Uit de opstelling in chronologische volgorde van de tien Octrooi-postzegels blijken de eerste twee uitvindingen in de 16e eeuw tot stand te zijn gekomen (vandaar afbeeldingen van replica’s), terwijl de rest of in de 20e, of in de 21e eeuw is ontstaan.

Met hulp van ontwerper Theo Peters van Comma-S ontwerpers, Drebboloog Van Onna, Marinemuseummedewerker Graddy Boven en de plaatselijke fietsmaker De Vries heb ik niet alleen aantrekkelijk info kunnen vergaren, maar ook inzicht gevende illustraties. Vandaag komen aan bod: de Verrekijker van Hans Lipperhey, de onderzeeboot van Cornelis Drebbel, de kunstnier van Willem Kolff en de kettingkast van Wilhelmine J. van der Woerd.

Tien Octrooi-postzegels
Iedere postzegel is voorzien van drie afbeeldingen, waarvan de een meer, de andere minder op de voorgrond treedt. In dit gelaagde ontwerp zijn te onderscheiden:
- Een fotografische afbeelding van de uitvinding.
- Een afbeelding in een grijs gekleurde ontwerptekening in schema-uitvoering van het gedeponeerde octrooi op de achtergrond. In een bijbehorende toelichting wordt het systeem van de uitvinding nader in detail beschreven en uitgewerkt aan de hand van een cijfercodering.
- In de cirkelvorm wordt een interessant detail van het systeem (opbouw, gebruik, functievervulling) nader veraanschouwelijkt.
In de tien postzegels heeft ontwerper Theo Peters structuur, ordening en eenheid weten te bereiken door:
- een strakke opbouw van de tekst,
- een doorlopende onderbelijning van de drie tekstregels,
- de ontwerptekeningen in lichtgrijze lijnuitvoering,
- plaatsing van detailuitvindingen in cirkelvorm,
- op de zegelrand afbeeldingen van aanvullende details per postzegel,
- eenheid per postzegel in het kleurgebruik van uitvindernaam, frankeerwaarde en een detail van de uitvinding bezitten alle dezelfde kleur’,
- ‘jaarvermelding’ van het verlenen van het octrooi .
Verrekijker Hans Lipperhey (ca 1570 – 1619) , octrooi in 1608

Hans Lipperhey was een Duits-Nederlandse brillenmaker en lenzenslijper. Bij de popularisering van het concept van de verrekijker als instrument voor militaire en wetenschappelijke doeleinden speelde Lipperhey met anderen een grote rol. Omstreeks 1590 introduceerden Italianen in Middelburg nieuwe technieken om glas te maken. Lipperhey als inwoner van Middelburg maakte dankbaar gebruik van de Italiaanse kennis en toepassing, dat uiteindelijk resulteerde in de uitvinding van een verrekijker.
In 1608 geeft Lipperhey op het hoofdkwartier van prins Maurits een demonstratie van zijn vinding om “verre te zien”. Vanuit een toren in Den Haag kom men op een klok in Delft zien hoe laat het was. Lipperhey moet voor de Staten Generaal zes verrekijkers maken á 1000 gulden. Voor militair gebruik tijdens de 80-Jarige Oorlog tegen de Spaanse overheersing een uiterst nuttig gebruiksvoorwerp.
Onderzeeboot Cornelis Drebbel (1572 – 1633) , octrooi in 1620

Cornelis Drebbel ontwikkelde de ‘duikboot’ onder supervisie van koning van Engeland voor de Engelse marine. In 1620 liet hij twaalf roeiers ongeveer drie uren onder het wateroppervlak van de Theems van de Tower Bridge naar Greenwich roeien.

Bron: Collectie Marinemuseum
In geschriften van tijdgenoten wordt vermeld dat Drebbel een chemische stof ontwikkeld zou hebben die de lucht zuiverde, waardoor de bemanning een poos onder water kon blijven. Hij had een onbekende ‘kwintessens’ van lucht (het vijfde ‘element’ van Aristoteles) in flessen aan boord genomen. Af en toe deed hij de flessen open om de lucht in adembaar te houden.
In de cirkelvorm bevindt zich een (deel van de) reproductie van Drebbel afkomstig uit de collectie van het Marinemuseum in Den Helder.
Van de museummedewerker Graddy Boven heb ik volgende opmerking bij deze reproductie ontvangen: “Het schilderij is vervaardigd door Johannes de Jong. Het is vermoedelijk gemaakt in de jaren zestig van de vorige eeuw. De afgebeelde persoon moet Drebbel voorstellen, maar het is een portret dat volledig aan de fantasie van de schilder is ontsproten.

