Enkele dagen geleden kreeg ik twee afbeeldingen (voorontwerpen zomerzegels 1958, of kinderzegels 1960) uit een oude veilingcatalogus weer onder ogen. Deze afgekeurde zegelafbeeldingen mét de definitieve zomerzegels deden me meteen denken aan de zojuist uitgegeven zomerzegels met voorontwerp. De tegenstelling tussen beide emissies is feitelijk terug te brengen op dezelfde tegenstelling van impressionistische en expressionistische afbeelding, van meer en minder kleurig en van meer en minder werkelijkheidsgetrouw/realistisch. Kenmerken waar de doelgroep van koper/verzamelaar/kijker zich meer of minder aansprekend in kan vinden.


Dat binnenkamers tegengestelde meningen, opvattingen en invalshoeken bij de TNT Post-begeleiders, bij het Ouderen Fonds en/of bij het ontwerpersduo tijdens het ontwerpproces van de Zomerzegels 2009 een rol hebben gespeeld, heeft u in mijn bijdrage van 7 april kunnen ontdekken.


De zwart-witte typografische contactadvertentie met een minimum aan kleur heeft het uiteindelijk moeten afleggen tegen een zestal gekleurde miniposters. De advertentieteksten hebben op de kleurige achtergrond ondersteuning van toegankelijke en overtuigende afbeeldingen gekregen.
Tijdens het ontwerpproces van de zomerzegels van 1958 of de kinderzegels van 1960 was er intern ook sprake van tegengestelde krachten, maar van een meer hevige omvang en intensiteit. De ontwerper Hubert Levigne is bij het [a] zomerzegelontwerp of [b] kinderzegelontwerp toen zelfs vervangen
- door een vijftal ontwerpers, namelijk P. Wetselaar (4 ct), W. den Ouden (6 ct), C.R. de Josselin de Jong (8 ct), J.R. Mensinga (12 ct) en A. Sins (30 ct) of
- door ontwerpster mevrouw A.J.W. Bieruma Oosting.
Uit mijn aantekeningen uit de zestiger jaren kan ik nu niet meer opmaken of deze voorontwerpen bij de zomerzegels 1958 of kinderzegels 1960 hoorden. vandaar dat ik beide kleurige series hierbij toon.



[a] zomerzegels 1958
De klederdracht van verschillende regio’s in ons land moesten toen centraal staan op de zomerzegels (nvph 707/11). Levigne maakte o.a. een tweetal gegraveerde ontwerpen van Overijssel en Zeeland die naderhand in een éénkleurige uitvoering (zoals de kinderzegels 1949) gedrukt zouden worden. In de sterk vereenvoudigde (gestileerde) afbeeldingen, waarin de meeste aandacht uitgaat naar één facet van de klederdracht, domineert de lijn. Het kleurige (één kleur) van de lijntekening zou zich dan uiteraard in de contourlijnen bevinden.





In 1958 wilde men toch ook een meer toegankelijke en aansprekende afbeelding voor een grotere doelgroep van de zomerzegel. Vijf ontwerpers hebben met zijn allen een goed en harmonieus bij elkaar passende serie van meer werkelijkheidsgetrouwe postzegelafbeeldingen ontworpen, waarin niet de lijn, maar het gekleurde vlak met tere nevenkleuren de hoofdrol speelt.

Een inwoner uit Vlissingen mailde me het volgende: “De dame/boerin is in Zuidbevelandse dracht gestoken. Haar gouden oorijzer bezit stikken op ooghoogte: vierkante gouden plaatjes. De mannelijke klederdracht uit Zuid Beveland verschilt weinig met die uit Walcheren.” De klederdracht van de bejaarde dame op de postzegel uit de reeks ‘Tien mooiste van Nederland’ (nvph 2200) komt ook uit Zuid Beveland. Draagt de persoon uit Overijssel de klederdracht uit Staphorst? Wie van de bloglezers kan ons daar nader over informeren?
[b] kinderzegels 1960





De redelijk werkelijkheidsgetrouwe ingekleurde lijntekeningen van in klederdracht geklede kinderen zijn voor een hard gekleurde achtergrond geplaatst. Gelijk beide voorontwerpen van Hubert Levigne is van de kinderen een borstbeeld (en face en en profil) opgevoerd.


















Reacties (1)
Op het postzegelforum staat de originele winnende zegel met Zeeuwse boerin nog een keer mmaar dan op persoonlijk vel. (gekocht van haar zoon toen)
Schrijf een reactie