 ook een “ergerlijk staaltje van plagiaat” geleverd. De dagbladpers (Maasbode van zaterdag 27 januari 1940) informeert de lezer daar uitgebreid, gedetailleerd en in hoogdravende/tijdgebonden berichtgeving nader over. Het artikel besluit: “In het belang van deze kunstenaars leek het onze plicht dezen onvaderlandschen kidnapper te signaleren.”

“De jaarlijksche verkoop van de kinderpostzegels werd ditmaal ondersteunt door een affiche met twee kinderkopjes, die hoopvol opblikten naar de hulp, welke de jaarlijksche zegelactie voor talrijke nuttige instellingen beteekent. De affiche heeft ongetwijfeld als blikvanger haar plicht gedaan, maar, naar ons is gebleken, heeft de ontwerper van dezen poster met de plicht als mensch en als kunstenaar niet zoo nauw genomen.

Deze Nederlandsche affiche, welke de signatuur draagt “Mettes 39” (Jacques Joseph Mettes) is een sterkste staaltje van plagiaat, dat wij ooit zijn tegengekomen. De kwasi-artistiek en vlot geteekende affiche is niets anders als een geretoucheerde copie van een plaatje, dat een jaar te voren (December 1939) o.a. in de “New York Times” heeft gestaan. De portretten van dezer twee kinderen waren als blikvanger met het bijschrift “Silent as a Christmas Candle”  gemonteerd in een advertentie eener Amerikaansche koelkastenfabriek. ”

Jaren geleden heb ik een fotokopie van deze advertentie met de achtergrondinformatie ontvangen, die zoals u ziet, van bijzonder ondermaatse kwaliteit is. Om twee redenen voer ik deze foto toch op, omdat u met hulp van de gedetailleerde achtergrondbeschrijving toch enigszins een beeld kunt vormen van deze ‘plagiaatkunst’. Voorts wil ik voorkomen dat deze affaire in het vergeetboek terecht zal komen. Reden? Het Handboek Postwaarden Nederland (blz. C33 – 8) wijdt slechts één regeltje aan dit voorval: “De plaat zorgde voor enig rumoer in de pers, omdat Mettes plagiaat zou hebben gepleegd, door een advertentie uit de New York Times als voorbeeld te hebben genomen voor dit affiche.”

De Hollandsche “kunstnaar” heeft de twee kopjes er uit genomen en ze in verband met de ruimteverhouding iets naar elkaar toegebracht. De schaduwwerking in de gezichten, de plaatsing der haarlokken, kortom elk detail verraadt, dat hij het Amerikaansche krantenplaatje nauwkeurig heeft trachten te copieeren. Niet eens de moeite genomen om met behoud van de idee er iets eigens van te maken. De kleeding der kinderen was voor de bedoeling der affiche iets te vet en daarom werd hier het keurige jongeheerenboordje omgetoverd in een slordige blousekraag, terwijl ook het jurkje van het meisje iets werd geproletariseerd zonder evenwel iets aan de contouren te veranderen.

Gaat men model en copie nauwkeurig vergelijken, hetgeen bij de hiernevens gereproduceerde kleinere afbeeldingen wellicht niet zoo gemakkelijk is als bij de affiche en advertentie op ware grootte, komt men tot de bevinding, dat zelfs dit eenvoudige nateekenen onzen affiche-man niet zoo gemakkelijk is gegaan. In de advertentie houdt het meisje op haar schouderde hand van haar broertje vast. Met deze handen heeft de copieerder blijkbaar geen raad geweten en er maar wat van geprutst. Ook met de schaduwpartij in den hals van ‘t meisje heeft hij niet goed overweg gekund. De plaatsing der oogen is ook nog foutief uitgevallen, waardoor de verhoudingen onzuiver zijn geworden. Ook bij den jongenskop zijn verschillende details, welke den maker van de Nederlandsche affiche niet alleen tot een plagiaatpleger, maar ook tot een stuntelaar in zijn vak bestempelen. Hoe bedroevend het geval ook is, dit laatste geeft althans eenige voldoening. Want iemand, die over eenig vakmanschap bezit, is tot zoo iets niet in staat.

Een afbeelding van een piemelnaakt kereltje of iets dat daarop lijkt, was toen nog niet mogelijk. Te werkelijkheidsgetrouwe naaktheid van het jongetje. In 1939 werden in Noord-Brabant veel kinderpostzegels door nonnen verkocht. Die preutse dames zouden bij een aanstootgevend ontwerp hun medewerking wel eens kunnen opzeggen met een lagere opbrengst tot gevolg.

Zelfs als zou deze dienst geheel pro deo zijn geweest, dan lijkt ons toch het geval als zoodanig een ergerlijk staaltje van ordinair plagiaat, waartegen elk eerlijk affiche-kunstenaar verzet zal aanteekenen.”

Een vervolgartikel van de Maasbode van 3 februari 1940 komt nogmaals uitgebreid op de plagiaatkwestie terug. Hierin wordt o.a. de salariëring van kunstenaars/ontwerpers belicht, dat in geen verhouding tot de gepresteerde arbeid staat. De ongezonde toestand wordt als volgt belicht: “Het honorarium was zoodanig, dat feitelijk de kinderen van de kunstenaars, die de affiches ontwierpen, zelf in aanmerking moeten behooren te komen voor ondersteuning uit de opbrengst van de kinderpostzegels.”

Tussen haakjes: SKN-kinderzegelaffiches 1932 ontwerper Sjollema, 1933 ontwerper Sjollema, 1934 ontwerper Sjollema, 1935 ontwerper Sjollema en 1936 ontwerper Sjollema verschijnen op de komende septemberveiling van de Vereniging voor Kinderzegels en Maximafilie (informatie: 024 – 6771262).

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (3 stem(men), gemiddelde: 4.67)
Aantal keer gestemd: 3
Loading ... Loading ...
  • Delen:
  • Delicious
  • Hyves
  • Facebook
  • eKudos
  • MSN Reporter
  • NUjij
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Digg
  • Google
  • Windows Live Favorites
PrintSchrijf een reactie

Bate Hylkema schrijft vanaf 1980 artikelen over filatelie en woont in het Friese Beetsterzwaag.

Reacties (1)

Schrijf een reactie