Wat dat betreft is de gravure die van Drebbel bestaat veel betrouwbaarder. Maar goed de makers van de postzegel hebben voor deze afbeelding gekozen, wat wel enige kritiek heeft opgeleverd van de echte ‘Drebbel-kenners’ (zie reactie van Drebboloog Hubert van Onna). Het schilderij (62 x 52 cm) is dus meer illustratief dan dat het de werkelijkheid benaderd.”
Aansluitend de reactie van Drebboloog Van Onna: “Ondanks dat ik de juiste info heb aangereikt aan de ontwerper Theo Peters, heeft hij een afbeelding gebruikt van een portret, dat zich in het Marinemuseum in Den Helder bevindt. Dat portret lijkt meer op Pieter Lakeman dan op Drebbel, zoals u zelf kunt constateren. Ik heb de Octrooiraad en de ontwerper diverse keren daarover geïnformeerd.”
Nog ter afsluiting nog het volgende:
- De reproductie van Drebbel van de postzegel is spiegelbeeldig opgevoerd. Zie het blogartikel ‘Cornelis Drebbel staat verkeerd op een nieuwe postzegel!’, dat op 23 december op www.postzegelblog.nl is geplaatst.

- Er bestaat ook nog een geaquarelleerd zelfportret van Drebbel dat het ook uitstekend als afbeelding op de postzegel had kunnen doen. Reden? [1] Het is door Drebbel zelf gemaakt, [2] De onderzeeboot is een replica.
Kunstnier Willem Kolff (1911 – 2009), octrooi in 1943

Internist Kolff ontwikkelde tijdens de 2e Wereld Oorlog in het stadsziekenhuis van Kampen de allereerste functionerende kunstnier (1943), waarmee hij tegelijkertijd ook één van de grondleggers werd van de nierdialyse. Voor zijn eerste kunstnier maakte Kolff gebruik van overblijfselen van een Duitse bommenwerper, een waterpomp uit een T-Ford en cellofaan van een plaatselijke slager. Daarmee vervangt hij voor het eerst een deel van het menselijk lichaam door een kunstmatig orgaan.
Her werkingsprincipe van een kunstnier is in feite niets anders dan een opgerolde platte slang met microscopisch kleine gaatjes, waardoor het bloed van een patiënt stroomt. De slang wordt door een vloeistof geleid, die de afvalstoffen aan het bloed onttrekt. Het gezuiverde bloed wordt weer het lichaam ingeleid.
Kettingkast Wilhelmine J. van der Woerd, octrooi in 1974

De kettingkast voor een rijwiel, ontworpen door Willemine Johanna Looijen-van der Woerd te Barneveld, is vervaardigd uit een stijve, slagvaste kunststof, evenals de dwarsstukken, die door middel van een snapverbinding met de aangrenzende randen van de betrokken kettingkasthelft losneembaar worden verbonden.

Deze kettingkast is bestand tegen dwarse slag- en stootkrachten (in tegenstelling tot kettingkasten in metalen uitvoering), waardoor geen blijvende vervorming kan ontstaan.

Op de schematekening van de kettingkast zijn ook de verbindingsklemmen aanwezig, waarmee de kettingkast aan het fietsframe wordt bevestigd.
Dinsdag in deel 2 komen de andere 6 octrooipostzegels aan de orde.
















Reacties (1)
Bate, interessante blog. De kettingkast uit 1974 vind ik als fietslatelist natuurlijk het mooiste. Ik heb de zegel echter nog niet! Vandaag op 2 postkantoren geweest,… niet meer te koop.
Als iemand hem “over” heeft, Vast bedankt. (hoeft niet voor niets !)
Schrijf een reactie