In de periode 2001-2005 werden er in Nederland steeds, als het briefport werd verhoogd, bijplakzegels uitgegeven, bovendien om ’oude’ Decemberzegels op te gebruiken. Zo verscheen 5 januari 1999 een zegel genaamd Het Kwartje als bijplakzegel bij de 55 c-Decemberzegel van 1998, op 4 januari 2000 weer een zegel Het Kwartje voor de 55 c-Decemberzegels van 1991, en op 2 januari 2001 verscheen een bijplakzegel van 20 cent om te gebruiken bij de Decemberzegel 2000 van 60 cent. Verder werden er in de periode 2002-2005 bijplakzegels uitgegeven van 2, 3, 5, 10 en 12 cent, ontworpen door Walter Nikkel.
Kennen ze in Duitsland het begrip ’bijplakzegel’ niet? Zo te oordelen niet, of ze willen dat gedoe niet. Ik vroeg me dat af toen 2 januari de permanente reeks ’Bloemen’ werd uitgebreid met een zegel van 410 cent, te gebruiken voor pakketpost. De bloemenreeks telt namelijk zo veel zegels om met gemak het tarief van 410 cent te bereiken; bovendien frankeert men dan filatelistisch, bij voorbeeld 2×200+1×10, of 4×100+1×10, of 4×90+1×50. Op de nieuwe 410 c-bloemenzegel – de 20e uitbreiding – wordt een geel vrouwenschoentje afgebeeld (Cypripedium calceolus). De zegel verscheen ook als rolzegel.

De bloemenzegel was niet de enige die 2 januari verscheen: o.a. de jaarlijkse Wohlfahrtsmarken boordevol fruit, met steeds een blaadje, een bloemetje, een hele vrucht en een doormidden gesneden vrucht: een appel (45+20c), een tuinaardbei (55+25c), een citroen (55+25c) en een blauwe bosbes (145+55c);



verder wordt het 1100-jarig bestaan van Limburg an der Lahn gevierd met een 145c-zegel (schilderij);

het 1000-jarig bestaan van de St.-Michaelis-Kirche, Hildesheim (dat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO staat) met een 220 c-zegel;

het 200-jarig bestaan van het Museum voor Natuurkunde met een 45 c-zegel (skelet van een Brachiosaurus brancai) en aandacht voor Ruhrgebied, culturele hoofdstad van Europa 2010 (tekst).


















Reacties (6) Schrijf een reactie
Eén enkele zegel van het tarief voor een pakket is makkelijk voor de verzender, en voor het postbedrijf een efficiënt bedrijfsmiddel. Je kunt zonder hoofdrekenen 1 zegel pakken om een pakket te frankeren. En je hoeft maar een artikel in voorraad te houden.
De nieuw uitgegeven Duitse zegel van 410 cent is vergelijkbaar met de zegels van 6,50 en 7,00 gulden uit de Beatrix-serie van Peter Struycken. Die waren voor het tarief voor aangetekend 1e gewichtsklasse in de jaren 80.
Van de zegel van 6½ gulden zijn ruim 30 miljoen velzegels en nog eens 9,3 miljoen rolzegels verkocht. Dat zou een bij samenstellen uit lagere waarden minstens 100 miljoen zegels hebben gekost.
Er was (is?) zelfs een voorschrift dat frankering, indien aan het loket gedaan door de postbeambte, dit met zo min mogelijk zegels gedaan moest worden. Minder zegels spaart papier uit, maar vooral arbeidskosten. Elke seconde telt als het om grote aantallen gaat.
Het filatelistisch aspect is in deze ondergeschikt voor het postbedrijf. Maar ik vind de Duitse zegel wel mooi, in strakke moderne vormgeving, en een mooie natuurfoto. De Nederlandse Beatrix-zegels zijn typografisch wel mooi en ooit vernieuwend, maar na bijna 30 jaar ben ik er wel op uitgekeken.
Overigens is het pakkettarief van 410 cent wel lekker laag, bijna 40% onder het Nederlandse.
De aardei zegel ruikt ook nog eens lekker :-)
Aardbei dus…
Die kastelen vind ik maar zo-zo, maar die vruchten zijn wel hele leuke zegels.
Duitsland zou voor Nederland een voorbeeld met betrekking tot bijplakzegels moeten zijn. Vooral het combinatievelletje bloemen voor 1 euro met zegels van 5 cent, 10 cent en 20 cent waarmee je alle waarden tussen 5 cent en 1 euro kunt maken is makkelijk.
@Jan1964
Of een leuk motief-velletje met 10 verschillende zegels van 22 cent. Kun je 5 maal iets frankeren.
Frankrijk heeft een jaar of 10 geleden ook van dat soort velletjes uitgegeven.
Schrijf een reactie