Kort geleden keek ik eens in verschillende doosjes en mappen die een filatelist nu eenmaal heeft. Daar komen soms mooie dingen uit. Neem nou deze poststukken en het kofferlabel. Het kofferlabel is door mijn vader gebruikt. Hij maakte een (dienst-)reis met de Willem Ruys naar Ned.Indië, vertrekdatum Rotterdam 3 februari 1950.
Je kon toen sneller naar Batavia reizen per vliegtuig, maar de Ruys vervoerde een aantal technische goederen om de plantage weer op te bouwen, en het was beter om die niet uit het oog te verliezen.

De kaart beeldt de Willem Ruys uit met er achter de route van de toenmalige Indiëlijn voor mailschepen.

Het andere poststuk is uit 1938 en is gefrankeerd met NVPH 239 en 240, afbeelding DC-2 machines van de KNILM. Echt gebruikt op brief kom je die zegels niet vaak tegen. Echter het vliegen voor de oorlog naar Ned.Indië (KLM) en in Indië (KNILM) met passagiers was kleinschalig vergeleken met de scheepvaart. Pas na de oorlog nam de burgerluchtvaart een grote vlucht, de passagierslijndiensten per schip naar Amerika, Z.Afrika, Azië werden na 1960 geleidelijk aan beëindigd.
De Willem Ruys had een ongewone carrière.
Het schip was in 1938 door de Lloyd besteld bij scheepswerf Koninklijke Maatschappij De Schelde (KMS) in Vlissingen en kreeg daarbij bouwnummer 214. Onder dit bouwnummer – een naam was nog niet bekend – werd op 25 januari 1939 de kiel gelegd. Als gevolg van de Tweede Wereldoorlog en de naoorlogse materiaalschaarste kon het schip niet worden afgebouwd en heeft het zeveneneenhalf jaar op de helling in de Vlissingse binnenstad gestaan. Na de bevrijding van Vlissingen heeft de zoetwaterinstallatie aan boord van het schip twee weken lang drinkwater aan de stad geleverd.
Pas op 1 juli 1946 werd het schip gedoopt en tewater gelaten. Het kreeg de naam Willem Ruys, naar de in de oorlog gefusilleerde Lloyd-directeur Willem Ruys (1894-1942). Op 28 september 1947 verliet het schip de werf voor de eerste proeftocht. De eerste reis begon op 2 december 1947. Het 21110 tons schip was 192 meter lang, 25 meter breed, met diepgang van 8,9 meter. Het was ingericht voor 840 passagiers.
Vaarroutes
De Willem Ruys onderhield tot 1958 een lijndienst op Indonesië. In 1953 kwam het schip in de Rode Zee in aanvaring met de Oranje van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, maar de schade viel mee. In totaal maakte het schip tussen 1947 en 1958 64 retourreizen tussen Nederland en Indië. Daarna kwam het schip samen met de Oranje in een ‘rond-de-wereld’-dienst, waarmee beide Nederlandse rederijen nieuw emplooi zochten voor hun passagiersschepen.
In januari 1964 werd de Willem Ruys verkocht aan de Italiaanse Lauro Line, met oplevering in januari 1965. Lauro liet het schip verbouwen tot een fulltime cruiseschip en herdoopte het in Achille Lauro. Vanaf 1966 kwam het als cruiseschip weer in de vaart. Achille Lauro was een (omstreden) politicus, oprichter van de rederij en een van de rijkste mensen van Italië.
Kaping
Op 7 oktober 1985 namen vier mannen namens het Palestijns Bevrijdings Front voor de kust van Egypte de controle van het schip over, terwijl het op weg was van Alexandrië naar Port Said.
De kapers werden verrast door een bemanningslid, en moesten daardoor voortijdig handelen. Ze hielden passagiers en bemanning in gijzeling, en stuurden het schip richting Tartus in Syrië. Zij wilden dat 50 Palestijnen werden vrijgelaten uit Israëlische gevangenissen. Ze kregen geen toestemming om aan te leggen bij Tartus. De kapers vermoordden een passagier in een rolstoel, de joodse Amerikaan Leon Klinghoffer, en gooiden zijn lichaam overboord. Het schip keerde terug richting Port Said. Na twee dagen onderhandelen gingen de kapers akkoord, en verlieten het schip in ruil voor een veilige aftocht. Ze werden naar Tunesië gevlogen door een Egyptisch passagiersvliegtuig. Het vliegtuig werd echter onderschept door een Amerikaans F-14 gevechtsvliegtuig, en gedwongen te landen op Sicilië, waar de kapers werden gearresteerd door de Italiaanse politie na een onenigheid tussen Amerikaanse en Italiaanse overheden.
De andere passagiers in het vliegtuig (waaronder wellicht de leider van de kapers, Abu Abbas) mochten zonder nader onderzoek verder vliegen, alhoewel hiertegen werd geprotesteerd vanuit de Verenigde Staten.
Het uiteindelijke lot van de mannen die werden veroordeeld voor de kaping is verschillend:
- Bassam al-Asker kreeg voorwaardelijke vrijlating in 1991.
- Ahmad Marrouf al-Assadi verdween in 1991 tijdens zijn voorwaardelijke vrijlating.
- Youssef al Molqi kreeg 30 jaar, verliet de Rebibbia gevangenis in Rome op 16 februari 1996 en vluchtte naar Spanje waar hij opnieuw gevangen werd genomen, en werd uitgeleverd aan Italië. Op 1 mei 2009 is hij vanwege goed gedrag vervroegd vrijgekomen uit de gevangenis van Palermo.
- Abu Abbas verliet het rechtsgebied van Italië, werd in absentia veroordeeld, en werd in 2003 opnieuw gevangen genomen, in Irak.
Laatste jaren
Op 30 november 1994 brak brand uit aan boord voor de kust van Somalië, destijds nog vrij van kapers. Het schip maakte slagzij, de opvarenden konden het schip verlaten. Ondanks de hulp van een zeesleepboot zonk het op 2 december. Door haar inmiddels, mede als gevolg van de kaping, grote internationale bekendheid was ook dit trieste einde wereldnieuws.
Mogelijk ondersteunt de browser de weergave van deze afbeelding niet.
Ach, achter elke filatelistische vondst zit wel een verhaal.
Bron: Wikipedia.nl





















Reacties (1)
Het was (en is) ook wel een beetje de trots van Vlissingen. Veel mensen hebben er destijds aan gewerkt. Als je: -Achille Lauro, Tall Ships History- intypt in youtube zie je een aardig filmpje een jaar voor dit schip zonk.
Schrijf een reactie