
In vogelvlucht nogmaals de reproductievarianten van een schilderij op een postzegel door de jaren heen:
* 1930 een schets als schilderij-reproductiemethode
* 1937 eenkleurige deel-reproductiemethode
* 1955 eenkleurige deel-reproductiemethode mét steunkleur
* 1983 meerkleurige reproductiemethode mét gescheiden kleurvlakken van het gehele schilderij
* 1990 sterk uitvergroot schilderijfragment
* 1996 combinatie van gekleurde en zwart-wit reproductie van een deel van het schilderij
* 2002 meerkleurige reproductiemethode mét in elkaar overlopende kleuren

[1955] Eenkleurige schilderijreproductie mét een steunkleur
Van de originele kleurige schilderijen werden eerst zwart-wit foto’s gemaakt. Er werden geen pogingen ondernomen de werkelijke kleuren van de schilderijen weer te geven, omdat daarvan op het kleine formaat toch niets terechtkomt en daarmee al gauw het goedkope effect van een plakplaatje wordt verkregen.

De hoofdkleur van de postzegels wordt ondersteund door een aan die kleur verwante, iets lichtere tint (steunkleur), die als onderdruk is aangebracht.

Hiermee ontstaat een postzegelafbeelding (nvph 666) met fijne toonverhoudingen, waardoor de zegelafbeelding meer gloed, voornam karakter en uitstraling krijgt. De hoofd- en steunkleur zijn herkenbaar aanwezig in de twee kleurblokjes op de velrand.

[1983] Meerkleurige reproductie van een geheel schilderij mét gescheiden kleurvlakken
- Op het linker bovengedeelte van een schildersezel (in enkele tonen grijs uitgevoerd) staat een van de veertien composities van Mondriaan, die hij in het jaar 1922 heeft geschilderd. Om het gehele schilderij toch op het kleine formaat van een postzegel mogelijk te maken, is door ontwerper Crouwel een reconstructie van Mondriaans schilderwerk gemaakt.
- In 1922 verschuift Mondriaan de kleurvlakken naar de rand (nvph 1287, Compositie 1922). De meer centraal gelegen grote(re) rechthoeken en vierkanten zijn wit gekleurd. In de voorgaande jaren was er minder wit en meer kleur aanwezig.
- Op een rechthoekig vlak gebruikt Mondriaan de drie primaire kleuren rood, geel en blauw in combinatie met de drie niet-kleuren wit, zwart en grijs. Het evenwicht in de kleuren vereist in het algemeen een grote oppervlakte aan niet-kleur (of lege ruimte) en een kleine oppervlakte aan kleur (of materie).
- Het onveranderlijke evenwicht bereikt Mondriaan door de rechte lijn en de rechthoekige tegenstelling. Grijze lijnen maken plaats voor krachtige zwarte lijnen.
- Grijswaarden worden soms zo subtiel aangebracht dat ze nog nauwelijks van wit te onderscheiden zijn.
In het jaarboek ‘Nederlandse postzegels 1983’ staat over het weergeven van een schilderij op een postzegel het volgende: “De Dienst voor Esthetische Vormgeving (DEV) had tegen het voorstel van de uitgave van de Stijl-postzegels bezwaar, omdat reproducties van schilderijen op postzegels nooit zonder grote schade ten opzicht van het ‘beeld’ van die kunstwerken gepaard gaan en omdat, zoals blijkt bij dergelijke zegels uit andere landen, de postzegel daarmee gedegradeerd wordt tot een ‘plaatje’.” Met andere woorden er ontstaat een ondermaatse afbeelding van inferieure kwaliteit, overeenkomend met die van een koektrommeltje. Het postzegelformaat is te klein om de juiste kleuren en nuances van een schilderij weer te geven. Bij deze Mondriaan-postzegelweergave is dit bezwaar van een slechte reproductie ietsje minder zwaar aanwezig vanwege de gescheiden krachtige kleurvlakken van eenvoudige vormen.

- Aanvankelijk was het de bedoeling in 1983 vier Stijlpostzegels met bijslag onder te brengen in de zomerzegelemissie van dat jaar. Er werd van het plan afgestapt. Een gelegenheidsserie van twee Stijl-zegels als aparte emissie in een geheel uitvoering verscheen uiteindelijk. De ‘pseudo zomerzegel’ voerde in een geheel andere setting ook het schilderij ‘Compositie 1922’ van Mondriaan.

[1990] Meerkleurige schilderijreproductie als deel van een groter geheel
Met de uitgave van de Van Gogh-postzegel (met daarop het schilderij ‘De groene wijngaard’ in Arles [1888, 92 x72 cm]) in 1990 komt voor het eerst een gering gedeelte van een schilderij in zijn volle kleurenpracht op een postzegel terecht. Het omvat slechts één procent van de oppervlakte van het gehele schilderij.

Door dit relatief grote afgebeelde schilderijgedeelte is ook de wijze van schilderen met de krachtige penseeltoets en het contrasterende kleurgebruik van Van Gogh te herkennen.
Het fragment op de postzegel geeft niet alleen de horizon met daarop het perspectivische verdwijnpunt , maar ook de weergave van het bestaande landschap van wijnstokken met wijnranken.
Met andere woorden uit het grot schilderij is een echt bestaand ‘mini-schilderij’ gelicht. Met dit gedeelte toont de ontwerper Otto Treuman ons de dynamische en geëmotioneerde schilderstechniek van Van Gogh op een postzegel. Van dichtbij komt in de dik opgelegde verf de “wervelende en gestolde penseelstreken” onder ogen. Het onderste deel van het schilderij, dat niet op de postzegel staat zegt Jan Hulsker in het boek ‘Van Gogh en zijn weg’: “Van Gogh is zeer vrij met de werkelijkheid omgesprongen, zodat de gehele benedenhelft eerder als decoratief, als een abstract kleurenpatroon aandoet, dan als een weergave van wijnstokken en wijnranken.”
Treuman verbeeldt het honderdste gedenkjaar van de wereldberoemde schilder op een originele manier met het één-honderdste-detail-deel-van-het-schilderij.



















Reacties (0)
Schrijf een reactie